Twee kinderen trekken door de wereld. Een broer en een zus. Een tweeling. De wereld is hard en meedogenloos. Niet onze tijd, maar de tijd waarin kinderen nog niet naar school konden of beschermd werden. Hun ouders zijn dood. Ze vluchtten weg van het landhuis waar hun neven hen naar het leven staan. Niemand zit op hen te wachten.
Oh, Joke van Leeuwen! Mijn absolute lievelingsschrijver vanaf het moment dat ik Een huis met zeven kamers las, dat was ongeveer toen ik 9 jaar was, in 1988 (!).
En haar nieuwste boek, Ik ben hier, doet me zo denken aan het kleine lezertje dat ik vroeger was en dat genoot van de maffe verhalen en geniale tekeningen. Haar vertelstem is voor mij zo vertrouwd én tegelijkertijd zo verrassend, want haar kijk op de wereld blijft er een met ‘kinderogen’. Zo knap, dat iemand al haar hele leven lang zoveel prachtig werk maakt, zoveel kwaliteit, geen enkel boek stelde mij teleur. Ik hoop dat ze daar nog lang mee door mag gaan.
Het waren andere tijden, zo’n 1500 jaar geleden. Hoe het was om een meisje te zijn in een wereld van mannen. De vrouw mocht niks, kon niks, anders dan kinderen krijgen en ze grootbrengen. Vrouwen mochten niet leren, niet lezen en geen hoge positie bekleden. Behalve Beatrice.
Kate DiCamillo – bekend van het drieluik dat begon met Neem mijn hand, Flora en de fantastische eekhoorn en vele andere verhalen, veelal over dieren – schreef weer een heel verrassend boek, dat ditmaal in de middeleeuwen lijkt te spelen.
Door Boekwijzer ken ik The Fan Brothers: ze maken schitterende prentenboeken waarvan Oceaan en hemel op mij het meeste indruk maakte. Zo’n ontroerend eerbetoon aan de dood en rouwverwerking.
Mary Lennox is een buitengewoon onaangenaam personage, verwend tot op het bot en totaal ongeïnteresseerd in de wereld om haar heen. Niet verwonderlijk als je ouders niet naar je omkijken en het de gewoonte is als rijk meisje om haar personeel bevelen te geven. We volgen Mary van haar oude woonplaats in India naar haar nieuwe voogd in Yorkshire; omdat haar ouders geen tijd meer hebben om voor haar te zorgen gaat ze wonen op een prachtig landgoed in een enorm huis. Maar ervan genieten kan ze er niet. Ze is een schriel, bleek kind zonder vlees op de botten en niets lijkt indruk op haar te maken.
Ik vind het zo tof om nieuwe jeugdboekenschrijvers te ontdekken! In Nederland, maar ook daarbuiten. We zijn vaak afhankelijk van uitgevers die mooie buitenlandse boeken naar Nederland halen. Bijvoorbeeld de boeken van Jaco Jacobs uit Zuid-Afrika en Jacqueline Woodson uit Amerika.
Internationale boekenprijzen helpen vaak ook om boeken in het Nederlands te laten vertalen. Dat gebeurde bijvoorbeeld met King en de drakenvlinders van Kacen Callender: dit boek won in Amerika ‘de Gouden Griffel’.
En dan hebben we natuurlijk de Astrid Lindgren Memorial Award: de officieuze Nobelprijs voor jeugdliteratuur. Vaak wordt deze uitgereikt aan een voor Nederland onbekendere auteur, maar hij is ook al eens gegaan naar Bart Moeyaert (2019) en Guus Kuijer (2012).
De uit Frankrijk afkomstige Jean-Claude Mourlevat won deze belangrijke oeuvreprijs in 2021. Ik had, net als veel anderen denk ik, nooit iets van hem gelezen. Tot afgelopen weekend! Uitgeverij Lannoo liet Jefferson vertalen en een prachtige cover maken door Martijn van der Linden. En het verhaal blies me achterover!
“Hoe vaak moet je jezelf bewijzen dat je een knappe kerel bent? dacht ik. Hoeveel rijkdom moet je nog willen vergaren als je meer dan genoeg hébt? En hoe vaak kan een mens gered worden, zou daar ook een grens aan zitten?”
Dit citaat zegt voor mij alles over deze heerlijke hervertelling van Sindbad de Zeeman. Iedereen heeft vast weleens gehoord van Sindbad uit Bagdad, maar: wie was hij nou eigenlijk? De zeven verhalen in dit boek komen uit Sprookjes van 1001 nacht: sprookjes die oorspronkelijk bedoeld waren voor volwassenen.
Ik heb genoten van dit nieuwste boek van Sanne Rooseboom! Het gaat allemaal om Mot, die eigenlijk Vlinder heet. Maar een fladderende en kleurige vlinder, dat voelt ze zich niet. Liever is ze een mot, donker en mysterieus. In een notendop vat dit het verhaal samen: wie ben je eigenlijk, wie wil je zijn en wat verwacht je omgeving van jou?
Het gebeurde me weer: vanaf de eerste bladzijde word je het verhaal (en het moeras 😉) ingezogen en laat het je niet meer los. Dat is de kracht van de boeken van Lucy Strange – ze neemt je mee naar een onbekende wereld die ze in geuren en kleuren beschrijft en die helemaal niet lijkt op de onze, of toch wel?
Dit boek stond in de grote vriendelijke 100, de lijst met de 100 meest favoriete kinderboeken. En ik kende het nog helemaal niet, én het is dit jaar verschenen. Als het nu al in het favorietenlijstje staat op plaats 34, boven De gorgels (37) en Rupsje nooitgenoeg (47) dan móet het wel iets bijzonders zijn!
En dat is het zeker, ik las nog nooit een boek over een ‘onzichtbare ziekte’ en een onzichtbaar ziekenhuis. In een bijzonder formaat met knallende illustraties wordt het verhaal van Lennox verteld. De vader van Lennox heeft de sikkelcelziekte. Een vrij veel voorkomende ziekte waar toch weinig over bekend is. Voor Lennox is het ook erg mysterieus. En wat heeft het sieraad van zijn vader, een gouden ketting met een hanger in de vorm van een maan ermee te maken?
Erg goed en toegankelijk geschreven, schitterend geïllustreerd in een ‘stoere’ stijl. Geschikt voor lezers vanaf 8 jaar ongeveer.