Abel is vrachtwagenchauffeur en hij vervoert varkens naar een slachthuis. Hij dacht er nooit echt over na, maar vandaag bedacht hij: dit wil ik niet meer, het is té vreselijk. En precies op die dag ontmoet hij Olle, een varken dat uit zijn vrachtwagen ontsnapte. Olle blijkt te kunnen praten! En omdat Abel met 100 varkens aan moet komen in plaats van 99, neemt hij Olle mee op de bijrijdersstoel.
Hét gat. Als je geen kinderen in de basisschoolleeftijd om je heen hebt, heb je geen idee waar dit over gaat. Vanaf een jaar of 6 gaan kinderen naar zwemles. Een heel belangrijk én superspannend onderdeel is het zwemmen door een gat: een groot zeil onder water waar een gat in zit. Ik weet nog dat mijn kinderen daar ook zenuwachtig over waren: lukt het om er doorheen te zwemmen?
Hoe is het om in deze tijd te leven? Je staat er niet vaak bij stil, maar het is een leuke en wezenlijke vraag. Wat kenmerkt onze tijd? Wat hebben we nu, wat er vroeger niet was? En hoe gaan we daarmee om? In Het vreemde verhaal van Violetta Viraal gaat Claudia Jong aan de haal met deze vraag. Ze voert een meisje ten tonele die helemaal ‘van nu’ is. Ze vraagt zich af hoe het is om in een andere tijd te leven. En ze krijgt de kans om dat te ontdekken…
Coverillustratie Mark Janssen, vertaling Pauline Michgelsen
Klein wonder gaat over de twee kinderen Tick (10) en Leaf (5 jaar), die bij hun grootvader opgroeien. Ze zijn geen broers en ze weten niet precies waar ze vandaan komen. Maar ze hebben een veilige, warme plek in het land Ellia samen met hun sterke paard Kiezel. Grootvader is al een tijdje geleden overleden en nu moeten ze zich alleen zien te redden. Het verhaal begint als Tick in de verte op zee de schepen ziet van het volk van De Drenen, hun vijanden. Grootvader heeft altijd gezegd: als de Drenen komen, moet je vluchten. En dan ziet Tick ook nog een Jager, een levensgevaarlijke rover die voor de Drenen uit gaat om alvast zoveel mogelijk mensen uit de weg te ruimen.
Wat volgt is een tocht waarin twee jonge kinderen moeten vluchten voor hun leven, naar de Koningsburcht, een plek waar de Drenen niet kunnen komen. Tick verzamelde eigenlijk geheel toevallig waardevolle informatie waardoor hij en Leaf kunnen overleven. Tick is een slim en oplettend jongetje, die op het juiste moment het goede doet, en over het lot beslist van zijn geliefde land.
Trouwe volgers weten dat ik fan ben van het werk van Tiny Fisscher (en ze is ook nog eens een heel leuk mens, weet ik nadat ik met haar in een jury heb gezeten!) Ik heb heel veel van haar boeken gelezen, ben onder de indruk van de diversiteit van haar oeuvre.
Maar de hertalingen van klassiekers (zoals Oliver twist, Sindbad de zeeman en Alleen op de wereld) hebben toch echt mijn voorkeur. Het komt door mijn voorliefde voor klassieke verhalen: ik vind het zo mooi hoe zij deze verhalen doorgeeft voor een volgende generatie met een frisse nieuwe stijl. En nu is daar weer een nieuwe hertaling: deze keer die van Alice in Wonderland!
Bart Moeyaert is een bijzondere kinderboekenschrijver: zijn oeuvre is divers en verrassend, literair en tegelijk toegankelijk. Mijn lievelingsboek van hem is Morris de jongen die de hond vond, een boek over sneeuw en een hond die zijn eigen gang gaat, voor jonge lezers.
Ook zijn nieuwste boek, Atman!, is weer geschikt voor beginnende lezers. De ruime bladspiegel, grote letters en vele illustraties maken het tot een geschikt leesboek vanaf groep 4. Maar ook als voorleesboek is het heel fijn! De tekst leest als een lang gedicht, met een heerlijk ritme en veel vaart. En je wordt als lezer steeds verrast door de gekke wendingen in het verhaal.
Enne Koens is een van mijn lievelingsschrijvers en Ik ben Vincent en ik ben niet bang een van mijn lievelingsboeken. Ze heeft zo’n eigen, fijne schrijfstem dat ik elke keer weer ontroerd raak. Dat doet ze met boeken voor oudere kinderen, zoals dus over Vincent, maar ook in Vandaag komen we niet meer thuis. Maar ook voor 8+ schrijft ze verhalen die de lezer, het kind, serieus nemen. De twee boeken over Sammie bijvoorbeeld (Sammie en opa en Sammie en mama). Nu is er onlangs een nieuw 8+ boek verschenen: Bommel en ik.
Hoe voelt echte vriendschap? Hoe ziet echte vriendschap eruit? Misschien zie je weleens op straat twee mensen die zo in elkaar opgaan dat ze wel verliefd lijken. Ze zijn onafscheidelijk, houden niet op met met elkaar praten of kunnen juist zwijgend naast elkaar bezig zijn met iets wat ze beiden fijn vinden om te doen.
Loetje woont met zijn ouders dicht bij het strand. Hij gaat bijna elke dag met zijn vriend Kars op zoek naar mooie dingen die aangespoeld zijn. Zijn ‘jutsels’, zoals hij ze noemt, neemt hij mee naar huis. Het huis ligt vol met mooie spullen. Tenminste, dat vindt hij. Zijn vader vindt het vooral veel troep. Zijn ouders maken veel ruzie, ook over de troep. Als ze uit elkaar gaan, voelt Loetje zich schuldig. Ligt het aan hem?
Loetje wil niet meer jutten, en ook geen verhalen meer verzinnen bij alle spullen die hij vindt. Maar dan ontmoet hij Wiets, die ook een ‘verhalenvisser’ is. Van Wiets leert hij dat hij nooit hoeft te stoppen met fantaseren en verhalen bedenken.
Dit ontroerende en fijne verhaal doet denken aan de verhalen van Wouter Klootwijk: de kinderen spelen veel buiten, genieten van de natuur en van avonturen beleven. Maar er zit een diepere laag in het verhaal over echtscheiding die het meer gewicht geeft. Daardoor wordt het een serieuzer verhaal, maar het houdt ook een zekere luchtigheid. Het is een heerlijk boek om voor te lezen, dat kan al vanaf 7 à 8 jaar. Kinderen die dichtbij of wat verder weg te maken krijgen met ouders die gaan scheiden, kunnen steun ervaren als ze het verhaal lezen.
Illustrator Tineke Meirink kennen we van het schitterende boek Wij zijn even naar de verte. Daarin spelen de fantasiefiguren, gemaakt van gevonden dingen zoals stenen, schelpen, stukjes hout en plastic, de hoofdrol. Ook in dit boek maken Loetje en Wiets deze figuren, ze noemen ze strandschilderijen. Ze vertellen een verhaal, en helpen Loetje om te verwerken wat hij allemaal meemaakt.