Veel kinderen die nu The voice of Holland op televisie kijken zullen zich afvragen: hoe is het nu met Freek, van Suzan en Freek? Vorig jaar kreeg het duo het slechte nieuws dat Freek ongeneeslijke longkanker heeft. Maar nu zien we hem gewoon op televisie: hij is vrolijk en hij lacht. Wat betekent ongeneeslijk ziek zijn dan? Wanneer ga je dan dood en hoe gaat dat eigenlijk? Ik kan me voorstellen dat kinderen hier veel vragen over hebben. Maar een boek over dit onderwerp was er nog niet. Tot nu, want onlangs verscheen Game over, een boek waarin alles over doodgaan aan de orde komt.
Mariska Overman denderde de wereld van de jeugdliteratuur binnen met twee boeken die enorm veel indruk maakten: De zomer die alles was en Duizend stukjes overal. Haar unieke vertelstem werd direct herkend door het lezende publiek, en ze won dan ook een Zilveren Griffel voor haar debuut De zomer die alles was. Nu is dan haar derde boek verschenen: Wolfke. Een verhaal dat net even anders is dan haar vorige, voor iets jongere lezers, maar met dezelfde magie op elke pagina. Ik heb genoten van dit gelaagde verhaal, dat ontzettend goed in elkaar zit.
Toen ik nog als docent werkte op de pabo organiseerden we elk jaar een themadag rond rouw & verdriet. Een erg belangrijk onderwerp voor aanstaande leerkrachten, want ze gaan sowieso te maken krijgen met klein of groot verdriet in hun baan in het onderwijs. Ziekte, verlies, de dood; het hoort bij het leven. Ook als je er nog niet direct mee te maken hebt gehad, is het goed om er als leerkracht over na te denken, er over te praten. Juíst op ‘gewone’ dagen, zodat kinderen ervaren dat het geen eng onderwerp is waar je het niet over mag hebben.
We hebben er lang op moeten wachten. Acht jaar nadat Lampje van Annet Schaap uitkwam is het er dan! Een nieuw boek in de wereld van Lampje, maar het is geen vervolgverhaal, het staat volledig op zichzelf. Krekel heet het. Net zo’n lekkere korte en frisse titel, maar ook geheimzinnig. Waarom heet het boek zo? Wie of wat is die Krekel?
Ik schrijf weleens dat ik een brok in mijn keel had tijdens het lezen, of echt ontroerd was.
Maar bij dit boek kwamen er tranen. Dikke, warme tranen. Ik snap niet hoe ze het doet, Mariska Overman. Ik lees de zinnen opnieuw en opnieuw. Het zijn echt geen ingewikkelde, literaire zinnen. Maar ze boren recht je hart in. Mijn hart tenminste.
Misschien is het omdat ze schrijft over gewone dingen die jongeren meemaken. Gamen, minecraft, dansen, biologiewerkstukken. Maar dan in combinatie met keiharde rouw omdat Joes, de broer van Mijs, dood is gegaan. En hoe dat voelt, in je lijf. Dus niet: hoe je ermee moet gaan, hoe je het een plek moet geven, hoe je het kunt verwerken (alsof het afval is, zegt Mijs). Echt verdriet doet pijn in je lijf, je voelt dingen waarvan je niet wist dat je ze kon voelen.
Om de pijn te verzachten leek het de ouders van Mijs een goed idee om haar een AI-versie van haar overleden broer te geven: een rouwbot. Een bewegende broer, die gevuld is met een databank van alles wat ze over hem konden vinden. Mijs wil aan de ene kant dolgraag met Joes praten. Maar ze vertrouwt de rouwbot ook niet.
Gelukkig is Bowie er, de beste vriend van Joes. Hij wil niks weten van de rouwbot. Hij neemt Mijs liever mee naar plekken waar hij met Joes kwam. En dan ontdekt ze dat Bowie een geheim met zich meedraagt over Joes. Het is zo intens mooi, en lief, en geweldig. Ik kan het niet anders zeggen, het klinkt vast té cheesy maar dat is dan maar zo.
De dikste tranen kwamen bij de hoofdstukken waarin biologiedocent Klimt met Mijs praat. Ze doet dit zó precies goed, zó niet invullend en belerend. Dat raakte mijn onderwijshart, dat ik me realiseer hoeveel je kunt betekenen als docent of mentor voor je leerlingen.
Lees dit boek, lieve allemaal. En ook haar kinderboekendebuut, De zomer die alles was. Wat een bijzondere nieuwe stem in jeugdliteratuur-land.
Huisdieren zijn onze vrienden, onze familie, onze trouwe huisgenoten waar we een band mee opbouwen en die we niet kunnen missen. Als je thuis komt zijn ze blij dat je er bent, ze zijn altijd vrolijk en lief. En als je man net is overleden is dat precies wat je nodig hebt.
Sammie is een helper. Zo iemand die altijd eerst aan een ander denkt, en daarna misschien pas eens aan zichzelf. Ze leeft een vreemd verscheurd leven, met een stugge, stille vader op een grote boerderij en een moeder en een zus die in de stad zijn gaan wonen.
Een debuut bij Lemniscaat! Daar ben ik natuurlijk erg nieuwsgierig naar. Dat jouw verhaal uit enorme stapels manuscripten wordt gepikt, is een eer en een bevestiging dat je iets moois en bijzonders hebt gemaakt. Dan zijn de verwachtingen hooggespannen!
Geen boek voor tere zieltjes! Wel een boek voor wie zin heeft in een fijne portie griezelen, zwarte horror, dood en verderf, wetenschappelijke experimenten en straatschoffies.