Liever een goede buur dan een verre vriend hoor je vaak. Ik weet niet of dat zo is, maar het is wel fijn om aandacht te hebben voor je directe omgeving. Zo hebben wij in onze buurt, waar ik al meer dan 18 jaar woon, een Buurtcultuurfestival. Één keer per jaar word je welkom geheten in de huiskamer van een aantal buurtgenoten, en daar delen zij waar zij zich mee bezighouden. Ze maken muziek, cabaret of kunst. Ze vertellen over hun bijzondere hobby, verzameling of liefhebberij. Ze hebben een bedrijf in kimchi, juridisch advies of autoverhuur. Het is elke keer weer verrassend, ontroerend of ronduit hilarisch wat je aantreft achter de voordeur van de ander. Ik doe elk jaar mee, en ik leer steeds weer nieuwe mensen kennen.
Ik heb heel lang gedacht dat rouwen alleen maar met de dood te maken had. Maar toen ik ontdekte dat ik een chronische ziekte heb, gebruikte een arts een keer de term om mijn proces te typeren. Ik ben me gaan verdiepen in de betekenis van het begrip en er vielen veel dingen op z’n plek. Ik heb af en toe een kort lontje, ik voel me soms kwetsbaar en vraag me best vaak af: waarom overkomt mij dit? Allemaal dingen die genoemd worden in de ‘rouwchecklist’ in het boek dat ik gisteravond las: Dit is geen verdrietig boek (maar het is oké als je je wel zo voelt). Een bijzonder en hartverwarmend boek dat voor iedere lezer wel iets bevat wat je misschien nét nodig had.
OMG! Oh My Gravity! Wat een bijzonder boek! Dit verhaal pakt je vast en laat je niet meer los. En dat komt niet alleen omdat de verteller, Toni, je rechtstreeks aanspreekt in het boek, maar vooral omdat het zo levensecht is. Een klein verhaal over één nacht in een tent in de tuin, een walkietalkie en een radio en bergen snoep. Maar vooral over missen, héél erg hartverscheurend missen.
Veel kinderen die nu The voice of Holland op televisie kijken zullen zich afvragen: hoe is het nu met Freek, van Suzan en Freek? Vorig jaar kreeg het duo het slechte nieuws dat Freek ongeneeslijke longkanker heeft. Maar nu zien we hem gewoon op televisie: hij is vrolijk en hij lacht. Wat betekent ongeneeslijk ziek zijn dan? Wanneer ga je dan dood en hoe gaat dat eigenlijk? Ik kan me voorstellen dat kinderen hier veel vragen over hebben. Maar een boek over dit onderwerp was er nog niet. Tot nu, want onlangs verscheen Game over, een boek waarin alles over doodgaan aan de orde komt.
Mariska Overman denderde de wereld van de jeugdliteratuur binnen met twee boeken die enorm veel indruk maakten: De zomer die alles was en Duizend stukjes overal. Haar unieke vertelstem werd direct herkend door het lezende publiek, en ze won dan ook een Zilveren Griffel voor haar debuut De zomer die alles was. Nu is dan haar derde boek verschenen: Wolfke. Een verhaal dat net even anders is dan haar vorige, voor iets jongere lezers, maar met dezelfde magie op elke pagina. Ik heb genoten van dit gelaagde verhaal, dat ontzettend goed in elkaar zit.
Toen ik nog als docent werkte op de pabo organiseerden we elk jaar een themadag rond rouw & verdriet. Een erg belangrijk onderwerp voor aanstaande leerkrachten, want ze gaan sowieso te maken krijgen met klein of groot verdriet in hun baan in het onderwijs. Ziekte, verlies, de dood; het hoort bij het leven. Ook als je er nog niet direct mee te maken hebt gehad, is het goed om er als leerkracht over na te denken, er over te praten. Juíst op ‘gewone’ dagen, zodat kinderen ervaren dat het geen eng onderwerp is waar je het niet over mag hebben.
We hebben er lang op moeten wachten. Acht jaar nadat Lampje van Annet Schaap uitkwam is het er dan! Een nieuw boek in de wereld van Lampje, maar het is geen vervolgverhaal, het staat volledig op zichzelf. Krekel heet het. Net zo’n lekkere korte en frisse titel, maar ook geheimzinnig. Waarom heet het boek zo? Wie of wat is die Krekel?
Ik schrijf weleens dat ik een brok in mijn keel had tijdens het lezen, of echt ontroerd was.
Maar bij dit boek kwamen er tranen. Dikke, warme tranen. Ik snap niet hoe ze het doet, Mariska Overman. Ik lees de zinnen opnieuw en opnieuw. Het zijn echt geen ingewikkelde, literaire zinnen. Maar ze boren recht je hart in. Mijn hart tenminste.
Misschien is het omdat ze schrijft over gewone dingen die jongeren meemaken. Gamen, minecraft, dansen, biologiewerkstukken. Maar dan in combinatie met keiharde rouw omdat Joes, de broer van Mijs, dood is gegaan. En hoe dat voelt, in je lijf. Dus niet: hoe je ermee moet gaan, hoe je het een plek moet geven, hoe je het kunt verwerken (alsof het afval is, zegt Mijs). Echt verdriet doet pijn in je lijf, je voelt dingen waarvan je niet wist dat je ze kon voelen.
Om de pijn te verzachten leek het de ouders van Mijs een goed idee om haar een AI-versie van haar overleden broer te geven: een rouwbot. Een bewegende broer, die gevuld is met een databank van alles wat ze over hem konden vinden. Mijs wil aan de ene kant dolgraag met Joes praten. Maar ze vertrouwt de rouwbot ook niet.
Gelukkig is Bowie er, de beste vriend van Joes. Hij wil niks weten van de rouwbot. Hij neemt Mijs liever mee naar plekken waar hij met Joes kwam. En dan ontdekt ze dat Bowie een geheim met zich meedraagt over Joes. Het is zo intens mooi, en lief, en geweldig. Ik kan het niet anders zeggen, het klinkt vast té cheesy maar dat is dan maar zo.
De dikste tranen kwamen bij de hoofdstukken waarin biologiedocent Klimt met Mijs praat. Ze doet dit zó precies goed, zó niet invullend en belerend. Dat raakte mijn onderwijshart, dat ik me realiseer hoeveel je kunt betekenen als docent of mentor voor je leerlingen.
Lees dit boek, lieve allemaal. En ook haar kinderboekendebuut, De zomer die alles was. Wat een bijzondere nieuwe stem in jeugdliteratuur-land.
Huisdieren zijn onze vrienden, onze familie, onze trouwe huisgenoten waar we een band mee opbouwen en die we niet kunnen missen. Als je thuis komt zijn ze blij dat je er bent, ze zijn altijd vrolijk en lief. En als je man net is overleden is dat precies wat je nodig hebt.