Toen ik 9 à 10 jaar was, was een van mijn favoriete boeken ‘Hoe gaat het met jou? Met mij gaat het goed’. Dit boek verscheen in 1979 (mijn geboortejaar) en is geschreven door Liesbeth van Lennep. Door dit boek wilde ik intens graag zelf een keer in het ziekenhuis liggen. Het leek me zo leuk: gezellig met alle verplegers en dokters, de lange gangen, eten vanaf een dienblaadje en televisie kijken in bed. Maar natuurlijk is het allemaal niet zo romantisch als ik toen dacht, want als je lange tijd in het ziekenhuis moet liggen gaat het echt niet zo goed met je.
Veel kinderen die nu The voice of Holland op televisie kijken zullen zich afvragen: hoe is het nu met Freek, van Suzan en Freek? Vorig jaar kreeg het duo het slechte nieuws dat Freek ongeneeslijke longkanker heeft. Maar nu zien we hem gewoon op televisie: hij is vrolijk en hij lacht. Wat betekent ongeneeslijk ziek zijn dan? Wanneer ga je dan dood en hoe gaat dat eigenlijk? Ik kan me voorstellen dat kinderen hier veel vragen over hebben. Maar een boek over dit onderwerp was er nog niet. Tot nu, want onlangs verscheen Game over, een boek waarin alles over doodgaan aan de orde komt.
Hoe is het om in deze tijd te leven? Je staat er niet vaak bij stil, maar het is een leuke en wezenlijke vraag. Wat kenmerkt onze tijd? Wat hebben we nu, wat er vroeger niet was? En hoe gaan we daarmee om? In Het vreemde verhaal van Violetta Viraal gaat Claudia Jong aan de haal met deze vraag. Ze voert een meisje ten tonele die helemaal ‘van nu’ is. Ze vraagt zich af hoe het is om in een andere tijd te leven. En ze krijgt de kans om dat te ontdekken…
Mariska Overman denderde de wereld van de jeugdliteratuur binnen met twee boeken die enorm veel indruk maakten: De zomer die alles was en Duizend stukjes overal. Haar unieke vertelstem werd direct herkend door het lezende publiek, en ze won dan ook een Zilveren Griffel voor haar debuut De zomer die alles was. Nu is dan haar derde boek verschenen: Wolfke. Een verhaal dat net even anders is dan haar vorige, voor iets jongere lezers, maar met dezelfde magie op elke pagina. Ik heb genoten van dit gelaagde verhaal, dat ontzettend goed in elkaar zit.
Ik heb niet vaak dat ik, als ik een boek uitlees, direct opnieuw begin. Bij dit boek, Vijftig seconden, deed ik dat wel. Omdat ik nog geen afscheid wilde nemen én omdat het verhaal voelde als een eindeloze loop: een stroom gebeurtenissen waar een bepaalde herhaling in zit en die stuk voor stuk veel indruk maken. Maar misschien ook omdat ik de puzzelstukjes die ik tegenkwam tijdens het lezen nog eens wilde neerleggen, zodat ik alles helderder zou zien.
Coverillustratie Mark Janssen, vertaling Pauline Michgelsen
Klein wonder gaat over de twee kinderen Tick (10) en Leaf (5 jaar), die bij hun grootvader opgroeien. Ze zijn geen broers en ze weten niet precies waar ze vandaan komen. Maar ze hebben een veilige, warme plek in het land Ellia samen met hun sterke paard Kiezel. Grootvader is al een tijdje geleden overleden en nu moeten ze zich alleen zien te redden. Het verhaal begint als Tick in de verte op zee de schepen ziet van het volk van De Drenen, hun vijanden. Grootvader heeft altijd gezegd: als de Drenen komen, moet je vluchten. En dan ziet Tick ook nog een Jager, een levensgevaarlijke rover die voor de Drenen uit gaat om alvast zoveel mogelijk mensen uit de weg te ruimen.
Wat volgt is een tocht waarin twee jonge kinderen moeten vluchten voor hun leven, naar de Koningsburcht, een plek waar de Drenen niet kunnen komen. Tick verzamelde eigenlijk geheel toevallig waardevolle informatie waardoor hij en Leaf kunnen overleven. Tick is een slim en oplettend jongetje, die op het juiste moment het goede doet, en over het lot beslist van zijn geliefde land.
Kelly van Kempen kennen we natuurlijk al van haar series over De VriezelsenDe sterrensteen, verschenen bij uitgeverij Billy Bones. Maar voor haar laatste boek, Hotel Zweefkees, maakte ze de overstap naar uitgeverij Lemniscaat. Het werd luxe uitgegeven in een iets groter formaat, met aantrekkelijke illustraties van Marieke Nelissen. Dit boek is wat mij betreft de definitieve doorbraak van Van Kempen in kinderboekenland, ze heeft haar stijl gevonden.
Toen ik nog als docent werkte op de pabo organiseerden we elk jaar een themadag rond rouw & verdriet. Een erg belangrijk onderwerp voor aanstaande leerkrachten, want ze gaan sowieso te maken krijgen met klein of groot verdriet in hun baan in het onderwijs. Ziekte, verlies, de dood; het hoort bij het leven. Ook als je er nog niet direct mee te maken hebt gehad, is het goed om er als leerkracht over na te denken, er over te praten. Juíst op ‘gewone’ dagen, zodat kinderen ervaren dat het geen eng onderwerp is waar je het niet over mag hebben.
Enne Koens is een van mijn lievelingsschrijvers en Ik ben Vincent en ik ben niet bang een van mijn lievelingsboeken. Ze heeft zo’n eigen, fijne schrijfstem dat ik elke keer weer ontroerd raak. Dat doet ze met boeken voor oudere kinderen, zoals dus over Vincent, maar ook in Vandaag komen we niet meer thuis. Maar ook voor 8+ schrijft ze verhalen die de lezer, het kind, serieus nemen. De twee boeken over Sammie bijvoorbeeld (Sammie en opa en Sammie en mama). Nu is er onlangs een nieuw 8+ boek verschenen: Bommel en ik.