Liever een goede buur dan een verre vriend hoor je vaak. Ik weet niet of dat zo is, maar het is wel fijn om aandacht te hebben voor je directe omgeving. Zo hebben wij in onze buurt, waar ik al meer dan 18 jaar woon, een Buurtcultuurfestival. Één keer per jaar word je welkom geheten in de huiskamer van een aantal buurtgenoten, en daar delen zij waar zij zich mee bezighouden. Ze maken muziek, cabaret of kunst. Ze vertellen over hun bijzondere hobby, verzameling of liefhebberij. Ze hebben een bedrijf in kimchi, juridisch advies of autoverhuur. Het is elke keer weer verrassend, ontroerend of ronduit hilarisch wat je aantreft achter de voordeur van de ander. Ik doe elk jaar mee, en ik leer steeds weer nieuwe mensen kennen.
Ik heb heel lang gedacht dat rouwen alleen maar met de dood te maken had. Maar toen ik ontdekte dat ik een chronische ziekte heb, gebruikte een arts een keer de term om mijn proces te typeren. Ik ben me gaan verdiepen in de betekenis van het begrip en er vielen veel dingen op z’n plek. Ik heb af en toe een kort lontje, ik voel me soms kwetsbaar en vraag me best vaak af: waarom overkomt mij dit? Allemaal dingen die genoemd worden in de ‘rouwchecklist’ in het boek dat ik gisteravond las: Dit is geen verdrietig boek (maar het is oké als je je wel zo voelt). Een bijzonder en hartverwarmend boek dat voor iedere lezer wel iets bevat wat je misschien nét nodig had.
Het debuut van Liz Huisman, Durf, vond ik indrukwekkend. Daarom was ik zeer benieuwd naar haar volgende boek. Bliksem is weer een fijn en gevoelig verhaal dat doet denken aan de stijl van Anna Woltz. Twee jongeren die elkaar ontmoeten terwijl ze daar niet echt op zitten te wachten, en die ongemerkt een stukje uit hun leven iets beter gaan begrijpen.
Veel kinderen die nu The voice of Holland op televisie kijken zullen zich afvragen: hoe is het nu met Freek, van Suzan en Freek? Vorig jaar kreeg het duo het slechte nieuws dat Freek ongeneeslijke longkanker heeft. Maar nu zien we hem gewoon op televisie: hij is vrolijk en hij lacht. Wat betekent ongeneeslijk ziek zijn dan? Wanneer ga je dan dood en hoe gaat dat eigenlijk? Ik kan me voorstellen dat kinderen hier veel vragen over hebben. Maar een boek over dit onderwerp was er nog niet. Tot nu, want onlangs verscheen Game over, een boek waarin alles over doodgaan aan de orde komt.
Toen ik nog als docent werkte op de pabo organiseerden we elk jaar een themadag rond rouw & verdriet. Een erg belangrijk onderwerp voor aanstaande leerkrachten, want ze gaan sowieso te maken krijgen met klein of groot verdriet in hun baan in het onderwijs. Ziekte, verlies, de dood; het hoort bij het leven. Ook als je er nog niet direct mee te maken hebt gehad, is het goed om er als leerkracht over na te denken, er over te praten. Juíst op ‘gewone’ dagen, zodat kinderen ervaren dat het geen eng onderwerp is waar je het niet over mag hebben.
Loetje woont met zijn ouders dicht bij het strand. Hij gaat bijna elke dag met zijn vriend Kars op zoek naar mooie dingen die aangespoeld zijn. Zijn ‘jutsels’, zoals hij ze noemt, neemt hij mee naar huis. Het huis ligt vol met mooie spullen. Tenminste, dat vindt hij. Zijn vader vindt het vooral veel troep. Zijn ouders maken veel ruzie, ook over de troep. Als ze uit elkaar gaan, voelt Loetje zich schuldig. Ligt het aan hem?
Loetje wil niet meer jutten, en ook geen verhalen meer verzinnen bij alle spullen die hij vindt. Maar dan ontmoet hij Wiets, die ook een ‘verhalenvisser’ is. Van Wiets leert hij dat hij nooit hoeft te stoppen met fantaseren en verhalen bedenken.
Dit ontroerende en fijne verhaal doet denken aan de verhalen van Wouter Klootwijk: de kinderen spelen veel buiten, genieten van de natuur en van avonturen beleven. Maar er zit een diepere laag in het verhaal over echtscheiding die het meer gewicht geeft. Daardoor wordt het een serieuzer verhaal, maar het houdt ook een zekere luchtigheid. Het is een heerlijk boek om voor te lezen, dat kan al vanaf 7 à 8 jaar. Kinderen die dichtbij of wat verder weg te maken krijgen met ouders die gaan scheiden, kunnen steun ervaren als ze het verhaal lezen.
Illustrator Tineke Meirink kennen we van het schitterende boek Wij zijn even naar de verte. Daarin spelen de fantasiefiguren, gemaakt van gevonden dingen zoals stenen, schelpen, stukjes hout en plastic, de hoofdrol. Ook in dit boek maken Loetje en Wiets deze figuren, ze noemen ze strandschilderijen. Ze vertellen een verhaal, en helpen Loetje om te verwerken wat hij allemaal meemaakt.
Conny Palmkvist is een Zweedse jeugdboekenauteur die in 2024 onverwacht hoge ogen gooide met het prachtige boek De trein van vier over twaalf. Het kwam binnen op de lijst van de Grote Vriendelijke 100 in 2024 als hoogste vertaalde nieuwe binnenkomer, op plek 47.
Nu is er een nieuw boek, eveneens met een prachtige cover door Jeska Verstegen: dat mag gezegd, Kluitman besteedt veel aandacht aan zijn literaire werken. Sowieso hebben ze goede schrijvers binnengehaald, Mariska Overman (De zomer die alles was) zit ook bij deze uitgever.
55 meter onder water bouwt voort op de structuur en opbouw die Palmkvist in zijn vorige boek ook gebruikte. Een kwetsbaar, dromerig jongetje, Bengt Gustav, zit vast in zijn thuissituatie: vader is alcoholist, zijn vrouw is bij hem weggegaan en liet haar zoon bij hem achter. Bengt Gustav is enorm loyaal naar zijn vader en vergeeft hem keer op keer als hij weer teveel heeft gedronken. Volwassenen om hem heen maken zich zorgen, maar grijpen niet in.
Dan ontdekt Bengt Gustav een oud vervallen pand waar hij terug kan in de tijd. Hij wil het verleden veranderen zodat zijn vader geen alcoholist zal worden. Zal dat hem lukken?
Het is wederom een bijzonder goed geschreven (en vertaald) verhaal dat je met een brok in de keel achterlaat. Toch stoorde het me dat de schrijver weer hetzelfde trucje uithaalt: de hoofdpersoon wil het verleden veranderen zodat het in het nu anders zal gaan. In De trein van vier over twaalf om te voorkomen dat zijn moeder zal overlijden. Ook al is het mooi gedaan, ik vind het jammer dat hij niet een origineler invalshoek kon kiezen.
Qua thematiek (verslaving, ouderschap) en emoties (loyaliteit, eenzaamheid) een fijn en herkenbaar boek dat ik graag zou aanraden om voor te lezen vanaf groep 7, zelf lezen kan al vanaf 9 jaar.
‘Hoe overleef ik’ gaat maar door! De meeste mensen van mijn leeftijd kennen de boeken van Francine Oomen uit hun eigen kinder-/pubertijd: de Hoe overleef ik-serie was eind jaren ‘90/begin 2000 immens populair en won keer op keer prijzen. Hoofdpersoon Rosa, zelf een puber, werd een ‘vriendin’ van vele kinderen en jongeren. Niet gek dat ze wilden weten hoe het nu met Rosa is, nu ze in de 20 is.
Als je de boeken van Kate DiCamillo kent, weet je dat haar stijl onmiskenbaar is. Ze schrijft over gewone kinderen die buitengewone dingen meemaken, maar ook over poppen die tot leven komen. Dat doet ze met een enorme portie humor en veel beeldende taal, doorspekt met veel uitdagende woorden. Haar liefde voor taal en de binnenwereld van het kind is overduidelijk. Wat mij betreft is Ferris, het laatste boek dat nu in het Nederlands is verschenen bij Querido, een staalkaart van haar kunnen.