Liever een goede buur dan een verre vriend hoor je vaak. Ik weet niet of dat zo is, maar het is wel fijn om aandacht te hebben voor je directe omgeving. Zo hebben wij in onze buurt, waar ik al meer dan 18 jaar woon, een Buurtcultuurfestival. Één keer per jaar word je welkom geheten in de huiskamer van een aantal buurtgenoten, en daar delen zij waar zij zich mee bezighouden. Ze maken muziek, cabaret of kunst. Ze vertellen over hun bijzondere hobby, verzameling of liefhebberij. Ze hebben een bedrijf in kimchi, juridisch advies of autoverhuur. Het is elke keer weer verrassend, ontroerend of ronduit hilarisch wat je aantreft achter de voordeur van de ander. Ik doe elk jaar mee, en ik leer steeds weer nieuwe mensen kennen.
Nachtmerries. Het woord alleen al roept zoveel op. Angst, zweten, paniek, onrust, verdriet. Gelukkig heb ik ze niet vaak. Ik maak dan ook niet regelmatig traumatische dingen mee, en ik kies er vaak bewust voor om niet alle ellende die over je heen gestort wordt via tv en sociale media binnen te laten komen. Maar kinderen die uit een oorlog komen hebben ze des te vaker. Ze konden zich niet onttrekken aan de ellende, ze zaten er middenin. Tijdens het slapen verwerken je hersenen wat je hebt gezien. Dat is mooi, maar als je badend in het zweet wakker wordt is het doodeng: je weet even niet meer waar je bent en wat je kunt doen om van dat rotgevoel af te komen. Ik snap ook dat veel kinderen helemaal niet meer durven te gaan slapen.
Sinds de oorlog in Oekraïne uitbrak – of eigenlijk moet ik zeggen toen Rusland Oekraïne binnenviel in 2022, er is al sinds 2014 oorlog – zijn er veel Oekraïnse kinderen naar Nederland gevlucht. Het is al een hele tijd heel normaal dat veel schoolklassen een of meerdere Oekraïense kinderen in de klas hebben. Ze leerden Nederlands en maakten kennis met onze cultuur. Maar wat weten wij eigenlijk van de Oekraïense cultuur en geschiedenis? Daarvoor pak je dit bijzondere boek, dat verscheen bij uitgeverij Blauw Gras: Mooi boek over Oekraïne.
Wat een hartverwarmend boek is dit! En perfect voor in de vakantiekoffer, want het verhaal speelt zich helemaal af op een camping! Inge Besaris kende ik al van haar vorige boek, Takkenhoofd. Dat verhaal gaat over de opa van Sofie die langzaam dement wordt. Het is een ontroerend verhaal met een serieuze ondertoon.
Camping Beppe is wat luchtiger dan Takkenhoofd. Het gaat over Biko en zijn oma Jildou, die hij Beppe noemt. Het verhaal speelt zich namelijk af in Friesland. Beppe is een camping begonnen op het land bij haar boerderij toen haar man overleed. Biko’s moeder is vaak alleen op reis en hij wordt dus vooral opgevoed door zijn oma.
Het verhaal begint vlak voor het hoogseizoen. Er komen weer veel vaste gasten op de camping aan, waaronder veel vriendjes van Biko. Daardoor is altijd een gezellige boel. Maar dit jaar is het anders. De buurman van Beppe is wethouder en hij wil van het campingterrein een golfresort maken. De buurman zet alle middelen in om het Beppe zo moeilijk mogelijk te maken. Maar daar steken Biko en zijn vrienden een stokje voor!
Het verhaal is uitgebreid voorzien van vrolijke illustraties van de hand van Donna Kroese die de sfeer van het verhaal weten te pakken. Je wordt ook gewoon helemaal blij van de sfeer die er in het boek hangt. De personages zijn allemaal heel verschillend en interessant.
Maar het leukste vind ik de aandacht voor de Friese taal! In het verhaal staan best veel Friese woorden en zinnen, en achterin een uitgebreide woordenlijst! Op deze manier krijgen kinderen spelenderwijs iets mee van deze mooie taal.
Camping Beppe is geschikt vanaf 8/9 jaar en is verschenen bij Lemniscaat.
“Ze had de zee iets gevraagd en ze had het gekregen.”
Sil (10 jaar) verhuist met haar moeder en oma van de stad naar een waddeneiland. Haar moeder is projectleider bij een groot windmolenpark. Sils vader is spoorloos verdwenen, ze gaat ervan uit dat hij overleden is. Maar haar moeder Ima en oma Mamó laten er weinig over los.
De ark van Nora… dat klinkt als… inderdaad! Nora is de dochter van Noach, maar dan niet in de tijd waarin de bijbel werd geschreven, maar juist in de toekomst – een toekomst waarin onze aarde op het punt staat te overstromen door klimaatverandering.
Regelmatig is het onderwerp van gesprek in een groep mensen: die reclames op sociale media die ‘alles’ van je lijken te weten, ook al heb je er niet eens naar gezocht. Steevast is er dan iemand die zegt: wist je dat je telefoon je afluistert? Als je nu zegt dat je op vakantie naar Spanje wil, krijg je vanavond aanbiedingen voor vliegreizen naar Barcelona. En misschien boek je hem ook nog, die vakantie. Kortom: we vinden onze telefoon eigenlijk best wel eng, maar tegelijk ook ontzettend handig. De sociale apps willen graag zoveel mogelijk van ons weten, en wij zijn zo stom om al die informatie ook gewoon te geven!
Abel is vrachtwagenchauffeur en hij vervoert varkens naar een slachthuis. Hij dacht er nooit echt over na, maar vandaag bedacht hij: dit wil ik niet meer, het is té vreselijk. En precies op die dag ontmoet hij Olle, een varken dat uit zijn vrachtwagen ontsnapte. Olle blijkt te kunnen praten! En omdat Abel met 100 varkens aan moet komen in plaats van 99, neemt hij Olle mee op de bijrijdersstoel.
Hét gat. Als je geen kinderen in de basisschoolleeftijd om je heen hebt, heb je geen idee waar dit over gaat. Vanaf een jaar of 6 gaan kinderen naar zwemles. Een heel belangrijk én superspannend onderdeel is het zwemmen door een gat: een groot zeil onder water waar een gat in zit. Ik weet nog dat mijn kinderen daar ook zenuwachtig over waren: lukt het om er doorheen te zwemmen?
Hoe is het om in deze tijd te leven? Je staat er niet vaak bij stil, maar het is een leuke en wezenlijke vraag. Wat kenmerkt onze tijd? Wat hebben we nu, wat er vroeger niet was? En hoe gaan we daarmee om? In Het vreemde verhaal van Violetta Viraal gaat Claudia Jong aan de haal met deze vraag. Ze voert een meisje ten tonele die helemaal ‘van nu’ is. Ze vraagt zich af hoe het is om in een andere tijd te leven. En ze krijgt de kans om dat te ontdekken…