Spreekbeurten. Onvermijdelijk op de basisschool. Je ziet er als een berg tegenop of je kan er niet genoeg van krijgen. Je kiest een onderwerp, zoekt plaatjes bij elkaar uit informatieboeken of van internet, maakt een aantal hoofdstukken en zet alles keurig op een rijtje. En dan beginnen de zenuwen. Voor de klas staan. Tekst uit je hoofd leren. Zweten. Stotteren. Niet uit je woorden komen. En dan… de laatste zin: zijn er nog vragen? Eindelijk, het is klaar.
Het is weer herfst! Dus tijd voor kastanjes, regenlaarzen, in de plassen stampen, spinnen, pompoenen en… paddenstoelen!
In de onderbouw van de basisschool is het vaak vanzelfsprekend: over de seizoenen wordt vaak een hoek ingericht. Daar staan boeken, foto’s, knutsels en materialen uit de natuur. Met kleuters kastanjes, beukennootjes, paddenstoelen en eikels zoeken is hartstikke leuk, en daarna worden de vondsten uitgestald op de aandachtstafel.
Maar ook voor de bovenbouw is er genoeg te beleven in de veranderende seizoenen. Je kunt dieper op de onderwerpen ingaan. Waarom vallen de blaadjes van de bomen? Wat gebeurt er met al het blad? Wat gebeurt er onder de grond? Waarom zijn er in de herfst specifiek zoveel paddenstoelen te zien?
Ik zag op het nieuws een item over een mevrouw die niet meer in de dierentuin in Antwerpen mocht komen omdat ze steeds voor het glas zat bij de chimpansees: ze kwam specifiek voor één aap. Ze waren verliefd, zei de vrouw. Ze bezocht het dier zo vaak dat er een ongezonde relatie tussen de twee ontstond. “Dat beest houdt van mij en ik van hem. Waarom nemen ze mij dat af?” Volgens de vrouw is de liefde wederzijds. “Hij komt me altijd opzoeken als hij me ziet. Hij zwaait met zijn armen en geeft kusjes aan het raam”, zo vertelt zij aan de televisie.
De dierentuin wil dat de vrouw het contact verbreekt, omdat de chimpansee daardoor uitsluiting riskeert van zijn soortgenoten. “Anders wordt hij een buitenbeentje in de groep. Dieren moeten zo veel mogelijk hun eigen gedrag kunnen bepalen. Je wilt dat de chimpansee een relatie opbouwt met zijn eigen groep. Als daar iets tussenkomt, ontstaan er conflicten en ruzies binnen de groep. Dat moeten we zien te vermijden”, zegt de dierentuin.
In Ik voel ik voel wat jij niet zietleren we meer over het gedrag van dieren. Gedrag waar we graag menselijke namen aan geven, zoals verliefdheid, enthousiasme of jaloezie. Antropomorfiseren heet dat met een moeilijk woord.
Wat is ‘mooi’ en wat is ‘lelijk’? Dagelijks gebruik je deze woorden te pas en te onpas, maar wat betekenen ze eigenlijk? Wanneer is iets ‘mooi’ of juist ‘lelijk’? Filosoof Stine Jensen slaagt er met haar nieuwe boek weer in om je hersenen aan het werk te zetten: aan dingen waar je nooit bij stil stond ga je opeens twijfelen.
Ga je mee met Arend van Dam op zoek naar het geheime leven van vulkanen? Met dit boek is het net alsof je mee mag op reis langs alle vulkanen in de wereld, met de allerleukste gids die je je maar kunt voorstellen: je leukste geschiedenisdocent, die enthousiaste oom en die fijne verteller, hij is het allemaal.
Boeken over opvoeding zijn er genoeg, in alle soorten en smaken. Maar boeken over seksuele opvoeding? Daar moet je met een lampje naar zoeken. Terwijl veel ouders vragen hebben over onderwerpen als ‘doktertje spelen’, menstruatie en de eerste zoen. Het is een beetje een ongemakkelijke onderwerp en daarom gaan we er vaak wat omheen.
Belle Barbé pleit in haar nieuwste boek, dat zij speciaal schreef voor ouders, opvoeders en anderen die met seksuele opvoeding te maken krijgen, juist voor minder ongemakkelijkheid en minder schimmige berichten naar kinderen.
De winnaar van de Woutertje Pieterse Prijs 2022! Eindelijk las ik het boek ook aandachtig door: ik had het eerder wel doorgebladerd, maar de tekst nog niet gelezen.
Dat maakt ook direct een verschil in leeservaring. Het formaat is indrukwekkend, de illustraties zijn verpletterend mooi. Er is zoveel te zien op de wonderlijke pagina’s van dit boek: onbekende dieren die toch ook veel bekends hebben (een kruising tussen een giraffe en een slak bijvoorbeeld), bizarre landschappen en Latijnse namen. Maar pas als je begint te lezen vanaf pagina 1 vallen de puzzelstukjes in elkaar. Terra Ultima is een onbekend continent op onze aarde. Niemand is er ooit geweest, behalve twee mannen: ontdekker Gilles Jansz (al in 1599) en Raoul Deleo. De schrijver en samensteller van dit boek, Noah J. Stern, ontving van Raoul Deleo kisten met daarin alle reisdocumentatie: tekeningen, kaarten, dagboekfragmenten. Stern kreeg de opdracht daar een boek mee te maken.
Was hij niet bang dat er opeens een enorm toerisme op gang zou komen? Dat mensen na het lezen van dit boek en masse naar Terra Ultima willen?
“Ik zou bijna vergeten dat de kans op hordes toeristen nu ook weer niet zó groot is. Niemand weet immers waar Terra Ultima ligt. Geen mens weer hoe je er komt. Op één geluksvogel na dan: Deleo. En die zwijgt als het graf.”
Je wordt als lezer meegezogen in het verhaal. Het is zó feitelijk beschreven, het móet wel waar zijn. En dan beginnen de expedities. Deleo is drie keer alleen naar Terra Ultima gegaan om veldwerk te doen. Een keer langs de kust, langs de rivier en door de bergen. Tijdens de expedities had hij wonderlijke ontmoetingen met de gekste dieren. Een gorilla die ook een zeeleeuw is, een koraalrif in de vorm van een panter en een insect met grote bladeren als vleugels die in grote getalen op Deleo gingen zitten tot zijn hele lichaam bedekt was.
Tijdens het lezen van het boek schoten mij twee dingen te binnen: allereerst wat een heerlijke fantasie moet je hebben om zo een wereld te scheppen. En het tweede was: hoe wonderbaarlijk is onze eigen wereld eigenlijk. Onze dierenwereld bestaat uit miljoenen dieren waarvan we het overgrote deel nog nooit gezien hebben. Iedereen roept ‘ooooh’ en ‘aaaah’ bij het zien van een olifant, een tijger of een flamingo. De bekende soorten verdienen het ook om nader te bekijken en er meer over te leren. Zelfs een eenvoudige boerenzwaluw, een damhert of een lieveheersbeestje hebben nog veel geheimen voor ons. Maar heb je wel eens een axolotl gezien? Of een pangolin? Een jerboa, rafelvis, bergduivel of spookdiertje? Allemaal de moeite waard om eens te googelen: je weet niet wat je ziet.
Wat mij betreft is dit boek een uitnodiging om met (nog) meer verwondering naar de (dieren)wereld om ons heen te kijken. En respect te hebben voor de dieren, die vaak weerloos zijn en met uitsterven worden bedreigd als mensen hun leefgebied verwoesten: bossen kappen, afvalwater in rivieren lozen, natuurgebieden met snelwegen doorkruisen.
Heel erg terecht dat dit boek dit jaar de prijs heeft gewonnen. Een boek waarvan jong en oud zullen smullen en waarin een belangrijke boodschap doorklinkt: heb waardering voor onze natuur, kijk met aandacht en zorg voor onze planeet. Als je ergens meer over weet, ga je er beter voor zorgen. Huisdieren worden doodgeknuffeld, maar groene kikkers niet. Ieder dier doet ertoe, ga eens wat vaker naar buiten en verwonder je, net als Deleo.
Informatieve kinderboeken – wat een rijkdom is dat! Natuurlijk bestaan er al tijden informatieboeken over verschillende onderwerpen (ken je die dunne Informatie Juniorboekjes nog?), waarin meestal gortdroog feitjes worden opgesomd. Maar de laatste jaren verschijnen er heel veel echt goede, literaire kinderboeken die goed geschreven zijn en waar je echt heel veel van kunt leren. Denk aan de dierenboeken van Bibi Dumon Tak of de boeken van Marc ter Horst over klimaat en virussen.
Arend van Dam is natuurlijk ook al jaren een kei in dit vak. Veel mensen kennen hem vast van de serie verhalenboeken: Lang geleden, In een land hier ver vandaan, Hoe fel de zon ook scheen, Voorbij de horizon…
“Onze euro’s hebben waarde omdat banken en overheden zeggen dat het waarde heeft en wij dat geloven en vertrouwen. Dat vertrouwen is belangrijk, want als we dat niet hebben is het gewoon een waardeloos muntje.”
Onlangs verscheen bij Fontaine Het te gekke geldboek – ‘dit boek gaat over heeeeeel veeeeeel geld’. Dit informatieve boek gaat in essentie eigenlijk helemaal over vertrouwen en afspraken maken met elkaar. Geld en alles wat daarmee te maken heeft is onderdeel van onze cultuur. Geld is van ons allemaal en tegelijkertijd van niemand.