Met een verse prik in mijn bovenarm (en een beetje last van bijwerkingen) las ik dit boek over virussen, vaccins en vleermuizen. Een prachtig vormgegeven boek, met informatie die gecheckt is door onder andere het OMT.
Marc ter Horst kan geweldig helder én met humor schrijven over serieuze onderwerpen, bewees hij al met Palmen op de Noordpool.
Over het coronavirus schrijft hij:
“Hopelijk zit hij zich in een donker hoekje diep te schamen tegen de tijd dat jij dit leest.”
Heel veel dingen over virussen wist ik uiteraard niet. Wat ik onder andere onthouden heb is dit stukje, want het stelde me een beetje gerust:
“Virussen met zulke succesvolle varianten noem je varianten. Vaak is zo’n variant slecht nieuws voor ons, maar dat hóéft niet. Er kunnen ook varianten ontstaan die mensen minder ziek maken. Want iemand die minder ziek is, ligt niet op bed en gaat niet zo gauw dood. Hij loopt langer door met zijn snotneus en kan zo veel anderen besmetten. Dat komt het virus goed uit. Zo kan een milder virus dus de gevaarlijke soorten verdringen.”
Logisch toch? Een waardevol boek, voor nieuwsgierige kinderen en grote mensen. Heel erg geschikt voor close reading-lessen!
Rekenen voor je leven – Edward van de Vendel & Ionica Smeets, met tekeningen van Floor de Goede
Een boek waar ik al een hele tijd naar uit keek: eindelijk is het er! Een uniek boek over rekenlessen die over het echte leven gaan. Over een schoolklas zoals zovelen, maar met een juf en een meester die het anders willen doen: zonder rekenboek (nou ja, voor de helft dan) en met elke week een rekenvraag van een kind in de klas.
Ondertussen leer je de klas kennen: Roos en Romée zijn verliefd op dezelfde jongen, Patrick wil van voetbal af en Sven wil wat minder onopvallend worden. De kinderen bedenken steeds een vraag die bij hun eigen leven en karakter past. Daardoor is het heel afwisselend en blijf je nieuwsgierig naar de volgende vraag.
De rekenvragen worden steeds door Floor de Goede in stripvorm uitgelegd en dat leest zo leuk! Zijn tekeningen zijn erg grappig en worden vergezeld van uitlegblokjes, bijvoorbeeld over het uitrekenen van het gemiddelde of het vereenvoudigen van breuken.
Leuk is ook dat het boek echt met het schooljaar meegroeit. Het begint bij de start van het schooljaar, bijna halverwege komt er een sinterklaasgedicht en aan het eind is het weer zomer. De hoofdstukken over de kinderen die hun vraag bedenken zijn heel geschikt om voor te lezen. Een strip voorlezen is lastiger, je zou dit op het digibord kunnen laten zien of de kinderen in groepjes het laten lezen.
Rekenen voor je leven wordt vast ook een klassieker. Ik vind het verplichte kost voor alle leraren in Nederland. Rekenen is, net alsof taal, overal en het is belangrijk dat kinderen herkennen waar ze het voor nodig hebben: als er korting is in een kledingwinkel, als je naar de sterren aan het turen bent of wilt weten welk cijfer je moet halen om nog een voldoende te staan…
Wat het rekenwiskunde-aspect betreft kan ik het niet goed beoordelen, maar ik denk dat dat wel snor zit met co-auteur en wiskundemeisje Ionica Smeets. Net als leesonderwijs mag ook het rekenonderwijs meer over het echte leven gaan: een aanbeveling voor alle (aankomende) leraren!
Mijn persoonlijke ervaring met rekenen en rekenonderwijs
Rekenen is niet mijn vak, ik ben veel beter met letters dan met cijfers. En ik vind het dan ook vooral heel leuk om te lézen over rekenen. De logica, de verklaringen en de theorie: daar smul ik van. Op de pabo deed ik ook de montessori-opleiding en daarin zit veel rekenen, want je moet veel met montessorimateriaal kunnen werken zoals het vermenigvuldigbord en de breukencirkels. Concreet maken van bewerkingen werkt voor veel mensen goed en zeker voor mij: als je het voor je ziet kun je het beter begrijpen.
Dit boek deed me denken aan een andere klassieker die ik heb verslonden toen ik op de pabo zat: De telduivel van Hans Magnus Enzensberger. Dit boek verscheen in 1997 en was dus vrij nieuw toen ik het kocht rond 2001. Het is een fantasieverhaal over een jongen die in zijn dromen steeds bezocht wordt door de Telduivel, die hem ingewikkelde wiskundige vraagstukken voorlegt die hij simpel uitlegt, zoals machtsverheffen en driehoeksgetallen. In dit boek staan ook mooie tekeningen, maar het is ook best pittige materie, en juist dat gegeven maakt het tot iets mysterieus voor mensen die een beetje bang zijn voor wiskunde (maar het ook intrigerend vinden), zoals ik.
Natuurlijk verschijnen er speciaal voor de Kinderboekenweek veel kinderboeken die bij het thema passen: worden wat je wil. Naast dat er al best veel boeken over dit onderwerp geschreven zijn (en die mogen ook weer in de schijnwerpers!), verschijnen er ook écht vernieuwende boeken, zoals Te gekke beroepen die echt bestaan, geschreven en geïllustreerd door Natalie Labarre, uitgegeven door Gottmer. Dit boek staat ook op de lijst met kerntitels voor groep 5/6. Alle titels staan hier overzichtelijk op een rijtje.
In dit boek vind je geen ‘doorsnee-beroepen’ zoals tandarts, leraar of kapper. Hier ga je meer leren over de beroepen van de toekomst én de beroepen waar je nog nooit van had gehoord, maar waarvan het fijn is dat ze bestaan.
Het boek staat bomvol met dit soort beroepen, zoals de treinduwer, de waterglijbaantester en de eilandbeheerder. Maar het leukste is dat er op elke pagina iets te doen en te vinden is. Het is een zoekboek, een kijkboek, een quizboek en een denkboek. Want terwijl je die maffe beroepen bij langs gaat, word je aan het denken gezet: wil je avontuur in je beroep, wil je schrijven en fantaseren, wil je met dieren werken of juist met computers, waar ben je zelf goed in en hoe kun je dat gebruiken?
Deze vragen komen niet expliciet aan bod maar kun je er dus wel zelf bij bedenken. Dat maakt het tot een interessant boek, ook voor in de klas. De leuke tekeningen, kleurrijke spreads en subtiele grapjes maken het tot een eindeloos leuk boek om mee bezig te gaan.
Wat een prachtig en fijn kijkboek voor jong en oud! De ‘beroepenbijbel’ van Owen Davey staat bomvol met beroepen, van chef tot ridder en van skiër tot kapper. In een strakke stijl met weinig details maar wel duidelijk herkenbare voorwerpen. Elk beroep heeft minstens vier attributen, voorzien van het woord. Dat maakt het uiterst geschikt om met dit boek te werken over woordenschat. Je kunt er een raadspelletje bij maken: welk beroep hoort bij deze attributen? Of: wat heeft iemand met dit beroep allemaal nodig? Kinderen kunnen er vast nog meer bij verzinnen en het ook nog tekenen en/of opschrijven.
Mogelijkheden te over met dit enorme boek dat vast op vele aandachtstafels zal staan te pronken tijdens de Kinderboekenweek, die dit jaar als thema heeft: worden wat je wil! Maar hopelijk niet alleen deze ene week, want nadenken over wat je wilt worden en hoe de grotemensenwereld in elkaar zit is enorm waardevol om veel aandacht aan te besteden. Ik denk aan uitstapjes naar verschillende ‘beroepen’: de brandweerkazerne, de kapsalon, een archeologische opgraving, een theater, een politiebureau, een bakkerij en ga zo maar door. Het zal lastig worden om in Nederland een gondelier of een sumoworstelaar tegen het lijf te lopen, maar hé het is een internationaal boek hè.
Archeoloog worden… toen ik 10 jaar was heb ik daar ook over gefantaseerd. En hoeveel andere kinderen ook niet? Het spreekt tot de verbeelding: lekker de hele dag in de grond graven en mooie dingen vinden. Ik stond vaak vooraan bij een bouwput bij ons in de wijk en in onze binnenstad: zouden ze wat vinden?
Van archeoloog en schrijver Linda Dielemans leren we dat het beroep van archeoloog niet alleen maar graven in de grond is. Je moet heel veel van geschiedenis weten, maar ook van moderne technieken, bijvoorbeeld van radioactiviteit en fotogrammetrie (een 3D-beeld maken van heel veel foto’s). Linda Dielemans schreef eerder Brons, een heel boek over alleen dit metaal, maar ze schreef ook fictieve boeken, zoals Schaduw van de leeuw – over de prehistorie, die verschenen bij Leopold (kinderboeken.nl).
In dit nieuwe boek van Linda Dielemans, Onder de golven, dat verschijnt bij Fontaine uitgevers, vertelt ze het verhaal van Doggerland: het land onder de golven van waar nu de Noordzee is. Je kunt het je niet voorstellen, maar vroeger woonden er mensen waar nu zee is. Dielemans en illustrator Djenné Fila nemen ons mee vanaf 1 miljoen jaar geleden tot nu, naar het gebied tussen Nederland en Engeland. Dat doen ze door ‘laag voor laag’ de aarde ‘af te pellen’ en daarbij de wisseling van klimaat en weersomstandigheden te beschrijven. Tsunami’s, ijstijden, overstromingen en aardbevingen: het heeft allemaal invloed op wat er later voor menselijke en plantaardige resten in de grond worden gevonden.
Per tijdvak schreef Dielemans ook een verhaal vanuit ‘de bewoners’. Over de jacht, kiespijn of het bereiden van voedsel. Ontzettend knap hoe Dielemans zich kan inleven in iemand die niet in onze moderne tijd leeft. Niet veel schrijvers is dat gegeven, zij kan zich scharen achter Thea Beckman en Rob Ruggenberg, die ook weergaloos goede fictieve historische boeken schreven.
Djenné Fila heeft een stijl die heel fijn aansluit bij het verhaal van Dielemans: bijvoorbeeld door de verschillende ondergronden waar gras, zand en andere natuurlijke materialen voor gebruikt lijken te zijn. Fila heeft echt goed gekeken naar schedels, pijlpunten en vuistbijlen en die in beeld gebracht. En de sfeervolle beelden bij de verhalen zijn fantastisch, zo mooi. Door de vele tekeningen leest het heel prettig.
Het is best een pittig boek, maar voor kinderen die geïnteresseerd zijn in archeologie en geschiedenis heerlijk om in te duiken. Ik heb steeds stukjes gelezen en heb het niet van voor tot achter gelezen. Dat kan prima. De tekst leent zich heel goed voor mooie lessen close reading! Vooral de fictieve verhalen tussendoor zijn leuk om voor te lezen, ze zijn lekker spannend. En daarmee kun je heel mooi een geschiedenisles beginnen.
In het laatste hoofdstuk krijgen we tips om zelf op onderzoek uit te gaan: bijvoorbeeld op de stranden van Cadzand en Katwijk. Als stranden opgespoten worden kan er zo weer mooi nieuw materiaal tevoorschijn komen. Mijn handen gaan ervan kriebelen: wat zou het tof zijn om iets te vinden…!
Kortom: weer een bijzonder boek van een veelzijdige schrijver/archeoloog. En Djenné Fila heeft zich weer bewezen als een geweldige illustrator/kunstenaar. Dat ik fan ben van haar werk is wel duidelijk, denk ik! Dank, Fontaine uitgevers voor het recensie-exemplaar!
Een zeer aantrekkelijke cover trekt mijn aandacht – een prachtig gemaakte linodruk, een korte krachtige titel: waar gaat dit boek over?
Noord is het product van een bijzonder project van Marieke ten Berge, die gefascineerd is door ‘het noorden’ en een tijd in Spitsbergen verbleef om inspiratie op te doen voor illustraties in haar stijl, de druktechniek. Ik vind linosneden maken ook leuk om te doen (dikke vette amateur 😂) en heb dus met extra belangstelling naar de details van de illustraties gekeken: ongelooflijk knap gemaakt. Het is met zoveel zorg en oog voor detail gedaan. Drukken is voor een groot deel toeval en dat maakt het ook zo tof: je weet nooit precies hoe het uit zal pakken als je je papier op de linosnede legt.
Maar goed, de dieren: Marieke maakte van 35 dieren beelden en Jesse Goossens schreef daar de tekst bij. Hoewel het idee dus van Marieke kwam, vind ik het belangrijk om op te merken dat ik ook de teksten zeer de moeite waard vind. Goossens schrijft met humor en met een bepaalde opbouw die bij elke tekst ongeveer hetzelfde is: eerst iets over de naam van het dier, dan iets over andere dieren waar deze een beetje op lijkt of juist helemaal niet, een stukje over hun gedrag – voedsel, voortplanting en aan het eind vaak iets over het dier in relatie tot de mens.
De vetgedrukte woorden helpen de jonge lezers om gemakkelijk de essentie uit de tekst te halen. Door de ‘voorspelbaarheid’ in de opbouw leest het prettig en kun je het goed volgen. En wat zijn dieren toch ingenieus en een wonder! Wist je dat een zeeotter gereedschap gebruikt? Hij heeft altijd een steen onder zijn oksel om schelpen mee stuk te staan. Ik heb zeeotters in het echt gezien in de VS en ze zijn te gek: op hun rug in het water liggen ze lekker te chillen.
Het kan je tijdens het lezen niet ontgaan: beide makers maken zich druk over de klimaatverandering. Leefgebieden van veel dieren zijn drastisch verkleind of veranderd en veel dieren worden in hun voortbestaan bedreigd. Aan het eind van het boek word je dan ook opgeroepen om hier oog voor te hebben en natuurorganisaties te steunen.
Ik leerde veel van dit bijzondere boek. Niet zozeer over de techniek van het linosnijden, want ik snap er nog steeds niets van hoe Marieke dat toch doet, die prachtige kleuren en details. Maar ik leerde veel over de 35 gekozen dieren. Gekke dingen, zoals over hun naam (een orka wordt wel killer whale genoemd, maar dat klopt niet – ze zijn echter wel whale killers!), of dat rendieren hun hoeven in- en uit- kunnen zetten, dat korsetten vroeger van echte baleinen van walvissen werden gemaakt, dat een ijsbeer geen witte, maar doorzichtige haren heeft en nog heel veel meer.
Als je met je hand over de voorkant voelt zit er reliëf in. Dat soort details maakt het zo de moeite waard om kinderboeken te lezen. Dit boek is met zoveel zorg en liefde gemaakt. Een cadeau voor ieder kind en hun ouders/leerkrachten/verzorgers/opa’s of oma’s: om samen te lezen en van te genieten.
“Mama is minister-president, hét kinderboek over de politiek dat stereotype rolpatronen doorbreekt: help impact maken voor een nieuwe generatie. Wij, Ody Neisingh en Marieke Visser, hebben een droom: een hele nieuwe generatie kinderen laten opgroeien met het idee dat je écht alles kunt worden wat je wilt. Wij geloven in een wereld waarin jongens en meisjes gelijke kansen hebben. Waarin je geslacht niet langer bepaalt welke rol je gaat vervullen. Maar: you can’t be what you can’t see. Daarom willen we álle kinderen in Nederland kennis laten maken met ‘Mama is minister-president.’ Samen kunnen we écht impact maken en stereotype ideeën over vrouwen en mannen doorbreken.”
Deze tekst staat op de website van Rose stories voor het werven van donaties om dit boek te kunnen lanceren. Ik was te laat voor een donatie, maar heb het boek direct besteld toen het uitkwam: ik was er benieuwd naar en het past perfect bij het leefgebied waar we momenteel met pabo 2 aan werken: Mens, maatschappij & burgerschap.
Het is een heerlijk boek om te lezen. De vormgeving is prachtig, de cover spreekt direct aan en de illustraties zijn grappig. Het verhaal gaat over Adam. Als ze in de klas praten over de beroepen van hun ouders en Adam vertelt dat een van zijn ouders misschien minister-president wordt, denkt de meester dat het over zijn vader gaat. Maar: Adams moeder wordt minister-president. In het eerste hoofdstuk is wat aandacht voor wat verkiezingen zijn, maar vanaf hoofdstuk 3 begint een spannend verhaal over een schoolklas op schoolreisje naar het Binnenhof en een hacker die heel het internet plat legt.
Er is ongetwijfeld bewust voor gekozen om niet teveel te willen uitleggen: er gebeurt veel en het is spannend hoe het verhaal zal aflopen. Tussen de regels door geven de schrijvers commentaar op stereotypes in onze samenleving en kansen voor jongens en meisjes om te worden wat je wilt. De actualiteit zit er ook in (persconferenties, crisisteams) en zelfs de namen zijn heel grappig: minister Kwiebes en Flappermuis komen er ook in voor!
Aan het eind van het boek zit een woordenlijst, samengesteld door ProDemos. De makers hebben duidelijk voor ogen gehad dat leerkrachten en ouders dit boek gebruiken om met kinderen in gesprek te gaan over belangrijke onderwerpen zoals talent, gelijke kansen, stereotypes, democratie en onze regering. Ik vind het wel erg veel voor één boek, maar tegelijkertijd is het fijn dat het spannende verhaal wat luchtigheid brengt. Wat mij betreft weer een geslaagd project van Rose stories, de organisatie die onder andere maatschappelijk betrokken kinderboeken uitbrengt en diversiteit in de breedste zin in onze cultuur stimuleert. Meer info op http://rosestories.nl
Hoe zou jij aan een buitenaards wezen uitleggen wat de aarde is? Wat erop leeft, hoe we met elkaar omgaan en wat we belangrijk vinden?
Sophie Blackall schreef en illustreerde dit prachtige boek nadat ze vele landen had bezocht en vele kinderen had gesproken. Ze wilde een ‘wereldboek’ maken voor alle kinderen, zodat zij zich erin zouden herkennen. Met een belangrijke les: de aarde is van ons allemaal.
Dit is het geworden. Wat een heerlijk boek. Prachtige tekeningen en een ijzersterke tekst (goed vertaald door Hans en Monique Hagen). Een echt kijk- en samenleesboek. Om steeds weer opnieuw te bekijken. Verschenen bij uitgeverij Querido.
De ondertitel van dit boek is: 95 inspirerende schrijfopdrachten voor kinderen. En inspirerend is het! Een aanrader voor alle pabo-studenten en leerkrachten! En bovendien helemaal in ‘mijn straatje’ als taaldocent bij de pabo. In jaar 1 en 2 zijn mijn taalcolleges erop gericht om studenten enthousiast te maken voor taallessen die betekenisvol zijn voor kinderen: plezier beleven aan lezen, schrijven en samen taal ontdekken.
In dit geweldige boek, dat lekker groot is en prachtig vorm gegeven (veel foto’s van het werk van kinderen!), staan negen onderwerpen met daaronder veel verschillende soorten opdrachten.
Bijvoorbeeld:
creatief dichten – naamgedicht schrijven
het nieuws als inspiratiebron – interview houden
brieven schrijven – liefdesbrieven schrijven
De opdrachten zijn kort en helder uitgelegd. Je hebt er niet veel voor nodig. Soms een krant, een paar voorwerpen of een prentenboek, maar meestal alleen gewoon de fantasie van de kinderen. Sommige activiteiten zijn al een taalles op zichzelf. Sommige lenen zich voor een klassenproject of een themaweek.
Als je dit boek doorbladert, krijg je zin om met taal aan de slag te gaan. Enthousiasme van de leerkracht is het allerbelangrijkste en daarnaast oprechte interesse in kinderen: hun ideeën willen horen, hun verhalen willen lezen.
Toen ik op de pabo (1999-2003) zat, had ik dit boek graag willen hebben. Ik was altijd op zoek naar leuke lesideeën, taalspelletjes en activerende werkvormen. Er was nog niet zoveel te vinden op internet, dus ik zocht altijd in de bibliotheek en in vaktijdschriften.
Tegenwoordig zijn er ideeën te over en zie je soms door de bomen het bos niet meer. Dan is het fijn als je een boek hebt waar je heel veel inspiratie uit kunt halen: voor een heel schooljaar lang. Li Lefébure hangt geen leeftijden aan de activiteiten: de meeste spelletjes en opdrachten zijn in elke groep uit te voeren, mits je de uitleg of het onderwerp iets aanpast.
Li Lefébure heeft een prachtige website waar veel ideeën uit het boek ook op te vinden zijn. Daarnaast staat er veel info over haar kinderboeken (de serie Raaf en Papegaai! Ken je die al?) Het boek is uitgegeven door Clavis en is een echte aanrader, dat is nu wel duidelijk denk ik. Ik ga hem zeker aanschaffen voor onze pabo-bibliotheek!
Ik ontving van Clavis een recensie-exemplaar. Het boek is hier te koop.
Zo’n mooi en tegelijk angstaanjagend boek! Wat een kennis, wat een details en wat een tekeningen! Van sommige dieren kreeg ik het even benauwd, zoals de Meganeuropsis: een langpootmug die wel 70 cm groot kon worden (zo groot als een sperwer). Hij lijkt nog het meest op een mega-libel.
Maar het meest angstaanjagende dier is de mens. Want die is er straks misschien verantwoordelijk voor dat de bij, die al 100 miljoen jaar op aarde leeft, uitsterft. Dat mogen we niet laten gebeuren.
Een geweldig boek voor mooie lessen over onze bijzondere planeet. Om ons weer eens te laten realiseren dat wij in 99,9996% van de geschiedenis van de aarde in geen velden of wegen te bekennen waren.