Over heilige koeien, ruimteapen en de roep van de kakapo
Joukje Akveld & Djenné Fila
Ik houd van dit soort groot formaat boeken. Je kunt er niet omheen, ze pakken zo lekker vast en je kunt ze neerzetten als kunstwerk in de kamer. En wat een kunstwerk is dit weer!
Met paginagrote illustraties van Djenné Fila, de illustrator die mij elke keer verrast (ik verzamelde tot nu toe al haar boeken). Maar natuurlijk ook met de immer enthousiaste schrijversstem van Joukje Akveld, die we kennen van Wij waren hier eerst (“een vlijmscherp boek over een ingewikkelde waarheid: zo leven wilde dieren echt.”)
Lachen om de dood, mag dat? Als je dit boek leest, kun je je lachen niet inhouden. Tiny Fisscher schrijft in een droogkomische stijl over de dood van vriend vogel. De illustraties zijn enorm grappig omdat iedere vogel in het verhaal weer een eigen karakter heeft. Herma Starreveld werkte met de collagetechniek en dat resulteert in kleurrijke vogels die bestaan uit krantensnippers en andere stukjes gekleurd papier. Ze hebben allemaal een andere gezichtsuitdrukking en houding.
Oh, Joke van Leeuwen! Mijn absolute lievelingsschrijver vanaf het moment dat ik Een huis met zeven kamers las, dat was ongeveer toen ik 9 jaar was, in 1988 (!).
En haar nieuwste boek, Ik ben hier, doet me zo denken aan het kleine lezertje dat ik vroeger was en dat genoot van de maffe verhalen en geniale tekeningen. Haar vertelstem is voor mij zo vertrouwd én tegelijkertijd zo verrassend, want haar kijk op de wereld blijft er een met ‘kinderogen’. Zo knap, dat iemand al haar hele leven lang zoveel prachtig werk maakt, zoveel kwaliteit, geen enkel boek stelde mij teleur. Ik hoop dat ze daar nog lang mee door mag gaan.
Een parel. Een ontroerend, klein verhaal dat eigenlijk heel groots is. Over vluchten en over je ergens thuis voelen. Het kleine witte konijntje Misjka brengt het hele gezin van Roya dichter bij elkaar: Misjka staat voor liefde, aandacht en geborgenheid. Het vluchtverhaal van de familie vanuit Afghanistan komt uitgebreid aan de orde: sinds Misjka er is, vertellen haar ouders meer over hoe het gegaan is. Een vreselijk verhaal, te afschuwelijk om te bevatten. Zoveel kinderen maken dit nog steeds mee, elke dag. Het moet stoppen, maar hoe?
Edward van de Vendel en Anoush Elman schreven eerder samen De gelukvinder, een boek in de Slash-serie waarin een kinderboekenschrijver samen het levensverhaal van iemand opschrijft. In De gelukvinder gaat het over Hamayun, de broer van Roya. Anoush Elman heeft altijd contact gehouden met Edward van de Vendel en het verhaal over Misjka moest ook verteld worden. Daarom is dit boek er nu.
Door Boekwijzer ken ik The Fan Brothers: ze maken schitterende prentenboeken waarvan Oceaan en hemel op mij het meeste indruk maakte. Zo’n ontroerend eerbetoon aan de dood en rouwverwerking.
Wat een goed en interessant boek! Over een wereld waar je als ‘horende’ vaak geen weet van hebt: de wereld van de doven. Hoe is het om doof te zijn? Waar loop je tegenaan als tiener en wat zijn de verschillen in hoe de samenleving met doven omgaat tussen 70 jaar geleden en nu? Daar gaat het om in dit boek van het duo Cazemier & Letterie, die eerder ook al het concept van twee personages die beiden in een andere tijd opgroeien loslieten op twee jeugdboeken (Familiegeheim en Made by Indira).
Mary Lennox is een buitengewoon onaangenaam personage, verwend tot op het bot en totaal ongeïnteresseerd in de wereld om haar heen. Niet verwonderlijk als je ouders niet naar je omkijken en het de gewoonte is als rijk meisje om haar personeel bevelen te geven. We volgen Mary van haar oude woonplaats in India naar haar nieuwe voogd in Yorkshire; omdat haar ouders geen tijd meer hebben om voor haar te zorgen gaat ze wonen op een prachtig landgoed in een enorm huis. Maar ervan genieten kan ze er niet. Ze is een schriel, bleek kind zonder vlees op de botten en niets lijkt indruk op haar te maken.
Yoko wordt getroffen door de bliksem en als ze dit door een wonder overleeft, heeft ze een bijzondere steen in haar hand. De steen blijkt geneeskrachtige eigenschappen te hebben. Haar ouders duiken er bovenop: hier valt geld mee te verdienen! Als de mensen er lucht van krijgen dat ze met hun kwalen naar Yoko en haar steen kunnen, ontstaan er enorme rijen voor hun eenvoudige huisje. Voor Yoko is het zwaar: de hele dag mensen genezen put haar uit. Hoe lang kan dit nog doorgaan?
Het intrigerende verhaal dat Hans Hagen in Bliksemkind vertelt, is gebaseerd op een ware gebeurtenis in Jakarta: hierover kun je lezen op hanshagen.nl. Dit maakt het natuurlijk nog interessanter voor jonge lezers: dit soort dingen gebeurt dus echt! Mensen geloven de gekste dingen om maar te ‘genezen’. Het bekendste is natuurlijk de bedevaartplaats Lourdes. Waarom geloven mensen hierin? Wat betekent het voor een persoon of een plek om opeens heilig verklaard te worden?
Het verhaal van Yoko wordt op een bijzondere manier verteld. Niet alleen met prachtige paginavullende illustraties van Martijn van der Linden, maar ook door ieder hoofdstuk vanuit een ander perspectief te laten vertellen over wat er met Yoko gebeurt. En dat zijn niet alleen maar mensen! Ook de steen zelf, de bliksem, de vulkaan, een schaar en de rij voor Yoko’s huis komen aan het woord. Fantastisch vind ik dat! En inspirerend ook, ik zie helemaal voor me hoe je dit boek kunt inzetten om met kinderen in de klas een verhaal vanuit heel veel verschillende perspectieven te vertellen!
De manier van schrijven is ook bijzonder: poëtisch, met korte zinnen (die me doen denken aan de boeken van Lida Dijkstra) en veel witruimte. Dat leest erg prettig en geeft letterlijk ruimte: heel fijn voor kinderen die opzien tegen volle bladzijden tekst. Ik denk dat lezers vanaf 10 jaar het al goed zelfstandig kunnen lezen.
Wat een mooi en leerzaam boek. Hoe we als mensen zo graag in wonderen willen geloven en daar alles voor over hebben. Prachtig boek!
De winnaar van de Woutertje Pieterse Prijs 2022! Eindelijk las ik het boek ook aandachtig door: ik had het eerder wel doorgebladerd, maar de tekst nog niet gelezen.
Dat maakt ook direct een verschil in leeservaring. Het formaat is indrukwekkend, de illustraties zijn verpletterend mooi. Er is zoveel te zien op de wonderlijke pagina’s van dit boek: onbekende dieren die toch ook veel bekends hebben (een kruising tussen een giraffe en een slak bijvoorbeeld), bizarre landschappen en Latijnse namen. Maar pas als je begint te lezen vanaf pagina 1 vallen de puzzelstukjes in elkaar. Terra Ultima is een onbekend continent op onze aarde. Niemand is er ooit geweest, behalve twee mannen: ontdekker Gilles Jansz (al in 1599) en Raoul Deleo. De schrijver en samensteller van dit boek, Noah J. Stern, ontving van Raoul Deleo kisten met daarin alle reisdocumentatie: tekeningen, kaarten, dagboekfragmenten. Stern kreeg de opdracht daar een boek mee te maken.
Was hij niet bang dat er opeens een enorm toerisme op gang zou komen? Dat mensen na het lezen van dit boek en masse naar Terra Ultima willen?
“Ik zou bijna vergeten dat de kans op hordes toeristen nu ook weer niet zó groot is. Niemand weet immers waar Terra Ultima ligt. Geen mens weer hoe je er komt. Op één geluksvogel na dan: Deleo. En die zwijgt als het graf.”
Je wordt als lezer meegezogen in het verhaal. Het is zó feitelijk beschreven, het móet wel waar zijn. En dan beginnen de expedities. Deleo is drie keer alleen naar Terra Ultima gegaan om veldwerk te doen. Een keer langs de kust, langs de rivier en door de bergen. Tijdens de expedities had hij wonderlijke ontmoetingen met de gekste dieren. Een gorilla die ook een zeeleeuw is, een koraalrif in de vorm van een panter en een insect met grote bladeren als vleugels die in grote getalen op Deleo gingen zitten tot zijn hele lichaam bedekt was.
Tijdens het lezen van het boek schoten mij twee dingen te binnen: allereerst wat een heerlijke fantasie moet je hebben om zo een wereld te scheppen. En het tweede was: hoe wonderbaarlijk is onze eigen wereld eigenlijk. Onze dierenwereld bestaat uit miljoenen dieren waarvan we het overgrote deel nog nooit gezien hebben. Iedereen roept ‘ooooh’ en ‘aaaah’ bij het zien van een olifant, een tijger of een flamingo. De bekende soorten verdienen het ook om nader te bekijken en er meer over te leren. Zelfs een eenvoudige boerenzwaluw, een damhert of een lieveheersbeestje hebben nog veel geheimen voor ons. Maar heb je wel eens een axolotl gezien? Of een pangolin? Een jerboa, rafelvis, bergduivel of spookdiertje? Allemaal de moeite waard om eens te googelen: je weet niet wat je ziet.
Wat mij betreft is dit boek een uitnodiging om met (nog) meer verwondering naar de (dieren)wereld om ons heen te kijken. En respect te hebben voor de dieren, die vaak weerloos zijn en met uitsterven worden bedreigd als mensen hun leefgebied verwoesten: bossen kappen, afvalwater in rivieren lozen, natuurgebieden met snelwegen doorkruisen.
Heel erg terecht dat dit boek dit jaar de prijs heeft gewonnen. Een boek waarvan jong en oud zullen smullen en waarin een belangrijke boodschap doorklinkt: heb waardering voor onze natuur, kijk met aandacht en zorg voor onze planeet. Als je ergens meer over weet, ga je er beter voor zorgen. Huisdieren worden doodgeknuffeld, maar groene kikkers niet. Ieder dier doet ertoe, ga eens wat vaker naar buiten en verwonder je, net als Deleo.
Ik vind het zo tof om nieuwe jeugdboekenschrijvers te ontdekken! In Nederland, maar ook daarbuiten. We zijn vaak afhankelijk van uitgevers die mooie buitenlandse boeken naar Nederland halen. Bijvoorbeeld de boeken van Jaco Jacobs uit Zuid-Afrika en Jacqueline Woodson uit Amerika.
Internationale boekenprijzen helpen vaak ook om boeken in het Nederlands te laten vertalen. Dat gebeurde bijvoorbeeld met King en de drakenvlinders van Kacen Callender: dit boek won in Amerika ‘de Gouden Griffel’.
En dan hebben we natuurlijk de Astrid Lindgren Memorial Award: de officieuze Nobelprijs voor jeugdliteratuur. Vaak wordt deze uitgereikt aan een voor Nederland onbekendere auteur, maar hij is ook al eens gegaan naar Bart Moeyaert (2019) en Guus Kuijer (2012).
De uit Frankrijk afkomstige Jean-Claude Mourlevat won deze belangrijke oeuvreprijs in 2021. Ik had, net als veel anderen denk ik, nooit iets van hem gelezen. Tot afgelopen weekend! Uitgeverij Lannoo liet Jefferson vertalen en een prachtige cover maken door Martijn van der Linden. En het verhaal blies me achterover!