Voorleesboeken, Zelf lezen

Meneer Droste van het Kinderboekenmuseum – Sjoerd Kuyper

Dit is verplichte kost voor elke kinderboekenliefhebber, groot en klein! Volwassenen zullen heel veel kinderboekenschrijvers en -helden herkennen, maar kinderen zullen gewoon smullen van het spannende verhaal van Opa Droste, de bewaker van het Kinderboekenmuseum die vertelt over zijn interessante leven.

Tiuri, de kleinzoon van meneer Droste, wil dat er een boek geschreven wordt over zijn opa. Meneer Droste wil dat eerst niet, want hij wil ZELF een boek schrijven, dan zal hij namelijk een plekje bemachtigen in het Kinderboekenmuseum voordat hij stopt met er te werken.

Hij doet verschillende pogingen om een verhaal te schrijven, maar dat mislukt jammerlijk. Tiuri merkt slim op dat je beter een personage IN een kinderboek kunt worden, dan wordt je pas nooit vergeten! (Ronja, Pluk en Pinokkio vergeten we toch ook nooit…?)

En dat wordt ‘ie! Meneer Droste wordt een personage in zijn eigen boek. En dat boek wordt geschreven door zijn favoriete levende schrijver: Sjoerd Kuyper natuurlijk! En zijn lievelingsillustrator mag de tekeningen maken, dat is Sylvia Weve.

In het verhaal dat Kuyper schrijft komen ‘de handen van Ite’ letterlijk tot leven. Die handen komen voor in een legende over kinderboekenschrijvers die op zoek gingen naar inspiratie in het museum en dat dachten te vinden in twee afgehakte handen die het schrijfwerk voor ze overneemt. Gruwelijk, maar zo mooi!

Ik heb erg genoten van de vele fijne citaten in dit boek, zoals deze:

“Meneer Droste begreep niet dat veel kinderen rond hun dertiende ophielden met lezen. Ze houden ermee op, dacht hij, net als ze boeken het hardst nodig hebben.”

“Als grote mensen een boek lezen over een kleine kapitein, lezen ze een boek over een kleine kapitein. Als kinderen hetzelfde boek lezen ZIJN ze de kleine kapitein. (…) Kinderen graaien alle woorden met hun handen van hun bord en proppen ze naar binnen. En daarna likken ze het bord af.”

Het lijkt me leuk om voor te lezen en samen met kinderen te ontdekken hoe het verhaal in elkaar zit. De tekeningen zijn wat donker, maar wel sfeervol. Er staat best veel tekst op de bladzijden. Om het zelf te lezen moet je een beetje een geoefende lezer zijn. Ik denk dat het extra leuk is als je weleens in het museum geweest bent (dat ben ik ook nog nooit!), maar helaas: daar moeten we nu vanwege Corona even geduld mee hebben.

Het is even puzzelen, een verhaal in een verhaal in een verhaal (het Droste effect!), maar het is zó leuk! En echte ode aan de mensen van het Kinderboekenmuseum, dat 25 jaar bestaat en met zoveel liefde onderhouden is.

Prentenboeken

Julius Muis – Joe Todd-Stanton

Wat een fijn en sfeervol prentenboek! Heerlijk om keer op keer voor te lezen aan kinderen vanaf 3 jaar.

Het verhaal gaat over Julius de muis, die graag alleen is. Hij ontwijkt andere dieren en mensen, hij heeft gewoon niemand nodig. Hij heeft het enorm naar zijn zin in zijn holletje, dat er heel gezellig uit ziet met raampjes naar boven en versieringen aan de muur.

Tot op een dag de vos zijn nieuwsgierige neus door het raam van Julius steekt. ‘Ik kwam even kijken of je oké bent,’ loog de vos. Hij wilde de muis eigenlijk opeten, maar kwam vast te zitten in het raam van Julius. Julius besluit hem te helpen en in ruil daarvoor worden Julius en vos vrienden. Vos redt hem zelfs van een aanval door uil. Alleen zijn is fijn, maar soms heb je echt wel een vriend nodig!

Begrippen die naar voren komen in het boek zijn: alleen zijn, ontwijken, verstoppen, ontsnappen, vriendschap, samen zijn. Je kunt naar aanleiding van het verhaal mooie gesprekken voeren over alleen zijn en samen zijn: wat vind jij het fijnst? Wanneer voel je je alleen, wanneer heb je iemand nodig?

De warme platen zijn prachtig en er is veel op te zien. Aan het begin zijn er aanwijzingen dat vos in de buurt is: zien de kinderen het?

Een mooi nieuw prentenboek van Leopold: hier verkrijgbaar: https://www.kinderboeken.nl/boek/julius-muis-2/ of bij je lokale boekhandel!

Zelf lezen

Noorderlicht – Anna van Praag

Een koortsig gevoel, hoofdpijn, prikkende wondjes op mijn gezicht: tijdens het lezen van Noorderlicht voel ik me Ive: de hoofdpersoon van het nieuwe boek van Anna van Praag, waarin droom, nachtmerrie en werkelijkheid elkaar afwisselen.

Als Ive (14) en haar vader met de auto op weg zijn naar een Waddeneiland, krijgen ze een ongeluk. Papa is ongedeerd, maar Ive heeft een hersenschudding en haar haren en gezicht zitten vol met glassplinters. Maar Ive is ook een puber en een hersenschudding komt slecht uit tijdens een vakantie waarin ze haar ouders lekker voor zich alleen heeft. Dus bijt ze zich stoer door de pijn heen en onderneemt ze van alles, samen met haar nieuwe vriendin Evi, die ze vlak na het ongeluk ontmoet.

Mama komt een dag later. Maar er is iets vreemds aan de hand. Ze doet afstandelijk tegen Ive’s vader. Ze wil op het eiland op de manege gaan werken. Ive is ongerust. Ze doet alles om haar ouders bij elkaar te houden. Tegelijk werkt ze aan een filmpje voor school over een held: daar heeft ze haar vader voor gekozen, omdat hij als bioloog helpt de wereld te redden.

Of het Ive lukt om haar ouders te herenigen, lees je in Noorderlicht. Een bijzondere jeugdroman met een enorme spanningsopbouw en personages die je écht leert kennen, maar die ook mysterieus blijven tot het eind. Het boek is prachtig vormgegeven, het oog op de voorkant met het noorderlicht erin: beiden komen terug in het verhaal. Het mooist vind ik hoe het sprookje van de sneeuwkoningin (H.C. Andersen) op ingenieuze wijze in het verhaal verweven is.

Anna van Praag geeft les op de Schrijversacademie (ik heb kort les van haar gehad) en ze laat met dit boek zien dat ze zelf ook echt geweldig kan schrijven: erg inspirerend. Een aanrader, dit boek!

Voorleesboeken, Zelf lezen

Help! Een klas zonder meester – Ilona de Lange

Een razend spannend én actueel verhaal over het lerarentekort: Ilona de Lange schreef na Miljonairskind deel 1 en 2 weer een heerlijk leesboek over een belangrijk thema.

Haar schrijfstijl is vlot, herkenbaar, grappig en helemaal van deze tijd: haar stijl doet me denken aan Jacques Vriens.

Pieter, de geweldige meester van groep 8 van De Vuurvogel (toepasselijke naam), gaat weg en er is geen nieuwe leerkracht. Wel een vreselijke invaljuf (die wel als een echte horror-juf wordt neergezet 😂), maar die wordt na 1 dag al vakkundig de deur gewezen door een paar assertieve kids in groep 8: Sam, Jeremy en Shadee.

Deze drie zijn wel heel brutaal: ze filmen in de klas, saboteren het digibord en verwisselen een brooddoos. Allemaal om maar geen vreselijke nieuwe invaller te krijgen. Ze willen een fijne, goede meester of juf!

Ze beginnen een YouTube kanaal en plaatsen filmpjes over hun acties. Omdat ze dingen doen die niet mogen (zoals posters met een vacaturetekst wildplakken), komt de politie er zelfs aan te pas.

Maar ze laten zich niet stoppen, het is té belangrijk! Dan komt Jeremy met zijn oom Brock op de proppen. Brock ziet er nogal wild uit met tatoeages, een lange baard én hij zit in een rolstoel. Groep 8 wil dat Brock hun nieuwe meester wordt, want het maakt toch niet uit hoe iemand eruit ziet?

Of de klas een nieuwe meester krijgt, dat moet je zelf maar lezen. Dit is het ideale voorleesboek in groep 6, 7 of 8. En passant kun je met je klas over het lerarentekort praten, maar ook over pleeggezinnen (waar Sam in zit) en de eisen waaraan een goede juf of meester moet voldoen. Tof boek!

Zelf lezen

Hoe je ALLES kunt veranderen – Naomi Klein & Rebecca Stefoff

In 1999, ik was toen 20 jaar, verscheen NO LOGO van Naomi Klein. Hoewel ik het boek nooit echt heb gelezen, was ik me wel degelijk bewust van de impact van het boek. Wij als jongeren praatten erover: de macht van multinationals en antiglobalisme. Haar naam ben ik nooit vergeten: blijkbaar heeft het indruk gemaakt, iemand die durft op te staan tegen de grote bedrijven en er tegenin wil gaan. Helaas zijn sindsdien de rijken alleen maar rijker geworden en zijn er alleen maar meer ‘grote merken’ bijgekomen die extreem veel macht hebben.

Onlangs verscheen bij Lemniscaat Hoe je ALLES kunt veranderen, de onmisbare gids voor de jonge klimaatactivist. Een hoopgevende titel, maar tegelijkertijd alarmerend: er MOET dus blijkbaar iets veranderen. Jongeren zijn de sleutel tot de oplossing van het probleem. Zij kunnen de toekomst naar hun hand zetten, als ze in actie komen. Wat we kunnen doen, dat lees je in dit boek.

Rebecca Stefoff hielp Naomi Klein om haar boodschap op een begrijpelijke manier (voor jongeren vanaf 15 jaar ongeveer) over te brengen. Het boek bestaat uit drie delen: waar we staan, hoe we hier zijn beland en wat er nu gaat gebeuren. Van de eerste hoofdstukken werd ik verdrietig. Het is het verhaal dat ook door David Attenborough (de documentaire A Life On Our Planet) verteld werd, door Al Gore (An inconvenient truth) en vele anderen. Het gaat niet goed met onze (wilde) natuur. Mensen zijn “de natuur gaan beschouwen als een voorwerp of een machine, iets wat ze konden en moesten beheersen.” Dit wordt extractivisme genoemd. We zien bijna dagelijks de beelden van smeltende ijskappen, dood koraal en het op grote schaal kappen van bomen. Maar waarom is dit nu zo slecht? Dat wordt zeer helder uitgelegd. Het is best ingewikkeld, maar ook prettig om nu te weten hoe het echt zit.

Over de hele wereld zijn jongeren opgestaan voor het klimaat. De bekendste in Europa is Greta Thunberg. Een klein meisje dat zich vastbeet in de materie en letterlijk doodziek werd van de machthebbers die weigeren om jongeren een toekomst te geven. Naomi Klein sprak met al deze jongeren en putte er hoop uit. Als jongeren maar de kennis hebben en zich verenigen, dan kan er echt veel veranderen. Bijvoorbeeld in ons gedrag: onze manier van reizen, wat we kopen, wat we eten en ons energieverbruik. Er zijn steeds meer alternatieven.

Een eye-opener vond ik het hoofdstuk over orkaan Katrina. Tijdens natuurrampen worden de minder bevoorrechten het eerst en het zwaarst getroffen. Hun woongebied werd weggevaagd omdat de overheid weigerde te investeren in goede dijken. Hun sociale en economische achterstand werd alleen maar groter. In de klimaatdiscussie gaat het dus ook weer over de kloof tussen rijk en arm. Dat wat de rijke mensen veroorzaken, treft de arme mensen het meest.

Laat dat laatste op je inwerken en realiseer je dat wij in het rijke westen bevoorrecht zijn én echt iets kunnen doen! In het hoofdstuk ‘toekomst veranderen’ komen verschillende oplossingen voorbij: van enorme (onrealistische?) projecten van Elon Musk (een nieuw leven beginnen op Mars), zonnepanelen en andere duurzame energie en vooral: lokaal mensen de handen ineen laten slaan en hen zelf de macht geven. Daar heb je een overheid met visie voor nodig, geen kortzichtige machthebbers die mensen in kwetsbare gebieden als minder waardevol beschouwen.

“Er worden stereotypen ontwikkeld die de hardwerkende mensen in die gebieden afschilderen als hoe dan ook minderwaardig. Vervolgens worden die stereotypen het excuus om die gemeenschappen niet tegen schade te beschermen.”

Meer hoef ik denk ik niet te zeggen. Ook in Nederland worstelen we met serieuze vraagstukken: in Groningen de aardbevingen, in laaggelegen gebieden het risico op overstromingen, in grote steden het lage waterpeil en kans op verzakking van huizen met alle sociale en economische gevolgen van dien.

Kortom: een bijzonder boek. Geef het aan je kinderen (vanaf 15 jaar), lees het zelf, leer ervan en zet kleine stapjes. Ik vond het de moeite waard om het te lezen. Sommige hoofdstukken waren wel erg gedetailleerd en heb ik globaal gelezen, andere stukken las ik steeds opnieuw omdat het er zo goed staat uitgelegd. Een waardevol boek.

Wil je nu al iets doen? Doe mee aan de klimaatmars op 14 maart. Meer info op https://klimaatmars2021.nl/organisaties/klimaat-online/ Jij kunt met je stem op 17 maart het verschil maken. Verdiep je in de politieke partijen en wat zij voor jouw toekomst en die van ‘jouw kinderen’ doen.

Prentenboeken, Voorleesboeken

Bonkie is niet blij – Gitte Spee

Een verdrietige Bonkie kijkt je aan vanaf de voorkant van het boek. Wat is er met Bonkie aan de hand? Waarom is hij niet blij? Een mooie eerste vraag aan kleuters voordat je begint met het voorlezen van dit fijne prentenboek dat kinderen leert hoe je problemen inzichtelijk kunt maken en op kunt lossen.

Bonkie is verdrietig geworden nadat hij een wandelingetje door het bos heeft gemaakt (hebben we dat niet allemaal weleens?) Vos luistert naar hem (wat fijn!). Bonkie heeft gezien dat zijn vrienden ruzie met elkaar maken. Hij begrijpt het niet. Waarom doen ze dat? Samen met Vos gaat hij uitzoeken wat er precies aan de hand is.

Dat blijkt nog best ingewikkeld! Hier worden jonge kinderen uitgedaagd om mee te denken met Bonkie en Vos. Het blijkt een opeenstapeling van gebeurtenissen: Beer en Das maken ruzie: Eekhoorn schrikt daarvan en er breekt een tak af van een grote boom als hij wegvlucht, de tak komt op het muizenhol terecht, Eekhoorn valt bovenop Evert het zwijntje… Nu Bonkie en Vos weten hoe het zit, kunnen ze een oplossing bedenken.

Je kunt een mooie les kritisch luisteren met dit boek geven en de kinderen zelf oplossingen voor problemen laten bedenken, bijvoorbeeld bij een ruzie op het schoolplein. De gebeurtenissen kun je schematisch uitwerken met plaatjes en pijlen. Opkomen voor jezelf, zelf nadenken en goed luisteren naar een ander zijn begrippen die aan de orde kunnen komen.

De mooie tekeningen en heldere tekst maken dit boek tot een feest om te lezen en te bekijken. Bonkie is een schattig personage waar kleuters zich vast mee kunnen identificeren. Gelukkig is hij aan het eind van het boek niet meer verdrietig en kan hij weer koekjes bakken! (En: het recept staat ook nog achterin het boek). De moraal van het verhaal: koekjes helpen! Altijd!

Prentenboeken

Kom mee, Kees – Loes Riphagen

Loes Riphagen kennen we nu natuurlijk allemaal van het prentenboek van het jaar – Coco kan het! – maar ze heeft al een vrij groot oeuvre opgebouwd met allemaal prentenboeken die een uniek karakter hebben. Zoals Zzz, De kusjeskrokodil en Huisbeestenboel. De boeken kenmerken zich door de maffe beestjes die Riphagen tekent (vaak met neuzen als olifantenslurfjes) en de vele details op elke bladzijde, zodat er veel te zien en te ontdekken (en te lachen) is.

Ook Kom mee, Kees is weer een prachtig prentenboek. Dat begint al met de kaft, die is lekker zacht en fijn om te aaien. Zo kan een boek zomaar een lievelingsboek van een kleuter worden.

Kom mee, Kees gaat over twee kikkers: een vader en een zoon, die op een dag een spannende brief krijgen: er is een concert van hun favoriete band, De Kwakers. Al op de eerste bladzijden schiet ik in de lach, want papa is Coco kan het! aan het lezen en er hangen grappige tegeltjes aan de muur (“Hier maj plat proaten”). De ladder is gemaakt van lucifersstokjes en in de kast staat een doos met ‘troep’. De bladzijden zijn vrij donker, omdat we in het hol van de kikkers zijn en er ligt ook een laagje water op de grond.

Vader en zoon gaan op weg naar het concert en onderweg wordt Kees afgeleid door al het moois dat in de natuur te vinden is. Daardoor komen ze bijna te laat. En dan wordt papa bijna opgegeten door een snoek! Kees, de held, redt gelukkig zijn vader, maar ze missen wel het concert. Maar, zegt papa, “dat geeft niks, Kees. De weg hiernaartoe was mooi en spannend genoeg.” Kees valt in slaap op de rug van zijn vader.

Ik vind het altijd fijn als een prentenboek eindigt met slapen. De lievelingsprentenboeken van mijn kinderen eindigden ook altijd met ‘welterusten’.

Dit boek wordt vast en zeker het lievelingsboek van vele kleuters. Het leest heerlijk voor, er is veel te kijken en het verhaal geeft stof tot gesprek: de weg ergens naartoe (bijvoorbeeld de boottocht naar een eiland!) kan soms bijna mooier zijn dan de vakantie.

Informatief

Noord – Marieke ten Berge & Jesse Goossens

Een zeer aantrekkelijke cover trekt mijn aandacht – een prachtig gemaakte linodruk, een korte krachtige titel: waar gaat dit boek over?

Noord is het product van een bijzonder project van Marieke ten Berge, die gefascineerd is door ‘het noorden’ en een tijd in Spitsbergen verbleef om inspiratie op te doen voor illustraties in haar stijl, de druktechniek. Ik vind linosneden maken ook leuk om te doen (dikke vette amateur 😂) en heb dus met extra belangstelling naar de details van de illustraties gekeken: ongelooflijk knap gemaakt. Het is met zoveel zorg en oog voor detail gedaan. Drukken is voor een groot deel toeval en dat maakt het ook zo tof: je weet nooit precies hoe het uit zal pakken als je je papier op de linosnede legt.

Maar goed, de dieren: Marieke maakte van 35 dieren beelden en Jesse Goossens schreef daar de tekst bij. Hoewel het idee dus van Marieke kwam, vind ik het belangrijk om op te merken dat ik ook de teksten zeer de moeite waard vind. Goossens schrijft met humor en met een bepaalde opbouw die bij elke tekst ongeveer hetzelfde is: eerst iets over de naam van het dier, dan iets over andere dieren waar deze een beetje op lijkt of juist helemaal niet, een stukje over hun gedrag – voedsel, voortplanting en aan het eind vaak iets over het dier in relatie tot de mens.

De vetgedrukte woorden helpen de jonge lezers om gemakkelijk de essentie uit de tekst te halen. Door de ‘voorspelbaarheid’ in de opbouw leest het prettig en kun je het goed volgen. En wat zijn dieren toch ingenieus en een wonder! Wist je dat een zeeotter gereedschap gebruikt? Hij heeft altijd een steen onder zijn oksel om schelpen mee stuk te staan. Ik heb zeeotters in het echt gezien in de VS en ze zijn te gek: op hun rug in het water liggen ze lekker te chillen.

Het kan je tijdens het lezen niet ontgaan: beide makers maken zich druk over de klimaatverandering. Leefgebieden van veel dieren zijn drastisch verkleind of veranderd en veel dieren worden in hun voortbestaan bedreigd. Aan het eind van het boek word je dan ook opgeroepen om hier oog voor te hebben en natuurorganisaties te steunen.

Ik leerde veel van dit bijzondere boek. Niet zozeer over de techniek van het linosnijden, want ik snap er nog steeds niets van hoe Marieke dat toch doet, die prachtige kleuren en details. Maar ik leerde veel over de 35 gekozen dieren. Gekke dingen, zoals over hun naam (een orka wordt wel killer whale genoemd, maar dat klopt niet – ze zijn echter wel whale killers!), of dat rendieren hun hoeven in- en uit- kunnen zetten, dat korsetten vroeger van echte baleinen van walvissen werden gemaakt, dat een ijsbeer geen witte, maar doorzichtige haren heeft en nog heel veel meer.

Als je met je hand over de voorkant voelt zit er reliëf in. Dat soort details maakt het zo de moeite waard om kinderboeken te lezen. Dit boek is met zoveel zorg en liefde gemaakt. Een cadeau voor ieder kind en hun ouders/leerkrachten/verzorgers/opa’s of oma’s: om samen te lezen en van te genieten.

Young adult, Zelf lezen

Koning Valentijn – Tim Gladdines

Wow, wat een boek. Dit is wat mooie woorden kunnen doen: regelrecht je hart in vliegen. Gladdines schrijft geen woord teveel, tussen de regels door zorgt hij voor een een brok in de keel en hij schrijft ook nog eens met veel humor, waardoor tranen van ontroering en een lach elkaar afwisselen.

De band tussen deze twee broers: het gaat door merg en been. Benjamin is extreem onzeker en doet in alles zijn grote voorbeeld na: zijn broer Valentijn. Benjamin cijfert zichzelf weg en zijn omgeving lijkt dat ook te doen. Maar wat is er toch met Valentijn? Is hij echt zo geweldig als zijn broertje doet vermoeden?

De musical Jesus Christ Superstar waarin beide broers een rol krijgen, speelt een grote rol in het boek. Het is een metafoor voor dit verhaal: jezelf durven zijn, verraad en geheimen. Schitterend gedaan.

Dat ik nog nooit iets van deze schrijver heb gelezen. Hij doet me denken aan de stijl van Simon van der Geest, Enne Koens en Annet Huizing: een paar van mijn favorieten. Lezen, dit boek!

Zelf lezen

De zweetvoetenman – Annet Huizing & Margot Westermann

Annet Huizing is een van mijn favoriete schrijvers. Dat komt door twee boeken die diepe indruk op mij hebben gemaakt: Het Pungelhuis en Hoe ik per ongeluk een boek schreef. Twee boeken die enorm van elkaar verschillen, maar beide weergaloos goed zijn geschreven. Het boek dat ze schreef samen met Margot Westerman – De zweetvoetenman – verscheen al in 2017, maar is ook weer compleet anders.

Een boek dat je als leerkracht en kinderboekenliefhebber eigenlijk gewoon gezien en gelezen moet hebben. Een must voor studenten die rechten studeren. Dit boek is niet alleen geschikt voor kinderen, maar eigenlijk voor iedereen die meer wil weten over recht en onrecht, de rechtsstaat en verschillende rechtszaken.

Het is geen makkelijk boek. Het is dik en zwaar en leest niet lekker in bed of op de bank. Je moet ervoor aan tafel gaan zitten. En je hoeft ook niet aan het begin te beginnen. Blader gewoon tot je iets interessants tegenkomt en begin te lezen. Als je meer wil weten over hoe een rechtszaak nou precies verloopt en wat het verschil is tussen civiel recht en strafrecht, ga je naar de uitklappagina’s waar beeld en tekst elkaar perfect aanvullen.

Het is ook zeker geen kinderachtig boek. Er staan zaken in over moord en doodslag en zelfs ook over kindermisbruik (Robert M.). Die laatste vind ik eigenlijk wel erg pittig voor een kinderboek. Ik snap wel dat het een goede zaak is om uit te leggen dat iedere verdachte verdediging verdient, maar poeh: wel erg zwaar. Tegelijkertijd: goed dat geen onderwerp geschuwd wordt. De maatschappij is ook niet alleen maar fijn en veilig. Kinderen in de bovenbouw kijken ook het jeugdjournaal en stellen hier misschien vragen over. Fijn dat je dan in klare taal uitgelegd krijgt waar het nou om ging in het proces. ‘Iedereen verdient een eerlijk proces’ is een uitspraak die in deze zaak zeker interessant is om met kinderen te bespreken.

Er staan ook tal van enorm grappige en zelfs hilarische zaken in! Zo mooi om te merken dat recht in zoveel dingen zit en dat we er elke dag mee te maken hebben: als je fiets gestolen is, op social media zit of als je last hebt van de zweetvoeten van iemand die naast je zit.

Het is een uitdagend en bruikbaar boek voor mooie lessen in groep 8 en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Maar ga er eerst zelf doorheen voordat je het in de klas legt of aan je kinderen geeft.

Dit boek is uniek in zijn soort en zeer de moeite waard. Ik ben benieuwd of jij het gelezen hebt en wat jij ervan vindt!