Wat een spannend en mysterieus boek weer van Lucy Strange. Ook haar vorige twee boeken (Het geheim van het Nachtegaalbos en Ons kasteel aan zee) heb ik verslonden. Strange heeft een schrijfstijl die intrigeert: je bevindt je na 2 bladzijden al direct in een andere tijd (in dit geval meer dan 120 jaar geleden) op een andere plaats (Engeland) en je voelt je daar heerlijk comfortabel, alsof je er zelf bij bent. Hoewel, comfortabel: het is een griezelige setting: een diep en donker meer, oude landhuizen zonder elektriciteit en stromend water en ijzige kou.
Aan het onderwerp Nederland in de Tweede Wereldoorlog wordt gelukkig genoeg aandacht besteed in het basisonderwijs. Onze kinderen krijgen nog steeds via de schoolboeken en via verhalen mee hoe het moet zijn geweest in de oorlog. Over Nederlands-Indië ten tijde van de Tweede Wereldoorlog is veel minder bekend, en al helemaal niet door de ogen van kinderen.
Ik las in één ruk het nieuwste boek van Erna Sassen uit: een rauw, hard en tegelijk ook ontroerend verhaal. In haar eerdere boeken slaagde ze er ook al in om ‘echte’ jongeren te portretteren en ook in dit verhaal komt een jongere tot leven. Het verhaal kwam enorm bij me binnen.
Joshua is een jongen van 15 jaar die afstroomt van de havo naar het vmbo. Hij heeft nog geen vrienden gemaakt in zijn nieuwe klas en heeft bovendien afscheid moeten nemen van zijn beste vriendin (Zivan) die naar Irak – haar geboorteland – is gegaan.
Met de introductie van Zivan wordt een ernstig thema aangesneden: uithuwelijking op jonge leeftijd en gebrek aan autonomie van meisjes. Hoewel Zivan nergens zelf aan het woord komt, gaat eigenlijk het hele boek over haar: hoe bijzonder de vriendschap tussen een jongen en een meisje kan zijn, heimwee en onzekerheid en de verontwaardiging over beslissingen die door je familie worden genomen. Zivan moet met haar neef trouwen. De vriendschap met Joshua is dan voorgoed voorbij.
Joshua zit keihard in de puberteit: alle emoties worden uitvergroot: hij kan zo van extreem boos naar extreem verdrietig schieten. Hij is erg op zichzelf, maar is ook zoekend naar contact. Én hij kan bizar goed tekenen – vooral portretten van Zivan – dat is zijn uitlaatklep.
In het boek speelt beeldende kunst een prominente rol. De keuze voor Martijn van der Linden als illustrator vind ik geweldig gekozen – Van der Linden is erg veelzijdig in zijn stijl: de tekeningen (veelal schetsen) spelen een grote rol in het verhaal, soms vertellen de tekeningen nog meer dan wat er al in de tekst staat. Door Joshua’s tekentalent komt hij ook in contact met twee jongens (Sergio en Dylan) uit zijn klas: eerst lijken het zijn vijanden, maar gaandeweg ontwikkelen ze een bijzondere vriendschap. Ze zijn enorm onder de indruk van wat Joshua maakt, ze willen zelfs een van zijn tekeningen op hun lichaam laten tatoeëren.
Er zijn een aantal scènes in het boek die ik bijzonder vond: situaties waarin Joshua worstelt met zijn verdriet en machteloosheid over het missen van zijn beste vriendin, maar ook de ontwikkeling van de vriendschap tussen de drie jongens vond ik mooi beschreven. De taal van Sassen is rauw en waarschijnlijk voor jongeren herkenbaar. Ik vind wel dat ze veel harde woorden gebruikt. Ik denk dat jongeren het misschien fijn vinden om hun ‘eigen taal’ te herkennen, maar misschien stoot het ook af. Maar ja, geen enkel boek is voor iedereen, smaken verschillen.
Dat gezegd hebbende denk ik dat dit boek jongeren (en volwassenen) aan het denken zet. Sassen pakt in haar boeken zware thema’s op. In Er is geen vorm waarin ik pas een relatie tussen een jongere en een docent, in Dit is geen dagboek de zelfmoord van een moeder en wat dat met een jongere doet.
Er is tot slot gelukkig ook veel te lachen in dit verhaal. Klungelige docenten op het vmbo die er niet in slagen orde te houden. Een klassenuitje naar het Rijksmuseum waarbij de drie jongens vooral bezig zijn met zoveel mogelijk naakt en seks te bekijken. Je ziet het zo voor je. Een rijk boek.
April is de maand van de filosofie. Sinds 2019 verschijnt er dan ook een kinderboek passend bij het thema van dat jaar. Het thema van dit jaar is ‘de natuur was hier’ en de keuze voor Bibi Dumon Tak is dan een logische: zij schrijft zulke prachtige boeken over dieren en natuur.
Ik ken Wouter Klootwijk van zijn schitterende televisieserie De wilde keuken, die uitgezonden werd tussen 2010 en 2019. Maar Klootwijk is natuurlijk ook al jaren een geliefde kinderboekenschrijver: hij heeft tientallen titels op zijn naam staan. En grappig genoeg zie ik parallellen tussen zijn televisieprogramma en zijn nieuwste kinderboek De wind wijst de weg.
Iris woont in Brighton, een winderig stadje onder Londen, bekend van de pier en het brede strand. Het huis waar ze met haar ouders en haar drukke tweelingbroer en -zus woont staat heel erg op de wind en haar kamer is vochtig en zit vol met schimmel. Daarom gaat Iris tijdelijk bij haar oma, Mimi, wonen, die gelukkig dichtbij woont.
Mimi is een geweldige oma, zo’n oma die je wenst: ze doet gekke dingen, is lief en knuffelig. Maar er is één ding dat ingewikkeld is: het huis van Mimi staat vol met dozen en troep én haar oma is wel erg vaak in de war. Iris kan het niks schelen, ze geniet van de gesprekken met haar oma, samen koken, het zwemmen in de zee (ook in de herfst en winter). Iris is erg op zichzelf, heeft geen vrienden maar vindt dat ook niet zo erg. Totdat ze haar buurjongen Mason ontmoet. Hij wil graag vrienden worden, maar Iris ziet dat niet zo zitten. Desondanks trekken ze veel met elkaar op.
Dan ontrafelt zich het verhaal. Mason en Iris ontdekken steeds meer over de geschiedenis van oma. Mimi vertelde dat ze een nichtje had, Coral, die is verdronken op 2-jarige leeftijd bij een ramp op zee. Mimi doet steeds meer rare dingen: ze lijkt niet alleen in de war, maar vergeet af en toe ook wie Iris is. Iris vertelt het niet aan haar ouders, want ze wil bij oma blijven wonen. In plaats daarvan schrijft ze alles op wat haar oma moet onthouden, bijvoorbeeld:
⁃ In de keuken gebruik je geen paraplu
⁃ Ga niet op sloffen naar de zee
⁃ Je kleindochter heet Iris: als ze haar schooluniform aan heeft moet ze die dag naar school
⁃ Katten houden niet van cornflakes
⁃ In een cake moeten eieren, anders wordt het droog
De lijstjes die Iris maakt, geven houvast in het verhaal. Het is tragisch, maar tegelijk ook grappig dat oma zoveel vergeet. Als haar ouders het op een gegeven moment ook ontdekken, laten ze haar onderzoeken. En dan wordt Iris’ angst bewaarheid: oma is dement. Gelukkig komen we op het eind van het boek nog iets belangrijks te weten over Coral.
Ik vind het een mooi en ‘klein’ boek over een belangrijk maatschappelijk thema: dementie. Veel kinderen krijgen ermee te maken. Het kan erg verwarrend zijn. Waarom weet mijn opa of oma mijn naam niet meer, of denken ze dat ik mijn moeder ben? De Engelse titel – Talking to the Moon – vind ik ook erg goed bij het boek passen. Oma praat namelijk met de maan “omdat die er altijd is”.
Het is niet een heel gemakkelijk boek. Ondanks dat het wel soepel leest is het geschikt voor 10+. Er zitten toch veel elementen in waarvoor je iets van ‘de wereld’ moet weten. Als je met jongere kinderen in gesprek wil gaan over dementie, raad ik Josephina een naam als een piano aan. Dit boek is al geschikt vanaf groep 2.
Ik kreeg het boek van Lemniscaat als recensie-exemplaar. Meer weten of een inkijkfragment lezen? Kijk op https://www.lemniscaat.nl/boeken/het-verloren-meisje/ Hier staan ook prachtige lessuggesties om met het boek aan de slag te gaan in de klas.
Stel je voor dat we Corona in een kooitje zouden kunnen doen, vredig verder konden leven zonder beperkingen en als we er zin in hadden ernaar zouden kunnen gaan kijken als historisch overblijfsel? Zou dat een mooier alternatief zijn dan het vernietigen van het coronavirus, waar nu de hele wereld op gericht is?
Mirjam Mous speelt met dit idee in haar nieuwe kinderboek Pas op voor de fluistervaar. Het zet je aan het denken en maakt je zelfs vrolijk: zo kun je het ook bekijken! Mous noemt nergens het woord Corona, maar door de vele verwijzingen (minister Rutjes en Jonkers, persconferenties, anderhalve meter afstand en gesloten basisscholen) is het zeker dat ze zich hierdoor heeft laten inspireren.
“‘Benader de vogel niet!’ Opa’s stem schalt over de rotonde. ‘Bewaar ten minste anderhalve meter afstand en bedek uw oren. De fluistervaar is gevaarlijker dan u denkt!’”
Hoofdpersoon Daan (Daniëlle) en opa Willem komen onverwacht oog in oog te staan met De fluistervaar. Zonder dat ze het in de gaten hebben, worden ze betrokken bij een groot probleem: de fluistervaar is namelijk niet alleen een prachtige grote groene vogel met paarse stippen, maar ook een geniepige fluisteraar die mensen maffe dingen in hun oren fluistert waardoor ze denken dat ze de koningin, een zeeleeuw of een duif zijn.
Dat levert grappige taferelen op straat op, maar is natuurlijk niet handig! Ziekenhuizen liggen vol met mensen die helemaal in de war zijn: de moeder van Daan, die verpleegkundige is, draait overuren! Scholen moeten sluiten en mensen zijn bang. Ze moeten binnen blijven en als ze naar buiten willen, moeten ze gehoorbeschermers dragen om te voorkomen dat hen iets in wordt gefluisterd.
Het leest als een heerlijk spannend verhaal met een dapper meisje en een grappige opa (die veel woorden verdraait, zoals ‘fijndochter’ in plaats van kleindochter en ‘pyjamaar’ in plaats van pyjama) die de helden zijn in de fluistervaar-crisis. Daan besluit aan het eind van het boek dat ze echt uitvinder wil worden, ze heeft de wereld gered!
Door dit leuke boek kijk ook ik nu anders naar deze maffe periode van sociale onthouding, lege winkelstraten, restaurants en cafés en kinderen en volwassenen die thuis moeten leren en werken. Het is zo ongrijpbaar dat we er in ons hoofd van kunnen maken wat we willen. Wat is Corona eigenlijk? Wat doen we ermee, willen we er wel vanaf en wat gebeurt er als het ‘weg’ is?
Op https://www.de-leukste-kinderboeken.nl/content/lesbrief-pas-op-voor-de-fluistervaar vind je mooi lesmateriaal om te gebruiken in groep 4, 5 en 6. Twaalf lessen waarin onder andere drama, taalbeschouwing en leesbevordering centraal staan. Perfect voor een hele themaweek over dit boek! Wat prachtig dat dit er is. Voor alle leerkrachten en pabo-studenten: het is de moeite waard om op zoek te gaan naar lesmateriaal bij boeken: veel uitgeverijen zetten dit gratis online!
“‘Er is niets mis met anders zijn, vooral niet als artiest. Creatieve mensen hóren anders te zijn dan anderen. Wist je dat Elvis stotterde?’
‘Nee!’
‘Ja, en Ed Sheeran ook.’
‘D-dat wist ik niet,’ zeg ik.
‘Laat het stotteren je niet tegenhouden, Billie, nooit.’”
In De jongen die iedereen laat lachen leren we Billie kennen, een brugklasser die last heeft van stotteren. In bovenstaand citaat praat hij met zijn geweldige docent Osho, die voor Billie het verschil maakt op zijn nieuwe school, waar hij nog niemand kent en het liefst helemaal niet praat, zodat ze niet ontdekken dat hij enorm stottert.
Stotteren is een vervelend probleem en zorgt voor veel psychische schade bij kinderen. Het is immers altijd ‘zichtbaar’, je kunt er niet omheen. Niet spreken in de klas kun je even volhouden, maar vroeg of laat moet je toch een keer antwoord geven als de docent je een vraag stelt.
De grootste nachtmerrie van Billie komt uit: hij heeft vanaf de eerste dag in de brugklas een pestkop die het op hem gemunt heeft. Billie voelt zich enorm onzeker, hij is bezig met overleven en probeert op allerlei manieren van zijn stotteren af te komen.
De sleutel ligt, en dat is het mooie van dit boek, bij zijn zelfvertrouwen. Je voelt gedurende het verhaal dat Billie steeds meer zelfvertrouwen krijgt. Met vallen en opstaan, dat wel, maar zijn gevoel voor humor en ritme zorgen ervoor dat hij een drive heeft om zijn angst om het podium te staan overwint.
Het is een ontroerend, grappig en goudeerlijk verhaal. Vanaf de eerste bladzijde leef je mee met Billie: hij vertelt zo oprecht over zijn strijd tegen het stotteren dat je hem echt wilt helpen. Maar uiteindelijk helpt Billie zichzelf: door te ontdekken wat hij echt leuk vindt, door nieuwe vrienden te maken en zijn droom waar te maken.
Kortom: een inspirerend boek. Voor alle kinderen die weleens onzeker zijn. Je bent niet alleen. Er zijn veel meer Billies op deze wereld. Geschikt vanaf 10 jaar. Uitgegeven door Billy Bones. Koop het boek bij je lokale boekhandel!
Dit is verplichte kost voor elke kinderboekenliefhebber, groot en klein! Volwassenen zullen heel veel kinderboekenschrijvers en -helden herkennen, maar kinderen zullen gewoon smullen van het spannende verhaal van Opa Droste, de bewaker van het Kinderboekenmuseum die vertelt over zijn interessante leven.
Tiuri, de kleinzoon van meneer Droste, wil dat er een boek geschreven wordt over zijn opa. Meneer Droste wil dat eerst niet, want hij wil ZELF een boek schrijven, dan zal hij namelijk een plekje bemachtigen in het Kinderboekenmuseum voordat hij stopt met er te werken.
Hij doet verschillende pogingen om een verhaal te schrijven, maar dat mislukt jammerlijk. Tiuri merkt slim op dat je beter een personage IN een kinderboek kunt worden, dan wordt je pas nooit vergeten! (Ronja, Pluk en Pinokkio vergeten we toch ook nooit…?)
En dat wordt ‘ie! Meneer Droste wordt een personage in zijn eigen boek. En dat boek wordt geschreven door zijn favoriete levende schrijver: Sjoerd Kuyper natuurlijk! En zijn lievelingsillustrator mag de tekeningen maken, dat is Sylvia Weve.
In het verhaal dat Kuyper schrijft komen ‘de handen van Ite’ letterlijk tot leven. Die handen komen voor in een legende over kinderboekenschrijvers die op zoek gingen naar inspiratie in het museum en dat dachten te vinden in twee afgehakte handen die het schrijfwerk voor ze overneemt. Gruwelijk, maar zo mooi!
Ik heb erg genoten van de vele fijne citaten in dit boek, zoals deze:
“Meneer Droste begreep niet dat veel kinderen rond hun dertiende ophielden met lezen. Ze houden ermee op, dacht hij, net als ze boeken het hardst nodig hebben.”
“Als grote mensen een boek lezen over een kleine kapitein, lezen ze een boek over een kleine kapitein. Als kinderen hetzelfde boek lezen ZIJN ze de kleine kapitein. (…) Kinderen graaien alle woorden met hun handen van hun bord en proppen ze naar binnen. En daarna likken ze het bord af.”
Het lijkt me leuk om voor te lezen en samen met kinderen te ontdekken hoe het verhaal in elkaar zit. De tekeningen zijn wat donker, maar wel sfeervol. Er staat best veel tekst op de bladzijden. Om het zelf te lezen moet je een beetje een geoefende lezer zijn. Ik denk dat het extra leuk is als je weleens in het museum geweest bent (dat ben ik ook nog nooit!), maar helaas: daar moeten we nu vanwege Corona even geduld mee hebben.
Het is even puzzelen, een verhaal in een verhaal in een verhaal (het Droste effect!), maar het is zó leuk! En echte ode aan de mensen van het Kinderboekenmuseum, dat 25 jaar bestaat en met zoveel liefde onderhouden is.
Een koortsig gevoel, hoofdpijn, prikkende wondjes op mijn gezicht: tijdens het lezen van Noorderlicht voel ik me Ive: de hoofdpersoon van het nieuwe boek van Anna van Praag, waarin droom, nachtmerrie en werkelijkheid elkaar afwisselen.
Als Ive (14) en haar vader met de auto op weg zijn naar een Waddeneiland, krijgen ze een ongeluk. Papa is ongedeerd, maar Ive heeft een hersenschudding en haar haren en gezicht zitten vol met glassplinters. Maar Ive is ook een puber en een hersenschudding komt slecht uit tijdens een vakantie waarin ze haar ouders lekker voor zich alleen heeft. Dus bijt ze zich stoer door de pijn heen en onderneemt ze van alles, samen met haar nieuwe vriendin Evi, die ze vlak na het ongeluk ontmoet.
Mama komt een dag later. Maar er is iets vreemds aan de hand. Ze doet afstandelijk tegen Ive’s vader. Ze wil op het eiland op de manege gaan werken. Ive is ongerust. Ze doet alles om haar ouders bij elkaar te houden. Tegelijk werkt ze aan een filmpje voor school over een held: daar heeft ze haar vader voor gekozen, omdat hij als bioloog helpt de wereld te redden.
Of het Ive lukt om haar ouders te herenigen, lees je in Noorderlicht. Een bijzondere jeugdroman met een enorme spanningsopbouw en personages die je écht leert kennen, maar die ook mysterieus blijven tot het eind. Het boek is prachtig vormgegeven, het oog op de voorkant met het noorderlicht erin: beiden komen terug in het verhaal. Het mooist vind ik hoe het sprookje van de sneeuwkoningin (H.C. Andersen) op ingenieuze wijze in het verhaal verweven is.
Anna van Praag geeft les op de Schrijversacademie (ik heb kort les van haar gehad) en ze laat met dit boek zien dat ze zelf ook echt geweldig kan schrijven: erg inspirerend. Een aanrader, dit boek!