Young adult, Zelf lezen

Quotum – Marloes Morshuis

Wát een boek! Dagenlang was ik in een moeras: met muggen, slangen, schimmel, vies eten en verlaten huizen. Axel en Tommy, twee broers van 16 en 13, zijn op de vlucht voor de politie. Hun ouders zijn opgepakt in de nacht dat de nieuwe president aantrad: – Foxen – de president die met nog hardere hand het nieuwe regime wil uitvoeren – het regime van het quotum.

Het verhaal speelt zich af in de toekomst. En daarin is de aarde te vol geworden. Er zijn maatregelen nodig.

‘Kijk, als je mensen laat slinken, dan is er wel genoeg ruimte,’ had de schoolmeester van Axel uitgelegd.

‘De mensen die slinkers worden, mogen bijvoorbeeld geen gas en stroom gebruiken, niet naar school, niet autorijden, niet met de trein. Ze moeten hun geld inleveren en mogen geen spullen meer kopen. Zo halveert hun voetafdruk…’ ‘Ze gebruiken dan nog maar zo weinig van de aarde dat we ze maar als halve inwoner hoeven te tellen.’

De Wereldraad bedacht deze slimme, maar gruwelijke ‘oplossing’ voor onze overvolle planeet.

Tot hun stomme verbazing werden Axel, Tommy en zijn ouders slinkers. Van de ene op de andere dag mochten ze bijna niks meer. Ze mochten afval opruimen op straat en werden met de nek aangekeken. Mensen die slinkers hielpen, werden gestraft. En op de nacht van de verkiezing was er een razzia waarbij veel slinkers naar een Slinkkamp werden gestuurd. Axel en Tommy weten in die nacht te ontkomen aan de politie. Hun ouders worden wel meegenomen. Maar hun moeder roept nog wat cryptische zinnen voordat ze het huis verlaat. Deze cryptische woorden blijken de sleutel tot een waanzinnige avontuur waarbij Axel en Tommy de twijfelachtige titel ‘helden’ krijgen.

De wereld is gedoemd te vergaan: er is geen andere oplossing dan de bevolking te reduceren. Of is er toch een andere weg? In een klein bijzinnetje schetst Morshuis nog een ander scenario: ‘Misschien paste het als iedereen een heel klein beetje slinker werd?’ Hiermee zet Marloes Morshuis aan het eind van het boek de toon: ondanks dat het een zwaar, duister boek is, is er ook hoop: als we allemaal een heel klein beetje beter voor onze planeet gaan zorgen (en dan kun je zelf invullen hoe je dat wilt doen) – je voetafdruk verkleinen – dan hoeft het quotum geen waarheid te worden.

Ongelooflijk hoe Morshuis een wereld neerzet die zomaar werkelijkheid zou kunnen worden. Een vreselijk toekomstbeeld. Maar de jongeren zijn altijd onze hoop, er is altijd een andere weg en er zijn altijd nog meer goede dan slechte mensen.

Lees dit boek, het is prachtig. Het leest als een thriller, een avontuur, een detective en een sprookje tegelijk. Als je eenmaal bent begonnen kun je niet meer stoppen. Je wilt de puzzels oplossen, de losse eindjes aan elkaar knopen en achterhalen wie iemand nou echt is, want niets is wat het lijkt. Laat het over je heen komen en denk er – net als ik – nog lang over na. Want het is wel óns probleem: er is maar één aarde. Gelukkig is er nog wel een deel 2 op komst van Project Z: ik kan niet wachten! (En die vormgeving! Wat heeft Lemniscaat dit boek prachtig uitgegeven met vallende poppetjes op snee – met zoveel zorg en aandacht gedaan, geweldig).

Bedankt Lemniscaat voor het recensie-exemplaar!

Zelf lezen

In de ruimte is het stil – Nicole Panteleakos

Deze recensie verscheen in de Boekenkrant van juli 2020. Online hier te lezen.

In het debuut van Nicole Panteleakos – In de ruimte is het stil – leren we Nova kennen, een autistisch meisje van 12 jaar. Haar oudere zus Bridget loopt op een dag zomaar weg van het pleeggezin waar ze wonen. Ze heeft Nova beloofd dat ze terugkomt op de dag dat de Challenger op zal stijgen: 28 januari 1986. Omdat Nova niet kan spreken en af en toe raar beweegt, wordt ze afgeschilderd als achterlijk. Het ware verhaal van de verdwijning van haar grote zus wordt haar niet verteld. Tot ze er zelf achterkomt.

Nova en Bridget worden door jeugdzorg uit huis geplaatst als hun moeder doordraait. Nova is dan 5 jaar. Ze komen in veel verschillende pleeggezinnen terecht en hebben het niet gemakkelijk. Nova en Bridget hebben veel aan elkaar. Ze delen hun liefde voor ruimtereizen, de muziek van David Bowie (het nummer Space Oddity) en het boek De kleine prins.

Nova krijgt nieuwe, liefdevolle pleegouders. Ze gaat ook naar een nieuwe school, waar ze vrienden maakt en steeds beter leert te communiceren. Voor het eerst wordt Nova serieus genomen: haar pleegouders geloven dat Nova slim en gevoelig is, ze ontdekken dat ze kan lezen en alles kan begrijpen wat er tegen haar gezegd wordt. Ze kan alleen niet praten. Dat machteloze gevoel spreekt van alle bladzijden: Nova wil zo graag dingen vragen en zeggen, maar ze kan het niet. Dus vertrouwt ze haar gedachten toe aan ‘brieven’ aan haar zus die ze niet echt schrijft maar die ze bedenkt in haar hoofd.

Op de dag van de lancering is ze op school. Samen met haar klasgenoten en de leraren is ze getuige van de noodlottige lancering van de Challenger. De spaceshuttle viel 73 seconden na lancering uit elkaar, waarbij alle zeven bemanningsleden omkwamen. Terwijl Nova hiernaar kijkt, weet ze opeens waar haar zus naartoe gegaan is. Ze rent weg en het laatste puzzelstukje valt op zijn plaats.

Het feit dat het boek in de jaren ’80 speelt en de verwijzingen naar andere boeken, personen, historische gebeurtenissen en muziek die de jeugd van nu waarschijnlijk niet kent, maakt het boek best lastig voor de doelgroep. Ik denk dat het boek geschikt is voor kinderen vanaf ongeveer 12 jaar. Vooral kinderen die iemand kennen met autisme – bijvoorbeeld een klasgenoot, broer of een zus hebben met een verstandelijke beperking – zullen kunnen meeleven met Nova.

In de ruimte is het stil is een spannend en ontroerend jeugdboek. Het zit ingenieus in elkaar, je merkt dat de auteur het verhaal met zorg wilde vertellen. Je moet er – als je het uit hebt – even van bijkomen. De tranen stonden in mijn ogen tijdens het lezen van het einde. Nova is zo’n levensecht meisje: je wilt dat het goed komt.

English translation:

Which I cannot ask

In the debut of Nicole Panteleakos – It is silent in space – we get to know Nova, an autistic girl of 12 years old. One day her older sister Bridget just walks away from the foster home where they live. She has promised Nova that she will return on the day that the Challenger will take off: January 28, 1986. Since Nova cannot speak and occasionally moves weirdly, she is portrayed as retarded. She is not told the true story of her big sister’s disappearance. Until she finds out herself.

By Maaike de Vries

Nova and Bridget are placed out of the house by youth care when their mother goes crazy. Nova is then 5 years old. They end up in many different foster homes and do not have an easy time. Nova and Bridget have a lot going for each other. They share their love for space travel, the music of David Bowie (the song Space Oddity) and the book The Little Prince.

Nova gets new, loving foster parents. She also goes to a new school, where she makes friends and learns to communicate better. For the first time, Nova is taken seriously: her foster parents believe Nova is smart and sensitive, they discover that she can read and understand everything that is said to her. She just can’t speak. That powerless feeling speaks from all pages: Nova is so eager to ask and say things, but she cannot. So she entrusts her thoughts to “letters” to her sister that she doesn’t actually write but that she comes up with in her head.

She is in school on the day of the launch. Together with her classmates and teachers, she witnesses the fateful launch of the Challenger. The space shuttle disintegrated 73 seconds after launch, killing all seven crew members. While Nova is looking at this, she suddenly knows where her sister has gone. She runs away and the last puzzle piece falls into place.

The fact that the book plays in the 1980s and the references to other books, persons, historical events and music that the youth of today probably does not know, makes the book quite difficult for the target group. I think the book is suitable for children from about 12 years old. Children who know someone with autism – for example a classmate, brother or sister with a mental disability – will be able to sympathize with Nova.

Silent in Space is an exciting and moving youth book. It is ingeniously constructed, you notice that the author wanted to tell the story with care. You need to recover from it when you have finished. Tears came to my eyes as I read the end. Nova is such a lifelike girl: you want it to be all right.

Zelf lezen

De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine – Ransom Riggs (vertaald door Tine Poesen)

Wow. Nieuwe lievelingsserie hier! Wat ik 15 jaar geleden met Harry Potter had, heb ik nu weer! Ik wil dóór! Wat een geweldig 1e boek uit een serie. Wat een spanning, wat een wereld, wat een verhaal! Ik kon er regelmatig niet gemakkelijk van in slaap komen. De prachtige zwart-wit foto’s in het boek hielpen ook niet echt: je ziet het letterlijk voor je. Dat monster met die mond vol tongen: 😱 Of wat te denken van mannen met witte ogen zonder pupillen, potten met ingewanden op sterk water en geheimzinnige clowns met witte gezichten. De wereld van mevrouw Peregrine is een intrigerende wereld: en Jacob (16 jaar) is de spil in het mysterie. Dit 1e boek bevat ook een flinke dosis romantiek, wat ik heel verrassend vond. Op naar boek 2: De omhulde stad. Ik heb het al besteld bij de boekhandel. En dat er daarna nog een deel 3, 4 en 5 zijn: wat een heerlijk vooruitzicht!

Heb jij de serie ook gelezen?

Voorleesboeken, Zelf lezen

Nep – Caja Cazemier

In de serie Lees je digiwijs van Zwijsen verschenen vier boeken over vier belangrijke onderwerpen van digitale geletterdheid: computational thinking, ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid en informatievaardigheden. Dit boek ‘Nep’ gaat over dat laatste onderwerp.

Nina zit in groep 8. Op een dag komt er een nieuw meisje in de klas, Jasmijn. Ze krijgt erg veel dure spullen en heeft een beroemde moeder: ze is actrice. Nina en haar klasgenoten zijn onder de indruk van Jasmijn. Ze willen op haar lijken en bevriend met haar zijn. Nina gaat zelfs stiekem nieuwe kleren online kopen om er mooier uit te zien. Maar is Jasmijn wel echt wie ze zegt dat ze is? Nina en haar klas leren wat ‘nepnieuws’ is en hoe je dat kunt herkennen. Een leerzaam laatste jaar op de basisschool.

Caja Cazemier schrijft zoals altijd heerlijk vlot en meeslepend. Het is een spannend verhaal, maar je kunt er ook veel van leren. Bijvoorbeeld dat het belangrijk is om een moeilijk wachtwoord te bedenken, hoe je ‘verdwenen’ documenten op je computer terugvindt, wat cookies zijn en hoe je nepnieuws herkent. Voor- en achterin het boek staan nuttige woordenlijsten.

Ik vind het super dat er een serie boeken over digitale geletterdheid is verschenen. Kinderen leren het meest door er zelf over te lezen in een spannend boek. Het gaat dan echt voor ze leven. Dit boek is geschikt voor lezers vanaf ongeveer 10 jaar, maar het gaat natuurlijk over een groep 8. Kinderen lezen natuurlijk graag over wat oudere kinderen, dat is interessant.

Ik wil deze hele serie aanschaffen voor onze pabo. Digitale geletterdheid is niet weg te denken uit ons onderwijs. Met deze boeken kun je mooi je lessen verrijken!

Dank Zwijsen voor het recensie-exemplaar! Meer info op https://www.zwijsen.nl/series/lees-je-digiwijs

Voorleesboeken, Zelf lezen

Oorlog in inkt – Annemarie van den Brink & Suzanne Wouda

Van Suzanne Wouda wist ik al dat ze prachtig over de Tweede Wereldoorlog kon schrijven door de ogen van het kind door haar boek Sabel. In deze verzameling ‘dagboekverhalen’ komen veel kinderen aan het woord door middel van hun gevonden dagboeken. De auteurs maakten er korte verhalen van, gebaseerd op de teksten die ze mochten inzien bij het NIOD in Amsterdam. Ze zijn van kinderen tussen de 10 en 18 jaar. Hun dagboekschrijfsels gaan naast de oorlog ook over vriendschappen, verliefdheden, speelgoed en andere voor hen belangrijke onderwerpen: het leven ging immers ‘gewoon’ door.

Het is een mooi vormgegeven boek dat al vanaf de kaft en het schutblad ontroert. De mooie illustraties van Steef Liefting hebben precies de goede sfeer. Er staan veel dagboekcitaten in schrijfletters tussen en aan het begin en aan het eind van het verhaal staat meer informatie over waar het zich afspeelt en hoe het verder ging. Achterin het boek staat een woordenlijst. De verhalen zijn kort, zo’n 10 à 12 bladzijden, dus heel geschikt om even tussendoor te lezen. Nou ja, ‘even’: realiseer je wel dat kinderen veel vragen gaan stellen. Waarom bestond de NSB? Waarom sloten kinderen zich aan bij zo’n club en ben je dan goed of slecht? Waarom werden juist de joden eruit gepikt? Waarom moesten mensen hun radio’s inleveren? Waarom werden ook kinderen naar concentratiekampen gestuurd?

Allemaal vragen waar we niet goed het antwoord op weten. Ook niet na het lezen van dit boek. Maar we leren wel weer door de ogen van het kind naar de oorlog kijken: wat is het toch een verschrikkelijke periode in onze geschiedenis. Wat mooi dat kinderen in dagboeken blijven schrijven en dat hun verhalen bewaard gebleven zijn. Begrijpen zullen we het nooit. Maar we zullen erover moeten blijven lezen en praten. Met dit boek kan dat.

Zelf lezen

Hoe ik mijn vader redde – Henk Hardeman

Een heerlijk feelgood-boek, ondanks de heftige problemen die Emma (13 jaar), de hoofdpersoon van dit verhaal, heeft. Emma is niet haar echte naam. Dat is P. Maar die naam is een hippienaam die haar ouders hebben bedacht waar ze enorm mee gepest is op de basisschool. Emma’s moeder is overleden en haar vader is zo depressief dat hij tot niks meer in staat is en alleen maar blowt. Emma is een dapper meisje dat alles thuis regelt. Van de afhaalmaaltijden tot de was. Het is niet makkelijk, maar het gaat.

Totdat de kinderbescherming haar nogal bruut uit huis plaatst. De mevrouw van de kinderbescherming is kort en duidelijk: dit kan zo niet langer. Emma komt terecht in een keurig gezin en krijgt een vreselijk ‘zusje’: de irritante Lobke. In dat gezin speelt ook het een en ander.

Emma wil terug naar haar vader. Samen met haar vriend Rik gaat ze op zoek naar de bandleden van de oude band (Ondersteboven) van haar vader waarmee hij een paar hits had, waaronder ‘Moedermavo’. Gaat het haar lukken terug te komen bij haar vader?

Dit boek leest als een trein en doet een beetje denken aan Anna Woltz en Carry Slee. De songteksten in het boek zijn een leuke toevoeging. Ik vind het mooi hoe het thema ouderschap in dit boek is uitgewerkt: voor kinderen is het vaak niet voor te stellen dat hun ouders ook een leven vóór hun komst hadden. Een erg leuk boek voor lezers vanaf ongeveer 10 jaar!

Voorleesboeken, Zelf lezen

Het Pungelhuis – Annet Huizing

Een paar dagen was ik in het pungelhuis, een oude, vervallen en door wingerd overwoekerde boerderij aan de rand van een dorpje in Brabant. In dat huis zijn in de jaren ‘50 en ‘60 vreemde dingen gebeurd. In onze huidige tijd gaan Ole (12) en zijn vader terug naar dit huis en ontdekken nog meer geheimen.

Het pungelhuis is het huis van de opa van Ole, een opa waarvan Ole dacht dat hij dood was. Maar opeens wordt zijn vader gebeld: zijn vader is overleden en hij erft zijn huis. Ze komen in de geldproblemen, want het huis raakt niet verkocht. Ze moeten er zelf gaan wonen. Ole moet zelfs naar een andere school. Gelukkig maken ze snel vrienden en ondanks dat ze nare dingen ontdekken over de opa van Ole, is het het begin van een mooie nieuwe periode.

Dit boek behandelt een bijzonder deel van onze geschiedenis: de botersmokkel tussen Nederland en België na de Tweede Wereldoorlog.

“In de grensstreek ontspon zich een nietsontziend gevecht tussen douane en smokkelaars. Een strijd die gevoerd werd met pantserwagens, kraaienpoten, wapens en wilde achtervolgingen. Ondanks het geweld wordt de botersmokkel beschouwd als de meest romantische misdaad uit de Nederlandse geschiedenis.” Bron: www.anderetijden.nl

Romantisch noemt Annet Huizing het zeker niet in haar nawoord: er zijn doden gevallen in de strijd. De opa van Ole heeft niet echt bestaan, maar Annet Huizing baseerde zich wel op echte personen en gebeurtenissen. Ole bestaat ook niet echt, maar het is mooi dat het verhaal door zijn ogen verteld wordt. Ole is een dappere en flexibele jongen. Hij heeft het niet makkelijk met een moeder die 3 maanden op retraite gaat in Tibet en een vader die zwijgt als het graf over zijn verleden.

Ole krijgt nieuwe vrienden in het dorp nabij het pungelhuis en hij ontdekt wat kraaienpoten, pungels en pantserwagens zijn. Het lijkt zowaar gezellig te worden als ze hulp krijgen van de handige Gary (een goedlachse Ier) en pottenbakster Pola. Zijn vader moet eraan geloven: het ware verhaal over de breuk met zijn vader moet verteld.

Annet Huizing flikt het weer: dit boek grijpt je bij de strot net als Hoe ik per ongeluk een boek schreef. Ze schrijft zó helder en knap, ik heb daar enorm bewondering voor. Haar dialogen zijn geweldig: grappig en alsof je er echt bij bent. De personages komen tot leven.

Ik vind dit echt een bijzonder en rijk boek. Het is erg goed geschreven en is interessant door de link met een stuk uit ons gezamenlijke verleden. Een prachtig voorlees-/zelfleesboek (10+) en stof te nadenken!

Voorleesboeken, Zelf lezen

Het verlangen van de prins – Marco Kunst

Prins Adi is een verwend nest. Hij krijgt alles wat zijn hartje begeert. En nog is het niet genoeg. Het is nooit genoeg. Als het nooit genoeg is, ben je ook nooit gelukkig.

‘Het is net een verwende peuter,’ zei Tyman. ‘Je kent ze wel: het type dat zich midden in de supermarkt krijsend op de vloer laat vallen en trappelend met zijn dikke beentjes eist dat hij dat ene toetje krijgt… Zo een die nog liever zijn speelgoed kapotmaakt dan het deelt met anderen… Niet voor rede vatbaar. Dwars en kwaadaardig.’

Maar waarom is de prins zo verwend? En waarom is hij zo vaak zo boos? Zelfs zo erg, dat hij het schip dat hij per se wilde hebben, heeft vervloekt en op afstand op allerlei manieren dwarszit. Het schip vertrok en de prins bleef achter, woedend.

Op het schip wonen ouderen en jongeren, sommige al honderden jaren. Ze kunnen niet van het schip af. Ze dobberen maar wat over de wereldzeeën. Er rust een vloek op het schip.

Totdat Lode aan boord komt. Dan wordt alles anders. Er komt weer perspectief, hoop. Het schip, dat Het verlangen van de prins heet, krijgt weer een bestemming. Ze gaan op zoek naar de prins. En ze ontdekken waarom hij zoveel woede in zich heeft.

Dit boek ademt avontuur: een klassiek aandoend verhaal, tijdloos en tegelijk actueel (waar doet prins Adi je aan denken?). Het zit vol met dromen, sterrenhemels, gevaarlijke stormen, een donkere wolk die het schip optilt, een circustent en circusacts, maar ook met vieze vissenpap en een gigantische walvis.

Het boek is onwaarschijnlijk mooi geïllustreerd door Marieke Nelissen: haar tekeningen voegen echt iets toe aan het verhaal.

Wat een schitterend boek voor kinderen vanaf ongeveer 11 jaar die houden van avontuur, fantasie en spanning!

Dank Gottmer kinderboeken voor het recensie-exemplaar!

Zelf lezen

Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw – Davide Morosinotto

Dit verhaal mag niet gelezen worden. Alles wat in dit boek staat is geheim. Hoe nieuwsgierig wil je me maken? Lezen dus! In de warme zomerzon las ik het verbijsterende avontuur van de tweeling Victor en Nadja: het was ijskoud (-20 graden Celsius), gruwelijk, gewelddadig, ontroerend en spannend tegelijk. Wow, wat heb ik genoten van dit tweede boek van Morosinotto.

Doorgaan met lezen “Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw – Davide Morosinotto”
Voorleesboeken, Zelf lezen

Timur – Gaby Rasters

Ik las nog nooit een boek waarin de hoofdpersoon het syndroom van Down heeft. Over diversiteit gesproken: waarom was dat er nog niet? Zonder de nadruk teveel te te leggen op het feit dát de hoofdpersoon het syndroom heeft is het natuurlijk wel heel bijzonder. Maar het gaat niet om wat hij ís, maar om wat hij te vertellen heeft.

Kinderen met het syndroom van Down die op de reguliere basisschool zitten wordt steeds gewoner. Ze worden soms helaas nog steeds ‘mongool’ genoemd, een woord waar Timur, de 12-jarige hoofdpersoon van het boek, een enorme hekel aan heeft. Hij zit in groep 8 (net als mijn zoon) en sluit een periode in zijn leven af: met een musical en een schoolkamp.

Timur is een blij-maker: hij is altijd positief, wordt bijna nooit boos en wil graag anderen helpen. En hij wil erbij horen, ‘gewoon’ zijn. En dat is nog best lastig!

Timur is heerlijk geschreven. Je vliegt door de bladzijden. Het leest als een spannend, maar ook ontroerend verhaal. Een verhaal waar we allemaal iets kunnen leren: over jezelf mogen zijn, acceptatie en respect. Voor leerkrachten, kinderen die weinig weten over kinderen met het syndroom van Down en ook ouders die er meer over willen leren. Wat een aanrader dit heerlijke ‘feelgood’ boek!

Het motto voorin het boek