Ik heb genoten van dit nieuwste boek van Sanne Rooseboom! Het gaat allemaal om Mot, die eigenlijk Vlinder heet. Maar een fladderende en kleurige vlinder, dat voelt ze zich niet. Liever is ze een mot, donker en mysterieus. In een notendop vat dit het verhaal samen: wie ben je eigenlijk, wie wil je zijn en wat verwacht je omgeving van jou?
Het gebeurde me weer: vanaf de eerste bladzijde word je het verhaal (en het moeras 😉) ingezogen en laat het je niet meer los. Dat is de kracht van de boeken van Lucy Strange – ze neemt je mee naar een onbekende wereld die ze in geuren en kleuren beschrijft en die helemaal niet lijkt op de onze, of toch wel?
Het nieuwe boek van de schrijver van de Keverjongen-serie begint direct met een spannende scène: een stelletje rotjongens willen een duif doodmaken, gewoon omdat ze dat grappig vinden. Twitch is een echte vogelliefhebber en steekt daar een stokje voor. De jongens pestten Twitch altijd al en ze beginnen te vechten met bloedige afloop. Twitch neemt de zielige duif mee naar huis waar hij beste vrienden met hem wordt.
Een bijzondere samenwerking, gebaseerd op een idee van zo’n veertig jaar geleden, resulteerde in dit bijzondere, hartverwarmende verhaal dat opgeschreven is door Rindert Kromhout, maar afkomstig is uit het nog altijd levendige brein van Tonke Dragt (91 jaar!).
Wow, wat een indrukwekkend boek, het nieuwste van Simone Arts: over een jongen die zijn zusje, die maar één maand oud werd, verliest.
Ondanks dat deze spoiler al gedeeld wordt achterop het boek is het een ongelooflijk spannend en goed geconstrueerd verhaal. Je leert de personages goed kennen, krijgt een hekel aan een aantal en gaat enorm houden van Vito, de jongen die naar de brugklas gaat en in eerste instantie helemaal niet zit te wachten op een broertje of zusje.
Dit boek is fantastisch. Het leest fijn: het verhaal over Toetanchamon, de farao met de handicap aan zijn voeten en zijn halfzus Amany die zijn vrouw wordt, is enorm spannend en meeslepend.
Precies een jaar geleden las ik op dezelfde plek – een vakantiehuisje in Noord-Holland – het eerste boek van het duo Marlene Rebel en Lucinda Vos: Leeuw met strepen. Van dat boek was ik onder de indruk, en ook het nieuwste boek – Onze lange reis met het hoofd in de koffer – is weer een enorme aanrader voor iedereen die van spannende sfeervolle avonturen houdt!
Drie kinderen en een aapje maken een lange reis met een hoofd in een koffer – een écht hoofd in een koffer? Ja echt! Het is het nagemaakte wassen hoofd van de moeder van een van de kinderen, dat altijd gebruikt werd voor een circusact met een zwevend hoofd. Vind je dit al gek? Nou, dan staat je nog veel meer mafs te wachten in dit boek! Het speelt zich af in een andere tijd, een tijd waarin circuskinderen nog niet naar school hoefden en waarin er nog met guldens werd betaald.
De zusjes Matje en Kee zijn wezen en ze werden jaren geleden opgevangen door de nukkige en gewelddadige Bonker: hij bood hen een slaapplek in zijn schip aan in ruil voor hun optredens in de poppenkast. Puf is de zoon van Bonker en hij kan niet praten, maar laat goed merken dat hij geen goede band met zijn vader heeft. De drie kinderen zijn het gewend om circuskinderen te zijn, maar ze dromen van een reis naar Amerika, het land waar de ouders van Matje en Kee (die door een ongeluk om het leven zijn gekomen) altijd naartoe hebben gewild.
Op een dag is er brand in een van de circustenten en Matje krijgt de schuld in haar schoenen geschoven. Matje, Kee, Puf en aapje Toets besluiten te vluchten. Ze nemen de geheimzinnige koffer mee met daarin het hoofd; later blijkt dat er nog veel meer nuttigs in zit! De kinderen ondernemen een spannende reis langs een trekschuit, een stoomtrein en verschillende herbergen om uiteindelijk in Amsterdam aan te komen. Wat daar gebeurt verklap ik echt nog niet!
Het leest als een heerlijk avontuur met dappere maar soms ook onhandige personages. Kinderen kunnen zich makkelijk met hen identificeren, ook al speelt het niet in onze tijd. De beschrijving van verschillende details en spannende gebeurtenissen maken het tot een heerlijke leeservaring.
Wil je meer roadtrip-achtige verhalen lezen? Lees dan na dit boek eens Het mysterieuze horloge van Walker & Dawn, waarin vier kinderen een spannende reis maken door Amerika.
Ik hoop dat dit boek veel lezers zal trekken, ik raad het in ieder geval van harte aan. Ik ontving van Billy Bones een recensie-exemplaar. Meer info? Kijk op de website van Billy Bones
Wat een verrassend boek! Na het lezen van de achterkant zijn de verwachtingen hooggespannen: dit boek won al drie belangrijke kinderboekenprijzen waaronder de Bank Street Best Children’s Book of the Year (deze prijs richt zich met name op diversiteit in kinderboeken) en was bovendien genomineerd voor drie andere prijzen.
En ik kan zeggen: alle verwachtingen worden waargemaakt! De cover verraadt nog niks over de inhoud, ondanks dat het een prachtige illustratie is, maar aan de binnenkant ontvouwt zich een sprankelend en magisch verhaal voor de liefhebbers van Nevermoor, De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine en het deed me zelfs denken aan het bijzondere Iep van Joke van Leeuwen.
Piper wordt geboren in een ‘gezin’ dat niet meer had verwacht een kindje te krijgen. Ondanks dat is ze meer dan gewenst. Maar er is iets vreemds met Piper aan de hand, ze kan namelijk vliegen. Dit ‘talent’ willen haar ouders verborgen houden voor de buitenwereld, uit angst voor pesterijen en ongemakkelijke situaties.
Als er een uitzondering wordt gemaakt gaat het direct mis: bij een sportwedstrijd waar Piper aan mee mag doen, vangt ze een bal terwijl ze in de lucht zweeft. Dan gaat het balletje heel snel rollen: de hele wereld krijgt er lucht van dat er een bijzonder meisje is dat echt kan vliegen. Gelukkig is daar dan dokter Hellion, die haar komt redden en haar naar een hele bijzondere plek brengt waar ze gelijkgestemden ontmoet.
De achterflap verklapt veel meer (wat ik zonde vind, want het duurt tot de helft van het boek totdat je hier achter bent), daarom ga ik nog even door: deze bijzondere plek blijkt een hel: de ‘dokter’ probeert hier alles wat vreemd en anders is te genezen, van eencelligen, planten, insecten, dieren tot aan mensen. Kan Piper ontkomen aan dokter Hellion?
“We zijn net ratten in een doolhof en de enige manier om eruit te komen is normaal te worden.”
Het is een magische wereld die geweldig filmisch wordt omschreven. Zo geloofwaardig dat je de karakters echt leert kennen. En tegelijk zo lekker griezelig dat je blij bent dat je een aantal van de wezens niet in het echt kunt tegenkomen.
Een aanrader van kinderen die houden van de mix van fantasy en de ‘echte wereld’. Het boek bevat een belangrijke boodschap: iedereen mag er zijn, hoe ‘bijzonder’ je ook bent. Prachtig boek!
Dit boek is overigens het debuut van Victoria Forester. Het verscheen al in 2008 in het Engels. The Boy Who Knew Everything (2015) en The Girl Who Fell Out of the Sky (2020) zijn nog niet vertaald in het Nederlands, maar zijn het vervolg op dit eerste boek. Kom maar op met die vertalingen, Leopold!
Roljoch is het kinderboekendebuut van Maarten Kuipers, auteur, reclamemaker, liedjesschrijver (o.a. voor Sesamstraat) en muzikant. Hij schreef een spannend boek, geschikt voor lezers vanaf 7/8 jaar die wel houden van een beetje vaart en onverwachte gebeurtenissen.
Mats heeft dikke pech. Zijn vader zit in de gevangenis (en hij komt niet te weten waarom) en nu woont hij bij de nieuwe vriend van zijn moeder: Windolf. Hij is een rijke patser die erg onaardig tegen Mats doet. Op de dag dat Mats zijn vader in de gevangenis zou bezoeken, gaat zijn moeder op zakenreis. Mats wil echt naar zijn vader toe en vertrouwt er niet op dat Windolf hem wel zal brengen: hij besluit zelf de spiksplinternieuwe sportwagen van Windolf te pakken. Autorijden heeft hij geleerd via YouTube en met zijn rolschaatsen aan kan hij nét bij de pedalen.
Omdat het nog midden in de nacht is, valt het eerst nog niemand op dat een klein jongetje achter het stuur zit. Maar uiteraard blijft het niet onopgemerkt. Het ene maffe voorval volgt op het andere. Mats ontdekt uiteindelijk dat zijn vader ten onrechte in de gevangenis zit. En zijn moeder komt erachter dat ze weg moet wezen bij die nare Windolf.
Een heerlijk avontuur dus! Het deed me denken aan een krantenartikel over een 8-jarig jongetje dat zijn zusje naar de McDonalds reed (zie foto’s): dit spreekt natuurlijk enorm tot de verbeelding!
Als je het niet bent, is het onmogelijk om je voor te stellen hoe het is om blind te zijn. Je ogen dichtdoen is niet genoeg. Blinde mensen hebben veel gevoeligere andere zintuigen en ‘zien’ soms zelfs kleuren als ze dichtbij iets of iemand zijn.
Ronke heeft dat ook. Haar buddy Nouri, aangewezen tijdens een sterrenwachtkamp waar ze aan mee doet, is bijvoorbeeld knalgroen. En ‘Stardust’, de virtuele vriend van Nouri met wie hij chat in de game, is blauw. Ronke houdt wel van sterrenkunde, maar eigenlijk vooral van hardlopen, héél hard lopen. Maar ja, blind zijn en rennen is een lastige combinatie. Daarom rent Ronke ‘ter plaatse’: ze rent op een plek heel hard en beeldt zich in dat ze op het strand is, hoort zelfs de meeuwen boven zich en de wind door het helmgras wuiven. Zo levendig is haar fantasie.
En haar fantasie zorgt er ook voor dat ze samen met Nouri wegloopt van het kamp om stiekem ergens te gaan rennen ‘in het echt’, eerst aan de arm van Nouri, maar later los en vrij omdat ze op een startbaan van een militair vliegveld is.
Het verhaal bouwt enorm op in spanning. Het rustige begin is verraderlijk: opeens zitten we middenin een spannende scène waarin Ronke in haar eentje op de heide haar weg probeert te vinden op zoek naar… de opa van Nouri??? Hoe dat zo is gekomen moet je echt zelf gaan lezen.
“Ik racete zo hard ik kon. Het leek wel een wedstrijd tegen mezelf. Of liever: tegen mijn vroegere zelf.”
Dit is weer zo’n prachtig en meeslepend boek zoals we die van Jef Aerts (onder andere De blauwe vleugels) kennen. Zintuiglijke taal, prachtige zinnen en een enorme spanning gecombineerd met de moderne snufjes van nu: een sprekende telefoon, social media, games en chatten met mensen die zich anders voordoen. De schrijfstijl deed me ook wat denken aan de boeken van Anna Woltz.
“Als je rent, verzin je een verhaal. Iedere stap is een woord, ieder baantje een nieuwe zin. Ren een klein stukje de andere kant op en je hele verhaal verandert mee.”
Een aanrader voor kinderen die houden van spannende verhalen en tegelijkertijd iets willen leren over menselijke gevoelens en blind zijn.