Voorleesboeken, Zelf lezen

De jongen achter in de klas – Onjali Q. Raúf

Wat is een vluchteling? We horen er zo vaak over in het nieuws en in de sociale media dat we er regelmatig vanuit gaan dat kinderen ook wel weten wat het inhoudt. Maar vaak hebben kinderen veel vragen. Zoals hoofdpersoon Alexa in dit boek:

1. Uit welk land ben je gevlucht?

2. Welke taal spreek je?

3. Waarom ben je gevlucht?

Ahmet is nieuw in de klas. Alexa en haar vrienden zijn heel nieuwsgierig naar hem. Ze willen hem welkom heten en vrienden met hem worden. Maar Ahmet spreekt nog niet de taal en moet erg wennen. Hij komt uit Syrië en heeft vreselijke dingen meegemaakt in de oorlog. Zijn klasgenootjes ontdekken steeds meer over de achtergrond van Ahmet, en ze besluiten hem te helpen.

Een heerlijk leesboek voor nieuwsgierige jonge lezers vanaf 8 jaar. Simpel en soepel geschreven, soms wel erg ‘uitleggerig’, maar ook ontroerend naïef. De schrijver heeft een duidelijke boodschap met dit boek: meer bekendheid geven aan het begrip ‘vluchteling’ en het onderwerp bespreekbaar maken.

Achterin het boek staat veel achtergrondinformatie. Dit is fijn om erbij te hebben. De aanleiding van het boek is het nieuwsbericht over de aangespoelde peuter. Een nieuwsbericht dat de wereld shockeerde. De vragen achterin het boek zijn goed te gebruiken in de klas! Mooi dat dit boek er is.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Tori – Brian Elstak & Karin Amatmoekrim

Wat een prachtig vormgegeven boek! Van de cover word ik al helemaal blij: die kleuren en vormgeving, geweldig!

Brian Elstak is een bijzondere kunstenaar. Letterlijk ‘gewapend’ met potlood en penseel bestrijdt hij het onrecht in de wereld met behulp van de kinderen Cel, Bones en Zi. De kinderen werden opgevoed door een reuzenschildpad. Vind je dit al gek? Nou, dan staat je nog wat te wachten!

In dit boek is de wereld van de mensen en de dieren helemaal door elkaar gehusseld. Vos is de grootste schurk, een beetje à la Trump. Hij wil de wereld regeren, alle macht veroveren en geld verdienen over de ruggen van anderen. Hij heeft zijn zinnen gezet op het verhalenboek van Jean-Michel, de reuzenschildpad die altijd de mooiste verhalen (Tori) vertelt bij het dorp, waar iedereen naar komt luisteren.

Maar de drie kinderen gaan op weg naar een ‘uitgever’ die een draak blijkt te zijn: op hun weg komen ze heel veel gevaren tegen. Zou het ze lukken het boek bij de uitgever af te leveren?

Wow, wat een boek. Zoiets ben ik nog niet eerder tegen gekomen. In de beschrijving staat ‘een eigentijds boek voor alle kinderen!’ Dat slaat natuurlijk op het feit dat de hoofdpersonen in het boek van kleur zijn. Maar de sfeer is ook Caribisch, of in elk geval ‘werelds’, het speelt zich niet af in ons wisselvallige Nederland. Brian Elstak (1980) schreef de verhalen in Tori oorspronkelijk voor zijn eigen kinderen. Zijn werk was te zien in het Stedelijk Museum, siert albumcovers van menig Nederlands rapper en hij animeerde videoclips van internationaal bekende artiesten.

Voorleesboeken, Zelf lezen

De fantastische meneer Vos – Roald Dahl

De mens en de vos – het blijft een ongemakkelijke combinatie. We dichten hem menselijke eigenschappen toe: ze zijn slim, sluw, maar ook roofzuchtig en zelfs leugenachtig. We vinden ze prachtig om te zien in de vrije natuur, maar de boeren en mensen die op het platteland wonen zijn als de dood dat ze hun kippen komen roven. (Een vos rooft ook weleens wat anders – zie krantenbericht!)

Trouw, 29-7-20

Zo ook Bolus, Bits en Biet, de anti-helden van het allereerste boek van Roald Dahl, dat verscheen in 1970: Fantastic Mr Fox. Uitgeverij Fontein bracht het boek in 1972 uit met illustraties van Donald Chaffin en vertaald door Harriet Freezer. In 1996 verscheen de editie zoals we hem nu nog steeds kennen, met illustraties van Quentin Blake. Het boek is nu voor maar 5,99 te koop bij alle boekhandels als Kinderboekenweekeditie.

Waarom zou je De fantastische meneer Vos herlezen of voor het eerst lezen als je dat nog niet gedaan had? Het is een heerlijk, echt Dahl-boek. Alle ingrediënten zitten erin: vieze, onverzorgde hoofdpersonen, een vaart die ervoor zorgt dat je door de bladzijden vliegt, versjes waar je om moet lachen en een plot dat je niet zag aankomen.

Meneer Vos zorgt goed voor zijn gezin. Maar de drie boeren Bolus, Bits en Biet zijn het spuugzat: iedere keer rooft hij hun kippen, eenden en kalkoenen. Ze besluiten hem te grazen te nemen, met grof geschut: ze graven en graven tot ze het hele bos hebben omgeploegd, maar nog steeds krijgen ze Vos en zijn gezin niet te pakken. Die heeft een slim plannetje bedacht, waar alle dieren die in holen wonen van profiteren…

In mijn kast staat nog de oude versie van dit boek. Ik heb er warme herinneringen aan: mijn ouders lazen het vaak voor en het was het lievelingsboek van mijn zusje. We hebben het hele boek eens als verrassing ingesproken op een cassettebandje (ja ja, het was 1989 ongeveer denk ik) en ze luisterde eindeloos naar onze stemmen op haar walkman (ook al zo’n ouderwets woord, maar dat is dus een draagbaar apparaat voor je cassettebandje…). Ik vind de tekeningen van beide illustratoren erg mooi passen bij het verhaal, maar Quentin Blake heeft wel echt een stempel gedrukt op het werk van Dahl. Kijk en oordeel zelf.

Ga dit boek halen voor maar 5,99 en lees het nog eens, geef het weg of lees het voor. Het is heerlijk, tijdloos, genieten.

Prentenboeken, Voorleesboeken

Heb geluk – Inge Misschaert met prenten van Riske Lemmens

Het verlies van een broer of zus. Het slaat een gat in een gezin, het laat een leegte achter, ik kan het me (gelukkig) niet voorstellen. Jinke werd letterlijk stil nadat haar zus Jutta overleed. Haar moeder kon er niet tegen, dat Jinke niet meer praatte, en stuurde haar naar haar oma.

Jutta is de hele tijd bij Jinke, ze waren immers ook altijd twee handen op één buik – ook al snapten ze niks van die uitdrukking. Welke handen op welke buik dan? Nu is alleen Jinke nog over. En het lijkt alsof ze in een ‘tussenwereld’ leeft waarin Jutta nog met haar praat, commentaar geeft, haar gerust stelt. Gelukkig is er de buurjongen Raaf, met wie Jinke goed contact heeft. Het verdriet slijt, maar de leegte blijft.

Een verdrietig, maar prachtig boek. Indringend verteld, verwarrend ook omdat je eerst niet in de gaten hebt dat Jutta er niet meer is. Dat Jinke niet meer praat is ingewikkeld voor haar omgeving, maar ook voor Jinke zelf. De mensen om haar heen kunnen haar niet bereiken. Verteld in mooie zinnen, filosofisch en tegelijk naïef, echte ‘kinderzinnen’.

Dit boek voeg ik graag toe aan mijn lijstje ‘rouwverwerking’. Wat is het toch fijn dat er boeken, verhalen en gedichten zijn die verdriet woorden geven, steun geven en misschien zelfs hoop. Mooi om dit boek in stukjes voor te lezen als er iets gebeurd is in je klas, of juist ‘gewoon’, zonder aanleiding, maar om samen te praten over wat verdriet met je kan doen. Heb jij weleens een hele tijd gezwegen? Hoe kun je iemand helpen die dit meemaakt?

Voorleesboeken, Zelf lezen

Nep – Caja Cazemier

In de serie Lees je digiwijs van Zwijsen verschenen vier boeken over vier belangrijke onderwerpen van digitale geletterdheid: computational thinking, ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid en informatievaardigheden. Dit boek ‘Nep’ gaat over dat laatste onderwerp.

Nina zit in groep 8. Op een dag komt er een nieuw meisje in de klas, Jasmijn. Ze krijgt erg veel dure spullen en heeft een beroemde moeder: ze is actrice. Nina en haar klasgenoten zijn onder de indruk van Jasmijn. Ze willen op haar lijken en bevriend met haar zijn. Nina gaat zelfs stiekem nieuwe kleren online kopen om er mooier uit te zien. Maar is Jasmijn wel echt wie ze zegt dat ze is? Nina en haar klas leren wat ‘nepnieuws’ is en hoe je dat kunt herkennen. Een leerzaam laatste jaar op de basisschool.

Caja Cazemier schrijft zoals altijd heerlijk vlot en meeslepend. Het is een spannend verhaal, maar je kunt er ook veel van leren. Bijvoorbeeld dat het belangrijk is om een moeilijk wachtwoord te bedenken, hoe je ‘verdwenen’ documenten op je computer terugvindt, wat cookies zijn en hoe je nepnieuws herkent. Voor- en achterin het boek staan nuttige woordenlijsten.

Ik vind het super dat er een serie boeken over digitale geletterdheid is verschenen. Kinderen leren het meest door er zelf over te lezen in een spannend boek. Het gaat dan echt voor ze leven. Dit boek is geschikt voor lezers vanaf ongeveer 10 jaar, maar het gaat natuurlijk over een groep 8. Kinderen lezen natuurlijk graag over wat oudere kinderen, dat is interessant.

Ik wil deze hele serie aanschaffen voor onze pabo. Digitale geletterdheid is niet weg te denken uit ons onderwijs. Met deze boeken kun je mooi je lessen verrijken!

Dank Zwijsen voor het recensie-exemplaar! Meer info op https://www.zwijsen.nl/series/lees-je-digiwijs

Voorleesboeken, Zelf lezen

Oorlog in inkt – Annemarie van den Brink & Suzanne Wouda

Van Suzanne Wouda wist ik al dat ze prachtig over de Tweede Wereldoorlog kon schrijven door de ogen van het kind door haar boek Sabel. In deze verzameling ‘dagboekverhalen’ komen veel kinderen aan het woord door middel van hun gevonden dagboeken. De auteurs maakten er korte verhalen van, gebaseerd op de teksten die ze mochten inzien bij het NIOD in Amsterdam. Ze zijn van kinderen tussen de 10 en 18 jaar. Hun dagboekschrijfsels gaan naast de oorlog ook over vriendschappen, verliefdheden, speelgoed en andere voor hen belangrijke onderwerpen: het leven ging immers ‘gewoon’ door.

Het is een mooi vormgegeven boek dat al vanaf de kaft en het schutblad ontroert. De mooie illustraties van Steef Liefting hebben precies de goede sfeer. Er staan veel dagboekcitaten in schrijfletters tussen en aan het begin en aan het eind van het verhaal staat meer informatie over waar het zich afspeelt en hoe het verder ging. Achterin het boek staat een woordenlijst. De verhalen zijn kort, zo’n 10 à 12 bladzijden, dus heel geschikt om even tussendoor te lezen. Nou ja, ‘even’: realiseer je wel dat kinderen veel vragen gaan stellen. Waarom bestond de NSB? Waarom sloten kinderen zich aan bij zo’n club en ben je dan goed of slecht? Waarom werden juist de joden eruit gepikt? Waarom moesten mensen hun radio’s inleveren? Waarom werden ook kinderen naar concentratiekampen gestuurd?

Allemaal vragen waar we niet goed het antwoord op weten. Ook niet na het lezen van dit boek. Maar we leren wel weer door de ogen van het kind naar de oorlog kijken: wat is het toch een verschrikkelijke periode in onze geschiedenis. Wat mooi dat kinderen in dagboeken blijven schrijven en dat hun verhalen bewaard gebleven zijn. Begrijpen zullen we het nooit. Maar we zullen erover moeten blijven lezen en praten. Met dit boek kan dat.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Het Pungelhuis – Annet Huizing

Een paar dagen was ik in het pungelhuis, een oude, vervallen en door wingerd overwoekerde boerderij aan de rand van een dorpje in Brabant. In dat huis zijn in de jaren ‘50 en ‘60 vreemde dingen gebeurd. In onze huidige tijd gaan Ole (12) en zijn vader terug naar dit huis en ontdekken nog meer geheimen.

Het pungelhuis is het huis van de opa van Ole, een opa waarvan Ole dacht dat hij dood was. Maar opeens wordt zijn vader gebeld: zijn vader is overleden en hij erft zijn huis. Ze komen in de geldproblemen, want het huis raakt niet verkocht. Ze moeten er zelf gaan wonen. Ole moet zelfs naar een andere school. Gelukkig maken ze snel vrienden en ondanks dat ze nare dingen ontdekken over de opa van Ole, is het het begin van een mooie nieuwe periode.

Dit boek behandelt een bijzonder deel van onze geschiedenis: de botersmokkel tussen Nederland en België na de Tweede Wereldoorlog.

“In de grensstreek ontspon zich een nietsontziend gevecht tussen douane en smokkelaars. Een strijd die gevoerd werd met pantserwagens, kraaienpoten, wapens en wilde achtervolgingen. Ondanks het geweld wordt de botersmokkel beschouwd als de meest romantische misdaad uit de Nederlandse geschiedenis.” Bron: www.anderetijden.nl

Romantisch noemt Annet Huizing het zeker niet in haar nawoord: er zijn doden gevallen in de strijd. De opa van Ole heeft niet echt bestaan, maar Annet Huizing baseerde zich wel op echte personen en gebeurtenissen. Ole bestaat ook niet echt, maar het is mooi dat het verhaal door zijn ogen verteld wordt. Ole is een dappere en flexibele jongen. Hij heeft het niet makkelijk met een moeder die 3 maanden op retraite gaat in Tibet en een vader die zwijgt als het graf over zijn verleden.

Ole krijgt nieuwe vrienden in het dorp nabij het pungelhuis en hij ontdekt wat kraaienpoten, pungels en pantserwagens zijn. Het lijkt zowaar gezellig te worden als ze hulp krijgen van de handige Gary (een goedlachse Ier) en pottenbakster Pola. Zijn vader moet eraan geloven: het ware verhaal over de breuk met zijn vader moet verteld.

Annet Huizing flikt het weer: dit boek grijpt je bij de strot net als Hoe ik per ongeluk een boek schreef. Ze schrijft zó helder en knap, ik heb daar enorm bewondering voor. Haar dialogen zijn geweldig: grappig en alsof je er echt bij bent. De personages komen tot leven.

Ik vind dit echt een bijzonder en rijk boek. Het is erg goed geschreven en is interessant door de link met een stuk uit ons gezamenlijke verleden. Een prachtig voorlees-/zelfleesboek (10+) en stof te nadenken!

Voorleesboeken, Zelf lezen

Het verlangen van de prins – Marco Kunst

Prins Adi is een verwend nest. Hij krijgt alles wat zijn hartje begeert. En nog is het niet genoeg. Het is nooit genoeg. Als het nooit genoeg is, ben je ook nooit gelukkig.

‘Het is net een verwende peuter,’ zei Tyman. ‘Je kent ze wel: het type dat zich midden in de supermarkt krijsend op de vloer laat vallen en trappelend met zijn dikke beentjes eist dat hij dat ene toetje krijgt… Zo een die nog liever zijn speelgoed kapotmaakt dan het deelt met anderen… Niet voor rede vatbaar. Dwars en kwaadaardig.’

Maar waarom is de prins zo verwend? En waarom is hij zo vaak zo boos? Zelfs zo erg, dat hij het schip dat hij per se wilde hebben, heeft vervloekt en op afstand op allerlei manieren dwarszit. Het schip vertrok en de prins bleef achter, woedend.

Op het schip wonen ouderen en jongeren, sommige al honderden jaren. Ze kunnen niet van het schip af. Ze dobberen maar wat over de wereldzeeën. Er rust een vloek op het schip.

Totdat Lode aan boord komt. Dan wordt alles anders. Er komt weer perspectief, hoop. Het schip, dat Het verlangen van de prins heet, krijgt weer een bestemming. Ze gaan op zoek naar de prins. En ze ontdekken waarom hij zoveel woede in zich heeft.

Dit boek ademt avontuur: een klassiek aandoend verhaal, tijdloos en tegelijk actueel (waar doet prins Adi je aan denken?). Het zit vol met dromen, sterrenhemels, gevaarlijke stormen, een donkere wolk die het schip optilt, een circustent en circusacts, maar ook met vieze vissenpap en een gigantische walvis.

Het boek is onwaarschijnlijk mooi geïllustreerd door Marieke Nelissen: haar tekeningen voegen echt iets toe aan het verhaal.

Wat een schitterend boek voor kinderen vanaf ongeveer 11 jaar die houden van avontuur, fantasie en spanning!

Dank Gottmer kinderboeken voor het recensie-exemplaar!

Voorleesboeken, Zelf lezen

Timur – Gaby Rasters

Ik las nog nooit een boek waarin de hoofdpersoon het syndroom van Down heeft. Over diversiteit gesproken: waarom was dat er nog niet? Zonder de nadruk teveel te te leggen op het feit dát de hoofdpersoon het syndroom heeft is het natuurlijk wel heel bijzonder. Maar het gaat niet om wat hij ís, maar om wat hij te vertellen heeft.

Kinderen met het syndroom van Down die op de reguliere basisschool zitten wordt steeds gewoner. Ze worden soms helaas nog steeds ‘mongool’ genoemd, een woord waar Timur, de 12-jarige hoofdpersoon van het boek, een enorme hekel aan heeft. Hij zit in groep 8 (net als mijn zoon) en sluit een periode in zijn leven af: met een musical en een schoolkamp.

Timur is een blij-maker: hij is altijd positief, wordt bijna nooit boos en wil graag anderen helpen. En hij wil erbij horen, ‘gewoon’ zijn. En dat is nog best lastig!

Timur is heerlijk geschreven. Je vliegt door de bladzijden. Het leest als een spannend, maar ook ontroerend verhaal. Een verhaal waar we allemaal iets kunnen leren: over jezelf mogen zijn, acceptatie en respect. Voor leerkrachten, kinderen die weinig weten over kinderen met het syndroom van Down en ook ouders die er meer over willen leren. Wat een aanrader dit heerlijke ‘feelgood’ boek!

Het motto voorin het boek
Voorleesboeken, Zelf lezen

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand – Joke van Leeuwen

Van dit boek moest ik even bijkomen. Ik ben al mijn hele leven fan van Joke van Leeuwen en lees eigenlijk alles wat ze schrijft: van gedichten tot romans.

Ook dit boek is weer schitterend. Weer een voorbeeld van hoe je kinderen serieus moet nemen en grote thema’s niet hoeft te schuwen. Uiteraard staat het bol van de typische Joke van Leeuwen-taal zoals:

“Ik ben twee dagen niet naar school geweest. En de derde dag vroeg iedereen hoe het met me ging. Ik zei: Mijn hamster is dood, maar ik ben het niet.”

“In mijn hoofd zit ook veel van vroeger. Maar natuurlijk niet zo veel als in haar hoofd, want haar hoofd bestaat al veel langer.”

“In mijn dromen huilde ik van kwaadheid. Het waren tranen van glas die tinkelend op de grond vielen. Als iedereen in het echt zulke tranen had, zou je snel merken waar er veel verdriet was. Dan knerste dat onder je schoenen.”

Aan bovenstaande fragmenten is te zien dat het boek ernstige onderwerpen aansnijdt. Alleen al de titel maakt je niet vrolijk: een huisbrand is verschrikkelijk (voor een kind) om mee te maken. Reinier moet gered worden via de dakgoot. En dan komt ook nog je hamster om in de vlammen. En gaat je oma ook nog dood (maar niet door de brand).

Het lichtpuntje voor Reinier is dat hij ontdekt wie er allemaal in zijn oude huis gewoond hebben. Hij vond – toen hij nog in het huis woonde – een ring in de kruipruimte en als hij gaat slapen in zijn tijdelijke kamer zit er opeens een meisje op zijn stoel. Ze vertelt over de tijd dat zij in het huis woonde. Zo komen er nog twee andere meisjes voorbij: allemaal zijn ze een periode in het huis geweest. Ietje woonde er tijdens de 2e Wereldoorlog, Mitzi (van wie Reinier de ring vond) dook er onder omdat ze Joods was en Henke was de bediende van de mensen die er na Ietje woonden. Henke kerfde haar initialen in het hout in de oude kamer van Reinier.

Een huis vol verhalen. Maar nu is het huis er niet meer. Reinier moet in een nieuwbouwhuis gaan wonen. Niemand anders weet iets van de mensen die hiervoor in het huis woonden.

Ik vind het thema heel mooi en respectvol uitgewerkt door Joke van Leeuwen. Bovendien is het boek prachtig vormgegeven: op schrijflijnen, met tekeningetjes tussendoor, afgewisseld met stripjes, pagina’s in andere lettertypen en kleuren. Alle pagina’s in fullcolour. Echt genieten tijdens het lezen, lekker veel om naar te kijken en met zinnen waar je even op kunt kauwen.

Naar aanleiding van het boek kwamen een aantal lessuggesties bij me op. Je vindt ze bij Lesmateriaal op mijn website.

Dank Querido voor het recensie-exemplaar.