Prentenboeken

Wonder – Mark Janssen

‘Mag ik eerlijk zijn?’ vraag ik. ‘Ik vind hoe wij eruitzien… hoe zal ik het zeggen… een beetje saai.”

We moesten er een tijdje op wachten, maar daar is het dan, het nieuwste prentenboek van Mark Janssen: Wonder. Dit boek weerspiegelt wat mij betreft de wijze waarop Mark Janssen de wereld tegemoet treedt: met verwondering, nieuwsgierigheid en liefde voor het mooie vak van kunstenaar. Misschien is Wonder wel zijn persoonlijkste boek ooit.

Mark Janssen is een illustrator en schrijver die met veel enthousiasme en toewijding de mooiste boeken maakt. Hij geeft ons via Instagram een inkijkje in zijn leven, hoe hij werkt, met wie hij nieuwe projecten verzint, hoe hij jonge illustratoren begeleidt tijdens workshops in het buitenland… Echt een inspirator voor heel veel makers.

In Wonder spreekt de ik, de illustrator, de Grote Kunstenaar aan: degene die de mens heeft bedacht. Wie dat is mag je helemaal zelf weten. Maar de ik vindt hoe de mens eruitziet een beetje… saai. Een neus, twee ogen en een mond, altijd hetzelfde. We zien twee schitterende portretten van kinderen die je lachend aankijken. De ik denkt dat hij het beter kan: hij is ook een kunstenaar! En de Grote Kunstenaar is wel benieuwd: laat maar zien dan!

Wat volgt zijn pagina’s vol steeds gekkere portretten. Ogen en neuzen op gekke plekken, groene en blauwe gezichten, strepen, lijnen, gekke perspectieven, vormen, het kan niet op! ‘Het lijkt wel alsof ze zichzelf schilderen…’

Zou Mark Janssen dit zelf ook ervaren als hij aan het werk is? Dat zijn kunst het van hem overneemt, hem verrast, naar hem knipoogt, iets wordt wat hij zelf niet had kunnen bedenken? Ik denk het wel, want ook dit boek slaat op hol… het loopt een beetje uit de hand…GENOEG! zegt de Grote Kunstenaar.

En dan… het resultaat… de Grote Kunstenaar trekt de conclusie: zijn ontwerp is helemaal niet saai, maar… een wonder!

Ik ben echt onder de indruk van dit prentenboek: zoiets als dit heb ik nog nooit gezien. Een verrassend, grappig en inspirerend verhaal over hoe mooi we zijn als mensen, maar ook over creativiteit en de kracht van de verbeelding. Voor iedereen die wel een portie vrolijkheid kan gebruiken… een Wonder!

Verschenen bij uitgeverij Lemniscaat.

Zelf lezen

De geheimen van Sterrenstad – Reinier Sonneveld

“‘Ik zal je mijn verhaal vertellen. Je gelooft het niet, dat zei ik al. Maar áls je het gelooft, dan beloof ik je: daarna kun je alles aan.’”

Dit boek is een bizarre trip. Je wordt heen en weer geslingerd tussen met open mond lezen en zo snel mogelijk de bladzijden om willen slaan. En je denkt de hele tijd: wat gebeurt hier? Niemand lijk je te kunnen vertrouwen in dit verhaal over een verdwenen vader, kartonnen gevels en zwijgzame familieleden. Er wordt meer niet gezegd dan wél. En daar moet je het dan maar mee doen.

Doorgaan met lezen “De geheimen van Sterrenstad – Reinier Sonneveld”
Zelf lezen

Hotel Zweefkees – Kelly van Kempen

Illustraties Marieke Nelissen

Kelly van Kempen kennen we natuurlijk al van haar series over De Vriezels en De sterrensteen, verschenen bij uitgeverij Billy Bones. Maar voor haar laatste boek, Hotel Zweefkees, maakte ze de overstap naar uitgeverij Lemniscaat. Het werd luxe uitgegeven in een iets groter formaat, met aantrekkelijke illustraties van Marieke Nelissen. Dit boek is wat mij betreft de definitieve doorbraak van Van Kempen in kinderboekenland, ze heeft haar stijl gevonden.

Doorgaan met lezen “Hotel Zweefkees – Kelly van Kempen”
Voorleesboeken, Zelf lezen

Alice tuimelt in Wonderland – Tiny Fisscher

Illustraties Jeska Verstegen

Trouwe volgers weten dat ik fan ben van het werk van Tiny Fisscher (en ze is ook nog eens een heel leuk mens, weet ik nadat ik met haar in een jury heb gezeten!) Ik heb heel veel van haar boeken gelezen, ben onder de indruk van de diversiteit van haar oeuvre.

Maar de hertalingen van klassiekers (zoals Oliver twist, Sindbad de zeeman en Alleen op de wereld) hebben toch echt mijn voorkeur. Het komt door mijn voorliefde voor klassieke verhalen: ik vind het zo mooi hoe zij deze verhalen doorgeeft voor een volgende generatie met een frisse nieuwe stijl. En nu is daar weer een nieuwe hertaling: deze keer die van Alice in Wonderland!

Doorgaan met lezen “Alice tuimelt in Wonderland – Tiny Fisscher”
Prentenboeken

Woeste dagen vol – Floor Paul & Anna Boterman

Toen ik nog als docent werkte op de pabo organiseerden we elk jaar een themadag rond rouw & verdriet. Een erg belangrijk onderwerp voor aanstaande leerkrachten, want ze gaan sowieso te maken krijgen met klein of groot verdriet in hun baan in het onderwijs. Ziekte, verlies, de dood; het hoort bij het leven. Ook als je er nog niet direct mee te maken hebt gehad, is het goed om er als leerkracht over na te denken, er over te praten. Juíst op ‘gewone’ dagen, zodat kinderen ervaren dat het geen eng onderwerp is waar je het niet over mag hebben.

Doorgaan met lezen “Woeste dagen vol – Floor Paul & Anna Boterman”
Zelf lezen

De kleine prinses – Frances Hodgson Burnett

Vertaling Imme Dros, illustraties Jeska Verstegen

“‘Wat er ook gebeurt’, zei ze, één ding kan niet veranderen. Zelfs in vodden en lompen kan ik nog steeds een prinses zijn, ben ik dat ook. Het is geen kunst om een prinses te zijn als je gekleed bent in gouden gewaden, het is een veel grotere prestatie om er een te zijn als niemand het aan je ziet.”

Frances Hodgson Burnett kennen de meesten van haar beroemde boek De geheime tuin, het lievelingsboek van Tonke Dragt. Sinds ik de hertaling van Imme Dros las is het ook een van mijn favorieten. Het verhaal uit 1911 gaat over hypochondrie en is typisch een verhaal uit die tijd, maar heeft toch ook nog zeggingskracht in onze tijd.

Bij Leopold verschenen achtereenvolgens De geheime tuin, De kleine lord en onlangs De kleine prinses in een mooie uitgave met een leeslint en goud op snee. De kleine prinses verscheen zelfs al eerder dan De geheime tuin, in 1905. Ik las het boek tijdens de kerstdagen en vond het betoverend mooi, ondanks dat het al zo oud is.

De kleine prinses gaat over Sara, die met haar vader in India woont. Hij besluit echter dat zij een goede opleiding moet hebben en stuurt Sara naar een kostschool in Engeland. Sara’s vader is erg rijk en het ontbreekt haar aan niks. Ze draagt de mooiste kleding, krijgt overdadige cadeaus en accessoires. Daardoor voelt Sara zich een prinses. Maar niet alleen van buiten lijkt ze dat, ook van binnen is ze ‘koninklijk’: vriendelijk, lief, vrijgevig en altijd bezorgd om anderen.

Op een dag slaat het noodlot toe: haar vader – die weer in India is – komt te overlijden. Hun fortuin gaat tegelijk in rook op. Van het ene op het andere moment is Sara straatarm. De directrice van de kostschool, mevrouw Minchin, heeft een ontzettende hekel aan Sara, maar dat probeert ze te verbergen: ze prijst haar juist de hemel in. Totdat haar geld weg is, dan begint ze haar het leven zuur te maken. Sara wordt het sloofje van Minchin, ze krijgt nauwelijks te eten en moet van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat hard werken. Geen mooie kleren meer, geen satijnen lakens en mooi speelgoed, wel een koude tochtige zolder waar ze op een plank moet slapen tussen de ratten.

Maar een prinses houdt altijd haar waardigheid, en zo weet Sara met behulp van haar fantasie en verbeeldingskracht te overleven met hulp van haar vriendinnen en bijzondere buren. Het verhaal komt tot een verrassend einde waarin alles bij elkaar komt.

Het meest opvallend aan de verhalen van Burnett is de rol van de verbeelding en het vermogen van het kind om zich steeds weer aan te passen aan veranderende omstandigheden. Het leven was rond 1905 heel wat minder comfortabel en kinderen durfden nog niet zo vaak in te gaan tegen volwassenen. Sara was een voorbeeld in die tijd, met haar goede gedrag maar ook met haar durf om zichzelf te blijven, ondanks alles. Geld en aanzien was in die tijd ook heel belangrijk, en betekende het verschil tussen gerespecteerd worden en veracht worden.

De schrijfstijl is door de frisse vertaling van Imme Dros vlot en gemakkelijk te volgen, maar behoudt de sfeer van toen. Er staat prachtige bloemrijke zinnen tussen, die je meenemen naar een andere tijd. Ook het gebruik van de alwetende verteller doet wat gedateerd aan, maar past hier prachtig in het verhaal. Als lezer weet je meer dan de personages, en dat is precies de bedoeling van de schrijfster.

Ik raad de boeken van Burnett nog steeds aan aan een jong publiek (9+). Het is prettig leesbaar, geeft een beeld van een andere tijd en leert ons dat het niet uitmaakt of je rijk of arm bent, iedereen kan zich een prins(es) voelen.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Atman – Bart Moeyaert

Illustraties Mark Janssen

Bart Moeyaert is een bijzondere kinderboekenschrijver: zijn oeuvre is divers en verrassend, literair en tegelijk toegankelijk. Mijn lievelingsboek van hem is Morris de jongen die de hond vond, een boek over sneeuw en een hond die zijn eigen gang gaat, voor jonge lezers.

Ook zijn nieuwste boek, Atman!, is weer geschikt voor beginnende lezers. De ruime bladspiegel, grote letters en vele illustraties maken het tot een geschikt leesboek vanaf groep 4. Maar ook als voorleesboek is het heel fijn! De tekst leest als een lang gedicht, met een heerlijk ritme en veel vaart. En je wordt als lezer steeds verrast door de gekke wendingen in het verhaal. 

Doorgaan met lezen “Atman – Bart Moeyaert”
Prentenboeken

Jij bent mijn begin – Octavie Wolters

“Alle prenten in dit boek zijn linosneden.”

Voor degenen die niet precies weten wat een linosnede is zal dit zinnetje niet zoveel betekenen. Maar als je zelf (en ik spreek uit ervaring) hebt ervaren hoe fysiek zwaar het is om vormen uit linoleum te snijden, drukinkt uit te rollen en de drukpers te bedienen, weet je dat het maken van een prentenboek op dit formaat een monsterklus is.

Octavie Wolters is een kunstenaar en illustrator die op haar Instagram veel deelt over haar werk, de techniek en het creatieve proces. Dat is ontzettend leuk om te volgen. Ze maakte al eerder een prentenboek: Het lied van de spreeuw, dat terecht een zilveren penseel kreeg. En nu is er een nieuw boek: Jij bent mijn begin.

Jij bent mijn begin gaat over Haassie, een jonge haas die zich afvraagt waar  haar begin is.

“‘Waar komen de bomen vandaan?’ vroeg Haassie aan zijn moeder. ‘En de vogels?’ (…) ‘En ik?’”

Haar ouders vertellen haar dat alles wat leeft ontstaat in de lente. Dus wil Haassie daarnaar op zoek. Ze volgt de rivier en komt bij de winter, de herfst en de zomer… en uiteindelijk bij de lente. De lente, dat is haar moeder, dat is haar fijne nest.

De platen op mega-formaat zijn overweldigend. Hoewel ze allemaal in zwart-wit afgedrukt zijn, lijkt er ook kleur te zijn, die je ‘tussen zwart en wit’ in ziet. De manier waarop Wolters de guts gebruikt is ook fantastisch. Ze heeft zoveel verschillende technieken in huis: strepen, lijnen, vlakken wisselen elkaar af. Het zijn duidelijke, grote gebaren die prachtige composities opleveren.

Het verhaal lijkt simpel – Haassie gaat langs allerlei dieren en uiteindelijk vindt ze het antwoord – maar doet ook wat filosofisch aan. Wolters schrijft in mooie, heldere zinnen die jonge lezers én voor volwassenen aanspreken. Daarmee is het echt een boek voor jong en oud: een cadeauboek.

Jij bent mijn begin ligt nu in de winkel! Verschenen bij uitgeverij Ploegsma.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Bommel en ik – Enne Koens

Illustraties Roozeboos

Enne Koens is een van mijn lievelingsschrijvers en Ik ben Vincent en ik ben niet bang een van mijn lievelingsboeken. Ze heeft zo’n eigen, fijne schrijfstem dat ik elke keer weer ontroerd raak. Dat doet ze met boeken voor oudere kinderen, zoals dus over Vincent, maar ook in Vandaag komen we niet meer thuis. Maar ook voor 8+ schrijft ze verhalen die de lezer, het kind, serieus nemen. De twee boeken over Sammie bijvoorbeeld (Sammie en opa en Sammie en mama). Nu is er onlangs een nieuw 8+ boek verschenen: Bommel en ik.

Doorgaan met lezen “Bommel en ik – Enne Koens”