Wat een fijn en sfeervol prentenboek! Heerlijk om keer op keer voor te lezen aan kinderen vanaf 3 jaar.
Het verhaal gaat over Julius de muis, die graag alleen is. Hij ontwijkt andere dieren en mensen, hij heeft gewoon niemand nodig. Hij heeft het enorm naar zijn zin in zijn holletje, dat er heel gezellig uit ziet met raampjes naar boven en versieringen aan de muur.
Tot op een dag de vos zijn nieuwsgierige neus door het raam van Julius steekt. ‘Ik kwam even kijken of je oké bent,’ loog de vos. Hij wilde de muis eigenlijk opeten, maar kwam vast te zitten in het raam van Julius. Julius besluit hem te helpen en in ruil daarvoor worden Julius en vos vrienden. Vos redt hem zelfs van een aanval door uil. Alleen zijn is fijn, maar soms heb je echt wel een vriend nodig!
Begrippen die naar voren komen in het boek zijn: alleen zijn, ontwijken, verstoppen, ontsnappen, vriendschap, samen zijn. Je kunt naar aanleiding van het verhaal mooie gesprekken voeren over alleen zijn en samen zijn: wat vind jij het fijnst? Wanneer voel je je alleen, wanneer heb je iemand nodig?
De warme platen zijn prachtig en er is veel op te zien. Aan het begin zijn er aanwijzingen dat vos in de buurt is: zien de kinderen het?
Een koortsig gevoel, hoofdpijn, prikkende wondjes op mijn gezicht: tijdens het lezen van Noorderlicht voel ik me Ive: de hoofdpersoon van het nieuwe boek van Anna van Praag, waarin droom, nachtmerrie en werkelijkheid elkaar afwisselen.
Als Ive (14) en haar vader met de auto op weg zijn naar een Waddeneiland, krijgen ze een ongeluk. Papa is ongedeerd, maar Ive heeft een hersenschudding en haar haren en gezicht zitten vol met glassplinters. Maar Ive is ook een puber en een hersenschudding komt slecht uit tijdens een vakantie waarin ze haar ouders lekker voor zich alleen heeft. Dus bijt ze zich stoer door de pijn heen en onderneemt ze van alles, samen met haar nieuwe vriendin Evi, die ze vlak na het ongeluk ontmoet.
Mama komt een dag later. Maar er is iets vreemds aan de hand. Ze doet afstandelijk tegen Ive’s vader. Ze wil op het eiland op de manege gaan werken. Ive is ongerust. Ze doet alles om haar ouders bij elkaar te houden. Tegelijk werkt ze aan een filmpje voor school over een held: daar heeft ze haar vader voor gekozen, omdat hij als bioloog helpt de wereld te redden.
Of het Ive lukt om haar ouders te herenigen, lees je in Noorderlicht. Een bijzondere jeugdroman met een enorme spanningsopbouw en personages die je écht leert kennen, maar die ook mysterieus blijven tot het eind. Het boek is prachtig vormgegeven, het oog op de voorkant met het noorderlicht erin: beiden komen terug in het verhaal. Het mooist vind ik hoe het sprookje van de sneeuwkoningin (H.C. Andersen) op ingenieuze wijze in het verhaal verweven is.
Anna van Praag geeft les op de Schrijversacademie (ik heb kort les van haar gehad) en ze laat met dit boek zien dat ze zelf ook echt geweldig kan schrijven: erg inspirerend. Een aanrader, dit boek!
Ik las het debuut van de Schotse schrijfster Elle McNicoll: Een soort vonk. Ik vind het een erg goed geschreven jeugdboek met een interessant thema. Op knappe wijze legt McNicoll een link tussen autistisch zijn en de manier waarop vroeger vrouwen van hekserij beschuldigd werden. Onze samenleving worstelt nog steeds met mensen die anders zijn: Addie – de hoofdpersoon in het boek – komt er tot haar verbazing achter dat ook grote mensen kunnen pesten en uitsluiten, zodanig dat het anderen kapot maakt. Elle McNicoll studeerde creatief schrijven en schreef haar masterscriptie over het gebrek aan neurodiverse auteurs die over hun eigen ervaringen schrijven. Dus ging ze dat zelf maar doen.
Wat quotes uit het boek:
“Ik denk dat anders zijn goed is. Tenminste, zolang je daar niemand kwaad mee doet. De wereld heeft die verschillen juist nodig, hoe meer, hoe beter.” (…)
“Ik wil dat we onszelf iets beloven. Iets wat ik mezelf ook beloof. Dat we gewoon aardig blijven doen als we iemand ontmoeten die op het eerste gezicht een beetje vreemd is.” (…)
“Mijn opa zei altijd: mensen zoals ik waren vroeger misschien niet de meest sociale. En ook niet altijd de meest spraakzame. Maar terwijl anderen rond het vuur zaten te roddelen, gingen wij op zoek naar stroom. Dat is wat mijn autisme is. Een soort vonk.”
Flaptekst:
Tijdens een schoolproject ontdekt de elfjarige Addie dat in het dorp waar ze woont, vroeger heksen werden vervolgd én gedood. Ze vindt het zo onrechtvaardig dat ze een monument wil oprichten voor de vrouwen die daar onterecht de dood vonden. Maar het dorp zit er niet op te wachten. Zo’n monument is alleen maar een herinnering aan een zwarte bladzijde uit de geschiedenis. Addie laat het er niet bij zitten. Ze voelt zich verwant met deze vrouwen uit het verleden. Net als de ‘heksen’ vroeger, wordt zij nu raar aangekeken door mensen die haar anders vinden. Ze heeft namelijk autisme en reageert vaak niet zoals mensen verwachten. Addie begrijpt hoe machteloos de onterecht veroordeelde vrouwen zich moeten hebben gevoeld, want ze waren gewoon wie ze waren… net als zij. Durft Addie, die zich het liefst op de achtergrond houdt, de strijd met haar dorpsgenoten aan?
Op Lemniscaat.nl zijn mooie lessuggesties te vinden bij dit boek: om autisme, hekserij, pesten en anders zijn bespreekbaar te maken in de klas.
Ik had geen mooier boek kunnen kiezen om dit gekke jaar mee af te sluiten: wat een hartverwarmend verhaal! Over je angsten overwinnen, vriendschap, uitdagingen aangaan en wereldproblemen waar kinderen zich zorgen over maken. Ontzettend goed geschreven en met een belangrijke boodschap! Hieruit ga ik zeker voorlezen in een van mijn colleges volgend jaar. En de pabo-studenten gaan ook in actie komen…
Op de achterflap:
Voor een challenge-week die meester Sinan op school organiseert, besluit de elfjarige Zwaan geld op te halen voor kinderen in vluchtelingenkampen. Als uitdaging kiest ze ervoor om in een tent in de achtertuin te gaan slapen. Dat is niet de minste uitdaging, want ze wonen heel afgelegen, en dat terwijl Zwaan met angsten worstelt – angsten die ze graag wil overwinnen. Nog voordat ze aan haar challenge begint, besluit ze die langer te laten duren dan een week: een jaar, zelfs. Het wordt een eng, moeilijk, spannend, bizar maar ook mooi en leerzaam jaar. En dat in een bijzondere tent, die alles te maken heeft met een dramatische gebeurtenis van twee jaar daarvoor…
Mijn eerste ministerie van oplossingen-boek! Natuurlijk had ik er al veel over gehoord en gelezen, maar nu – het is het vierde deel in de serie – kan ik er toch echt niet omheen.
Wat was het spannend! Ik wilde echt doorlezen om te weten hoe het af zou lopen. Rooseboom houdt de plot complex en laat steeds weer iets in de soep lopen, zodat je echt niet weet waar het verhaal naartoe gaat. Heerlijk voor mij, maar ook voor jonge lezers!
Het ministerie van oplossingen is een geheime organisatie die mensen moet helpen, maar niet ontmaskerd mag worden. Vier kinderen en twee oude dames hielpen in de vorige drie boeken al vele mensen, maar in dit boek is er een grote uitdaging: het helpen van een jongen die echt niet aardig is. En dan blijkt hij ook nog eens de zoon van hun grootste vijand: een Zilverman, die als grootste missie heeft het ministerie te laten verdwijnen.
Toch laten ze het er niet bij zitten: de uitdaging is groot en ze zijn niet bang voor een beetje avontuur. Nina is met haar 11 jaar de oudste van het stel. Ze is nergens bang voor en enorm vindingrijk. Hoe ingewikkeld de zaak ook is, ze bedenken steeds weer gekke oplossingen. Bijvoorbeeld met een ‘schaduwzaak’ in een bejaardenhuis die de aandacht af moet leiden en een zoektocht naar een geschikt appartement voor de tante van de Zilverjongen.
Wat een mooi idee als er echt zo’n geheime organisatie zou ontstaan: die zonder dat je het weet zorgt dat je een voldoende voor je proefwerk haalt, verkering regelt met die leuke jongen of je helpt met klusjes in huis. Je zult nooit weten of ze je hebben geholpen of niet, want het bestaan van het ministerie mag nooit openbaar worden.
Sanne Rooseboom heeft een fijne vertelstijl en schrijft zoals gezegd met veel vaart, maar ook met ‘doodlopende weggetjes’ zodat je geboeid blijft. Je kunt je identificeren met de personages, maar ze zijn wel net even wat stoerder en dapperder dan jij.
Het verhaal roept vragen op die leuk zijn om met kinderen te bespreken: vertel jij alles aan je ouders? Mag je geheimen hebben? Help jij ook een kind dat je niet zo aardig vindt? Welke oplossing kan jij bedenken voor een probleem van een ander?
Wat een mooie serie is dit. Het zet ongetwijfeld veel kinderen vanaf ongeveer 9 jaar aan tot lezen, helemaal omdat het een serie is. En de cover en de illustraties gemaakt door Mark Janssen zijn zo aantrekkelijk! Je ogen worden er naartoe gezogen, het is stoer en mysterieus tegelijk.
Het boek verscheen bij uitgeverij Van Goor en je kunt het hier bestellen. Ik ontving van De leukste kinderboeken een recensie-exemplaar.
Stel je een minihuisje op wielen voor waar de vlammen uit het dak slaan, volgepropt met 2 broers en een zus die ruzie maken, een kok, een bewaker, een stiefmoeder, een vervelend broertje en een heleboel dieren; terwijl het, omringd door een kudde op hol geslagen koeien met een noodgang een brandend bos uit wordt gereden door een pick-up truck. Zie je het voor je??
Dit is het slotstuk van het hilarische en enorm spannende nieuwe boek van Keir Graff (bekend van De spooktoren en Het luciferkasteel), dat zich afspeelt in de bossen van Californië, waar helaas ook in het echt soms enorme bosbranden ontstaan.
Hoe komen al die mensen in dat kleine huisje, vraag je je af. Tja, het is een maffe samenloop van omstandigheden die begint op de dag dat de vader van hoofdpersoon Dagmar te horen krijgt dat de kopers van zijn eigenhandig gebouwde Tiny House de aankoop terugtrekken. Ze besluiten er met hun samengestelde gezin (met stiefmoeder en halfbroertje) zelf in te gaan wonen (oké, ze zijn ook failliet dus een andere keuze is er niet).
Daar is Dagmar niet blij mee! Ze moet afscheid nemen van haar oude leventje en van haar vrienden; ze zetten hun Tiny House op een verlaten stuk bos waar niets te beleven is.
…denkt Dagmar. Totdat ze op onderzoek uit gaat en een vreemd huis ontdekt en een nog vreemdere jongen, Blake. Bij gebrek aan andere afleiding zoekt ze contact met hem en ontdekt de familiegeheimen van zijn steenrijke ouders, oom en tante. Geld maakt niet gelukkig: dat kunnen we wel leren van dit verhaal – sterker nog: je kunt er knallende ruzie over krijgen.
Ik ben fan van deze schrijver na het lezen van dit boek en ben dan ook benieuwd naar zijn andere boeken. Het leest als een trein en zit vol woordgrappen (hulde aan vertaler Annemarie de Vries). Ik denk dat lezers vanaf een jaar of 10 hiervan zullen smullen. Lezers die ook houden van bijvoorbeeld Keverjongen (M.G. Leonard), de serie Costa Banana (Jozua Douglas) en de boeken van David Walliams. Ook heerlijk om voor te lezen in de klas!
Ik ontving het boek van De leukste kinderboeken: het verscheen bij Van Holkema & Warendorf. Bestel het boek hier.
Ik las een boek dat eigenlijk voor minimaal 15+ is. Ook wel weer eens leuk: ik heb de afgelopen tijd zoveel kinderboeken gelezen dat ik er weer even aan moest wennen: langere zinnen en hoofdstukken, meer beschrijvingen en metaforen, maar o zo heerlijk om in het hoofd van een volwassen meisje te zitten.
Hebe, ik gok begin twintig, is de hoofdpersoon in Schaduwbroer. Haar broer Alec is overleden in Japan, waar hij aan freediving deed: heel diep duiken zonder zuurstofflessen. Hij overleefde een erg diepe duik niet. Alec en Hebe zijn een broer en zus die in elkaar vervlochten zijn, veel van elkaar houden maar ook rivaliteit hebben met elkaar. Uiteraard komt de dood van haar broer binnen als een mokerslag. Hun gezamenlijke liefde is Japan. Hebe wil er naartoe, alleen, om te rouwen en om erachter te komen wat er nu precies gebeurd is.
Elk hoofdstuk begint met een quote, een plaatsnaam en een jaartal. Ze komen van de kaarten die Alec naar zijn zus stuurde op zijn reizen. Toen Alec naar Tokio ging, kreeg Hebe bij hun afscheid ook een kaart met een haiku die hij voor haar had geschreven. Het is cryptisch: Hebe weet niet wat ze ermee aan moet. Maar dat ze naar Tokio moet, is wel duidelijk.
Aangekomen in Tokio dompelt Hebe zich onder in het Japanse leven. Het is alsof je er zelf bent. Hannema schrijft zo gedetailleerd over het leven op straat, de mensen, de taal en vooral over het eten. Het water loopt je in de mond. Doordat de telefoon van Hebe kapot is gegaan is de ervaring van alleen op reis écht alleen. We zijn zo gewend aan onze lifeline: Skype, Whatsapp, overal bereik.
Op een dag ligt er een briefje met de boodschap ‘ik hou je in de gaten’ onder haar kamerdeur in haar hostel. Na elk hoofdstuk spreekt er steeds een geheimzinnige ‘stem’ die Hebe in de gaten lijkt te houden. Wie is dat? Is het dezelfde persoon die het briefje schreef? Is het het Amerikaanse meisje uit het vliegtuig waar Hebe mee gesproken heeft? Het is een merkwaardige spanningsopbouw. Je wilt weten hoe het verder gaat. Hebe gaat na 3 dagen Tokio naar het eiland Ishigaki, waar het ongeluk plaatsvond. Daar beginnen puzzelstukjes in elkaar te vallen tot een ontroerende én romantische ontknoping.
Vriendschap en relaties zijn een belangrijk thema in het boek. Hebe heeft veel flashbacks naar momenten met haar ‘beste vriendin’ Agnes, over wie ze twijfelt: had ze wel aandacht voor haar, luisterde ze wel echt, wat betekenen vrienden eigenlijk? Hebe ontmoet op haar reis veel mensen met wie ze diepgaande gesprekken voert en direct een soort van vriendschap en soms meer voelt: op reis kan dat blijkbaar.
Het verhaal blijft me nog lang bij. Iris Hannema schreef eerder alleen non-fictieboeken over haar reizen (ze heeft 10 jaar non-stop gereisd!), dit is haar eerste roman. In een interview met Hannema, te lezen op https://www.kinderboeken.nl/inspiratie/interview-iris-hannema/ ontdek ik dat ze voor dit boek geïnspireerd werd door het overlijden van een Russische freediver. Je leest in alles dat dit alleen geschreven kan zijn door een echte wereldreiziger. De details over culturen, (eet)gewoontes en het gevoel helemaal alleen (en zonder smartphone) te zijn, zijn levensecht beschreven. Heel mooi.
Ik ontving van kinderboeken.nl een recensie-exemplaar. Het boek is uitgegeven door Leopold. Ik raad het aan als je houdt van Japan, van reisverhalen en van onderhuidse spanning.
Het debuut van (stem)acteur Kevin Hassing is een spannend en sfeervol verhaal: heerlijk om te lezen en te verdwijnen naar een andere wereld, een andere tijd. Mus is de hoofdpersoon: een stoer meisje dat zich ontpopt als de heldin van het verhaal. Ze is ‘alleen op de wereld’, en lijkt ervoor gemaakt te zijn die wereld ook nog eens te redden. En dat doet ze in het geweldige gezelschap van drie noeste mannen en een krom mannetje, die onderling bruut met elkaar omgaan, maar eigenlijk heel lief zijn.
Mus ontsnapte uit haar stad Zeeburgerdam, die bezet werd door de bende van de 5 slangen. Alle inwoners werden op een plein gezet en daar gevangen gehouden. Behalve Mus, want Mus heeft geen huis en geen familie. Zij was de enige die de stad kon redden. Ze werd door een mysterieuze vrouw op pad gestuurd om Kwaadbaard te vinden. Kapitein Kwaadbaard zou een einde kunnen maken aan de bezetting. Maar hoe hij dat moest doen, daarover gaat nu juist dit verhaal en dat moet je zelf maar lezen!
De bonkige karakters, de sfeerbeschrijvingen van het café waar Mus Kwaadbaard voor het eerst ontmoet, mysterieuze kettinkjes met bedeltjes, de ruimtebeschrijvingen van de plekken waar Mus en de mannen slapen, een enorme boomhut, kwaadaardige wolven, een verbrand schip, de ontroerende gesprekken tussen Mus en Kwaadbaard: het maakt het tot een sfeervol geheel waarin je gaat geloven. Mus is zeer verbonden met ‘haar’ stad en doet er alles voor om de mensen te redden, koste wat het kost. Ze is niet bang voor de grote mannen en slaagt erin met slimme trucs om dingen gedaan te krijgen. De vrouwen hebben sowieso een sleutelrol: ze zijn slimmer, handiger en vindingrijker dan de mannen en bepalen ook de uiteindelijke afloop van het verhaal.
Een heerlijk boek voor kinderen die van fantasiewerelden en spannende verhalen houden. Hebben ze genoten van Het raadsel van de zee en Het verlangen van de prins? Dan is dit boek echt iets voor hen. Mooi debuut, en het tweede deel ligt al in de planning. Zoals het een echte soapacteur betaamt, bevat het boek een spannende cliffhanger!
Wat een geweldig boek! Frida (Frietje) vindt op een dag een verwarde oude man die midden op straat staat met zijn pantoffels aan. Frietje is een meisje dat alles wat ze vindt, meeneemt. Dus deze meneer, die ze meneer Fritz noemt, gaat mee naar haar huis. Haar ouders hebben een restaurant dat Kip, friet en kaviaar heet. Ze vinden het eerst een beetje gek dat ze er plots een huisgenoot bij hebben, maar ze raken langzamerhand op hem gesteld.
Frietje en Fritz worden dikke maatjes. Maar dat hij zich niks meer herinnert van vóór hij gevonden werd door Frietje is wel heel verontrustend. De hulpverlening gaat zich ermee bemoeien, en gelukkig mag hij voorlopig bij Frietje blijven wonen. Ze gaan wel samen op onderzoek uit: ze hangen posters op en gaan op zoek naar plekken die meneer Fritz zich misschien herinnert.
Ik verklap uiteraard niet hoe het afloopt, maar kan wel zeggen dat het hartverwarmend is, het hele boek is dat trouwens. Een ogenschijnlijk simpel gegeven, een verwarde man, en een heerlijke schrijfstijl met veel vaart en humor, zorgen ervoor dat het leest als een trein. Als het uit is, wil je opnieuw beginnen om in de sfeer van het verhaal te blijven.
Wat een fijn boek. Anders dan anders. Het doet denken aan de boeken van Hendrik Groen, over het ‘gewone’ leven van een bejaarde meneer in een bejaardentehuis. Met humor en relativeringsvermogen kijken ze naar de wereld, die zo druk en hectisch is. Jonge mensen vinden oudere mensen vaak saai en oninteressant, terwijl ze juist veel van elkaar kunnen leren. Dit boek breekt ook weer een lans voor het doorbreken van leeftijdsgrenzen: laten we als jongeren weer wat meer omkijken naar onze ouderen.
Ik ontving van uitgeverij Lemniscaat een recensie-exemplaar. Ik raad het boek aan voor lezers vanaf 9 jaar ongeveer. Het is heerlijk als voorleesboek (in de klas of thuis) of om zelf te lezen. Gevonden is het tweede boek van Cees van den Berg, die ook muzikant is. Warm aanbevolen!
Een jaar geleden overleed de vader van Pelle. Hij en zijn moeder blijven alleen over. Het lijkt of alles stil is blijven staan: ‘het leven is een zoutloze soep geworden’. Pelle (12 jaar) is echter ook gewoon een tiener en bovendien hoogbegaafd: hij ging op zoek naar manieren om met zijn verdriet om te gaan. Zijn oplossing: als hij tranen voelt opkomen denkt hij aan gedetailleerde feiten, zoals het aantal cellen in je lichaam, de draagkracht van een mier of een zo lang mogelijke reeks priemgetallen. Dat sleept hem erdoorheen.