Een boterham met tevredenheid, levertraan, tbc, telegrammen, muziek uit een pick-up en bellen in een telefooncel. Veel dingen die heel gewoon waren voor kinderen in de jaren ‘50 kennen we nu niet meer. Door het heerlijke nieuwe boek van Jacques Vriens ben je eventjes in een heel andere tijd: de tijd van vlak na de Tweede Wereldoorlog.
Voor veel kinderen is de eerste schooldag spannend. Maar als je uit een ander land, een andere cultuur komt, is het helemaal spannend of je ‘erbij past’.
‘Schrijf het op,’ zeggen ze. ‘Dit mag niet vergeten worden.’
Een zin die alles zegt over dit boek, dit bijzondere verhaal. Over vier jongeren, die elkaar toevallig ontmoeten, maar alles voor elkaar betekenen in die vreselijke oorlog, die begonnen is door de volwassenen: de kinderen hebben er niet voor gekozen om te moeten schuilen in de tunnels van de metro, elke dag in angst te leven.
“‘Mam,’ zei Nora. ‘Laat Loen lekker buitenspelen.’ (…) ‘Maar ze is…’ zei mijn moeder. Ik wist precies welk woord daar hoorde. Het had drie letters, begon met een g en eindigde op -ek. Een klap in mijn gezicht had nog minder pijn gedaan.”
Luna kennen we uit het vorige boek van Pieter Koolwijk, Gozert. Ook als je dat boek niet gelezen hebt, kun je dit verhaal gewoon volgen. Luna hoort stemmen in haar hoofd. Daarvoor is ze in behandeling en opgenomen in Huize Hoopvol, ofwel Huize Hopeloos zoals Luna het zelf noemt. Ties ontmoette ze ook in dat huis, net als Gozert, de denkbeeldige vriend die alleen Luna en Ties kunnen zien en horen.
“‘Gozert?’ Eva keek me grijnzend aan. ‘Hoe kom je daar nou weer op?’
‘Hoe kom je er weer af,’ riep Gozert lachend vanuit de schuur. ‘Dat is de betere vraag.’”
Luna is doodongelukkig in Huize Hoopvol. Het enige lichtpunt is het weekend, wanneer ze mag logeren bij Ties en zijn ouders. Totdat haar moeder daar verandering in brengt. Van de ene op de andere dag haalt ze Luna weg uit het tehuis. Haar moeder vindt Luna gek, ze weet zich geen raad met haar eigen dochter. Ze vertrouwt haar niet en dat beklemt Luna enorm.
Eenmaal aangekomen in het vakantiehuisje waar Luna met haar moeder een tijdje zal verblijven, krijgt ze bezoek van haar zussen en haar vader. De omgang met haar familie is moeizaam. Aan haar vader heeft ze een uitgesproken hekel. Met zussen Nora en Eva kan ze goed opschieten, maar ze is van hen vervreemd. Ze hoort niet meer echt bij het gezin, ze is buitenspel gezet.
“Kom op, Loen. Je kunt de stem horen van de overleden broer van Ties. Geef toe. Dat is ontzettend bizar.
Ik knikte. Natuurlijk was het bizar. Maar alles in mijn leven was bizar. Ik was zelf bizar. Alleen had ik dat inmiddels geaccepteerd. Waarom kon de rest dat dan niet?”
Luna gaat op onderzoek uit op het vakantiepark met Gozert. En ze ontmoeten een Mexicaanse familie die zich aan het voorbereiden is op Días de los Muertos – de dag van de doden. Ze raakt bevriend met de moeder en haar twee kinderen, die 1,5 jaar geleden hun man en vader verloren. Luna gebruikt haar gave om stemmen te horen nu op een hele bijzondere manier. En de band met haar moeder verandert ook…
Pieter Koolwijk is een unieke kinderboekenschrijver. Ik heb hem een beetje leren kennen tijdens een online schrijversbezoek bij onze pabo afgelopen maart, waarin hij openhartig vertelde over zijn drijfveren om zijn boeken te schrijven. Van wat hij vertelde vat ik het zo samen: Hij vindt het belangrijk om fantasie serieus te nemen. We worden allemaal veel te snel volwassen. En ‘anders zijn’ komt niet handig uit: zodra een kind een beetje druk is krijgt hij het etiket adhd en als hij stemmen hoort of een vriendje heeft dat niemand anders kan zien, moet hij daarvan genezen worden. Pieter Koolwijk wil boeken schrijven waarin de fantasie centraal staat: in een verhaal kun je verdwijnen. Er is zoveel vermaak in de vorm van games en schermpjes: hoe creatief soms ook, het haalt het niet bij een boek waarbij je je eigen beelden kunt vormen.
Het was een inspirerend bezoek. Ik heb van veel studenten gehoord dat ze een of meerdere boeken van Koolwijk zijn gaan lezen of hebben voorgelezen in de klas. Juist bij leerkrachten is de boodschap ‘zie het kind’ enorm belangrijk. En de oproep om meer te lezen is ook nogal urgent. We hebben meer leerkrachten nodig die lezen promoten en die boeken lezen waarin identiteit en inclusiviteit een belangrijk thema is.
Ik heb weer genoten van dit ‘vervolg’ op Gozert. Pieter Koolwijk heeft een vlotte pen, hij schrijft met veel humor en de dialogen zijn scherp en vaak ontroerend. En de vormgeving! De illustraties van Linde Faas zijn weer weergaloos mooi, maar ook de afwisseling in lettertype en -kleur leest erg prettig.
Een boek voor lezers vanaf ongeveer 10 jaar. Voorlezen kan denk ik al vanaf 9 jaar. Ik ben benieuwd hoe kinderen reageren op dit verhaal. Het roept vast veel reactie op. Te zien aan de overweldigende aandacht op Instagram voor dit boek, heeft Pieter Koolwijk met zijn oeuvre een gevoelige snaar geraakt, ook bij volwassen lezers. Ik hoop dat er nog veel meer van dit soort prachtige boeken zullen komen.
Meer weten? Kijk op www.lemniscaat.nl/boeken/luna/. Ik ontving van uitgeverij Lemniscaat een recensie-exemplaar, dank daarvoor!
Een oude dame ontmoet een tijger in het bos. Ze worden onafscheidelijk. Op een dag wordt de tijger ernstig ziek. Hij wil terug naar het land waar hij geboren is. Hoe gaat de oude dame om met het afscheid en het verdriet?
Een ontroerend en troostend verhaal over liefde en afscheid, vasthouden en loslaten. Met schitterende tekeningen en tekst van Jan Jutte.
Als je het niet bent, is het onmogelijk om je voor te stellen hoe het is om blind te zijn. Je ogen dichtdoen is niet genoeg. Blinde mensen hebben veel gevoeligere andere zintuigen en ‘zien’ soms zelfs kleuren als ze dichtbij iets of iemand zijn.
Ronke heeft dat ook. Haar buddy Nouri, aangewezen tijdens een sterrenwachtkamp waar ze aan mee doet, is bijvoorbeeld knalgroen. En ‘Stardust’, de virtuele vriend van Nouri met wie hij chat in de game, is blauw. Ronke houdt wel van sterrenkunde, maar eigenlijk vooral van hardlopen, héél hard lopen. Maar ja, blind zijn en rennen is een lastige combinatie. Daarom rent Ronke ‘ter plaatse’: ze rent op een plek heel hard en beeldt zich in dat ze op het strand is, hoort zelfs de meeuwen boven zich en de wind door het helmgras wuiven. Zo levendig is haar fantasie.
En haar fantasie zorgt er ook voor dat ze samen met Nouri wegloopt van het kamp om stiekem ergens te gaan rennen ‘in het echt’, eerst aan de arm van Nouri, maar later los en vrij omdat ze op een startbaan van een militair vliegveld is.
Het verhaal bouwt enorm op in spanning. Het rustige begin is verraderlijk: opeens zitten we middenin een spannende scène waarin Ronke in haar eentje op de heide haar weg probeert te vinden op zoek naar… de opa van Nouri??? Hoe dat zo is gekomen moet je echt zelf gaan lezen.
“Ik racete zo hard ik kon. Het leek wel een wedstrijd tegen mezelf. Of liever: tegen mijn vroegere zelf.”
Dit is weer zo’n prachtig en meeslepend boek zoals we die van Jef Aerts (onder andere De blauwe vleugels) kennen. Zintuiglijke taal, prachtige zinnen en een enorme spanning gecombineerd met de moderne snufjes van nu: een sprekende telefoon, social media, games en chatten met mensen die zich anders voordoen. De schrijfstijl deed me ook wat denken aan de boeken van Anna Woltz.
“Als je rent, verzin je een verhaal. Iedere stap is een woord, ieder baantje een nieuwe zin. Ren een klein stukje de andere kant op en je hele verhaal verandert mee.”
Een aanrader voor kinderen die houden van spannende verhalen en tegelijkertijd iets willen leren over menselijke gevoelens en blind zijn.
Wat een spannend en mysterieus boek weer van Lucy Strange. Ook haar vorige twee boeken (Het geheim van het Nachtegaalbos en Ons kasteel aan zee) heb ik verslonden. Strange heeft een schrijfstijl die intrigeert: je bevindt je na 2 bladzijden al direct in een andere tijd (in dit geval meer dan 120 jaar geleden) op een andere plaats (Engeland) en je voelt je daar heerlijk comfortabel, alsof je er zelf bij bent. Hoewel, comfortabel: het is een griezelige setting: een diep en donker meer, oude landhuizen zonder elektriciteit en stromend water en ijzige kou.
Ik las in één ruk het nieuwste boek van Erna Sassen uit: een rauw, hard en tegelijk ook ontroerend verhaal. In haar eerdere boeken slaagde ze er ook al in om ‘echte’ jongeren te portretteren en ook in dit verhaal komt een jongere tot leven. Het verhaal kwam enorm bij me binnen.
Joshua is een jongen van 15 jaar die afstroomt van de havo naar het vmbo. Hij heeft nog geen vrienden gemaakt in zijn nieuwe klas en heeft bovendien afscheid moeten nemen van zijn beste vriendin (Zivan) die naar Irak – haar geboorteland – is gegaan.
Met de introductie van Zivan wordt een ernstig thema aangesneden: uithuwelijking op jonge leeftijd en gebrek aan autonomie van meisjes. Hoewel Zivan nergens zelf aan het woord komt, gaat eigenlijk het hele boek over haar: hoe bijzonder de vriendschap tussen een jongen en een meisje kan zijn, heimwee en onzekerheid en de verontwaardiging over beslissingen die door je familie worden genomen. Zivan moet met haar neef trouwen. De vriendschap met Joshua is dan voorgoed voorbij.
Joshua zit keihard in de puberteit: alle emoties worden uitvergroot: hij kan zo van extreem boos naar extreem verdrietig schieten. Hij is erg op zichzelf, maar is ook zoekend naar contact. Én hij kan bizar goed tekenen – vooral portretten van Zivan – dat is zijn uitlaatklep.
In het boek speelt beeldende kunst een prominente rol. De keuze voor Martijn van der Linden als illustrator vind ik geweldig gekozen – Van der Linden is erg veelzijdig in zijn stijl: de tekeningen (veelal schetsen) spelen een grote rol in het verhaal, soms vertellen de tekeningen nog meer dan wat er al in de tekst staat. Door Joshua’s tekentalent komt hij ook in contact met twee jongens (Sergio en Dylan) uit zijn klas: eerst lijken het zijn vijanden, maar gaandeweg ontwikkelen ze een bijzondere vriendschap. Ze zijn enorm onder de indruk van wat Joshua maakt, ze willen zelfs een van zijn tekeningen op hun lichaam laten tatoeëren.
Er zijn een aantal scènes in het boek die ik bijzonder vond: situaties waarin Joshua worstelt met zijn verdriet en machteloosheid over het missen van zijn beste vriendin, maar ook de ontwikkeling van de vriendschap tussen de drie jongens vond ik mooi beschreven. De taal van Sassen is rauw en waarschijnlijk voor jongeren herkenbaar. Ik vind wel dat ze veel harde woorden gebruikt. Ik denk dat jongeren het misschien fijn vinden om hun ‘eigen taal’ te herkennen, maar misschien stoot het ook af. Maar ja, geen enkel boek is voor iedereen, smaken verschillen.
Dat gezegd hebbende denk ik dat dit boek jongeren (en volwassenen) aan het denken zet. Sassen pakt in haar boeken zware thema’s op. In Er is geen vorm waarin ik pas een relatie tussen een jongere en een docent, in Dit is geen dagboek de zelfmoord van een moeder en wat dat met een jongere doet.
Er is tot slot gelukkig ook veel te lachen in dit verhaal. Klungelige docenten op het vmbo die er niet in slagen orde te houden. Een klassenuitje naar het Rijksmuseum waarbij de drie jongens vooral bezig zijn met zoveel mogelijk naakt en seks te bekijken. Je ziet het zo voor je. Een rijk boek.
Ik ken Wouter Klootwijk van zijn schitterende televisieserie De wilde keuken, die uitgezonden werd tussen 2010 en 2019. Maar Klootwijk is natuurlijk ook al jaren een geliefde kinderboekenschrijver: hij heeft tientallen titels op zijn naam staan. En grappig genoeg zie ik parallellen tussen zijn televisieprogramma en zijn nieuwste kinderboek De wind wijst de weg.
Iris woont in Brighton, een winderig stadje onder Londen, bekend van de pier en het brede strand. Het huis waar ze met haar ouders en haar drukke tweelingbroer en -zus woont staat heel erg op de wind en haar kamer is vochtig en zit vol met schimmel. Daarom gaat Iris tijdelijk bij haar oma, Mimi, wonen, die gelukkig dichtbij woont.
Mimi is een geweldige oma, zo’n oma die je wenst: ze doet gekke dingen, is lief en knuffelig. Maar er is één ding dat ingewikkeld is: het huis van Mimi staat vol met dozen en troep én haar oma is wel erg vaak in de war. Iris kan het niks schelen, ze geniet van de gesprekken met haar oma, samen koken, het zwemmen in de zee (ook in de herfst en winter). Iris is erg op zichzelf, heeft geen vrienden maar vindt dat ook niet zo erg. Totdat ze haar buurjongen Mason ontmoet. Hij wil graag vrienden worden, maar Iris ziet dat niet zo zitten. Desondanks trekken ze veel met elkaar op.
Dan ontrafelt zich het verhaal. Mason en Iris ontdekken steeds meer over de geschiedenis van oma. Mimi vertelde dat ze een nichtje had, Coral, die is verdronken op 2-jarige leeftijd bij een ramp op zee. Mimi doet steeds meer rare dingen: ze lijkt niet alleen in de war, maar vergeet af en toe ook wie Iris is. Iris vertelt het niet aan haar ouders, want ze wil bij oma blijven wonen. In plaats daarvan schrijft ze alles op wat haar oma moet onthouden, bijvoorbeeld:
⁃ In de keuken gebruik je geen paraplu
⁃ Ga niet op sloffen naar de zee
⁃ Je kleindochter heet Iris: als ze haar schooluniform aan heeft moet ze die dag naar school
⁃ Katten houden niet van cornflakes
⁃ In een cake moeten eieren, anders wordt het droog
De lijstjes die Iris maakt, geven houvast in het verhaal. Het is tragisch, maar tegelijk ook grappig dat oma zoveel vergeet. Als haar ouders het op een gegeven moment ook ontdekken, laten ze haar onderzoeken. En dan wordt Iris’ angst bewaarheid: oma is dement. Gelukkig komen we op het eind van het boek nog iets belangrijks te weten over Coral.
Ik vind het een mooi en ‘klein’ boek over een belangrijk maatschappelijk thema: dementie. Veel kinderen krijgen ermee te maken. Het kan erg verwarrend zijn. Waarom weet mijn opa of oma mijn naam niet meer, of denken ze dat ik mijn moeder ben? De Engelse titel – Talking to the Moon – vind ik ook erg goed bij het boek passen. Oma praat namelijk met de maan “omdat die er altijd is”.
Het is niet een heel gemakkelijk boek. Ondanks dat het wel soepel leest is het geschikt voor 10+. Er zitten toch veel elementen in waarvoor je iets van ‘de wereld’ moet weten. Als je met jongere kinderen in gesprek wil gaan over dementie, raad ik Josephina een naam als een piano aan. Dit boek is al geschikt vanaf groep 2.
Ik kreeg het boek van Lemniscaat als recensie-exemplaar. Meer weten of een inkijkfragment lezen? Kijk op https://www.lemniscaat.nl/boeken/het-verloren-meisje/ Hier staan ook prachtige lessuggesties om met het boek aan de slag te gaan in de klas.