Meertalige kinderboeken lezen? Lees dan eens een prentenboek in de originele taal. Een ontroerend verhaal over wat thuis betekent en wat voor impact een verhuizing op een kind heeft. En wat een mooie illustraties!
Nederlandse beschrijving:
Wat maakt thuis echt thuis? Het is veel meer dan alleen maar een huis, een raam, een deur, een kleed. De mensen van wie je houdt, maken van een huis een thuis. Het poëtische prentenboek van Stephanie Parsley Ledyard met de warme, stoere beelden van pixar-animator Chris Sasaki gaat over verhuizen. Dat kan best spannend zijn, om de plek die je altijd thuis hebt genoemd te verlaten. Maar het gezin uit het verhaal komt erachter dat het vooral de mensen om je heen zijn die zorgen dat je je echt thuis voelt. Het verhaal is al even prachtig vertaald door Jaap Robben.
Ik wist niet dat zwart-wit zo op je af kon knallen alsof het felle kleuren zijn. Maar in het prachtig vormgegeven boek van Octavie Wolters kan het: de beelden – allen linosnedes – komen recht op je af! De details, de streepjes van het handwerk en de herkenbare figuren maken het tot zo’n bijzonder schouwspel. En dan heb ik het verhaal nog niet eens gelezen!
Voor veel kinderen is de eerste schooldag spannend. Maar als je uit een ander land, een andere cultuur komt, is het helemaal spannend of je ‘erbij past’.
Andersomdag! Waarom bestaat dat niet meer??!! Vroeger was dit de leukste dag van het jaar – de dag waarop alle kinderen volwassenen worden en de grote mensen naar school moeten, net als de kinderen het hele verdere jaar. Een feestdag! Een dag waarop alles mag, want de kinderen zijn de baas! Ze mogen kiezen wat ze eten, wat voor werk ze doen en mogen lekker laat naar bed. Was deze dag er nog maar… Maar helaas…
Gelukkig is dit leuke boek er nog! De tekst is geschreven in 1973 door Paul Biegel en onlangs geïllustreerd door Aron Dijkstra en uitgegeven door Gottmer. Wat een geweldig boek en wat past het prachtig bij het thema van de Kinderboekenweek 2021: worden wat je wil! Want kinderen willen maar één ding: groot worden. Grote mensen mogen alles, kunnen zelf kiezen wat ze willen worden.
De cover ziet er al veelbelovend uit met vrolijke kleuren en kinderen in ‘volwassenkleding’: onder andere een schoonmaker, een politieagent, een rechter en een kapper. Ze kijken allemaal blij, want ze mogen dus een dag in de schoenen staan van hun ouders en het beroep uitvoeren dat hun ouders doen! De feestelijke stemming wordt voorgezet in het vrolijke verhaal waarop de illustraties een fantastische meerwaarde vormen: er is veel te kijken en er staan leuke grapjes in zoals het boek De kleine kapitein dat voorgelezen wordt aan de ouders door het kind.
Fantastisch dus dat dit boek er is, inspirerend voor ouders en leerkrachten om in gesprek te gaan met kinderen: wat is het verschil tussen kinderen en grote mensen? Wat zou jij doen als je een dagje je vader of je moeder was? Moet er een andersomdag komen? Sommige gezinnen doen dat echt, een dag per jaar (of vaker) dat de kinderen alles mogen bepalen. Ook leuk om dat een keer in de vakantie te doen – al zal je dan moeten accepteren dat je ontbijt met snoep, pannenkoeken als avondeten eet en de hele dag in een pretpark zal rondhangen…
Dank Gottmer kinderboeken voor het recensie-exemplaar. Het komt in de pabo op de thematafel Worden wat je wil in de Kinderboekenweek!
Een oude dame ontmoet een tijger in het bos. Ze worden onafscheidelijk. Op een dag wordt de tijger ernstig ziek. Hij wil terug naar het land waar hij geboren is. Hoe gaat de oude dame om met het afscheid en het verdriet?
Een ontroerend en troostend verhaal over liefde en afscheid, vasthouden en loslaten. Met schitterende tekeningen en tekst van Jan Jutte.
Wat een enorm fijn debuut van bioloog en kinderboekenmaker Kim Veenman! Een prachtig vormgegeven groot formaat boek waarin de lezer rechtstreeks aangesproken wordt: “Hoe zou het zijn om te vliegen?”
Kim neemt ons mee als verteller met allerlei dieren die allemaal op verschillende manieren vliegen. De platen zien er prachtig uit! Vooral het perspectief verrast steeds: je ervaart echt hoe het is om van bovenaf dingen te bekijken. De koolmees ziet de koe op zijn rug, de ganzen zien een huis als een poppenhuisje.
De grootste verrassing zijn de onverwachte dieren die ook blijken te kunnen vliegen: eekhoorns en slangen! Dat maakt nieuwsgierig naar meer, en daarin voorziet het boek ook: achterin vertelt Kim meer over de dieren, op een hele leuke en begrijpelijke manier.
De vertelstijl vind ik het leukste van dit boek: je voelt echt dat de schrijver ons meeneemt in wat ze allemaal weet.
“Ik vergeet mezelf helemaal voor te stellen. Ik ben Kim, de bedenker en maker van dit boek. Ik schreef en tekende alles. En terwijl ik dat deed, ontdekte ik zoveel leuke, gave en spannende weetjes over alle vliegende dieren, dat ze niet allemaal op de bladzijden pasten. Jammer! Maar ik ga ze tóch aan je vertellen, hier achter in het boek.”
Een aanrader voor alle natuurliefhebbers en hun ouders en leerkrachten: om steeds weer opnieuw te lezen en vervolgens met nog meer verwondering naar dieren te kijken. Ik hoop dat er meer van dit soort mooie boeken zullen verschijnen gemaakt door Kim, want ze bieden ouders en leerkrachten veel inspiratie om met hun kinderen van de natuur te genieten!
Wat een fijn en sfeervol prentenboek! Heerlijk om keer op keer voor te lezen aan kinderen vanaf 3 jaar.
Het verhaal gaat over Julius de muis, die graag alleen is. Hij ontwijkt andere dieren en mensen, hij heeft gewoon niemand nodig. Hij heeft het enorm naar zijn zin in zijn holletje, dat er heel gezellig uit ziet met raampjes naar boven en versieringen aan de muur.
Tot op een dag de vos zijn nieuwsgierige neus door het raam van Julius steekt. ‘Ik kwam even kijken of je oké bent,’ loog de vos. Hij wilde de muis eigenlijk opeten, maar kwam vast te zitten in het raam van Julius. Julius besluit hem te helpen en in ruil daarvoor worden Julius en vos vrienden. Vos redt hem zelfs van een aanval door uil. Alleen zijn is fijn, maar soms heb je echt wel een vriend nodig!
Begrippen die naar voren komen in het boek zijn: alleen zijn, ontwijken, verstoppen, ontsnappen, vriendschap, samen zijn. Je kunt naar aanleiding van het verhaal mooie gesprekken voeren over alleen zijn en samen zijn: wat vind jij het fijnst? Wanneer voel je je alleen, wanneer heb je iemand nodig?
De warme platen zijn prachtig en er is veel op te zien. Aan het begin zijn er aanwijzingen dat vos in de buurt is: zien de kinderen het?
Een verdrietige Bonkie kijkt je aan vanaf de voorkant van het boek. Wat is er met Bonkie aan de hand? Waarom is hij niet blij? Een mooie eerste vraag aan kleuters voordat je begint met het voorlezen van dit fijne prentenboek dat kinderen leert hoe je problemen inzichtelijk kunt maken en op kunt lossen.
Bonkie is verdrietig geworden nadat hij een wandelingetje door het bos heeft gemaakt (hebben we dat niet allemaal weleens?) Vos luistert naar hem (wat fijn!). Bonkie heeft gezien dat zijn vrienden ruzie met elkaar maken. Hij begrijpt het niet. Waarom doen ze dat? Samen met Vos gaat hij uitzoeken wat er precies aan de hand is.
Dat blijkt nog best ingewikkeld! Hier worden jonge kinderen uitgedaagd om mee te denken met Bonkie en Vos. Het blijkt een opeenstapeling van gebeurtenissen: Beer en Das maken ruzie: Eekhoorn schrikt daarvan en er breekt een tak af van een grote boom als hij wegvlucht, de tak komt op het muizenhol terecht, Eekhoorn valt bovenop Evert het zwijntje… Nu Bonkie en Vos weten hoe het zit, kunnen ze een oplossing bedenken.
Je kunt een mooie les kritisch luisteren met dit boek geven en de kinderen zelf oplossingen voor problemen laten bedenken, bijvoorbeeld bij een ruzie op het schoolplein. De gebeurtenissen kun je schematisch uitwerken met plaatjes en pijlen. Opkomen voor jezelf, zelf nadenken en goed luisteren naar een ander zijn begrippen die aan de orde kunnen komen.
De mooie tekeningen en heldere tekst maken dit boek tot een feest om te lezen en te bekijken. Bonkie is een schattig personage waar kleuters zich vast mee kunnen identificeren. Gelukkig is hij aan het eind van het boek niet meer verdrietig en kan hij weer koekjes bakken! (En: het recept staat ook nog achterin het boek). De moraal van het verhaal: koekjes helpen! Altijd!
Loes Riphagen kennen we nu natuurlijk allemaal van het prentenboek van het jaar – Coco kan het! – maar ze heeft al een vrij groot oeuvre opgebouwd met allemaal prentenboeken die een uniek karakter hebben. Zoals Zzz, De kusjeskrokodil en Huisbeestenboel. De boeken kenmerken zich door de maffe beestjes die Riphagen tekent (vaak met neuzen als olifantenslurfjes) en de vele details op elke bladzijde, zodat er veel te zien en te ontdekken (en te lachen) is.
Ook Kom mee, Kees is weer een prachtig prentenboek. Dat begint al met de kaft, die is lekker zacht en fijn om te aaien. Zo kan een boek zomaar een lievelingsboek van een kleuter worden.
Kom mee, Kees gaat over twee kikkers: een vader en een zoon, die op een dag een spannende brief krijgen: er is een concert van hun favoriete band, De Kwakers. Al op de eerste bladzijden schiet ik in de lach, want papa is Coco kan het! aan het lezen en er hangen grappige tegeltjes aan de muur (“Hier maj plat proaten”). De ladder is gemaakt van lucifersstokjes en in de kast staat een doos met ‘troep’. De bladzijden zijn vrij donker, omdat we in het hol van de kikkers zijn en er ligt ook een laagje water op de grond.
Vader en zoon gaan op weg naar het concert en onderweg wordt Kees afgeleid door al het moois dat in de natuur te vinden is. Daardoor komen ze bijna te laat. En dan wordt papa bijna opgegeten door een snoek! Kees, de held, redt gelukkig zijn vader, maar ze missen wel het concert. Maar, zegt papa, “dat geeft niks, Kees. De weg hiernaartoe was mooi en spannend genoeg.” Kees valt in slaap op de rug van zijn vader.
Ik vind het altijd fijn als een prentenboek eindigt met slapen. De lievelingsprentenboeken van mijn kinderen eindigden ook altijd met ‘welterusten’.
Dit boek wordt vast en zeker het lievelingsboek van vele kleuters. Het leest heerlijk voor, er is veel te kijken en het verhaal geeft stof tot gesprek: de weg ergens naartoe (bijvoorbeeld de boottocht naar een eiland!) kan soms bijna mooier zijn dan de vakantie.
Hoe zou jij aan een buitenaards wezen uitleggen wat de aarde is? Wat erop leeft, hoe we met elkaar omgaan en wat we belangrijk vinden?
Sophie Blackall schreef en illustreerde dit prachtige boek nadat ze vele landen had bezocht en vele kinderen had gesproken. Ze wilde een ‘wereldboek’ maken voor alle kinderen, zodat zij zich erin zouden herkennen. Met een belangrijke les: de aarde is van ons allemaal.
Dit is het geworden. Wat een heerlijk boek. Prachtige tekeningen en een ijzersterke tekst (goed vertaald door Hans en Monique Hagen). Een echt kijk- en samenleesboek. Om steeds weer opnieuw te bekijken. Verschenen bij uitgeverij Querido.