Het waren andere tijden, zo’n 1500 jaar geleden. Hoe het was om een meisje te zijn in een wereld van mannen. De vrouw mocht niks, kon niks, anders dan kinderen krijgen en ze grootbrengen. Vrouwen mochten niet leren, niet lezen en geen hoge positie bekleden. Behalve Beatrice.
Kate DiCamillo – bekend van het drieluik dat begon met Neem mijn hand, Flora en de fantastische eekhoorn en vele andere verhalen, veelal over dieren – schreef weer een heel verrassend boek, dat ditmaal in de middeleeuwen lijkt te spelen.
Amari, de grote heldin uit Amari en de nachtwachters, is terug! Het debuut van B.B. Alston werd juichend ontvangen: het won in 2021 de Barnes & Noble jeugdboekenprijs en dit jaar in Nederland een Bronzen Griffel!
Bij Pelckmans verscheen in 2021 deel 1 van Hoe ging dat ook alweer? 10 sprookjes net dat beetje anders. Een lekker groot formaat voorleesboek met paginagrote tekeningen en verhalen geschreven op rijm. Onlangs verscheen het tweede deel in de serie: dit keer met verhalen over spreekwoorden. Het concept is hetzelfde: verhalen van ongeveer 3 tot 8 bladzijden op rijm (steeds in rijmschema abab) en geïnspireerd op een bestaand spreekwoord.
Mary Lennox is een buitengewoon onaangenaam personage, verwend tot op het bot en totaal ongeïnteresseerd in de wereld om haar heen. Niet verwonderlijk als je ouders niet naar je omkijken en het de gewoonte is als rijk meisje om haar personeel bevelen te geven. We volgen Mary van haar oude woonplaats in India naar haar nieuwe voogd in Yorkshire; omdat haar ouders geen tijd meer hebben om voor haar te zorgen gaat ze wonen op een prachtig landgoed in een enorm huis. Maar ervan genieten kan ze er niet. Ze is een schriel, bleek kind zonder vlees op de botten en niets lijkt indruk op haar te maken.
Yoko wordt getroffen door de bliksem en als ze dit door een wonder overleeft, heeft ze een bijzondere steen in haar hand. De steen blijkt geneeskrachtige eigenschappen te hebben. Haar ouders duiken er bovenop: hier valt geld mee te verdienen! Als de mensen er lucht van krijgen dat ze met hun kwalen naar Yoko en haar steen kunnen, ontstaan er enorme rijen voor hun eenvoudige huisje. Voor Yoko is het zwaar: de hele dag mensen genezen put haar uit. Hoe lang kan dit nog doorgaan?
Het intrigerende verhaal dat Hans Hagen in Bliksemkind vertelt, is gebaseerd op een ware gebeurtenis in Jakarta: hierover kun je lezen op hanshagen.nl. Dit maakt het natuurlijk nog interessanter voor jonge lezers: dit soort dingen gebeurt dus echt! Mensen geloven de gekste dingen om maar te ‘genezen’. Het bekendste is natuurlijk de bedevaartplaats Lourdes. Waarom geloven mensen hierin? Wat betekent het voor een persoon of een plek om opeens heilig verklaard te worden?
Het verhaal van Yoko wordt op een bijzondere manier verteld. Niet alleen met prachtige paginavullende illustraties van Martijn van der Linden, maar ook door ieder hoofdstuk vanuit een ander perspectief te laten vertellen over wat er met Yoko gebeurt. En dat zijn niet alleen maar mensen! Ook de steen zelf, de bliksem, de vulkaan, een schaar en de rij voor Yoko’s huis komen aan het woord. Fantastisch vind ik dat! En inspirerend ook, ik zie helemaal voor me hoe je dit boek kunt inzetten om met kinderen in de klas een verhaal vanuit heel veel verschillende perspectieven te vertellen!
De manier van schrijven is ook bijzonder: poëtisch, met korte zinnen (die me doen denken aan de boeken van Lida Dijkstra) en veel witruimte. Dat leest erg prettig en geeft letterlijk ruimte: heel fijn voor kinderen die opzien tegen volle bladzijden tekst. Ik denk dat lezers vanaf 10 jaar het al goed zelfstandig kunnen lezen.
Wat een mooi en leerzaam boek. Hoe we als mensen zo graag in wonderen willen geloven en daar alles voor over hebben. Prachtig boek!
De winnaar van de Woutertje Pieterse Prijs 2022! Eindelijk las ik het boek ook aandachtig door: ik had het eerder wel doorgebladerd, maar de tekst nog niet gelezen.
Dat maakt ook direct een verschil in leeservaring. Het formaat is indrukwekkend, de illustraties zijn verpletterend mooi. Er is zoveel te zien op de wonderlijke pagina’s van dit boek: onbekende dieren die toch ook veel bekends hebben (een kruising tussen een giraffe en een slak bijvoorbeeld), bizarre landschappen en Latijnse namen. Maar pas als je begint te lezen vanaf pagina 1 vallen de puzzelstukjes in elkaar. Terra Ultima is een onbekend continent op onze aarde. Niemand is er ooit geweest, behalve twee mannen: ontdekker Gilles Jansz (al in 1599) en Raoul Deleo. De schrijver en samensteller van dit boek, Noah J. Stern, ontving van Raoul Deleo kisten met daarin alle reisdocumentatie: tekeningen, kaarten, dagboekfragmenten. Stern kreeg de opdracht daar een boek mee te maken.
Was hij niet bang dat er opeens een enorm toerisme op gang zou komen? Dat mensen na het lezen van dit boek en masse naar Terra Ultima willen?
“Ik zou bijna vergeten dat de kans op hordes toeristen nu ook weer niet zó groot is. Niemand weet immers waar Terra Ultima ligt. Geen mens weer hoe je er komt. Op één geluksvogel na dan: Deleo. En die zwijgt als het graf.”
Je wordt als lezer meegezogen in het verhaal. Het is zó feitelijk beschreven, het móet wel waar zijn. En dan beginnen de expedities. Deleo is drie keer alleen naar Terra Ultima gegaan om veldwerk te doen. Een keer langs de kust, langs de rivier en door de bergen. Tijdens de expedities had hij wonderlijke ontmoetingen met de gekste dieren. Een gorilla die ook een zeeleeuw is, een koraalrif in de vorm van een panter en een insect met grote bladeren als vleugels die in grote getalen op Deleo gingen zitten tot zijn hele lichaam bedekt was.
Tijdens het lezen van het boek schoten mij twee dingen te binnen: allereerst wat een heerlijke fantasie moet je hebben om zo een wereld te scheppen. En het tweede was: hoe wonderbaarlijk is onze eigen wereld eigenlijk. Onze dierenwereld bestaat uit miljoenen dieren waarvan we het overgrote deel nog nooit gezien hebben. Iedereen roept ‘ooooh’ en ‘aaaah’ bij het zien van een olifant, een tijger of een flamingo. De bekende soorten verdienen het ook om nader te bekijken en er meer over te leren. Zelfs een eenvoudige boerenzwaluw, een damhert of een lieveheersbeestje hebben nog veel geheimen voor ons. Maar heb je wel eens een axolotl gezien? Of een pangolin? Een jerboa, rafelvis, bergduivel of spookdiertje? Allemaal de moeite waard om eens te googelen: je weet niet wat je ziet.
Wat mij betreft is dit boek een uitnodiging om met (nog) meer verwondering naar de (dieren)wereld om ons heen te kijken. En respect te hebben voor de dieren, die vaak weerloos zijn en met uitsterven worden bedreigd als mensen hun leefgebied verwoesten: bossen kappen, afvalwater in rivieren lozen, natuurgebieden met snelwegen doorkruisen.
Heel erg terecht dat dit boek dit jaar de prijs heeft gewonnen. Een boek waarvan jong en oud zullen smullen en waarin een belangrijke boodschap doorklinkt: heb waardering voor onze natuur, kijk met aandacht en zorg voor onze planeet. Als je ergens meer over weet, ga je er beter voor zorgen. Huisdieren worden doodgeknuffeld, maar groene kikkers niet. Ieder dier doet ertoe, ga eens wat vaker naar buiten en verwonder je, net als Deleo.
“Wanhopig keken de vrienden toe hoe Oorlog hun kwetsbare wereld vernielde. De bewoners van Rondo verlieten een voor een de stad. Anderen verstopten zich in de hoop dat Oorlog vanzelf zou weggaan. De eens zo schitterende, drukke straten waren nu leeg en doods. Het werd hoe langer hoe donkerder.”
Een beklemmend en bijzonder mooi vormgegeven prentenboek. Om met aandacht en goed voorbereid keer op keer met je kind(eren) (vanaf ongeveer 5 jaar) te lezen. Het gaat immers over oorlog: helaas worden de kinderen in Nederland daar ook mee geconfronteerd. Of het nu de huidige oorlog in Oekraïne is, de Tweede Wereldoorlog of oorlog die woedt op andere plaatsen in de wereld. Ze horen er vast over, op school, thuis of op het jeugdjournaal. Het maakt ze bang, ze hebben vragen of maken zich zorgen. Een boek kan het gesprek openen, rust geven en zelfs hoop bieden.
“Hoe vaak moet je jezelf bewijzen dat je een knappe kerel bent? dacht ik. Hoeveel rijkdom moet je nog willen vergaren als je meer dan genoeg hébt? En hoe vaak kan een mens gered worden, zou daar ook een grens aan zitten?”
Dit citaat zegt voor mij alles over deze heerlijke hervertelling van Sindbad de Zeeman. Iedereen heeft vast weleens gehoord van Sindbad uit Bagdad, maar: wie was hij nou eigenlijk? De zeven verhalen in dit boek komen uit Sprookjes van 1001 nacht: sprookjes die oorspronkelijk bedoeld waren voor volwassenen.
Ik heb genoten van dit nieuwste boek van Sanne Rooseboom! Het gaat allemaal om Mot, die eigenlijk Vlinder heet. Maar een fladderende en kleurige vlinder, dat voelt ze zich niet. Liever is ze een mot, donker en mysterieus. In een notendop vat dit het verhaal samen: wie ben je eigenlijk, wie wil je zijn en wat verwacht je omgeving van jou?
Vergeten kinderen, wat zijn dat eigenlijk? Dat was wat ik me afvroeg toen ik begon te lezen in dit onlangs bij Ploegsma verschenen boek van de Finse schrijfster Anja Portin, dat al in 2020 verscheen in Finland en nu is vertaald naar het Nederlands.