Kelly van Kempen kennen we natuurlijk al van haar series over De VriezelsenDe sterrensteen, verschenen bij uitgeverij Billy Bones. Maar voor haar laatste boek, Hotel Zweefkees, maakte ze de overstap naar uitgeverij Lemniscaat. Het werd luxe uitgegeven in een iets groter formaat, met aantrekkelijke illustraties van Marieke Nelissen. Dit boek is wat mij betreft de definitieve doorbraak van Van Kempen in kinderboekenland, ze heeft haar stijl gevonden.
Trouwe volgers weten dat ik fan ben van het werk van Tiny Fisscher (en ze is ook nog eens een heel leuk mens, weet ik nadat ik met haar in een jury heb gezeten!) Ik heb heel veel van haar boeken gelezen, ben onder de indruk van de diversiteit van haar oeuvre.
Maar de hertalingen van klassiekers (zoals Oliver twist, Sindbad de zeeman en Alleen op de wereld) hebben toch echt mijn voorkeur. Het komt door mijn voorliefde voor klassieke verhalen: ik vind het zo mooi hoe zij deze verhalen doorgeeft voor een volgende generatie met een frisse nieuwe stijl. En nu is daar weer een nieuwe hertaling: deze keer die van Alice in Wonderland!
Bart Moeyaert is een bijzondere kinderboekenschrijver: zijn oeuvre is divers en verrassend, literair en tegelijk toegankelijk. Mijn lievelingsboek van hem is Morris de jongen die de hond vond, een boek over sneeuw en een hond die zijn eigen gang gaat, voor jonge lezers.
Ook zijn nieuwste boek, Atman!, is weer geschikt voor beginnende lezers. De ruime bladspiegel, grote letters en vele illustraties maken het tot een geschikt leesboek vanaf groep 4. Maar ook als voorleesboek is het heel fijn! De tekst leest als een lang gedicht, met een heerlijk ritme en veel vaart. En je wordt als lezer steeds verrast door de gekke wendingen in het verhaal.
Enne Koens is een van mijn lievelingsschrijvers en Ik ben Vincent en ik ben niet bang een van mijn lievelingsboeken. Ze heeft zo’n eigen, fijne schrijfstem dat ik elke keer weer ontroerd raak. Dat doet ze met boeken voor oudere kinderen, zoals dus over Vincent, maar ook in Vandaag komen we niet meer thuis. Maar ook voor 8+ schrijft ze verhalen die de lezer, het kind, serieus nemen. De twee boeken over Sammie bijvoorbeeld (Sammie en opa en Sammie en mama). Nu is er onlangs een nieuw 8+ boek verschenen: Bommel en ik.
Ik ben dol op het klassieke Dickens-verhaal A christmas carol. Schrijversduo Marlene Rebel en Lucinda Vos duidelijk ook, want hun nieuwste boek – Flos en het glazen Paleis – is geïnspireerd op dit verhaal. Het verhaal over de verbitterde oude vrek die op kerstavond bezocht wordt door verschillende geesten wordt in dit boek gesitueerd in het Amsterdam ten tijde van de 1e Wereldoorlog, specifiek in het Paleis voor Volksvlijt, het gebouw dat in 1929 tot de grond toe afbrandde. Flos speelt de hoofdrol in het verhaal waarin verleden, heden en toekomst op een magische manier aan elkaar verbonden worden.
Over Bob popcorn schreef ik nog nooit een recensie, maar dat betekent niet dat ik de boekenserie niet ken! Sterker nog, ik heb meerdere delen gelezen, aangeraden aan verschillende mensen en op vele lijstjes gezet! Want om Bob popcorn kun je gewoonweg niet heen. Vanaf het allereerste deel sluit je de explosieve Bob en zijn vrienden in je hart.
De boeken maken deel uit van de Tijgerlezen-boeken van Querido: boeken voor beginnende lezers, zonder avi-aanduiding maar wel met rijke taal, ruime bladspiegel, korte zinnen en veel illustraties.
Het circus blijft tot de verbeelding spreken. Het is een wereld die heel veel kinderen niet van binnen kennen, maar waar ze wel erg nieuwsgierig naar zijn. De magie van de grote tent die opeens buiten een dorp of stad staat, de wagens en de lichtjes, en altijd trekken ze weer door na een tijdje – naar de volgende plek.
“‘Sinterklaas kapoentje, zingt hij zachtjes. ‘Gooi wat in mijn schoentje. Gooi dat raam maar open, de Sint die komt je slopen.’”
Dit Sinterklaasboek is niet voor watjes! Zo waarschuwt Pieter Koolwijk je aan het begin van zijn nieuwste boek: ‘Dit verhaal is niet voor iedereen. Alleen voor kinderen die denken dat ze weten hoe het met Sinterklaas zit.’ En daar zou ik aan willen toevoegen: en voor kinderen met stalen zenuwen!
Lucy Strange, vertaling Aleid van Eekelen, illustraties Pam Smy
Liefhebbers van het werk van Lucy Strange zullen reikhalzend uitkijken naar een nieuw boek van haar. Na vele successen zoals De geest en het meisje en De zusjes uit het verzonken moeras zijn we wel weer toe aan een nieuw verhaal. En dat is er nu! Maar is het net zo goed als haar vorige boeken?
Loetje woont met zijn ouders dicht bij het strand. Hij gaat bijna elke dag met zijn vriend Kars op zoek naar mooie dingen die aangespoeld zijn. Zijn ‘jutsels’, zoals hij ze noemt, neemt hij mee naar huis. Het huis ligt vol met mooie spullen. Tenminste, dat vindt hij. Zijn vader vindt het vooral veel troep. Zijn ouders maken veel ruzie, ook over de troep. Als ze uit elkaar gaan, voelt Loetje zich schuldig. Ligt het aan hem?
Loetje wil niet meer jutten, en ook geen verhalen meer verzinnen bij alle spullen die hij vindt. Maar dan ontmoet hij Wiets, die ook een ‘verhalenvisser’ is. Van Wiets leert hij dat hij nooit hoeft te stoppen met fantaseren en verhalen bedenken.
Dit ontroerende en fijne verhaal doet denken aan de verhalen van Wouter Klootwijk: de kinderen spelen veel buiten, genieten van de natuur en van avonturen beleven. Maar er zit een diepere laag in het verhaal over echtscheiding die het meer gewicht geeft. Daardoor wordt het een serieuzer verhaal, maar het houdt ook een zekere luchtigheid. Het is een heerlijk boek om voor te lezen, dat kan al vanaf 7 à 8 jaar. Kinderen die dichtbij of wat verder weg te maken krijgen met ouders die gaan scheiden, kunnen steun ervaren als ze het verhaal lezen.
Illustrator Tineke Meirink kennen we van het schitterende boek Wij zijn even naar de verte. Daarin spelen de fantasiefiguren, gemaakt van gevonden dingen zoals stenen, schelpen, stukjes hout en plastic, de hoofdrol. Ook in dit boek maken Loetje en Wiets deze figuren, ze noemen ze strandschilderijen. Ze vertellen een verhaal, en helpen Loetje om te verwerken wat hij allemaal meemaakt.