Ik heb niet vaak dat ik, als ik een boek uitlees, direct opnieuw begin. Bij dit boek, Vijftig seconden, deed ik dat wel. Omdat ik nog geen afscheid wilde nemen én omdat het verhaal voelde als een eindeloze loop: een stroom gebeurtenissen waar een bepaalde herhaling in zit en die stuk voor stuk veel indruk maken. Maar misschien ook omdat ik de puzzelstukjes die ik tegenkwam tijdens het lezen nog eens wilde neerleggen, zodat ik alles helderder zou zien.
Conny Palmkvist is een Zweedse jeugdboekenauteur die in 2024 onverwacht hoge ogen gooide met het prachtige boek De trein van vier over twaalf. Het kwam binnen op de lijst van de Grote Vriendelijke 100 in 2024 als hoogste vertaalde nieuwe binnenkomer, op plek 47.
Nu is er een nieuw boek, eveneens met een prachtige cover door Jeska Verstegen: dat mag gezegd, Kluitman besteedt veel aandacht aan zijn literaire werken. Sowieso hebben ze goede schrijvers binnengehaald, Mariska Overman (De zomer die alles was) zit ook bij deze uitgever.
55 meter onder water bouwt voort op de structuur en opbouw die Palmkvist in zijn vorige boek ook gebruikte. Een kwetsbaar, dromerig jongetje, Bengt Gustav, zit vast in zijn thuissituatie: vader is alcoholist, zijn vrouw is bij hem weggegaan en liet haar zoon bij hem achter. Bengt Gustav is enorm loyaal naar zijn vader en vergeeft hem keer op keer als hij weer teveel heeft gedronken. Volwassenen om hem heen maken zich zorgen, maar grijpen niet in.
Dan ontdekt Bengt Gustav een oud vervallen pand waar hij terug kan in de tijd. Hij wil het verleden veranderen zodat zijn vader geen alcoholist zal worden. Zal dat hem lukken?
Het is wederom een bijzonder goed geschreven (en vertaald) verhaal dat je met een brok in de keel achterlaat. Toch stoorde het me dat de schrijver weer hetzelfde trucje uithaalt: de hoofdpersoon wil het verleden veranderen zodat het in het nu anders zal gaan. In De trein van vier over twaalf om te voorkomen dat zijn moeder zal overlijden. Ook al is het mooi gedaan, ik vind het jammer dat hij niet een origineler invalshoek kon kiezen.
Qua thematiek (verslaving, ouderschap) en emoties (loyaliteit, eenzaamheid) een fijn en herkenbaar boek dat ik graag zou aanraden om voor te lezen vanaf groep 7, zelf lezen kan al vanaf 9 jaar.
We hebben er lang op moeten wachten. Acht jaar nadat Lampje van Annet Schaap uitkwam is het er dan! Een nieuw boek in de wereld van Lampje, maar het is geen vervolgverhaal, het staat volledig op zichzelf. Krekel heet het. Net zo’n lekkere korte en frisse titel, maar ook geheimzinnig. Waarom heet het boek zo? Wie of wat is die Krekel?
Stel je voor dat je eigenlijk een prinses bent, maar dat niemand je dat ooit verteld heeft. En als je dan ook nog ontdekt dat je oma je echte oma niet is, dan val je toch helemaal van je stoel? Het overkomt Pim allemaal, en toch gaat ze niet bij de pakken neer zitten. Gelukkig maar, anders zou dit nieuwe boek van Cees van den Berg heel saai geworden zijn. Nee, Pim is een meisje dat niet op haar kop laat zitten. Ze moet en zal uitvinden wie ze is en hoe ze kan ontsnappen uit de meest troosteloze plek ter wereld: internaat Bergdwaal, waar mevrouw Bottenbley (ook wel Bottebijl genoemd, dan weet je wel wat voor type het is) de scepter zwaait. Pim is daar doodongelukkig, niet in de laatste plaats omdat haar oma dood is en ze er nu helemaal alleen voor staat. Maar zoals gezegd: Pim is een dapper meisje dat nooit opgeeft. Ze wil weten wie haar familie is en komt op wonderlijke wijze in contact met Valetta King, de stoerste privédetective ooit.
Pim en Valetta, wat een duo! Cees van den Berg is een begenadigd schrijver die het tempo er tijdens het schrijven goed in heeft. Er gebeurt veel in het verhaal en er worden vaak tijdsprongen gemaakt. Lekker, die vaart erin!
We maken kennis met de andere spelers op het toneel van deze vertelling: de koning en de koningin, de vreselijke zus van de koning en haar man de minister, maar ook de meisjes in het internaat. En hondje Nike natuurlijk. ‘Toneel’ vind ik wel passend hier, want het verhaal doet wat mij betreft aan als een spannend theaterstuk met wisselende decors en uitvergrote karakters. Een blijspel, want er valt ondanks de tragiek vooral ook veel te lachen. De mooie illustraties van Monique Dozy maken dat beeld compleet: ze zijn sfeervol en ze maakte van de slechteriken ook echte karikaturen.
Van den Berg heeft heerlijke droge humor. Hij verwerkt kleine grapjes in de dialogen die je laten gniffelen. Tegen een man die Wally heet:
‘We hoeven je in ieder geval niet meer te zoeken. Je bent gewoon hier.’
Kortom, weer een fijn boek van Cees van den Berg. Ik vond het wel weer anders dan zijn vorige boeken waarin muziek vaak een grote rol speelde en niet met dezelfde heerlijke overdrijvingen gespeeld werd als in dit boek. Maar in elk boek stopt hij vooral veel humor en sympathieke hoofdpersonages. Ik raad al zijn boeken aan voor lezers van 10 jaar en ouder. En dit boek speciaal voor leerkrachten in groep die nog een leuk verhaal zoeken om uit te spelen in een musical of opvoering. Succes gegarandeerd!
Een knalgeel, liggend prentenboek met daarop een boze peuter/kleuter die stevig vastgehouden wordt door een lachende man: dat is wat we zien als we naar het nieuwste boek van Gideon Samson kijken, dat hij maakte met Milja Praagman. Lamelos heet het, Laat Me Los! schreeuwt het.
Las jij ook al Mijn jaar in een tent? Dan kan het bijna niet anders dan dat je ook bent gaan houden van Zwaan en Bonk – die eigenlijk Finn heet – en dat je als een blok gevallen bent voor het ontroerende verhaal van een meisje dat iets wil doen voor mensen in vluchtelingenkampen.
Lees hier mijn bespreking van Mijn jaar in een tent.
Als je kinderen krijgt word je automatisch ook ouder. Kinderen weten wat ze moeten doen: groeien. Maar wat moet je als ouder? Hoe ga je om met dat kind, dat opeens bij jou woont en aandacht nodig heeft, maar ook ruimte. Hoe pak je dat aan?
“Ik zou serieus willen dat ik niet bestond. Ik vind er niks meer aan. Mijn moeder en vader wensen elkaar de hel toe. Mijn broertje is veel verder weg dan ik had verwacht, ik ben vanavond echt geschrokken hoe weinig er van hem over is.
Ik wil de oude Sanne terug, de Sanne van vóór de middelbare school, de Sanne die plezier had, veel lachte en zich nergens zorgen om maakte. Waar is zij gebleven?”
Ik heb genoten van dit nieuwste boek van Sanne Rooseboom! Het gaat allemaal om Mot, die eigenlijk Vlinder heet. Maar een fladderende en kleurige vlinder, dat voelt ze zich niet. Liever is ze een mot, donker en mysterieus. In een notendop vat dit het verhaal samen: wie ben je eigenlijk, wie wil je zijn en wat verwacht je omgeving van jou?
“Toch, en dat wist ze zeker, zou ze nooit iets anders doen dan haar nieuwsgierigheid volgen. En eens zou het haar ergens anders brengen, die nieuwsgierigheid. Ergens waar anderen niet zouden kunnen komen.”
Deze raadselachtige zin vat voor mij samen waar het in Films die nergens draaien, het nieuwste boek van Yorick Goldewijk (bekend van Billy Extra Plankgas), om gaat: nieuwsgierigheid. Hoofdpersoon Cato verloor bij haar geboorte haar moeder en sindsdien is haar vader een saaie, nietszeggende persoon geworden. Ze hebben nauwelijks contact en hij haalde Cornelia het huis binnen, de bemoeizieke buurvrouw die het leven van Cato nog ellendiger maakt.