Voorleesboeken, Zelf lezen

Alice tuimelt in Wonderland – Tiny Fisscher

Illustraties Jeska Verstegen

Trouwe volgers weten dat ik fan ben van het werk van Tiny Fisscher (en ze is ook nog eens een heel leuk mens, weet ik nadat ik met haar in een jury heb gezeten!) Ik heb heel veel van haar boeken gelezen, ben onder de indruk van de diversiteit van haar oeuvre.

Maar de hertalingen van klassiekers (zoals Oliver twist, Sindbad de zeeman en Alleen op de wereld) hebben toch echt mijn voorkeur. Het komt door mijn voorliefde voor klassieke verhalen: ik vind het zo mooi hoe zij deze verhalen doorgeeft voor een volgende generatie met een frisse nieuwe stijl. En nu is daar weer een nieuwe hertaling: deze keer die van Alice in Wonderland!

Doorgaan met lezen “Alice tuimelt in Wonderland – Tiny Fisscher”
Zelf lezen

De kleine prinses – Frances Hodgson Burnett

Vertaling Imme Dros, illustraties Jeska Verstegen

“‘Wat er ook gebeurt’, zei ze, één ding kan niet veranderen. Zelfs in vodden en lompen kan ik nog steeds een prinses zijn, ben ik dat ook. Het is geen kunst om een prinses te zijn als je gekleed bent in gouden gewaden, het is een veel grotere prestatie om er een te zijn als niemand het aan je ziet.”

Frances Hodgson Burnett kennen de meesten van haar beroemde boek De geheime tuin, het lievelingsboek van Tonke Dragt. Sinds ik de hertaling van Imme Dros las is het ook een van mijn favorieten. Het verhaal uit 1911 gaat over hypochondrie en is typisch een verhaal uit die tijd, maar heeft toch ook nog zeggingskracht in onze tijd.

Bij Leopold verschenen achtereenvolgens De geheime tuin, De kleine lord en onlangs De kleine prinses in een mooie uitgave met een leeslint en goud op snee. De kleine prinses verscheen zelfs al eerder dan De geheime tuin, in 1905. Ik las het boek tijdens de kerstdagen en vond het betoverend mooi, ondanks dat het al zo oud is.

De kleine prinses gaat over Sara, die met haar vader in India woont. Hij besluit echter dat zij een goede opleiding moet hebben en stuurt Sara naar een kostschool in Engeland. Sara’s vader is erg rijk en het ontbreekt haar aan niks. Ze draagt de mooiste kleding, krijgt overdadige cadeaus en accessoires. Daardoor voelt Sara zich een prinses. Maar niet alleen van buiten lijkt ze dat, ook van binnen is ze ‘koninklijk’: vriendelijk, lief, vrijgevig en altijd bezorgd om anderen.

Op een dag slaat het noodlot toe: haar vader – die weer in India is – komt te overlijden. Hun fortuin gaat tegelijk in rook op. Van het ene op het andere moment is Sara straatarm. De directrice van de kostschool, mevrouw Minchin, heeft een ontzettende hekel aan Sara, maar dat probeert ze te verbergen: ze prijst haar juist de hemel in. Totdat haar geld weg is, dan begint ze haar het leven zuur te maken. Sara wordt het sloofje van Minchin, ze krijgt nauwelijks te eten en moet van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat hard werken. Geen mooie kleren meer, geen satijnen lakens en mooi speelgoed, wel een koude tochtige zolder waar ze op een plank moet slapen tussen de ratten.

Maar een prinses houdt altijd haar waardigheid, en zo weet Sara met behulp van haar fantasie en verbeeldingskracht te overleven met hulp van haar vriendinnen en bijzondere buren. Het verhaal komt tot een verrassend einde waarin alles bij elkaar komt.

Het meest opvallend aan de verhalen van Burnett is de rol van de verbeelding en het vermogen van het kind om zich steeds weer aan te passen aan veranderende omstandigheden. Het leven was rond 1905 heel wat minder comfortabel en kinderen durfden nog niet zo vaak in te gaan tegen volwassenen. Sara was een voorbeeld in die tijd, met haar goede gedrag maar ook met haar durf om zichzelf te blijven, ondanks alles. Geld en aanzien was in die tijd ook heel belangrijk, en betekende het verschil tussen gerespecteerd worden en veracht worden.

De schrijfstijl is door de frisse vertaling van Imme Dros vlot en gemakkelijk te volgen, maar behoudt de sfeer van toen. Er staat prachtige bloemrijke zinnen tussen, die je meenemen naar een andere tijd. Ook het gebruik van de alwetende verteller doet wat gedateerd aan, maar past hier prachtig in het verhaal. Als lezer weet je meer dan de personages, en dat is precies de bedoeling van de schrijfster.

Ik raad de boeken van Burnett nog steeds aan aan een jong publiek (9+). Het is prettig leesbaar, geeft een beeld van een andere tijd en leert ons dat het niet uitmaakt of je rijk of arm bent, iedereen kan zich een prins(es) voelen.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Peter Pan – J.M. Barrie – vertaling Esther Ottens, illustraties Floor Rieder

Peter Pan kun je niet níet kennen. Het is een klassiek figuur in onze literatuur en inmiddels ook in de filmwereld. Peter Pan zal altijd een kind blijven, hij wordt nooit groot. Daarom woont hij in Nooitland, met zijn vrienden De verloren jongens, die ook gevlucht zijn uit de ‘echte wereld’. Nooitland is eigenlijk meestal rustig, behalve als Peter er is. Dan zijn de piraten op bloed uit, jagen de wilde dieren op de jongens en gebeurt er altijd wat.

Aan het begin van het verhaal luistert Peter Pan aan het raam van de slaapkamer – waar Wendy en haar twee broertjes slapen – naar de verhalen die hun moeder hen vertelt. In Nooitland zijn geen meisjes, Peter Pan wil Wendy er graag mee naartoe nemen. Hij leert haar en haar broertjes vliegen. Zij hebben het land al eerder in hun dromen gezien, het voelt al snel vertrouwd. Ze gaan een avontuur tegemoet dat ze nooit meer zullen vergeten.

Als je dit verhaal leest dat al in 1911 werd opgeschreven door J.M. Barrie (Schotland 1860-1937), voel je dat het voor vele kinderboekenschrijvers na hem een inspiratiebron moet zijn geweest. De oeverloze fantasie van kinderen en het ontbreken daaraan bij volwassenen is een thema dat in veel kinderboeken terugkomt.

Daarom vind ik het leuk om eindelijk deze klassieker eens gelezen te hebben. Wel in de eigentijdse en frisse vertaling van Esther Ottens, en met de weergaloze illustraties van Floor Rieder (daarover later meer). Ottens deed weinig echt ingrijpende aanpassingen, behalve dat de verhouding man-vrouw en de kijk op de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika minder stereotiep werden neergezet. 

Daardoor is het verhaal best wel pittig voor een kinderboek, tegenwoordig zouden we woorden als embonpoint (gezet, dikbuikig), perfide (verraderlijk) en verschansing (verdedigingswerk) niet tegenkomen in jeugdboeken. In deze vertaling zijn ze blijven staan en ik struikelde er wel over (en had echt nog nooit van embonpoint gehoord!). Achterin het boek staat wel een woordenlijst, maar er wordt niet naar verwezen in de tekst (een sterretje en verwijzing naar de paginanummers waar de lijst staat was genoeg geweest).

Verder zijn de aanwezigheid van de alwetende verteller, de vele uitdrukkingen (de schellen vallen van de ogen, de eeuwige jachtvelden, over de kling jagen) en soms ingewikkelde tijdsprongen complicerende factoren die het lezen niet vergemakkelijken. Daar staat dan wel weer tegenover dat het verhaal toch zo boeiend is dat je dóór wilt lezen: het is erg spannend en vaak ook gruwelijk.

De illustraties van Floor Rieder zijn echt adembenemend. De keuze voor slechts 4 kleuren (en af en toe roze en rood), zwart, wit, blauw en felgroen, is spot on. Meer heeft het niet nodig. Wat een toffe stijl heeft Rieder, stoer en tegelijk sprookjesachtig.

Ik ben blij dat ik het gelezen heb en hoop dat veel lezers het klassieke verhaal zullen oppakken. Ik denk dat het voor kinderen van minimaal 9 à 10 jaar geschikt is, en dan vooral ook voor kinderen die zich niet laten tegenhouden door de dikte van het boek en het best wel complexe taalgebruik. Het is zeker geschikt als voorleesboek, omdat je dan moeilijke woorden en tijdsprongen kunt uitleggen.

Meer info op https://gottmerkinderboeken.nl/product/peter-pan/

Prentenboeken

Hans en Grietje – Stephen King & Maurice Sendak

Maurice Sendak (1928-2012) kent bijna iedereen van het weergaloze prentenboek Max en de maximonsters. Een klassieker: een universeel en spannend verhaal over een jongen die een bijzondere ontmoeting heeft met griezelige monsters. Vooral de tekeningen spreken tot de verbeelding, uniek in zijn soort.

In 1997 maakte Sendak het decor voor een opera over Hans en Grietje. De tekeningen werden opgeborgen, maar onlangs werden ze weer uit de kast gehaald: Stephen King werd gevraagd om het verhaal van Hans en Grietje op te schrijven bij de illustraties.

Doorgaan met lezen “Hans en Grietje – Stephen King & Maurice Sendak”
Voorleesboeken, Zelf lezen

De Notenkraker en de kerststreken van de Muizenkoning – Alex T. Smith

Wat associeer jij met kerstmis? Een kerstboom, kaarsjes, cadeautjes en veel eten? Of juist heel andere dingen? Ik hoor steeds meer om me heen dat mensen kerst op verschillende manieren vieren. Van de oorspronkelijke christelijke oorsprong tot aan de Coca cola-kerstman en alles daar tussenin. Er zijn veel invloeden vanuit het buitenland, en echt niet alleen vanuit Amerika. En het is allemaal prima wat mij betreft, als je maar een fijne tijd hebt!

Doorgaan met lezen “De Notenkraker en de kerststreken van de Muizenkoning – Alex T. Smith”
Zelf lezen

Alice in wonderland – Lewis Carroll, vertaald door Imme Dros

“Wie van taal houdt, houdt van de avonturen van Alice.”

Als Imme Dros, de schrijfster die ik zo waardeer, dat zegt, dan zal het waar zijn, lijkt me. Toch heb ik nog nooit het hele verhaal van Alice in wonderland gelezen. Wel fragmenten en stukjes van de films, maar de samenhang ontbrak in mijn hoofd. Het werd tijd voor deze klassieker!

Doorgaan met lezen “Alice in wonderland – Lewis Carroll, vertaald door Imme Dros”
Voorleesboeken, Zelf lezen

Sindbad de Zeeman – Tiny Fisscher

“Hoe vaak moet je jezelf bewijzen dat je een knappe kerel bent? dacht ik. Hoeveel rijkdom moet je nog willen vergaren als je meer dan genoeg hébt? En hoe vaak kan een mens gered worden, zou daar ook een grens aan zitten?”

Dit citaat zegt voor mij alles over deze heerlijke hervertelling van Sindbad de Zeeman. Iedereen heeft vast weleens gehoord van Sindbad uit Bagdad, maar: wie was hij nou eigenlijk? De zeven verhalen in dit boek komen uit Sprookjes van 1001 nacht: sprookjes die oorspronkelijk bedoeld waren voor volwassenen.

Doorgaan met lezen “Sindbad de Zeeman – Tiny Fisscher”
Young adult, Zelf lezen

Het vreemde verhaal van dr Jekyll & de heer Hyde

Bies van Ede vertelt Het vreemde verhaal van dr Jekyll & de heer Hyde met illustraties van Sophie Pluim

Bewerking van: The strange case of dr Jekyll and en Hyde – Robert Louis Stevenson

Wát een klassieker! Ik las het in het Engels op de middelbare school en het maakte toen al indruk. Nu in de nieuwe vertaling van Bies van Ede zat ik weer op het puntje van mijn stoel.

Doorgaan met lezen “Het vreemde verhaal van dr Jekyll & de heer Hyde”
Voorleesboeken, Zelf lezen

Sneeuwwit – Daan Remmerts de Vries

Illustraties Mark Janssen

“‘Er is iets veranderd bij me, geloof ik. Vroeger had ik onmiddellijk “ja” geroepen. Maar tijdens die lange slaap heb ik nagedacht. Over mezelf. Over dat ik eens wat steviger en zelfstandiger zou moeten zijn. Dat ik ook voor mezelf moet kunnen zorgen… En weten jullie van wie ik dat heb geleerd? Van jullie!’”

Sneeuwwit is het verhaal van Sneeuwwitje. Sneeuwwit is de naam die veel beter bij haar past. Geen lief, volgzaam meisje, maar een zelfbewuste vrouw die haar eigen keuzes maakt.

Doorgaan met lezen “Sneeuwwit – Daan Remmerts de Vries”
Voorleesboeken, Zelf lezen

Nils Holgersson – Selma Lagerlöf

Opnieuw verteld door Bette Westera met illustraties van Martijn van der Linden

Een zwaar, dik boek ploft op de mat. Daar is ‘ie, de nieuwe vertelling van het klassieke verhaal, uitgebracht door uitgeverij Gottmer. Een schitterende tekening op de voorkant: Nils Holgersson, wie kent hem niet? Het liedje van de televisieserie speelt automatisch af in je hoofd: je ziet het kleine mannetje op de rug van een gans zo weer voor je.

Nieuwsgierig begin ik te lezen. Het boek in de eerdere vertaling heb ik nooit gelezen. Ik ken het verhaal dus alleen van het televisieprogramma. In het voorwoord is aandacht voor het ontstaan van het boek: Lagerlöf werd begin 1900 gevraagd om een aardrijkskundig schoolboek te schrijven over Zweden: je moest er iets van leren, maar het moest ook leuk zijn om te lezen. Ruim 100 jaar oud is het boek dus al!

Nils is een uiterst vervelend jongetje. Hij plaagt de dieren op de boerderij waar hij woont en maakt hen het leven zuur. Op een dag blijft Nils alleen thuis als zijn ouders naar de kerk gaan. En dan gebeurt er iets wonderlijks: Nils wordt door een kabouter veranderd in… een kabouter. In paniek stormt hij naar buiten, waar hij erachter komt dat hij de dieren kan verstaan. Ze praten negatief over hem. Toch slaagt hij erin om op de rug van tamme gans Mårten te klimmen en daar begint zijn avontuur: hij gaat op reis met de ganzen naar Lapland.

Eerst moet Nils zich bewijzen. De troep ganzen heeft een hekel aan hem. Nils ontdekt dat hij de dieren kan helpen, bijvoorbeeld een eekhoorn in nood. Langzamerhand wordt hij opgenomen door de ganzen. Hij hoort erbij.

Ze vliegen over Zweden; beginnend in het zuiden, langs alle provinces, waar ze van bovenaf precies kunnen zien waar de rivieren stromen, waar de meren liggen; de landschappen veranderen en elke dag moeten de ganzen en Nils een veilige plek vinden om te eten en te overnachten. En dat blijkt het moeilijkste deel van de reis: er zijn zoveel gevaren dat ze altijd op hun hoede moeten zijn.

Het is een lijvig boek, met veel raamvertellingen: verhalen in het verhaal, verteld door een alwetende verteller. Soms ontsnapt Nils om in de mensenwereld te kijken, soms vertellen dieren die hij tegenkomt hem oude verhalen. Maar steeds komt Nils terug bij de troep ganzen om hun reis te vervolgen.

Het oorspronkelijke boek bestaat uit twee delen. Driekwart van het boek gaat over een kwart van de reis. Het laatste stuk gaat sneller: delen van Zweden worden ‘even snel’ behandeld. Het leent zich denk ik goed om voor te lezen, maar het is wel een erg dik boek, dus daar doe je best lang over.

Het belangrijkste thema van het boek is de zorg voor onze natuur en de dierenwereld. Lagerlöf kiest niet voor niets een vervelend jongetje dat dieren plaagt als hoofdpersoon: Nils staat symbool voor hoe ‘de mens’ met dieren omgaat. Mensen kunnen zich maar moeilijk in dieren verplaatsen: we voelen ons superieur, terwijl dieren van onschatbare waarde zijn en we groot ontzag voor hen zouden moeten hebben. Uiteraard speelt de liefde voor Zweden ook een grote rol: je merkt in hoe Lagerlöf schrijft over haar land hoeveel ze ervan houdt; van de afwisseling, de ruimte en de diversiteit. Wie zegt dat Zweden saai is, heeft ongelijk.

Wat mooi dat deze hervertelling er is. Bette Westera maakte er weer een heerlijk leesbaar boek van. En met de illustraties van Martijn van der Linden is het een prachtig geheel! Bedankt Gottmer voor het recensie-exemplaar.