“Toch, en dat wist ze zeker, zou ze nooit iets anders doen dan haar nieuwsgierigheid volgen. En eens zou het haar ergens anders brengen, die nieuwsgierigheid. Ergens waar anderen niet zouden kunnen komen.”
Deze raadselachtige zin vat voor mij samen waar het in Films die nergens draaien, het nieuwste boek van Yorick Goldewijk (bekend van Billy Extra Plankgas), om gaat: nieuwsgierigheid. Hoofdpersoon Cato verloor bij haar geboorte haar moeder en sindsdien is haar vader een saaie, nietszeggende persoon geworden. Ze hebben nauwelijks contact en hij haalde Cornelia het huis binnen, de bemoeizieke buurvrouw die het leven van Cato nog ellendiger maakt.
Dyslectische mensen zijn creatief, vindingrijk, kunnen goed improviseren en hebben een sterke intuïtie. Zomaar wat bijzondere eigenschappen die je niet direct associeert met een kind in de klas die de ene na de andere spelfout maakt. Toch is het goed om dat kind nog eens goed te observeren: hij of zij voelt zich onzeker en anders dan de andere kinderen omdat hij niet kan wat iedereen lijkt te kunnen: foutloos lezen en schrijven. Met de intelligentie van een kind met dyslexie is echter niks mis. Hij of zij verwerkt informatie alleen op een andere manier in het brein.
Stel je voor dat we Corona in een kooitje zouden kunnen doen, vredig verder konden leven zonder beperkingen en als we er zin in hadden ernaar zouden kunnen gaan kijken als historisch overblijfsel? Zou dat een mooier alternatief zijn dan het vernietigen van het coronavirus, waar nu de hele wereld op gericht is?
Mirjam Mous speelt met dit idee in haar nieuwe kinderboek Pas op voor de fluistervaar. Het zet je aan het denken en maakt je zelfs vrolijk: zo kun je het ook bekijken! Mous noemt nergens het woord Corona, maar door de vele verwijzingen (minister Rutjes en Jonkers, persconferenties, anderhalve meter afstand en gesloten basisscholen) is het zeker dat ze zich hierdoor heeft laten inspireren.
“‘Benader de vogel niet!’ Opa’s stem schalt over de rotonde. ‘Bewaar ten minste anderhalve meter afstand en bedek uw oren. De fluistervaar is gevaarlijker dan u denkt!’”
Hoofdpersoon Daan (Daniëlle) en opa Willem komen onverwacht oog in oog te staan met De fluistervaar. Zonder dat ze het in de gaten hebben, worden ze betrokken bij een groot probleem: de fluistervaar is namelijk niet alleen een prachtige grote groene vogel met paarse stippen, maar ook een geniepige fluisteraar die mensen maffe dingen in hun oren fluistert waardoor ze denken dat ze de koningin, een zeeleeuw of een duif zijn.
Dat levert grappige taferelen op straat op, maar is natuurlijk niet handig! Ziekenhuizen liggen vol met mensen die helemaal in de war zijn: de moeder van Daan, die verpleegkundige is, draait overuren! Scholen moeten sluiten en mensen zijn bang. Ze moeten binnen blijven en als ze naar buiten willen, moeten ze gehoorbeschermers dragen om te voorkomen dat hen iets in wordt gefluisterd.
Het leest als een heerlijk spannend verhaal met een dapper meisje en een grappige opa (die veel woorden verdraait, zoals ‘fijndochter’ in plaats van kleindochter en ‘pyjamaar’ in plaats van pyjama) die de helden zijn in de fluistervaar-crisis. Daan besluit aan het eind van het boek dat ze echt uitvinder wil worden, ze heeft de wereld gered!
Door dit leuke boek kijk ook ik nu anders naar deze maffe periode van sociale onthouding, lege winkelstraten, restaurants en cafés en kinderen en volwassenen die thuis moeten leren en werken. Het is zo ongrijpbaar dat we er in ons hoofd van kunnen maken wat we willen. Wat is Corona eigenlijk? Wat doen we ermee, willen we er wel vanaf en wat gebeurt er als het ‘weg’ is?
Op https://www.de-leukste-kinderboeken.nl/content/lesbrief-pas-op-voor-de-fluistervaar vind je mooi lesmateriaal om te gebruiken in groep 4, 5 en 6. Twaalf lessen waarin onder andere drama, taalbeschouwing en leesbevordering centraal staan. Perfect voor een hele themaweek over dit boek! Wat prachtig dat dit er is. Voor alle leerkrachten en pabo-studenten: het is de moeite waard om op zoek te gaan naar lesmateriaal bij boeken: veel uitgeverijen zetten dit gratis online!
Een cover in een prachtige kleur groen met glimmend gouden letters ligt voor me… het derde deel in de Nevermoor-serie van Jessica Townsend, de serie over Morrigan Crow. Door sommige van mijn studenten ‘de vrouwelijke Harry Potter’ genoemd. Er zijn ook wel overeenkomsten te noemen tussen beide series: beide gaan over een magische wereld met veel personages en wonderlijke dieren, in beide series is er ‘iets’ met de hoofdpersoon (Harry Potter heeft zijn litteken, Morrigan Crow is vervloekt) en je moet de boeken op volgorde lezen om het te kunnen volgen. O ja, en Nevermoor zal binnenkort ook verfilmd worden.
Wat betreft de volgorde van de boeken: Nevermoor deel 1 verscheen in 2018 en heb ik toen direct gelezen. Deel 2 las ik meer dan een jaar geleden. De verhaallijnen waren dus al wat weggezakt. Gelukkig start Spookpokken met een terugblik op de eerste boeken, en wel zodanig dat er zelfs onthullingen worden gedaan over dingen die gebeurd zijn in boek 1 die anders gegaan bleken te zijn. Het wordt gelijk al best ingewikkeld in het begin van het boek: je moet goed opletten tijdens het lezen. Dat vond ik best lastig, ik laat me graag meevoeren door een sfeer in een boek en nu had ik de neiging om er een notitieboekje bij te pakken.
Gaandeweg word je gegrepen door de gebeurtenissen. Er gebeuren heel veel dingen, maar de rode draad is toch wel de opkomst van de ‘spookpokken’, een ziekte die ‘wondieren’ (dieren die zich gedragen als mensen) kunnen krijgen en die ervoor zorgt dat ze zich gedragen als wilde beesten en mensen aanvallen. Spookpokken waart door Nevermoor en boezemt iedereen veel angst in. De sfeer wordt grimmiger als het lijkt alsof de ziekte niet te bestrijden is. Wondieren in isolatie, een avondklok, volle ziekenhuizen… Gek genoeg verscheen dit boek in Engeland vóórdat Corona in Europa kwam, maar het voelt verrassend realistisch (ondanks de magische wereld uiteraard 😉 )
Morrigan werkt ondertussen samen met de wondersmid Ezra Windbuil aan het beheersen en versterken van haar krachten. De wondersmid is voor Nevermoor de belichaming van het kwaad en hoewel Morrigan Crow ook wondersmid is, wordt zij wel (door de meeste) inwoners van Nevermoor geaccepteerd. Ik verklap hier natuurlijk niet hoe het afloopt, maar Morrigan is wel weer de held in dit verhaal. Het einde laat ook echter weer veel dingen open… er komt vast nog een vervolg…
Een heerlijk dik boek waar geen einde aan lijkt te komen. Ik heb er best lang over gedaan om het uit te lezen: soms een hele ruk van 100 bladzijden, soms even een kort hoofdstukje. Lastig aan deze serie vind ik dat deel 1 echt ‘makkelijker’ was dan deel 2 en 3. Deel 1 zou ik wel aanraden vanaf 10 jaar, maar deel 2 en 3 eigenlijk pas vanaf 12 jaar (brugklas). Het is voor sterke lezers echt heel geschikt: kinderen die willen verdwijnen in een wondere wereld en alles om zich heen vergeten. Ook hier is trouwens weer de parallel met Harry Potter te trekken: deel 1 en deel 7 verschillen ook enorm van elkaar: het wordt steeds grimmiger, duisterder en de boeken worden dikker.
Zin in een magische kerstvakantie? Trek je dan met dit boek terug op de bank met een dekentje en een kop warme chocolademelk. Het begin van het boek ademt kerst: sneeuw en ijs in Nevermoor is mooier dan je je kunt voorstellen. Voor mij hoeft er geen verfilming te komen: Townsens schrijft zo beeldend dat je het al voor je ziet. Veel plezier met dit boek!
Ik ontving van Luiting Sijthoff een recensie-exemplaar. Koop het boek hier of bij je lokale boekhandel.
Een uit de hand gelopen 1 aprilgrap leverde afgelopen najaar 13 vertalingen van het wereldberoemde boek De Gruffalo op – vertalingen in 13 streektalen! Van Amsterdams tot Twents, en van Antwerps tot Gronings.
Ik ontving van Lemniscaat de Groningse versie en omdat ik geboren en getogen Groninger ben, heb ik enorm genoten van deze vertaling. Kleine muis is ‘lutje moes’, eten wordt vertaald als ‘broodeten’ en bang worden is ‘slap in d’hoed’. De website sillius.nl is een ontdekking: daar vind je enorm veel Groningse woorden en uitdrukkingen voor als je toch twijfelt (ik moest ‘slap in d’hoed’ ook opzoeken!)
Ik vind het een geweldig idee dat dit er is: ten eerste omdat De Gruffalo een klassieker (hij verscheen in 1999!) van jewelste is: ijzersterk door de verrassende verhaallijn (de muis verzint een monster dat echt blijkt te bestaan en zorgt er vervolgens voor dat het monster doodsbang voor de muis wordt), de herhalingen en de eindrijm, die ervoor zorgt dat kinderen na een keer lezen al mee kunnen doen en na ‘Nog een keer! Nog een keer!’ het verhaal woordelijk kunnen navertellen. De tekeningen van Axel Scheffler zijn prachtig: nooit vergeet je meer hoe de Gruffalo eruit ziet (met ‘zijn tong zwart als drop en paarse punten van zijn staart tot zijn kop’).
Nu dus verkrijgbaar in 13 streektalen! Wat een prachtig gebaar en erkenning: aandacht voor de eigen streektaal die voor veel kinderen vertrouwd en veilig voelt. Lekker voorlezen met de vertrouwde klanken van de streek waar je vandaan komt: opdat de typische woorden en uitdrukkingen niet zullen verdwijnen, maar doorgegeven worden naar de volgende generatie.
Op lemniscaat.nl/de-gruffalo vind je meer info over het boek, lessuggesties en audiofragmenten van de verschillende streektalen. Leuk om in de klas naar te luisteren en de verschillen te benoemen. Welke woorden versta je? Hoe klinkt de taal? Hard of zacht? Lief of juist krachtig? Hoe dicht is de vertaling bij de ‘oorspronkelijke’ tekst gebleven? Het boek is natuurlijk eerst al vertaald van Engels naar Nederlands. Op de site spelenmetengels.nl staan ook geweldige lessuggesties! En wist je dat er een mooie animatie is gemaakt bij dit boek en bij het vervolg: ‘Het kind van de Gruffalo’?
Wat mij betreft blijft De Gruffalo een onvervalste klassieker. De uitgaven in streektalen zorgt er vast voor dat nog meer kinderen kennis maken met dit geweldige verhaal.
In welke streektaal wil jij de Gruffalo graag lezen?
Alweer zo’n prachtig boek in de serie De sprookjesverteller: Thé Tjong-Khing is niet te stoppen! In de Grote Vriendelijke Podcast was Khing te gast en hij vertelde dat hij – 87 jaar – nog dagelijks aan zijn tekeningen werkt.
Khing is natuurlijk vooral illustrator en kunstenaar, maar begon in 2007 met het navertellen van bekende en onbekende sprookjes die hij illustreerde. Waarom sprookjes? Vragen Bas en Jaap in de GVP. “Omdat daar zo lekker veel in gebeurt en daar kan ik dan interessante tekeningen bij maken.”
Khing selecteert zelf de verhalen waarvan hij denkt dat hij mooie tekeningen bij kan maken. De sprookjes worden in de typische ‘Khing-stijl’ geschreven: lekker kort en compact. Hij doet dat, zegt hij in de GVP, omdat er een beetje vaart in moet zitten: kinderen mogen zich niet vervelen. Thé Tjong-Khing heeft zijn kleinkind Tobias steeds voor ogen als hij schrijft en er staan dus ook zinnetjes in die een dialoog verklappen: ‘Het zou je maar gebeuren…’ ‘Dat weet ik eerlijk gezegd niet…’ ‘En kun je nog iets leren van dit sprookje? Zeker: je kunt beter niet liegen.’
Wat mij opvalt is inderdaad dat er een lekkere snelheid in zit. En alles komt in drieën: steeds moet er drie keer een prinses gered worden, iemand maakt drie keer een fout of er komen drie kansen voorbij. Het is heerlijk om te lezen, maar eerlijk gezegd kijk ik iedere bladzijde weer reikhalzend uit naar de volgende illustratie: ze zijn geweldig om te bekijken en je ontdekt steeds meer details. Tekst en beeld werken prachtig samen.
Ik vond dit boek Russische sprookjes extra speciaal omdat het bijna allemaal onbekende sprookjes voor me waren: afgezien van de echte sprookjes-motieven zoals de gemene stiefmoeder, de heks, de snelle huwelijken (ze vonden elkaar aardig en de volgende dag besloten ze te trouwen), mysterieuze gebeurtenissen (een jongen wordt elke dag ik de brand gestoken, de koning gooit er wat poeder op en hij komt weer tot leven) en het geweld (hij hakte zijn kop eraf en alles was weer normaal).
Maar er zijn ook typische Russische elementen: zoals de heks Baba Jaga die zich voortbeweegt in een vijzel (!) en natuurlijk de schitterende kleding die Khing tekende (hij laat zich inspireren door YouTube vertelde hij in de GVP).
Ik denk dat deze sprookjes heerlijk zijn om voor te lezen. Door de vaart in de schrijfstijl, de bizarre gebeurtenissen en de fantastische tekeningen zullen kinderen hiervan smullen (de zoon van Bas Maliepaard deed dat in elk geval al!)
Khing zei in het interview dat er nog ‘iets aan zat te komen’. Ik hoop dat hij nog meer van dit soort prachtige boeken mag maken!
Het eerste kinderboek dat ik las dat over de Corona-crisis gaat! Fel realistisch dus en eigenlijk ook niet iets waar ik nu zin in heb, zo vlak na de persconferentie van 13 oktober waarin wordt aangekondigd dat Nederland weer in gedeeltelijke lockdown gaat.
Toch pakte het boek me snel in, en dat komt vooral door de sympathieke hoofdpersonen: de Surinaamse Elshontely en haar moeder, die al drie weken noodgedwongen thuis zitten vanwege de Corona-maatregelen. Elshontely verveelt zich enorm, want die paar uurtjes school op de laptop per dag zijn nooit genoeg en alle dingen die ze nog moesten doen – kamer opruimen, schoonmaken enz. – zijn al gedaan. Haar moeder naait de hele dag onafgebroken mondkapjes van Elshontely’s oude kleding en bedenkt op een dag iets om de verveling te verdrijven: een hengel.
Met de hengel vangen ze Niets, want zo noemen ze het ‘diertje’ dat ze vangen. Alleen: ze zien het eigenlijk helemaal niet! Is Niets er wel? Vanaf dat moment krijgt het verhaal een vreemde wending: speelt haar moeder het spelletje mee? Elshontely verzorgt Niets met zeer veel liefde. Het eet ook erg veel. En Niets groeit! Het wordt zo groot dat het niet meer in hun kleine huis past!
Het boek leest heerlijk en is geschikt vanaf 8 jaar denk ik. Het is ook leuk om voor te lezen (in de klas) en met kinderen te bespreken wat ze van het verhaal vinden. Het leent zich voor mooie filosofische vragen zoals: als je iets niet ziet, bestaat het dan niet? Kun je gehecht raken aan een onzichtbare vriend?
Het thema van het boek is verbeelding en fantasie. De Corona-crisis is een belangrijk motief: doordat we allemaal thuis komen te zitten wordt onze wereld kleiner. We gaan meer ‘in ons eigen hoofd zitten’. We gaan naar het ‘nieuwe normaal’: maar wat is dat eigenlijk? Bestaat ‘gewoon normaal’ wel?
Kortom: een intrigerend boek. Bijzonder actueel ook, we weten nog niet waar Corona zal eindigen en wat er nog staat te gebeuren. Zeker is dat de kinderen van deze generatie niet om Corona heen kunnen. Er zullen vast meer boeken verschijnen waarin onze nieuwe leefomstandigheden – de 1,5 meter, de hygiëneregels, mondkapjes en regels over groepsgrootte – een rol spelen. Ik moet er een beetje aan wennen, maar ik vind het ook mooi. En de manier waarop Mireille Geus het heeft gedaan is erg bijzonder. Ze heeft een heerlijke schrijfstijl: direct en zonder poespas. De karakters komen echt tot leven.
Ik zou willen zeggen: lees het boek ook, ik ben benieuwd wat je ervan vindt!
Ik ontving het boek als recensie-exemplaar van Lemniscaat.
Wow. Nieuwe lievelingsserie hier! Wat ik 15 jaar geleden met Harry Potter had, heb ik nu weer! Ik wil dóór! Wat een geweldig 1e boek uit een serie. Wat een spanning, wat een wereld, wat een verhaal! Ik kon er regelmatig niet gemakkelijk van in slaap komen. De prachtige zwart-wit foto’s in het boek hielpen ook niet echt: je ziet het letterlijk voor je. Dat monster met die mond vol tongen: 😱 Of wat te denken van mannen met witte ogen zonder pupillen, potten met ingewanden op sterk water en geheimzinnige clowns met witte gezichten. De wereld van mevrouw Peregrine is een intrigerende wereld: en Jacob (16 jaar) is de spil in het mysterie. Dit 1e boek bevat ook een flinke dosis romantiek, wat ik heel verrassend vond. Op naar boek 2: De omhulde stad. Ik heb het al besteld bij de boekhandel. En dat er daarna nog een deel 3, 4 en 5 zijn: wat een heerlijk vooruitzicht!
Prins Adi is een verwend nest. Hij krijgt alles wat zijn hartje begeert. En nog is het niet genoeg. Het is nooit genoeg. Als het nooit genoeg is, ben je ook nooit gelukkig.
‘Het is net een verwende peuter,’ zei Tyman. ‘Je kent ze wel: het type dat zich midden in de supermarkt krijsend op de vloer laat vallen en trappelend met zijn dikke beentjes eist dat hij dat ene toetje krijgt… Zo een die nog liever zijn speelgoed kapotmaakt dan het deelt met anderen… Niet voor rede vatbaar. Dwars en kwaadaardig.’
Maar waarom is de prins zo verwend? En waarom is hij zo vaak zo boos? Zelfs zo erg, dat hij het schip dat hij per se wilde hebben, heeft vervloekt en op afstand op allerlei manieren dwarszit. Het schip vertrok en de prins bleef achter, woedend.
Op het schip wonen ouderen en jongeren, sommige al honderden jaren. Ze kunnen niet van het schip af. Ze dobberen maar wat over de wereldzeeën. Er rust een vloek op het schip.
Totdat Lode aan boord komt. Dan wordt alles anders. Er komt weer perspectief, hoop. Het schip, dat Het verlangen van de prins heet, krijgt weer een bestemming. Ze gaan op zoek naar de prins. En ze ontdekken waarom hij zoveel woede in zich heeft.
Dit boek ademt avontuur: een klassiek aandoend verhaal, tijdloos en tegelijk actueel (waar doet prins Adi je aan denken?). Het zit vol met dromen, sterrenhemels, gevaarlijke stormen, een donkere wolk die het schip optilt, een circustent en circusacts, maar ook met vieze vissenpap en een gigantische walvis.
Het boek is onwaarschijnlijk mooi geïllustreerd door Marieke Nelissen: haar tekeningen voegen echt iets toe aan het verhaal.
Wat een schitterend boek voor kinderen vanaf ongeveer 11 jaar die houden van avontuur, fantasie en spanning!
Dank Gottmer kinderboeken voor het recensie-exemplaar!
Wat een heerlijk boek! Hier wil ik meer van – en dat kan ook want er zijn nog twee delen!
Leonard schrijft in de stijl van Roald Dahl: knotsgek en enorm spannend. Het begin van het boek is heel verdrietig. Darkus’ moeder is overleden en zijn vader is verdwenen in een collectiedepot in het natuurhistorisch museum waar hij wetenschappelijk directeur van is. Hij gaat bij zijn oom wonen die alleen een stoffig kamertje voor hem heeft. Maar dan gebeurt er iets geweldigs: hij ontmoet Baxter, een reuzen-neushoornkever, en ze worden beste vrienden. Op zijn nieuwe school maakt hij gelukkig ook gauw vrienden: de maffe Virginia en haar slimme vriend Bertolt.
Naast zijn oom wonen de raarste buren die je je kunt voorstellen: Humphrey en Pickeling, twee constant kibbelende mannen die een puinhoop van hun huis annex winkel maken. En in die puinhoop leven honderden zeldzame kevers! Een vreemde mevrouw heeft het op de kevers voorzien en ze sluit een deal met de mannen. Darkus wordt echter vrienden met haar dochter Novak en samen ontdekken ze dat haar moeder de vader van Darkus verbergt. Maar waarom?
Zoals je leest zijn de namen in het boek al om te gieren. Maar de beschrijvingen van alle ruimtes, ontsnappingspogingen en maffe acties zijn weergaloos. Het gaat allemaal zo snel dat het net lijkt of je een film ‘leest’. Ik verklap verder niks. Ga dit boek lezen, het is echt genieten!