Ik had geen mooier boek kunnen kiezen om dit gekke jaar mee af te sluiten: wat een hartverwarmend verhaal! Over je angsten overwinnen, vriendschap, uitdagingen aangaan en wereldproblemen waar kinderen zich zorgen over maken. Ontzettend goed geschreven en met een belangrijke boodschap! Hieruit ga ik zeker voorlezen in een van mijn colleges volgend jaar. En de pabo-studenten gaan ook in actie komen…
Op de achterflap:
Voor een challenge-week die meester Sinan op school organiseert, besluit de elfjarige Zwaan geld op te halen voor kinderen in vluchtelingenkampen. Als uitdaging kiest ze ervoor om in een tent in de achtertuin te gaan slapen. Dat is niet de minste uitdaging, want ze wonen heel afgelegen, en dat terwijl Zwaan met angsten worstelt – angsten die ze graag wil overwinnen. Nog voordat ze aan haar challenge begint, besluit ze die langer te laten duren dan een week: een jaar, zelfs. Het wordt een eng, moeilijk, spannend, bizar maar ook mooi en leerzaam jaar. En dat in een bijzondere tent, die alles te maken heeft met een dramatische gebeurtenis van twee jaar daarvoor…
Uitgeverij Blink stuurde mij dit boekje (dank!), prachtig vormgegeven in full colour en boordevol bijdragen van bekende en onbekende schrijvers en lezers. De boodschap: lezen is belangrijk, lezen is fijn en lezen in het onderwijs moet anders vormgegeven worden.
Marnus is 13 jaar en de middelste van drie broers. Hij vindt zichzelf onbelangrijk en onzichtbaar. Op een dag komt daar verandering in. Een meisje belt aan bij zijn huis en vraagt of hij met haar mee gaat om in een boom te klimmen. Dat is het begin van een avontuur dat zijn kijk op de wereld voorgoed verandert.
“Wat jullie hier doen is goed. Het is goed, dapper en heel mooi. Er gebeuren veel te weinig goede dingen in de wereld.”
Het meisje, Leila, maakt zich zorgen over de boom, die gekapt moet worden ten bate van de aanleg van een waterleiding. Leila heeft een vastberadenheid die Marnus intrigeert, maar ook verwart. Toch blijft hij bij Leila in de boom zitten. Ook als de mannen van het kapbedrijf zich aandienen. De moeder van Leila, een vreemde buurvrouw en de beheerder van de kantine van de ‘rolbal’ vereniging ontfermen zich over de kinderen. Er komen journalisten, andere sympathisanten en zelfs een sponsor op af. Maar dat wordt Leila te veel. Ze klimt van het ene op het andere moment uit de boom.
“Het is goed om ergens voor te vechten, maar je moet ook weten wanneer je moet ophouden. Anders kan het gevecht groter worden dan datgene waar je tegen vecht.”
Het thema van het boek is opgemerkt worden en strijden voor een goede zaak. Kinderen zijn daar het beste in. Ze maken zich zorgen over zwerfafval, vlees eten of het kappen van bomen en besluiten om gewoon in actie te komen. Zonder vooropgezet plan. Marnus voelt zich niet gezien, maar ook Leila heeft een trauma opgelopen doordat haar ouders uit elkaar gingen. Zonder dat ze er zich van bewust is, is de bomen-red-actie een manier om aandacht te vragen.
Het verhaal speelt zich af in drie dagen in Zuid-Afrika. Het zijn de dagen voor het kerst en het is snikheet. De bomen hebben namen die wij niet kennen en de mensen spelen ‘rolbal’, een spel waar ik nog nooit van heb gehoord. Die setting in een ‘vreemd’ land maakt het boek nog intrigerender.
Jaco Jacobs is in zijn land Zuid-Afrika een grote naam in de jeugdliteratuur. Hij schreef meer dan 170 kinderboeken, van prentenboeken tot young adult. Zijn vlotte schrijfstijl is goed overeind gebleven in de vertaling van Tjalling Bos. Wat mooi dat Ploegsma dit boek en deze schrijver naar Nederland haalde. Een mooie dag om in een boom te klimmen is het eerste boek van Jaco Jacobs dat vertaald werd naar het Nederlands. Wat mij betreft mogen er meerdere volgen, bijvoorbeeld de serie over Zackie Mostert, een jongen die heel goed kan goochelen: “Zackie ontdek ’n ou boks in die buitekamer. Dis propvol dinge waarmee jy ONGELOOFLIKE kulkunsies kan doen! Hy en Vincent besluit om ’n vertoning by die skool aan te bied. Maar dan loop een van Zackie se FANTASTIESE toertjies skeef … en hy en Vincent is in GROOT MOEILIKHEID!” (Bron: bol.com)
Ik ontving van @kinderboeken.nl een recensie-exemplaar van dit boek, heel erg bedankt!
Hoe zou jij aan een buitenaards wezen uitleggen wat de aarde is? Wat erop leeft, hoe we met elkaar omgaan en wat we belangrijk vinden?
Sophie Blackall schreef en illustreerde dit prachtige boek nadat ze vele landen had bezocht en vele kinderen had gesproken. Ze wilde een ‘wereldboek’ maken voor alle kinderen, zodat zij zich erin zouden herkennen. Met een belangrijke les: de aarde is van ons allemaal.
Dit is het geworden. Wat een heerlijk boek. Prachtige tekeningen en een ijzersterke tekst (goed vertaald door Hans en Monique Hagen). Een echt kijk- en samenleesboek. Om steeds weer opnieuw te bekijken. Verschenen bij uitgeverij Querido.
Een cover in een prachtige kleur groen met glimmend gouden letters ligt voor me… het derde deel in de Nevermoor-serie van Jessica Townsend, de serie over Morrigan Crow. Door sommige van mijn studenten ‘de vrouwelijke Harry Potter’ genoemd. Er zijn ook wel overeenkomsten te noemen tussen beide series: beide gaan over een magische wereld met veel personages en wonderlijke dieren, in beide series is er ‘iets’ met de hoofdpersoon (Harry Potter heeft zijn litteken, Morrigan Crow is vervloekt) en je moet de boeken op volgorde lezen om het te kunnen volgen. O ja, en Nevermoor zal binnenkort ook verfilmd worden.
Wat betreft de volgorde van de boeken: Nevermoor deel 1 verscheen in 2018 en heb ik toen direct gelezen. Deel 2 las ik meer dan een jaar geleden. De verhaallijnen waren dus al wat weggezakt. Gelukkig start Spookpokken met een terugblik op de eerste boeken, en wel zodanig dat er zelfs onthullingen worden gedaan over dingen die gebeurd zijn in boek 1 die anders gegaan bleken te zijn. Het wordt gelijk al best ingewikkeld in het begin van het boek: je moet goed opletten tijdens het lezen. Dat vond ik best lastig, ik laat me graag meevoeren door een sfeer in een boek en nu had ik de neiging om er een notitieboekje bij te pakken.
Gaandeweg word je gegrepen door de gebeurtenissen. Er gebeuren heel veel dingen, maar de rode draad is toch wel de opkomst van de ‘spookpokken’, een ziekte die ‘wondieren’ (dieren die zich gedragen als mensen) kunnen krijgen en die ervoor zorgt dat ze zich gedragen als wilde beesten en mensen aanvallen. Spookpokken waart door Nevermoor en boezemt iedereen veel angst in. De sfeer wordt grimmiger als het lijkt alsof de ziekte niet te bestrijden is. Wondieren in isolatie, een avondklok, volle ziekenhuizen… Gek genoeg verscheen dit boek in Engeland vóórdat Corona in Europa kwam, maar het voelt verrassend realistisch (ondanks de magische wereld uiteraard 😉 )
Morrigan werkt ondertussen samen met de wondersmid Ezra Windbuil aan het beheersen en versterken van haar krachten. De wondersmid is voor Nevermoor de belichaming van het kwaad en hoewel Morrigan Crow ook wondersmid is, wordt zij wel (door de meeste) inwoners van Nevermoor geaccepteerd. Ik verklap hier natuurlijk niet hoe het afloopt, maar Morrigan is wel weer de held in dit verhaal. Het einde laat ook echter weer veel dingen open… er komt vast nog een vervolg…
Een heerlijk dik boek waar geen einde aan lijkt te komen. Ik heb er best lang over gedaan om het uit te lezen: soms een hele ruk van 100 bladzijden, soms even een kort hoofdstukje. Lastig aan deze serie vind ik dat deel 1 echt ‘makkelijker’ was dan deel 2 en 3. Deel 1 zou ik wel aanraden vanaf 10 jaar, maar deel 2 en 3 eigenlijk pas vanaf 12 jaar (brugklas). Het is voor sterke lezers echt heel geschikt: kinderen die willen verdwijnen in een wondere wereld en alles om zich heen vergeten. Ook hier is trouwens weer de parallel met Harry Potter te trekken: deel 1 en deel 7 verschillen ook enorm van elkaar: het wordt steeds grimmiger, duisterder en de boeken worden dikker.
Zin in een magische kerstvakantie? Trek je dan met dit boek terug op de bank met een dekentje en een kop warme chocolademelk. Het begin van het boek ademt kerst: sneeuw en ijs in Nevermoor is mooier dan je je kunt voorstellen. Voor mij hoeft er geen verfilming te komen: Townsens schrijft zo beeldend dat je het al voor je ziet. Veel plezier met dit boek!
Ik ontving van Luiting Sijthoff een recensie-exemplaar. Koop het boek hier of bij je lokale boekhandel.
De ondertitel van dit boek is: 95 inspirerende schrijfopdrachten voor kinderen. En inspirerend is het! Een aanrader voor alle pabo-studenten en leerkrachten! En bovendien helemaal in ‘mijn straatje’ als taaldocent bij de pabo. In jaar 1 en 2 zijn mijn taalcolleges erop gericht om studenten enthousiast te maken voor taallessen die betekenisvol zijn voor kinderen: plezier beleven aan lezen, schrijven en samen taal ontdekken.
In dit geweldige boek, dat lekker groot is en prachtig vorm gegeven (veel foto’s van het werk van kinderen!), staan negen onderwerpen met daaronder veel verschillende soorten opdrachten.
Bijvoorbeeld:
creatief dichten – naamgedicht schrijven
het nieuws als inspiratiebron – interview houden
brieven schrijven – liefdesbrieven schrijven
De opdrachten zijn kort en helder uitgelegd. Je hebt er niet veel voor nodig. Soms een krant, een paar voorwerpen of een prentenboek, maar meestal alleen gewoon de fantasie van de kinderen. Sommige activiteiten zijn al een taalles op zichzelf. Sommige lenen zich voor een klassenproject of een themaweek.
Als je dit boek doorbladert, krijg je zin om met taal aan de slag te gaan. Enthousiasme van de leerkracht is het allerbelangrijkste en daarnaast oprechte interesse in kinderen: hun ideeën willen horen, hun verhalen willen lezen.
Toen ik op de pabo (1999-2003) zat, had ik dit boek graag willen hebben. Ik was altijd op zoek naar leuke lesideeën, taalspelletjes en activerende werkvormen. Er was nog niet zoveel te vinden op internet, dus ik zocht altijd in de bibliotheek en in vaktijdschriften.
Tegenwoordig zijn er ideeën te over en zie je soms door de bomen het bos niet meer. Dan is het fijn als je een boek hebt waar je heel veel inspiratie uit kunt halen: voor een heel schooljaar lang. Li Lefébure hangt geen leeftijden aan de activiteiten: de meeste spelletjes en opdrachten zijn in elke groep uit te voeren, mits je de uitleg of het onderwerp iets aanpast.
Li Lefébure heeft een prachtige website waar veel ideeën uit het boek ook op te vinden zijn. Daarnaast staat er veel info over haar kinderboeken (de serie Raaf en Papegaai! Ken je die al?) Het boek is uitgegeven door Clavis en is een echte aanrader, dat is nu wel duidelijk denk ik. Ik ga hem zeker aanschaffen voor onze pabo-bibliotheek!
Ik ontving van Clavis een recensie-exemplaar. Het boek is hier te koop.
Mijn eerste ministerie van oplossingen-boek! Natuurlijk had ik er al veel over gehoord en gelezen, maar nu – het is het vierde deel in de serie – kan ik er toch echt niet omheen.
Wat was het spannend! Ik wilde echt doorlezen om te weten hoe het af zou lopen. Rooseboom houdt de plot complex en laat steeds weer iets in de soep lopen, zodat je echt niet weet waar het verhaal naartoe gaat. Heerlijk voor mij, maar ook voor jonge lezers!
Het ministerie van oplossingen is een geheime organisatie die mensen moet helpen, maar niet ontmaskerd mag worden. Vier kinderen en twee oude dames hielpen in de vorige drie boeken al vele mensen, maar in dit boek is er een grote uitdaging: het helpen van een jongen die echt niet aardig is. En dan blijkt hij ook nog eens de zoon van hun grootste vijand: een Zilverman, die als grootste missie heeft het ministerie te laten verdwijnen.
Toch laten ze het er niet bij zitten: de uitdaging is groot en ze zijn niet bang voor een beetje avontuur. Nina is met haar 11 jaar de oudste van het stel. Ze is nergens bang voor en enorm vindingrijk. Hoe ingewikkeld de zaak ook is, ze bedenken steeds weer gekke oplossingen. Bijvoorbeeld met een ‘schaduwzaak’ in een bejaardenhuis die de aandacht af moet leiden en een zoektocht naar een geschikt appartement voor de tante van de Zilverjongen.
Wat een mooi idee als er echt zo’n geheime organisatie zou ontstaan: die zonder dat je het weet zorgt dat je een voldoende voor je proefwerk haalt, verkering regelt met die leuke jongen of je helpt met klusjes in huis. Je zult nooit weten of ze je hebben geholpen of niet, want het bestaan van het ministerie mag nooit openbaar worden.
Sanne Rooseboom heeft een fijne vertelstijl en schrijft zoals gezegd met veel vaart, maar ook met ‘doodlopende weggetjes’ zodat je geboeid blijft. Je kunt je identificeren met de personages, maar ze zijn wel net even wat stoerder en dapperder dan jij.
Het verhaal roept vragen op die leuk zijn om met kinderen te bespreken: vertel jij alles aan je ouders? Mag je geheimen hebben? Help jij ook een kind dat je niet zo aardig vindt? Welke oplossing kan jij bedenken voor een probleem van een ander?
Wat een mooie serie is dit. Het zet ongetwijfeld veel kinderen vanaf ongeveer 9 jaar aan tot lezen, helemaal omdat het een serie is. En de cover en de illustraties gemaakt door Mark Janssen zijn zo aantrekkelijk! Je ogen worden er naartoe gezogen, het is stoer en mysterieus tegelijk.
Het boek verscheen bij uitgeverij Van Goor en je kunt het hier bestellen. Ik ontving van De leukste kinderboeken een recensie-exemplaar.
“Toen Dolf Verroen eens voor een brugklas over zijn boeken vertelde, vroeg een meisje: ‘Kun je niet eens een verhaal over lastige ouders vertellen?’”
In het nawoord bij zijn nieuwste boek – Ik ga weg – vertelt Dolf Verroen (92 jaar!) kort iets over de totstandkoming. Kort, want dat is wat Dolf Verroen het beste kan: helder en krachtig verwoorden wat hij wil zeggen.
Dit boek is dus bedoeld voor tieners die worstelen met alles waar tieners ook 80 jaar geleden al mee worstelden: verliefdheid, onzekerheid, lastige ouders, echtscheiding en nieuwe partners, huiswerk, beroepskeuze en perspectief op de toekomst.
In korte hoofdstukken komt steeds een andere tiener aan het woord. Soms tekende Charlotte Dematons er een portretje van de verteller bij, maar niet altijd. Aan het begin van het boek raakte ik in de war: de perspectiefwissel zag ik niet zo snel aankomen, van een jongen naar een meisje en andersom. Gaandeweg wen je eraan.
Het ene verhaal deed me meer dan het ander. Waarschijnlijk omdat je er dingen in herkent of niet. Het lijken soms zelfs gedichten, door de bladspiegel (elke zin op een nieuwe regel) en de zinnen die je soms een paar keer moet lezen om ze te begrijpen.
De korte verhalen lijken me prachtig om voor te lezen aan kinderen in groep 8 of in de brugklas. Juist doordat ze zo kort en krachtig zijn, is er veel ruimte om te reageren, het eigen te maken. Je zou bijvoorbeeld naar aanleiding van een kort verhaal een schrijfopdracht kunnen geven: schrijf een brief of een appje aan de verteller in dit verhaal. Wat kan hij doen, wat zou jij doen? Elk verhaal bevat wel een kern waar een bepaald probleem aan de orde komt.
Bijvoorbeeld een meisje dat te dik is, omdat haar moeder haar steeds allerlei lekkers toestopt. “(Mijn maag) verleidt me als een sprookjesprins. Hij vraagt om chocola, om zoetigheid, om chips. Hij voelt als een vriend, maar ik haat hem.” Welk advies zou jij dit meisje geven? Hoe komt ze hier vanaf?
Weer een bijzonder boek in het indrukwekkende oeuvre van Dolf Verroen, die van geen ophouden weet. Na het prachtige Niemand ziet het (winnaar Zilveren Griffel 2020) denk je dat hij alles wel verteld heeft. En dan komt hij met een verrassende verhalenbundel voor pubers. Misschien voor de puber die hij zelf ooit was?
Wat een boek. Het verscheen in 1984 en heeft niets aan zeggingskracht verloren. Sterker nog: het verhaal is actueler dan ooit. De schrijfstijl is fris, meeslepend en geweldig spannend.
Ook van zijn recente boeken Liefde is voor lafaards en De weglopers was ik onder de indruk. De weglopers (2019) is het laatste boek van Ulf Stark, die al overleed in 2017. Doldwazen en druiloren is zijn eerste kinderboek en er is bijzondere link tussen beide boeken: namelijk een zieke opa die vanuit het ziekenhuis teruggaat naar het huis waar hij met oma woonde.
Deze verhaallijn speelt dus in beide boeken een grote rol. Een ontroerende band tussen opa en kleinkind. Maar in Doldwazen en druiloren speelt nog iets groters: namelijk ontdekken wie je bent. Simone (12 jaar) moet noodgedwongen verhuizen, want haar moeder, een excentrieke kunstenares, heeft een nieuwe vriend. Simone moet ook naar een andere school. Dat betekent: nieuwe vrienden zoeken en je plekje in de klas veroveren. Op de eerste schooldag noemt haar docent haar ‘Simon’ in plaats van Simone. Om bizar verwarrende redenen besluit Simone het maar zo te laten en zich voor te doen als jongen.
Uiteraard werkt ze zichzelf hiermee in de nesten. Ulf Stark schrijft dat zó invoelend op, je wordt het leven van Simone in gezogen. Met als hoogtepunt de scène met de eenden in het klaslokaal en die waarbij ze samen met een jongen uit haar klas in een ijskoud meer springt. Het eigentijdse aan dit verhaal kun je wel raden: tegenwoordig zijn boeken over gender in opkomst, maar in de jaren ‘90 werden rolpatronen ook al ter discussie gesteld.
Dit boek heeft mij verrast. Ik vond het in een minibieb bij mij in de buurt en doe het nooit meer weg. Een nieuw lievelingsboek.
Stel je een minihuisje op wielen voor waar de vlammen uit het dak slaan, volgepropt met 2 broers en een zus die ruzie maken, een kok, een bewaker, een stiefmoeder, een vervelend broertje en een heleboel dieren; terwijl het, omringd door een kudde op hol geslagen koeien met een noodgang een brandend bos uit wordt gereden door een pick-up truck. Zie je het voor je??
Dit is het slotstuk van het hilarische en enorm spannende nieuwe boek van Keir Graff (bekend van De spooktoren en Het luciferkasteel), dat zich afspeelt in de bossen van Californië, waar helaas ook in het echt soms enorme bosbranden ontstaan.
Hoe komen al die mensen in dat kleine huisje, vraag je je af. Tja, het is een maffe samenloop van omstandigheden die begint op de dag dat de vader van hoofdpersoon Dagmar te horen krijgt dat de kopers van zijn eigenhandig gebouwde Tiny House de aankoop terugtrekken. Ze besluiten er met hun samengestelde gezin (met stiefmoeder en halfbroertje) zelf in te gaan wonen (oké, ze zijn ook failliet dus een andere keuze is er niet).
Daar is Dagmar niet blij mee! Ze moet afscheid nemen van haar oude leventje en van haar vrienden; ze zetten hun Tiny House op een verlaten stuk bos waar niets te beleven is.
…denkt Dagmar. Totdat ze op onderzoek uit gaat en een vreemd huis ontdekt en een nog vreemdere jongen, Blake. Bij gebrek aan andere afleiding zoekt ze contact met hem en ontdekt de familiegeheimen van zijn steenrijke ouders, oom en tante. Geld maakt niet gelukkig: dat kunnen we wel leren van dit verhaal – sterker nog: je kunt er knallende ruzie over krijgen.
Ik ben fan van deze schrijver na het lezen van dit boek en ben dan ook benieuwd naar zijn andere boeken. Het leest als een trein en zit vol woordgrappen (hulde aan vertaler Annemarie de Vries). Ik denk dat lezers vanaf een jaar of 10 hiervan zullen smullen. Lezers die ook houden van bijvoorbeeld Keverjongen (M.G. Leonard), de serie Costa Banana (Jozua Douglas) en de boeken van David Walliams. Ook heerlijk om voor te lezen in de klas!
Ik ontving het boek van De leukste kinderboeken: het verscheen bij Van Holkema & Warendorf. Bestel het boek hier.