Zelf lezen

De nacht van Ronke – Jef Aerts

Als je het niet bent, is het onmogelijk om je voor te stellen hoe het is om blind te zijn. Je ogen dichtdoen is niet genoeg. Blinde mensen hebben veel gevoeligere andere zintuigen en ‘zien’ soms zelfs kleuren als ze dichtbij iets of iemand zijn.

Ronke heeft dat ook. Haar buddy Nouri, aangewezen tijdens een sterrenwachtkamp waar ze aan mee doet, is bijvoorbeeld knalgroen. En ‘Stardust’, de virtuele vriend van Nouri met wie hij chat in de game, is blauw. Ronke houdt wel van sterrenkunde, maar eigenlijk vooral van hardlopen, héél hard lopen. Maar ja, blind zijn en rennen is een lastige combinatie. Daarom rent Ronke ‘ter plaatse’: ze rent op een plek heel hard en beeldt zich in dat ze op het strand is, hoort zelfs de meeuwen boven zich en de wind door het helmgras wuiven. Zo levendig is haar fantasie.

En haar fantasie zorgt er ook voor dat ze samen met Nouri wegloopt van het kamp om stiekem ergens te gaan rennen ‘in het echt’, eerst aan de arm van Nouri, maar later los en vrij omdat ze op een startbaan van een militair vliegveld is.

Het verhaal bouwt enorm op in spanning. Het rustige begin is verraderlijk: opeens zitten we middenin een spannende scène waarin Ronke in haar eentje op de heide haar weg probeert te vinden op zoek naar… de opa van Nouri??? Hoe dat zo is gekomen moet je echt zelf gaan lezen.

“Ik racete zo hard ik kon. Het leek wel een wedstrijd tegen mezelf. Of liever: tegen mijn vroegere zelf.”

Dit is weer zo’n prachtig en meeslepend boek zoals we die van Jef Aerts (onder andere De blauwe vleugels) kennen. Zintuiglijke taal, prachtige zinnen en een enorme spanning gecombineerd met de moderne snufjes van nu: een sprekende telefoon, social media, games en chatten met mensen die zich anders voordoen. De schrijfstijl deed me ook wat denken aan de boeken van Anna Woltz.

“Als je rent, verzin je een verhaal. Iedere stap is een woord, ieder baantje een nieuwe zin. Ren een klein stukje de andere kant op en je hele verhaal verandert mee.”

Een aanrader voor kinderen die houden van spannende verhalen en tegelijkertijd iets willen leren over menselijke gevoelens en blind zijn.

Zelf lezen

De geest en het meisje – Lucy Strange

Wat een spannend en mysterieus boek weer van Lucy Strange. Ook haar vorige twee boeken (Het geheim van het Nachtegaalbos en Ons kasteel aan zee) heb ik verslonden. Strange heeft een schrijfstijl die intrigeert: je bevindt je na 2 bladzijden al direct in een andere tijd (in dit geval meer dan 120 jaar geleden) op een andere plaats (Engeland) en je voelt je daar heerlijk comfortabel, alsof je er zelf bij bent. Hoewel, comfortabel: het is een griezelige setting: een diep en donker meer, oude landhuizen zonder elektriciteit en stromend water en ijzige kou.

Doorgaan met lezen “De geest en het meisje – Lucy Strange”
Young adult, Zelf lezen

Zonder titel – Erna Sassen

Ik las in één ruk het nieuwste boek van Erna Sassen uit: een rauw, hard en tegelijk ook ontroerend verhaal. In haar eerdere boeken slaagde ze er ook al in om ‘echte’ jongeren te portretteren en ook in dit verhaal komt een jongere tot leven. Het verhaal kwam enorm bij me binnen.

Joshua is een jongen van 15 jaar die afstroomt van de havo naar het vmbo. Hij heeft nog geen vrienden gemaakt in zijn nieuwe klas en heeft bovendien afscheid moeten nemen van zijn beste vriendin (Zivan) die naar Irak – haar geboorteland – is gegaan.

Met de introductie van Zivan wordt een ernstig thema aangesneden: uithuwelijking op jonge leeftijd en gebrek aan autonomie van meisjes. Hoewel Zivan nergens zelf aan het woord komt, gaat eigenlijk het hele boek over haar: hoe bijzonder de vriendschap tussen een jongen en een meisje kan zijn, heimwee en onzekerheid en de verontwaardiging over beslissingen die door je familie worden genomen. Zivan moet met haar neef trouwen. De vriendschap met Joshua is dan voorgoed voorbij.

Joshua zit keihard in de puberteit: alle emoties worden uitvergroot: hij kan zo van extreem boos naar extreem verdrietig schieten. Hij is erg op zichzelf, maar is ook zoekend naar contact. Én hij kan bizar goed tekenen – vooral portretten van Zivan – dat is zijn uitlaatklep.

In het boek speelt beeldende kunst een prominente rol. De keuze voor Martijn van der Linden als illustrator vind ik geweldig gekozen – Van der Linden is erg veelzijdig in zijn stijl: de tekeningen (veelal schetsen) spelen een grote rol in het verhaal, soms vertellen de tekeningen nog meer dan wat er al in de tekst staat. Door Joshua’s tekentalent komt hij ook in contact met twee jongens (Sergio en Dylan) uit zijn klas: eerst lijken het zijn vijanden, maar gaandeweg ontwikkelen ze een bijzondere vriendschap. Ze zijn enorm onder de indruk van wat Joshua maakt, ze willen zelfs een van zijn tekeningen op hun lichaam laten tatoeëren.

Er zijn een aantal scènes in het boek die ik bijzonder vond: situaties waarin Joshua worstelt met zijn verdriet en machteloosheid over het missen van zijn beste vriendin, maar ook de ontwikkeling van de vriendschap tussen de drie jongens vond ik mooi beschreven. De taal van Sassen is rauw en waarschijnlijk voor jongeren herkenbaar. Ik vind wel dat ze veel harde woorden gebruikt. Ik denk dat jongeren het misschien fijn vinden om hun ‘eigen taal’ te herkennen, maar misschien stoot het ook af. Maar ja, geen enkel boek is voor iedereen, smaken verschillen.

Dat gezegd hebbende denk ik dat dit boek jongeren (en volwassenen) aan het denken zet. Sassen pakt in haar boeken zware thema’s op. In Er is geen vorm waarin ik pas een relatie tussen een jongere en een docent, in Dit is geen dagboek de zelfmoord van een moeder en wat dat met een jongere doet.

Er is tot slot gelukkig ook veel te lachen in dit verhaal. Klungelige docenten op het vmbo die er niet in slagen orde te houden. Een klassenuitje naar het Rijksmuseum waarbij de drie jongens vooral bezig zijn met zoveel mogelijk naakt en seks te bekijken. Je ziet het zo voor je. Een rijk boek.

Zelf lezen

De wind wijst de weg – Wouter Klootwijk

Ik ken Wouter Klootwijk van zijn schitterende televisieserie De wilde keuken, die uitgezonden werd tussen 2010 en 2019. Maar Klootwijk is natuurlijk ook al jaren een geliefde kinderboekenschrijver: hij heeft tientallen titels op zijn naam staan. En grappig genoeg zie ik parallellen tussen zijn televisieprogramma en zijn nieuwste kinderboek De wind wijst de weg.

Doorgaan met lezen “De wind wijst de weg – Wouter Klootwijk”
Zelf lezen

Het verloren meisje – S.E. Durrant

Iris woont in Brighton, een winderig stadje onder Londen, bekend van de pier en het brede strand. Het huis waar ze met haar ouders en haar drukke tweelingbroer en -zus woont staat heel erg op de wind en haar kamer is vochtig en zit vol met schimmel. Daarom gaat Iris tijdelijk bij haar oma, Mimi, wonen, die gelukkig dichtbij woont.

Mimi is een geweldige oma, zo’n oma die je wenst: ze doet gekke dingen, is lief en knuffelig. Maar er is één ding dat ingewikkeld is: het huis van Mimi staat vol met dozen en troep én haar oma is wel erg vaak in de war. Iris kan het niks schelen, ze geniet van de gesprekken met haar oma, samen koken, het zwemmen in de zee (ook in de herfst en winter). Iris is erg op zichzelf, heeft geen vrienden maar vindt dat ook niet zo erg. Totdat ze haar buurjongen Mason ontmoet. Hij wil graag vrienden worden, maar Iris ziet dat niet zo zitten. Desondanks trekken ze veel met elkaar op.

Dan ontrafelt zich het verhaal. Mason en Iris ontdekken steeds meer over de geschiedenis van oma. Mimi vertelde dat ze een nichtje had, Coral, die is verdronken op 2-jarige leeftijd bij een ramp op zee. Mimi doet steeds meer rare dingen: ze lijkt niet alleen in de war, maar vergeet af en toe ook wie Iris is. Iris vertelt het niet aan haar ouders, want ze wil bij oma blijven wonen. In plaats daarvan schrijft ze alles op wat haar oma moet onthouden, bijvoorbeeld:

⁃ In de keuken gebruik je geen paraplu

⁃ Ga niet op sloffen naar de zee

⁃ Je kleindochter heet Iris: als ze haar schooluniform aan heeft moet ze die dag naar school

⁃ Katten houden niet van cornflakes

⁃ In een cake moeten eieren, anders wordt het droog

De lijstjes die Iris maakt, geven houvast in het verhaal. Het is tragisch, maar tegelijk ook grappig dat oma zoveel vergeet. Als haar ouders het op een gegeven moment ook ontdekken, laten ze haar onderzoeken. En dan wordt Iris’ angst bewaarheid: oma is dement. Gelukkig komen we op het eind van het boek nog iets belangrijks te weten over Coral.

Ik vind het een mooi en ‘klein’ boek over een belangrijk maatschappelijk thema: dementie. Veel kinderen krijgen ermee te maken. Het kan erg verwarrend zijn. Waarom weet mijn opa of oma mijn naam niet meer, of denken ze dat ik mijn moeder ben? De Engelse titel – Talking to the Moon – vind ik ook erg goed bij het boek passen. Oma praat namelijk met de maan “omdat die er altijd is”.

Het is niet een heel gemakkelijk boek. Ondanks dat het wel soepel leest is het geschikt voor 10+. Er zitten toch veel elementen in waarvoor je iets van ‘de wereld’ moet weten. Als je met jongere kinderen in gesprek wil gaan over dementie, raad ik Josephina een naam als een piano aan. Dit boek is al geschikt vanaf groep 2.

Ik kreeg het boek van Lemniscaat als recensie-exemplaar. Meer weten of een inkijkfragment lezen? Kijk op https://www.lemniscaat.nl/boeken/het-verloren-meisje/ Hier staan ook prachtige lessuggesties om met het boek aan de slag te gaan in de klas.

Prentenboeken

Julius Muis – Joe Todd-Stanton

Wat een fijn en sfeervol prentenboek! Heerlijk om keer op keer voor te lezen aan kinderen vanaf 3 jaar.

Het verhaal gaat over Julius de muis, die graag alleen is. Hij ontwijkt andere dieren en mensen, hij heeft gewoon niemand nodig. Hij heeft het enorm naar zijn zin in zijn holletje, dat er heel gezellig uit ziet met raampjes naar boven en versieringen aan de muur.

Tot op een dag de vos zijn nieuwsgierige neus door het raam van Julius steekt. ‘Ik kwam even kijken of je oké bent,’ loog de vos. Hij wilde de muis eigenlijk opeten, maar kwam vast te zitten in het raam van Julius. Julius besluit hem te helpen en in ruil daarvoor worden Julius en vos vrienden. Vos redt hem zelfs van een aanval door uil. Alleen zijn is fijn, maar soms heb je echt wel een vriend nodig!

Begrippen die naar voren komen in het boek zijn: alleen zijn, ontwijken, verstoppen, ontsnappen, vriendschap, samen zijn. Je kunt naar aanleiding van het verhaal mooie gesprekken voeren over alleen zijn en samen zijn: wat vind jij het fijnst? Wanneer voel je je alleen, wanneer heb je iemand nodig?

De warme platen zijn prachtig en er is veel op te zien. Aan het begin zijn er aanwijzingen dat vos in de buurt is: zien de kinderen het?

Een mooi nieuw prentenboek van Leopold: hier verkrijgbaar: https://www.kinderboeken.nl/boek/julius-muis-2/ of bij je lokale boekhandel!

Zelf lezen

Noorderlicht – Anna van Praag

Een koortsig gevoel, hoofdpijn, prikkende wondjes op mijn gezicht: tijdens het lezen van Noorderlicht voel ik me Ive: de hoofdpersoon van het nieuwe boek van Anna van Praag, waarin droom, nachtmerrie en werkelijkheid elkaar afwisselen.

Als Ive (14) en haar vader met de auto op weg zijn naar een Waddeneiland, krijgen ze een ongeluk. Papa is ongedeerd, maar Ive heeft een hersenschudding en haar haren en gezicht zitten vol met glassplinters. Maar Ive is ook een puber en een hersenschudding komt slecht uit tijdens een vakantie waarin ze haar ouders lekker voor zich alleen heeft. Dus bijt ze zich stoer door de pijn heen en onderneemt ze van alles, samen met haar nieuwe vriendin Evi, die ze vlak na het ongeluk ontmoet.

Mama komt een dag later. Maar er is iets vreemds aan de hand. Ze doet afstandelijk tegen Ive’s vader. Ze wil op het eiland op de manege gaan werken. Ive is ongerust. Ze doet alles om haar ouders bij elkaar te houden. Tegelijk werkt ze aan een filmpje voor school over een held: daar heeft ze haar vader voor gekozen, omdat hij als bioloog helpt de wereld te redden.

Of het Ive lukt om haar ouders te herenigen, lees je in Noorderlicht. Een bijzondere jeugdroman met een enorme spanningsopbouw en personages die je écht leert kennen, maar die ook mysterieus blijven tot het eind. Het boek is prachtig vormgegeven, het oog op de voorkant met het noorderlicht erin: beiden komen terug in het verhaal. Het mooist vind ik hoe het sprookje van de sneeuwkoningin (H.C. Andersen) op ingenieuze wijze in het verhaal verweven is.

Anna van Praag geeft les op de Schrijversacademie (ik heb kort les van haar gehad) en ze laat met dit boek zien dat ze zelf ook echt geweldig kan schrijven: erg inspirerend. Een aanrader, dit boek!

Zelf lezen

Een soort vonk – Elle McNicoll

Ik las het debuut van de Schotse schrijfster Elle McNicoll: Een soort vonk. Ik vind het een erg goed geschreven jeugdboek met een interessant thema. Op knappe wijze legt McNicoll een link tussen autistisch zijn en de manier waarop vroeger vrouwen van hekserij beschuldigd werden. Onze samenleving worstelt nog steeds met mensen die anders zijn: Addie – de hoofdpersoon in het boek – komt er tot haar verbazing achter dat ook grote mensen kunnen pesten en uitsluiten, zodanig dat het anderen kapot maakt. Elle McNicoll studeerde creatief schrijven en schreef haar masterscriptie over het gebrek aan neurodiverse auteurs die over hun eigen ervaringen schrijven. Dus ging ze dat zelf maar doen.

Wat quotes uit het boek:

“Ik denk dat anders zijn goed is. Tenminste, zolang je daar niemand kwaad mee doet. De wereld heeft die verschillen juist nodig, hoe meer, hoe beter.” (…)

“Ik wil dat we onszelf iets beloven. Iets wat ik mezelf ook beloof. Dat we gewoon aardig blijven doen als we iemand ontmoeten die op het eerste gezicht een beetje vreemd is.” (…)

“Mijn opa zei altijd: mensen zoals ik waren vroeger misschien niet de meest sociale. En ook niet altijd de meest spraakzame. Maar terwijl anderen rond het vuur zaten te roddelen, gingen wij op zoek naar stroom. Dat is wat mijn autisme is. Een soort vonk.”

Flaptekst:

Tijdens een schoolproject ontdekt de elfjarige Addie dat in het dorp waar ze woont, vroeger heksen werden vervolgd én gedood. Ze vindt het zo onrechtvaardig dat ze een monument wil oprichten voor de vrouwen die daar onterecht de dood vonden. Maar het dorp zit er niet op te wachten. Zo’n monument is alleen maar een herinnering aan een zwarte bladzijde uit de geschiedenis. Addie laat het er niet bij zitten. Ze voelt zich verwant met deze vrouwen uit het verleden. Net als de ‘heksen’ vroeger, wordt zij nu raar aangekeken door mensen die haar anders vinden. Ze heeft namelijk autisme en reageert vaak niet zoals mensen verwachten. Addie begrijpt hoe machteloos de onterecht veroordeelde vrouwen zich moeten hebben gevoeld, want ze waren gewoon wie ze waren… net als zij. Durft Addie, die zich het liefst op de achtergrond houdt, de strijd met haar dorpsgenoten aan?

Op Lemniscaat.nl zijn mooie lessuggesties te vinden bij dit boek: om autisme, hekserij, pesten en anders zijn bespreekbaar te maken in de klas.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Mijn jaar in een tent – Tiny Fisscher

Ik had geen mooier boek kunnen kiezen om dit gekke jaar mee af te sluiten: wat een hartverwarmend verhaal! Over je angsten overwinnen, vriendschap, uitdagingen aangaan en wereldproblemen waar kinderen zich zorgen over maken. Ontzettend goed geschreven en met een belangrijke boodschap! Hieruit ga ik zeker voorlezen in een van mijn colleges volgend jaar. En de pabo-studenten gaan ook in actie komen…

Op de achterflap:

Voor een challenge-week die meester Sinan op school organiseert, besluit de elfjarige Zwaan geld op te halen voor kinderen in vluchtelingenkampen. Als uitdaging kiest ze ervoor om in een tent in de achtertuin te gaan slapen. Dat is niet de minste uitdaging, want ze wonen heel afgelegen, en dat terwijl Zwaan met angsten worstelt – angsten die ze graag wil overwinnen. Nog voordat ze aan haar challenge begint, besluit ze die langer te laten duren dan een week: een jaar, zelfs. Het wordt een eng, moeilijk, spannend, bizar maar ook mooi en leerzaam jaar. En dat in een bijzondere tent, die alles te maken heeft met een dramatische gebeurtenis van twee jaar daarvoor…

Kijk eens op movementontheground.com en becausewecarry.org voor meer info over goede doelen-acties. ❤️

Voorleesboeken, Zelf lezen

Het ministerie van oplossingen en de Zilverjongen – Sanne Rooseboom

Mijn eerste ministerie van oplossingen-boek! Natuurlijk had ik er al veel over gehoord en gelezen, maar nu – het is het vierde deel in de serie – kan ik er toch echt niet omheen.

Wat was het spannend! Ik wilde echt doorlezen om te weten hoe het af zou lopen. Rooseboom houdt de plot complex en laat steeds weer iets in de soep lopen, zodat je echt niet weet waar het verhaal naartoe gaat. Heerlijk voor mij, maar ook voor jonge lezers!

Het ministerie van oplossingen is een geheime organisatie die mensen moet helpen, maar niet ontmaskerd mag worden. Vier kinderen en twee oude dames hielpen in de vorige drie boeken al vele mensen, maar in dit boek is er een grote uitdaging: het helpen van een jongen die echt niet aardig is. En dan blijkt hij ook nog eens de zoon van hun grootste vijand: een Zilverman, die als grootste missie heeft het ministerie te laten verdwijnen.

Toch laten ze het er niet bij zitten: de uitdaging is groot en ze zijn niet bang voor een beetje avontuur. Nina is met haar 11 jaar de oudste van het stel. Ze is nergens bang voor en enorm vindingrijk. Hoe ingewikkeld de zaak ook is, ze bedenken steeds weer gekke oplossingen. Bijvoorbeeld met een ‘schaduwzaak’ in een bejaardenhuis die de aandacht af moet leiden en een zoektocht naar een geschikt appartement voor de tante van de Zilverjongen.

Wat een mooi idee als er echt zo’n geheime organisatie zou ontstaan: die zonder dat je het weet zorgt dat je een voldoende voor je proefwerk haalt, verkering regelt met die leuke jongen of je helpt met klusjes in huis. Je zult nooit weten of ze je hebben geholpen of niet, want het bestaan van het ministerie mag nooit openbaar worden.

Sanne Rooseboom heeft een fijne vertelstijl en schrijft zoals gezegd met veel vaart, maar ook met ‘doodlopende weggetjes’ zodat je geboeid blijft. Je kunt je identificeren met de personages, maar ze zijn wel net even wat stoerder en dapperder dan jij.

Het verhaal roept vragen op die leuk zijn om met kinderen te bespreken: vertel jij alles aan je ouders? Mag je geheimen hebben? Help jij ook een kind dat je niet zo aardig vindt? Welke oplossing kan jij bedenken voor een probleem van een ander?

Wat een mooie serie is dit. Het zet ongetwijfeld veel kinderen vanaf ongeveer 9 jaar aan tot lezen, helemaal omdat het een serie is. En de cover en de illustraties gemaakt door Mark Janssen zijn zo aantrekkelijk! Je ogen worden er naartoe gezogen, het is stoer en mysterieus tegelijk.

Het boek verscheen bij uitgeverij Van Goor en je kunt het hier bestellen. Ik ontving van De leukste kinderboeken een recensie-exemplaar.