Dit boek is fantastisch. Het leest fijn: het verhaal over Toetanchamon, de farao met de handicap aan zijn voeten en zijn halfzus Amany die zijn vrouw wordt, is enorm spannend en meeslepend.
“Toch, en dat wist ze zeker, zou ze nooit iets anders doen dan haar nieuwsgierigheid volgen. En eens zou het haar ergens anders brengen, die nieuwsgierigheid. Ergens waar anderen niet zouden kunnen komen.”
Deze raadselachtige zin vat voor mij samen waar het in Films die nergens draaien, het nieuwste boek van Yorick Goldewijk (bekend van Billy Extra Plankgas), om gaat: nieuwsgierigheid. Hoofdpersoon Cato verloor bij haar geboorte haar moeder en sindsdien is haar vader een saaie, nietszeggende persoon geworden. Ze hebben nauwelijks contact en hij haalde Cornelia het huis binnen, de bemoeizieke buurvrouw die het leven van Cato nog ellendiger maakt.
Een boterham met tevredenheid, levertraan, tbc, telegrammen, muziek uit een pick-up en bellen in een telefooncel. Veel dingen die heel gewoon waren voor kinderen in de jaren ‘50 kennen we nu niet meer. Door het heerlijke nieuwe boek van Jacques Vriens ben je eventjes in een heel andere tijd: de tijd van vlak na de Tweede Wereldoorlog.
Wist jij dat we in Nederland onze eigen Sagrada familia hebben? De kathedraal die 125 jaar na de bouw nog steeds niet helemaal af is? (Ik wist het ook niet :)) Het is de KoepelKathedraal in Haarlem, een bijzonder bouwwerk waar veel te zien en te ontdekken is.
Het nieuwste boek van Thé Tjong-Khing maakte hij in samenwerking met de KoepelKathedraal en is een spannend verhaal over een achtervolging, maar ook een tocht langs verschillende werkzaamheden in een kathedraal. Verschillende beroepen komen langs: schilder, restaurateur, opzichter of orgelbouwer.
Terwijl Markus op jacht gaat naar het kleine grijze mannetje die een robijn stal, komt hij langs verschillende vertrekken in de kathedraal. Op paginagrote spreads is veel te bekijken in de heerlijke illustraties van Thé Tjong-Khing. Juist de details en de specifieke begrippen die horen bij een gebouw als dit (koor, dwarsschip, mozaïek, plebanie, monstrans) maken het tot een rijk boek, waar jonge lezers wel wat uitleg van een ouder of leerkracht bij kunnen gebruiken.
Het is eigenlijk een leeftijdsloos boek. Ook voor volwassenen is er veel te leren en te bekijken. Vooral als je in Haarlem woont en weleens in de kathedraal bent geweest, is het vast een feest van herkenning.
Maar ook als je niet in de gelegenheid bent om déze kathedraal te bezoeken is het een waardevol boek voor bij het thema beroepen of gebouwen/architectuur. Op kinderboeken.nl is een mooie lesbrief bij het boek te vinden!
Houd jij van avonturenverhalen die zich afspelen in een andere tijd, op een andere plaats? Houd je van lezen over dieren, zoals olifanten en paarden? Dan raad ik je dit boek van harte aan. Terwijl ik het las kwamen er beelden van andere boeken die ik eerder las boven. Maar betekent dat dat het geen origineel verhaal is? Integendeel: het is een heel spannend boek dat je niet weg kunt leggen!
In De olifantendief leren we Boy kennen: een gewiekste zakkenroller die woont in een achterbuurt in Edinburgh, Schotland. Het verhaal speelt in 1872. Het is een harde tijd. Boy heeft geen vrienden of familie, hij heeft enkel vijanden die hem klusjes laten opknappen. Totdat Boy op een veiling van dierentuindieren terecht komt. Daar ontmoet hij de reusachtige Maharadja, een Afrikaanse olifant waar hij direct een diepe connectie mee voelt.
Boy wordt door de nieuwe eigenaar van de olifant, meneer Jameson, ontdekt en krijgt een bijzondere positie: hij wordt ‘gekroond’ tot Indiase prins (wat hij natuurlijk niet is!) die op de olifant een reis gaat afleggen naar het circus in Manchester. Meneer Jameson is er alles aan gelegen om veel aandacht te trekken met de olifant en de trip: op allerlei manieren laat hij de pers en de inwoners van de dorpen en steden weten dat ze naar het circus moeten komen.
Voor Boy, die nu Danny of prins Danjat genoemd wordt, wordt het steeds ongemakkelijker: hij moet het spelletje meespelen en meedoen met de leugens, terwijl hij ondertussen steeds bang is dat zijn oude vijanden hem achtervolgen. Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat Danny niet kan (of wil?) praten. Hij begint zijn reisgenoten te wantrouwen, of is dat ten onrechte…?
Het verhaal deed me terugdenken aan een van mijn favoriete boeken van afgelopen jaren: Het mysterieuze horloge van Walker & Dawn van Davide Morosinotto. De karakters, de sfeerbeschrijvingen en het ‘harde leven’ worden prachtig verwoord. Beide boeken lezen heerlijk, omdat er lekker veel actie is.
De dreiging die in het hele boek voelbaar is, herinnerde me aan het boek De juwelendief van M.G. Leonard en Sam Sedgman. Dit boek is een detective voor kinderen en ook in De olifantendief wordt je gaandeweg in een ingewikkelde ‘puzzel’ getrokken. Wie is de saboteur? Wie kun je vertrouwen en wie niet?
Tot slot moest ik ook denken aan de film Enola Holmes (te zien op Netflix), dat zich ook afspeelt in het Engeland van meer dan 100 jaar geleden: met paarden en wagens, onhandige stijve kleding, straatschoffies en duidelijke klassenverschillen. Hoewel het een tijd is waarin we niet meer zouden willen leven, gaat er ook iets romantisch van uit.
Een lekker dik boek om in te verdwijnen, het houdt voortdurend je aandacht vast en het bevat steeds weer een verrassende wending. Het ideale boek om nu lekker te bestellen bij je boekhandel dichtbij, een cadeau voor jezelf of voor een jonge lezer. Geschikt voor 11 jaar en ouder om zelf te lezen. Voorlezen kan al vanaf 10 jaar.
Klaus Mann is de zoon van de beroemde schrijver Thomas Mann, winnaar van de Nobelprijs voor literatuur. Hij heeft echt geleefd, van 1906 tot 1949. Hij is dus maar 43 geworden. Dit boek, De naam van mijn vader, is het derde boek in een serie over Klaus Mann. Het eerste boek ging over zijn jeugdjaren en in dit laatste boek leren we hoe zijn leven tragisch eindigde.
Wat een prachtig boek! Ik heb ervan genoten. Het is spannend, ontroerend en ook nog eens romantisch. En het leukste is: het speelt in de provincie waar ik woon en werk: Groningen.
Het verhaal speelt zich af in 1953 en is gebaseerd op de komst van Molukkers naar Nederland vanwege de oorlog in Indonesië. Er zitten dus waargebeurde elementen in, wat het nog boeiender maakt. Jacob is geboren in Ambon en komt in de klas bij het Nederlandse meisje Tjakkie. Eerst vinden ze elkaar vreemd, maar uiteindelijk komen ze erachter dat ze zich beiden afzetten tegen hun ouders en tegen de verschillen in arbeidersklasse en boeren. En dat is interessanter dan het klinkt!
Als je het boek gelezen hebt, snap je ook wat de grote schelp op de voorkant voor betekenis heeft voor het verhaal.
Eind november bespreken we dit boek in een online leeskring binnen onze pabo. Ik heb er zin in: ik ben benieuwd wat studenten en mijn collega’s van het boek vonden.
Zo’n mooi en tegelijk angstaanjagend boek! Wat een kennis, wat een details en wat een tekeningen! Van sommige dieren kreeg ik het even benauwd, zoals de Meganeuropsis: een langpootmug die wel 70 cm groot kon worden (zo groot als een sperwer). Hij lijkt nog het meest op een mega-libel.
Maar het meest angstaanjagende dier is de mens. Want die is er straks misschien verantwoordelijk voor dat de bij, die al 100 miljoen jaar op aarde leeft, uitsterft. Dat mogen we niet laten gebeuren.
Een geweldig boek voor mooie lessen over onze bijzondere planeet. Om ons weer eens te laten realiseren dat wij in 99,9996% van de geschiedenis van de aarde in geen velden of wegen te bekennen waren.
Een neanderthalermeisje (Une) en een moderne mensjongen (Nano) ontmoeten elkaar. De twee menssoorten leefden altijd gescheiden, maar door toeval komen ze elkaar tegen. Ze zien er anders uit, leven anders, spreken een andere taal: maar ze zijn beiden mensen. Une heeft per ongeluk haar vriend gedood bij de jacht: de speer raakte niet de stier, maar hem. Une wordt verscheurd door schuldgevoel. Ze besluit zich af te scheiden van haar stam. Daar ontmoet ze Nano. Ze trekken samen verder en komen terecht in een vulkaanuitbarsting, waar ze moeten vechten voor hun leven.