Als je de boeken van Kate DiCamillo kent, weet je dat haar stijl onmiskenbaar is. Ze schrijft over gewone kinderen die buitengewone dingen meemaken, maar ook over poppen die tot leven komen. Dat doet ze met een enorme portie humor en veel beeldende taal, doorspekt met veel uitdagende woorden. Haar liefde voor taal en de binnenwereld van het kind is overduidelijk. Wat mij betreft is Ferris, het laatste boek dat nu in het Nederlands is verschenen bij Querido, een staalkaart van haar kunnen.
Hoe is het om als dove jongen naar de middelbare school te gaan? Je denkt misschien: zo ingewikkeld is dat toch niet? Je hebt op de basisschool Gebarentaal geleerd en hebt vast ook wel vrienden gemaakt die begrijpen wat je nodig hebt om te kunnen communiceren. Nou, als je het boek van Robin Frings (acteur en tv-maker) leest, realiseer je je dat het best wel veel ingewikkelder is dan je denkt.
Daar is Deef weer! In 2017 schreef Joke van Leeuwen het eerste verhaal over Deef: Toen ik. Een heerlijk droogkomisch verhaal over een jongen die beschrijft wat er op een dag in zijn leven gebeurt, tegen de achtergrond van de scheiding van zijn ouders, wat hij maar ingewikkeld vindt.
Wat een wonderbaarlijk verhaal! Aelin, het verhaal over een meisje dat zich een Alien voelt (kijk maar naar haar naam) en die op zoek gaat naar waar ze vandaan komt. Een verhaal over liefde voor taal, identiteit, familie en vriendschap.
Een debuut bij Querido! Een bijzonder prentenboek van de hand van muzikant en creatief maker Gerson Main: hij stond in 2015 in de finale van het tv-programma De beste singer-songwriter van Nederland en treedt nu op als liedjesschrijver, theatermaker en dichter. Hij trad op in verschillende verpleeghuizen om voor ouderen muziek te maken. Wellicht heeft hij daar de inspiratie opgedaan voor zijn eerste prentenboek: Alle dingen die mijn opa stiekem is, over een jongen die een bijzondere band heeft met zijn opa.
“Het gaat om zijn [Joshua’s] leven allemaal niet helemaal vanzelf.” Relativerend: “Maar ja, bij wie wel?!”
Voor het Dagblad van het Noorden van afgelopen zaterdag werd Erna Sassen geïnterviewd over haar nieuwste boek Neem een kip – het vervolg op Zonder titel en Neem nooit een beste vriend. Die boeken ontvingen al veel lof en prijzen, en niet voor niks: zo rauw, puur en open voor en over jongeren schrijven kunnen er niet veel.
“Ik ben een jongen. Oké, dat klinkt misschien niet zo gek. Maar het zit zo. Ik ben een jongen, alleen ben ik geboren met een meisjeslichaam. Yep. Het klinkt misschien vreemd om een meisjeslichaam te hebben en toch een jongen te zijn, maar toch is het zo, en ik ben lang niet de enige.”
Mats is de ontwapenende hoofdpersoon van het nieuwste boek van Janny Jägerfeld. In Mijn broer is een baas maken we kennis met Mats en zijn moeder, die tijdelijk ergens anders gaan wonen vanwege werk. Mats vindt het eerst saai omdat hij daar niemand kent, maar als hij op een dag Kilian ontmoet, een stoere nietsontziende jongen, dan gaat hij het toch interessant vinden. Kilian daagt hem uit om over zijn grenzen te gaan, stelt veel vragen én hij besluit al snel dat ze ‘bloedbroeders’ moeten worden. Mats vindt het heel fijn. Hij had nooit gedacht dat hij ooit iemands ‘broer’ zou zijn. Mats is namelijk geboren als meisje.
De reden dat Mats en zijn moeder tijdelijk ergens anders wonen is uitgebreider dan het werk van zijn moeder. Mats’ vader heeft het namelijk heel moeilijk met het feit dat Mats zijn coming out heeft gehad: hij is ontroostbaar en huilt dikke tranen omdat hij ‘zijn dochter kwijt’ is. Mats’ moeder probeert hem te overtuigen om het te accepteren. Zij staat vierkant achter haar zoon.
Voor Mats is het extra zwaar dat zijn ouders ruzie maken over hem, over iets waar hij niks aan kan doen. Het is gewoon zo. Het is niet handig en hij praat er liever niet over, maar het kán niet anders.
Mats vertelt niks aan Kilian over zijn oude ik. Waarom zou hij? Kilian vindt Mats leuk zoals hij is. Totdat er toch iets gebeurt waardoor de kaarten op tafel komen liggen.
Jägerfeld is psycholoog en komt uit Zweden. Eerder verscheen in het Nederlands een young adult van haar hand: Comedy queen, over zelfdoding door een ouder. Haar boeken hebben meestal pittige thema’s maar bevatten ook veel luchtigheid en humor. Mijn broer is een baas is voor een jongere doelgroep en leest erg gemakkelijk. Maar let op: ook in dit boek komt verwijzing naar zelfdoding terug. Wees daar dus bewust van als je het boek aanraadt aan kinderen vanaf 10 jaar. Het is heel fijn dat dit soort boeken er zijn. Of je nou zelf worstelt met je gender, in je omgeving ermee te maken krijgt of er nog nooit iets van hebt gehoord: het verhaal biedt je nieuwe inzichten en biedt je een nieuw venster op de wereld.
Verschenen bij Ploegsma. Vanaf 10 jaar, let wel op of het aansluit bij de emotionele ontwikkeling van een kind.
We hebben er lang op moeten wachten. Acht jaar nadat Lampje van Annet Schaap uitkwam is het er dan! Een nieuw boek in de wereld van Lampje, maar het is geen vervolgverhaal, het staat volledig op zichzelf. Krekel heet het. Net zo’n lekkere korte en frisse titel, maar ook geheimzinnig. Waarom heet het boek zo? Wie of wat is die Krekel?
Ik schrijf weleens dat ik een brok in mijn keel had tijdens het lezen, of echt ontroerd was.
Maar bij dit boek kwamen er tranen. Dikke, warme tranen. Ik snap niet hoe ze het doet, Mariska Overman. Ik lees de zinnen opnieuw en opnieuw. Het zijn echt geen ingewikkelde, literaire zinnen. Maar ze boren recht je hart in. Mijn hart tenminste.
Misschien is het omdat ze schrijft over gewone dingen die jongeren meemaken. Gamen, minecraft, dansen, biologiewerkstukken. Maar dan in combinatie met keiharde rouw omdat Joes, de broer van Mijs, dood is gegaan. En hoe dat voelt, in je lijf. Dus niet: hoe je ermee moet gaan, hoe je het een plek moet geven, hoe je het kunt verwerken (alsof het afval is, zegt Mijs). Echt verdriet doet pijn in je lijf, je voelt dingen waarvan je niet wist dat je ze kon voelen.
Om de pijn te verzachten leek het de ouders van Mijs een goed idee om haar een AI-versie van haar overleden broer te geven: een rouwbot. Een bewegende broer, die gevuld is met een databank van alles wat ze over hem konden vinden. Mijs wil aan de ene kant dolgraag met Joes praten. Maar ze vertrouwt de rouwbot ook niet.
Gelukkig is Bowie er, de beste vriend van Joes. Hij wil niks weten van de rouwbot. Hij neemt Mijs liever mee naar plekken waar hij met Joes kwam. En dan ontdekt ze dat Bowie een geheim met zich meedraagt over Joes. Het is zo intens mooi, en lief, en geweldig. Ik kan het niet anders zeggen, het klinkt vast té cheesy maar dat is dan maar zo.
De dikste tranen kwamen bij de hoofdstukken waarin biologiedocent Klimt met Mijs praat. Ze doet dit zó precies goed, zó niet invullend en belerend. Dat raakte mijn onderwijshart, dat ik me realiseer hoeveel je kunt betekenen als docent of mentor voor je leerlingen.
Lees dit boek, lieve allemaal. En ook haar kinderboekendebuut, De zomer die alles was. Wat een bijzondere nieuwe stem in jeugdliteratuur-land.