Na Mijn broer heet Jessica, dat ik niet zo sterk vond, is dit verhaal over hetzelfde thema een verademing: steengoed geschreven en zonder oordeel, eerlijk en ontroerend. Het waargebeurde verhaal van Vicky, die in het boek Evy heet. Een gruwelijk verhaal van pesterijen, zelfmoordgedachten en ouders die de identiteit van hun eigen zoon/dochter (nog) niet erkennen.
Voor veel kinderen is de eerste schooldag spannend. Maar als je uit een ander land, een andere cultuur komt, is het helemaal spannend of je ‘erbij past’.
Als je het niet bent, is het onmogelijk om je voor te stellen hoe het is om blind te zijn. Je ogen dichtdoen is niet genoeg. Blinde mensen hebben veel gevoeligere andere zintuigen en ‘zien’ soms zelfs kleuren als ze dichtbij iets of iemand zijn.
Ronke heeft dat ook. Haar buddy Nouri, aangewezen tijdens een sterrenwachtkamp waar ze aan mee doet, is bijvoorbeeld knalgroen. En ‘Stardust’, de virtuele vriend van Nouri met wie hij chat in de game, is blauw. Ronke houdt wel van sterrenkunde, maar eigenlijk vooral van hardlopen, héél hard lopen. Maar ja, blind zijn en rennen is een lastige combinatie. Daarom rent Ronke ‘ter plaatse’: ze rent op een plek heel hard en beeldt zich in dat ze op het strand is, hoort zelfs de meeuwen boven zich en de wind door het helmgras wuiven. Zo levendig is haar fantasie.
En haar fantasie zorgt er ook voor dat ze samen met Nouri wegloopt van het kamp om stiekem ergens te gaan rennen ‘in het echt’, eerst aan de arm van Nouri, maar later los en vrij omdat ze op een startbaan van een militair vliegveld is.
Het verhaal bouwt enorm op in spanning. Het rustige begin is verraderlijk: opeens zitten we middenin een spannende scène waarin Ronke in haar eentje op de heide haar weg probeert te vinden op zoek naar… de opa van Nouri??? Hoe dat zo is gekomen moet je echt zelf gaan lezen.
“Ik racete zo hard ik kon. Het leek wel een wedstrijd tegen mezelf. Of liever: tegen mijn vroegere zelf.”
Dit is weer zo’n prachtig en meeslepend boek zoals we die van Jef Aerts (onder andere De blauwe vleugels) kennen. Zintuiglijke taal, prachtige zinnen en een enorme spanning gecombineerd met de moderne snufjes van nu: een sprekende telefoon, social media, games en chatten met mensen die zich anders voordoen. De schrijfstijl deed me ook wat denken aan de boeken van Anna Woltz.
“Als je rent, verzin je een verhaal. Iedere stap is een woord, ieder baantje een nieuwe zin. Ren een klein stukje de andere kant op en je hele verhaal verandert mee.”
Een aanrader voor kinderen die houden van spannende verhalen en tegelijkertijd iets willen leren over menselijke gevoelens en blind zijn.
‘Querido Glow is een nieuwe reeks van uitgeverij Querido, waarin jongeren die zich identificeren als queer zich kunnen herkennen. Literatuur met oog voor iedere jongere, met nadruk op iedere, ongeacht gender of seksualiteit.’
Noem me Nathan gaat over Lila, een jongen die als meisje geboren is. Het brengt rauw en indringend in beeld hoe zwaar de strijd is: van zelfacceptatie, het veranderende lichaam, operaties, hormonen en de rol van de ouders in dit proces. De tekeningen van de huilbuien, het zichzelf verminken en de details over de operaties zijn heftig om te zien, maar ik denk dat het herkenbaar zal zijn voor jongeren die zich queer noemen, of dat het in elk geval een opening biedt voor gesprek. Geschikt vanaf 13 jaar ongeveer.
Wauw, wat een schitterende graphic novel. Bijzonder om zijn tekenstijl, maar vooral ook om zijn onderwerp. Wat een enorme aanrader is dit voor alle kinderen die graag strips lezen en toe zijn aan iets meer.
Waar gaat het dan over? De prins en de naaister gaat over prins Sebastian en zijn assistente, naaister Frances. Beide personages leer je goed kennen: Sebastian, de kroonprins die een prinses moet trouwen maar een verborgen leven leidt omdat hij graag af en toe jurken draagt. Zijn ouders mogen absoluut niet weten wie hij werkelijk is. Frances, ambitieus en bescheiden, werkt hard in het naaiatelier en wordt ontdekt om haar eigenzinnige ontwerpen. Ze ontmoeten elkaar, Frances gaat jurken maken voor Sebastian en het is direct een band voor het leven.
Toch gaat niet alles vlekkeloos. Sebastian geeft zijn geheim niet prijs en neemt Frances mee in zijn leugens. Op een dag pikt ze het niet langer en gaat weg. Ze gaat ontwerpen maken voor een groot warenhuis. Frances en Sebastian kunnen elkaar niet vergeten. Het komt tot een hoogtepunt bij een grote modeshow. Hoe dat afloopt, moet je zelf maar lezen!
Ik vind het een tof genre, de graphic novel voor de leeftijd vanaf 10-11 jaar. Het is heerlijk om te lezen, er is veel te bekijken op de bladzijden en door de gezichtsuitdrukkingen leef je nog meer mee met de personages. Knap vind ik ook dat Jen Wang erin slaagt dat je je met beide personen kunt identificeren. Frances die een droom heeft en Sebastian die worstelt met wie hij is en wil zijn, en vooral hoe zijn omgeving daarop reageert.
Grappig is dat ik afgelopen week ook het prentenboek Mijn schaduw is roze las en daarin zag ik – ondanks dat dat boek voor een veel jongere doelgroep is – veel overeenkomsten met De prins en de naaister. En wat te denken van de bijzondere film The Danish girl?
“‘Er is niets mis met anders zijn, vooral niet als artiest. Creatieve mensen hóren anders te zijn dan anderen. Wist je dat Elvis stotterde?’
‘Nee!’
‘Ja, en Ed Sheeran ook.’
‘D-dat wist ik niet,’ zeg ik.
‘Laat het stotteren je niet tegenhouden, Billie, nooit.’”
In De jongen die iedereen laat lachen leren we Billie kennen, een brugklasser die last heeft van stotteren. In bovenstaand citaat praat hij met zijn geweldige docent Osho, die voor Billie het verschil maakt op zijn nieuwe school, waar hij nog niemand kent en het liefst helemaal niet praat, zodat ze niet ontdekken dat hij enorm stottert.
Stotteren is een vervelend probleem en zorgt voor veel psychische schade bij kinderen. Het is immers altijd ‘zichtbaar’, je kunt er niet omheen. Niet spreken in de klas kun je even volhouden, maar vroeg of laat moet je toch een keer antwoord geven als de docent je een vraag stelt.
De grootste nachtmerrie van Billie komt uit: hij heeft vanaf de eerste dag in de brugklas een pestkop die het op hem gemunt heeft. Billie voelt zich enorm onzeker, hij is bezig met overleven en probeert op allerlei manieren van zijn stotteren af te komen.
De sleutel ligt, en dat is het mooie van dit boek, bij zijn zelfvertrouwen. Je voelt gedurende het verhaal dat Billie steeds meer zelfvertrouwen krijgt. Met vallen en opstaan, dat wel, maar zijn gevoel voor humor en ritme zorgen ervoor dat hij een drive heeft om zijn angst om het podium te staan overwint.
Het is een ontroerend, grappig en goudeerlijk verhaal. Vanaf de eerste bladzijde leef je mee met Billie: hij vertelt zo oprecht over zijn strijd tegen het stotteren dat je hem echt wilt helpen. Maar uiteindelijk helpt Billie zichzelf: door te ontdekken wat hij echt leuk vindt, door nieuwe vrienden te maken en zijn droom waar te maken.
Kortom: een inspirerend boek. Voor alle kinderen die weleens onzeker zijn. Je bent niet alleen. Er zijn veel meer Billies op deze wereld. Geschikt vanaf 10 jaar. Uitgegeven door Billy Bones. Koop het boek bij je lokale boekhandel!
Wow, wat een boek. Dit is wat mooie woorden kunnen doen: regelrecht je hart in vliegen. Gladdines schrijft geen woord teveel, tussen de regels door zorgt hij voor een een brok in de keel en hij schrijft ook nog eens met veel humor, waardoor tranen van ontroering en een lach elkaar afwisselen.
De band tussen deze twee broers: het gaat door merg en been. Benjamin is extreem onzeker en doet in alles zijn grote voorbeeld na: zijn broer Valentijn. Benjamin cijfert zichzelf weg en zijn omgeving lijkt dat ook te doen. Maar wat is er toch met Valentijn? Is hij echt zo geweldig als zijn broertje doet vermoeden?
De musical Jesus Christ Superstar waarin beide broers een rol krijgen, speelt een grote rol in het boek. Het is een metafoor voor dit verhaal: jezelf durven zijn, verraad en geheimen. Schitterend gedaan.
Dat ik nog nooit iets van deze schrijver heb gelezen. Hij doet me denken aan de stijl van Simon van der Geest, Enne Koens en Annet Huizing: een paar van mijn favorieten. Lezen, dit boek!
Een graphic novel! En wat voor één! Wat een bijzonder boek. De cover zet je enigszins op het verkeerde been: ik vind de tekening niet zo representatief voor de inhoud van het verhaal, dat is jammer.
Je ziet Kate en haar zusje Maya, die aan taaislijmziekte lijdt: een vreselijke, progressieve ziekte. Ze zijn net verhuisd naar Noord-Californië omdat de zeelucht goed voor Maya zou zijn. Maar in het dorpje waar ze gaan wonen spookt het – letterlijk. Als Kate en Maya op onderzoek uit gaan ontmoeten ze Carlos, die hen inwijdt in de verering van overleden voorouders.
Carlos bereidt zich voor de Día de muertos, de dag van de doden, waarbij het voorbije leven van de overledenen gevierd wordt. Een vrolijk en uitbundig feest dat iedereen nu vast allemaal kent van de film Coco.
Kate vindt Carlos irritant, maar stiekem ook wel interessant: ze raakt steeds meer betrokken bij de ‘spoken’ waar Carlos over praat. En dan ‘ontmoet’ ze haar overleden oma en realiseert ze zich dat het heel bijzonder is om contact met overleden dierbaren te hebben. Helemaal omdat haar eigen zusje waarschijnlijk ook niet oud zal worden…
Dat het een stripverhaal verhaal is, zie je aan deze quote: je hebt de tekening nodig om het te begrijpen (zie foto):
“Weet jij nog alles over je geboorte?”
“Nee…”
“Dat is met doodgaan net zo. Het ene moment was ik mij. En het volgende moment was ik nog steeds mij, maar dan zoals nu…”
“Maar dat moet vreselijk zijn geweest voor je familie.”
“Ik weet alleen dat ze mij nooit zijn vergeten, anders was ik hier vanavond ook niet!”
Zoals je kunt lezen is de thematiek pittig en dat maakt dit boek bijzonder. Want de vrolijke tekeningen maken dat je het boek met een grote glimlach op je gezicht leest. Dit is met recht een graphic novel. Ik kijk reikhalzend uit naar het volgende boek van Raina Telgemeier dat in het Nederlands vertaald zal verschijnen: Smile.
Weer een prachtige ‘baby’ in de Kluitman-filosofieboeken-reeks: deze keer over identiteit. Na Alles wat ik voel en Alles wat was durf ik blind het nieuwste boek te kopen: Stine Jensen schrijft zó inspirerend en de illustraties van Marijke Klompmaker zijn ware kunstwerkjes.
Ook in dit deel over identiteit stelt de schrijver je steeds vragen: ben je tevreden met je naam? Voel je je een meisje of een jongen? Wat zeggen mensen altijd over jou? De vragen zijn prikkelend en omdat ze lekker groot op de bladzijden staan, kun je er niet omheen: het zet je aan het denken.
De afwisseling met weetjes, interviews met kinderen en achtergrondkennis zorgt dat je geboeid blijft lezen. De illustraties staan er niet voor de opvulling bij: ze vormen echt een geheel in de opmaak van de bladzijden en in het vertellen van het verhaal.
Mooi ook dat er veel kijk- en leestips worden gegeven. Zelfs een van mijn lievelingsboeken van vroeger wordt genoemd: Wonderkinderen van Thea Beckman!
Dit boek leent zich voor prachtige lessen en/of gesprekken met kinderen over het belangrijkste wat je hebt: jezelf. Jijzelf bent zo boeiend, daar kunnen we uren over praten! Stine en Marijke, ga zo door: filosofie sleept ons door deze zware tijd.
Ik las het debuut van de Schotse schrijfster Elle McNicoll: Een soort vonk. Ik vind het een erg goed geschreven jeugdboek met een interessant thema. Op knappe wijze legt McNicoll een link tussen autistisch zijn en de manier waarop vroeger vrouwen van hekserij beschuldigd werden. Onze samenleving worstelt nog steeds met mensen die anders zijn: Addie – de hoofdpersoon in het boek – komt er tot haar verbazing achter dat ook grote mensen kunnen pesten en uitsluiten, zodanig dat het anderen kapot maakt. Elle McNicoll studeerde creatief schrijven en schreef haar masterscriptie over het gebrek aan neurodiverse auteurs die over hun eigen ervaringen schrijven. Dus ging ze dat zelf maar doen.
Wat quotes uit het boek:
“Ik denk dat anders zijn goed is. Tenminste, zolang je daar niemand kwaad mee doet. De wereld heeft die verschillen juist nodig, hoe meer, hoe beter.” (…)
“Ik wil dat we onszelf iets beloven. Iets wat ik mezelf ook beloof. Dat we gewoon aardig blijven doen als we iemand ontmoeten die op het eerste gezicht een beetje vreemd is.” (…)
“Mijn opa zei altijd: mensen zoals ik waren vroeger misschien niet de meest sociale. En ook niet altijd de meest spraakzame. Maar terwijl anderen rond het vuur zaten te roddelen, gingen wij op zoek naar stroom. Dat is wat mijn autisme is. Een soort vonk.”
Flaptekst:
Tijdens een schoolproject ontdekt de elfjarige Addie dat in het dorp waar ze woont, vroeger heksen werden vervolgd én gedood. Ze vindt het zo onrechtvaardig dat ze een monument wil oprichten voor de vrouwen die daar onterecht de dood vonden. Maar het dorp zit er niet op te wachten. Zo’n monument is alleen maar een herinnering aan een zwarte bladzijde uit de geschiedenis. Addie laat het er niet bij zitten. Ze voelt zich verwant met deze vrouwen uit het verleden. Net als de ‘heksen’ vroeger, wordt zij nu raar aangekeken door mensen die haar anders vinden. Ze heeft namelijk autisme en reageert vaak niet zoals mensen verwachten. Addie begrijpt hoe machteloos de onterecht veroordeelde vrouwen zich moeten hebben gevoeld, want ze waren gewoon wie ze waren… net als zij. Durft Addie, die zich het liefst op de achtergrond houdt, de strijd met haar dorpsgenoten aan?
Op Lemniscaat.nl zijn mooie lessuggesties te vinden bij dit boek: om autisme, hekserij, pesten en anders zijn bespreekbaar te maken in de klas.