Roljoch is het kinderboekendebuut van Maarten Kuipers, auteur, reclamemaker, liedjesschrijver (o.a. voor Sesamstraat) en muzikant. Hij schreef een spannend boek, geschikt voor lezers vanaf 7/8 jaar die wel houden van een beetje vaart en onverwachte gebeurtenissen.
Mats heeft dikke pech. Zijn vader zit in de gevangenis (en hij komt niet te weten waarom) en nu woont hij bij de nieuwe vriend van zijn moeder: Windolf. Hij is een rijke patser die erg onaardig tegen Mats doet. Op de dag dat Mats zijn vader in de gevangenis zou bezoeken, gaat zijn moeder op zakenreis. Mats wil echt naar zijn vader toe en vertrouwt er niet op dat Windolf hem wel zal brengen: hij besluit zelf de spiksplinternieuwe sportwagen van Windolf te pakken. Autorijden heeft hij geleerd via YouTube en met zijn rolschaatsen aan kan hij nét bij de pedalen.
Omdat het nog midden in de nacht is, valt het eerst nog niemand op dat een klein jongetje achter het stuur zit. Maar uiteraard blijft het niet onopgemerkt. Het ene maffe voorval volgt op het andere. Mats ontdekt uiteindelijk dat zijn vader ten onrechte in de gevangenis zit. En zijn moeder komt erachter dat ze weg moet wezen bij die nare Windolf.
Een heerlijk avontuur dus! Het deed me denken aan een krantenartikel over een 8-jarig jongetje dat zijn zusje naar de McDonalds reed (zie foto’s): dit spreekt natuurlijk enorm tot de verbeelding!
Als je het niet bent, is het onmogelijk om je voor te stellen hoe het is om blind te zijn. Je ogen dichtdoen is niet genoeg. Blinde mensen hebben veel gevoeligere andere zintuigen en ‘zien’ soms zelfs kleuren als ze dichtbij iets of iemand zijn.
Ronke heeft dat ook. Haar buddy Nouri, aangewezen tijdens een sterrenwachtkamp waar ze aan mee doet, is bijvoorbeeld knalgroen. En ‘Stardust’, de virtuele vriend van Nouri met wie hij chat in de game, is blauw. Ronke houdt wel van sterrenkunde, maar eigenlijk vooral van hardlopen, héél hard lopen. Maar ja, blind zijn en rennen is een lastige combinatie. Daarom rent Ronke ‘ter plaatse’: ze rent op een plek heel hard en beeldt zich in dat ze op het strand is, hoort zelfs de meeuwen boven zich en de wind door het helmgras wuiven. Zo levendig is haar fantasie.
En haar fantasie zorgt er ook voor dat ze samen met Nouri wegloopt van het kamp om stiekem ergens te gaan rennen ‘in het echt’, eerst aan de arm van Nouri, maar later los en vrij omdat ze op een startbaan van een militair vliegveld is.
Het verhaal bouwt enorm op in spanning. Het rustige begin is verraderlijk: opeens zitten we middenin een spannende scène waarin Ronke in haar eentje op de heide haar weg probeert te vinden op zoek naar… de opa van Nouri??? Hoe dat zo is gekomen moet je echt zelf gaan lezen.
“Ik racete zo hard ik kon. Het leek wel een wedstrijd tegen mezelf. Of liever: tegen mijn vroegere zelf.”
Dit is weer zo’n prachtig en meeslepend boek zoals we die van Jef Aerts (onder andere De blauwe vleugels) kennen. Zintuiglijke taal, prachtige zinnen en een enorme spanning gecombineerd met de moderne snufjes van nu: een sprekende telefoon, social media, games en chatten met mensen die zich anders voordoen. De schrijfstijl deed me ook wat denken aan de boeken van Anna Woltz.
“Als je rent, verzin je een verhaal. Iedere stap is een woord, ieder baantje een nieuwe zin. Ren een klein stukje de andere kant op en je hele verhaal verandert mee.”
Een aanrader voor kinderen die houden van spannende verhalen en tegelijkertijd iets willen leren over menselijke gevoelens en blind zijn.
En nu is er dus Offline, een toekomstverhaal waarin de strijd tussen mens en computer uitgevochten wordt. Weer een héél ander soort boek dan de voorgaande. Kunst heeft een heerlijke vertelstijl die vooral bij Het verlangen van de prins bejubeld is: hij werd zelfs vergeleken met Paul Biegel. Hij heeft een enorm creatief brein, dat kan niet anders, want zulke verschillende kinderboeken schrijven en er telkens in slagen je het verhaal te laten geloven, dat kan niet iedereen.
Offline gaat over Mike. Hij leeft in het jaar 2046. Niet eens zo heel ver voor ons, maar de wereld is niet te vergelijken met nu: mensen zijn altijd online en lopen continu met een VR-bril rond waardoor alles er mooier, aantrekkelijker en magischer uitziet. Mike houdt van deze wereld. Zijn vriendin Demer echter, leeft in Aardelaar: een gebied op aarde waar alles ‘bij het oude’ bleef: geen elektriciteit, geen drones of computers. Mike gaat met zijn ouders verhuizen naar het wonderlijke Nieuw Babylon: een hypermoderne zwevende stad met de nieuwste snufjes.
En het zal nog mooier worden: er staat de wereld namelijk een enorme update te wachten, een update die ervoor zorgt dat alles nóg soepeler loopt. Op een dag komt Mike meneer Groman tegen, een mysterieuze oude man die in Mike ‘de uitverkorene’ ziet, want die enorme update is volgens meneer Groman levensgevaarlijk: de computers zullen intelligenter worden dan de mensen en hen ‘uitschakelen’. Wat dat in de praktijk betekent, daar moet je natuurlijk niet aan denken.
Mike vertrouwt meneer Groman eerst niet, maar luistert toch naar zijn aanwijzingen: een verborgen lift, een code, een oranje knikker… Gaat hij de missie aan of durft hij niet? Gelukkig is daar de lieve pratende hond Dex, geprogrammeerd door mensen, die hem overal vergezelt. Mike staat een turbulente tijd te wachten. Is dit ook onze toekomst???
Offline leest als een trein en is zelfs voor jongere lezers (vanaf 8 jaar ongeveer) denk ik wel te volgen. Voor de liefhebbers van de Robotoorlog van Rian Visser zéker een aanrader. Maar ook om met je kind(eren) in gesprek te gaan over toekomst, kunstmatige intelligentie en de macht van computers.
De tekeningen van Yannick Pelegrin vind ik heel goed bij het verhaal passen: futuristisch, ietwat bevreemdend en overwegend in twee kleuren paars-rood en blauw.
“Veel volwassenen zijn vooral bezig met geld verdienen. Ze werken en proberen carrière te maken. Dingen maken, vervoeren, verkopen… Maar dát zijn precies de dingen die computers ondertussen veel beter kunnen dan mensen! En als ze niets willen maken, dan willen volwassenen de baas zijn, zo veel mogelijk macht hebben. Dat soort dingen. Als ik een computer was dan zou ik al die mensen ook behoorlijk overbodig vinden…”
“‘We zijn een troep,’ zei Arkady. ‘We hebben samen gevochten, we hebben samen gegeten. We zijn een team.’”
Het team, dat zijn Arkady, Samuel, Silk en Vita: een onwaarschijnlijk bij elkaar geraapt zooitje: twee circusartiesten, een zakkenroller en een meisje dat koste wat het kost de eer van haar opa wil redden.
Het nieuwe boek van Katherine Rundell, bekend van onder andere De ontdekkingsreiziger, gaat over echte vriendschap en talent. Met karakters en gebeurtenissen die knotsgek zijn, maar tegelijkertijd zó ontroerend dat je alles gelooft wat Rundell schrijft. Een verhaal dat ik verzonnen zou willen hebben. Een boek waarvan je ongeduldig de bladzijden omslaat omdat je móet weten hoe het verder gaat. Met vier vrienden die een band opbouwen voor het leven en elkaar nooit zullen laten vallen. Gesitueerd in het Manhattan van zo’n 100 jaar geleden, in een oud kasteel en in een circustent: zulke gave plekken dat je wilde dat je er zelf bij was.
Vita heeft zichzelf een onmogelijk doel gesteld. In het enorme oude kasteel van haar opa ligt een kostbare smaragd. Opa is opgelicht door een nare zakenman en nu is hij zijn huis kwijt; zijn kasteel waar hij met oma woonde die net is overleden. Opa kwijnt nu weg in een klein appartementje in New York. Als zijn kleindochter Vita met haar moeder vanuit Ierland naar Amerika komt is hij dolblij. Maar Vita ziet dat hij verdriet heeft: alles is hem afgenomen. Vita is vastbesloten om de smaragd, die ergens in het kasteel ligt, terug te halen, te verkopen en het huis terug te kopen.
Vita is een inspirerend meisje met een bijzonder talent. Al in het eerste hoofdstuk licht Rundell een tipje van de sluier op en word je razend nieuwsgierig:
“Vita’s rokzakken zaten vol kiezels van thuis uit de tuin, ze pakte er de grootste stenen uit en begon die naar de deur van de klerenkast te gooien. Het hielp haar nadenken. Als iemand had toegekeken, had die misschien gezien dat elke steen exact het wiskundige midden van de deur raakte, maar er was niemand die keek en Vita zelf had er nauwelijks erg in.”
Vita krijgt hulp uit onverwachte hoek. Ze maakt vrienden die allemaal een ander talent hebben. Samuel is de acrobaat die lijkt te kunnen vliegen, Samuel kan communiceren met elk dier en Silk kan vliegensvlug en onmerkbaar je zakken rollen. En Vita kan dus met enorme precisie elk willekeurig voorwerp naar een bepaald punt werpen.
Rundell schept er waarschijnlijk genoegen in om talenten te bedenken die gaan over fysieke behendigheid, maar ook over lichamelijke onmogelijkheden: Vita kampt met de gevolgen van polio en heeft één been dat niet goed volgroeid is. Ze bijt zich dagelijks door de pijn heen en laat zich niet tegenhouden. Het is een boodschap die kinderen vast ook uit de tekst kunnen halen: ga op zoek naar jouw talent, gebruik je lichaam én je verstand wijs en vertrouw op jezelf.
In Sophie op de daken (2013) gaat het over luchtdansen op de daken, een ‘sport’ die Rundell zelf ook beoefent. En in dit boek hebben de personages allemaal een handigheid die ervoor zorgt dat ze zich uit de moeilijkste situaties kunnen redden.
…Tenminste…Is dat ook zo? Hopelijk heb ik je nieuwsgierig genoeg gemaakt naar de afloop van het verhaal. Ik ga hier natuurlijk niet verklappen of het Vita lukt om haar opa weer gelukkig te maken. Maar dit boek zal je vanaf de eerste bladzijde grijpen en als je het uit hebt, zal je het niet meer vergeten.
Oh, en die schildpadden op de schutbladen? Die kom je zeker tegen in het verhaal op een onverwachte plek, wacht maar af!
Loes Riphagen kennen we nu natuurlijk allemaal van het prentenboek van het jaar – Coco kan het! – maar ze heeft al een vrij groot oeuvre opgebouwd met allemaal prentenboeken die een uniek karakter hebben. Zoals Zzz, De kusjeskrokodil en Huisbeestenboel. De boeken kenmerken zich door de maffe beestjes die Riphagen tekent (vaak met neuzen als olifantenslurfjes) en de vele details op elke bladzijde, zodat er veel te zien en te ontdekken (en te lachen) is.
Ook Kom mee, Kees is weer een prachtig prentenboek. Dat begint al met de kaft, die is lekker zacht en fijn om te aaien. Zo kan een boek zomaar een lievelingsboek van een kleuter worden.
Kom mee, Kees gaat over twee kikkers: een vader en een zoon, die op een dag een spannende brief krijgen: er is een concert van hun favoriete band, De Kwakers. Al op de eerste bladzijden schiet ik in de lach, want papa is Coco kan het! aan het lezen en er hangen grappige tegeltjes aan de muur (“Hier maj plat proaten”). De ladder is gemaakt van lucifersstokjes en in de kast staat een doos met ‘troep’. De bladzijden zijn vrij donker, omdat we in het hol van de kikkers zijn en er ligt ook een laagje water op de grond.
Vader en zoon gaan op weg naar het concert en onderweg wordt Kees afgeleid door al het moois dat in de natuur te vinden is. Daardoor komen ze bijna te laat. En dan wordt papa bijna opgegeten door een snoek! Kees, de held, redt gelukkig zijn vader, maar ze missen wel het concert. Maar, zegt papa, “dat geeft niks, Kees. De weg hiernaartoe was mooi en spannend genoeg.” Kees valt in slaap op de rug van zijn vader.
Ik vind het altijd fijn als een prentenboek eindigt met slapen. De lievelingsprentenboeken van mijn kinderen eindigden ook altijd met ‘welterusten’.
Dit boek wordt vast en zeker het lievelingsboek van vele kleuters. Het leest heerlijk voor, er is veel te kijken en het verhaal geeft stof tot gesprek: de weg ergens naartoe (bijvoorbeeld de boottocht naar een eiland!) kan soms bijna mooier zijn dan de vakantie.
Ken je dat, dat je heel graag verder wil lezen in dat geweldige boek, maar eigenlijk ook niet omdat je niet wilt dat het uit is? Dat gebeurt mij nou altijd met de boeken van Morosinotto!
Zijn nieuwste boek, De verloren bloem van de sjamaan, is ook weer steengoed. Ongelooflijk spannend, grappig en prachtig vormgegeven – zoals we gewend zijn van zijn vorige boeken. De lettertypes en de bladspiegels vertellen ook regelmatig het verhaal, zoals wanneer hoofdpersoon Laila een epileptische aanval krijgt en de woorden chaotisch over de bladzijden kronkelen.
Dit boek is geschikt vanaf 11 jaar ongeveer, maar het is ook geen typisch kinderboek. Dat maakt het juist zo goed: Morosinotto zei in een interview met de @boekenkrant dat hij denkt “dat jongeren niet gebaat zijn bij lievige boeken: het leven heeft immers mooie en nare momenten. De oplossing is niet om er niet over te praten met kinderen, het gaat erom dat je de juiste manier vindt om dat te doen. Zeker in deze tijd.”
Het verhaal past dan ook heel goed bij deze onzekere tijd van een gemeen virus en een mysterieuze ziekte. Laila is ongeneeslijk ziek en ze heeft haar zinnen gezet op een ‘geneeskrachtige’ bloem. Zou die haar kunnen helpen? Laila en haar vriend El Rato zijn dapper en schrikken nergens voor terug: dat soort hoofdpersoon hebben we nodig voor een meeslepend boek! Ik was meer dan 500 pagina’s lang in Peru, in 1986. Het is geweldig hoe we met mooie boeken naar andere plaatsen en tijden kunnen ‘reizen’…
Dus: zin een heerlijk dik boek (in je voorjaarsvakantie)? Pak deze! En heb je Het mysterieuze horloge van Walker & Dawn en Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw nog niet gelezen? Mazzelaar! Dan heb je nog drie heerlijke boeken in het vooruitzicht…
Een maf boek vol grappige taalvondsten, waar ik regelmatig hardop om moest lachen.
Een tweeling vertelt om en om het verhaal over hun verhuizing naar het raarste en natste huis waar ik ooit van heb gehoord.
Met veel oog voor detail en met veel uitweidingen: geschikt voor gevorderde lezers (11+) die wel zin hebben in een uitdaging.
Marco Kunst verrast steeds weer: dit boek is weer zo anders dan Vlieg! dat ik hiervoor las. Heel leuk om zo een oeuvre te leren kennen. De tekeningen van Marieke Nelissen passen perfect bij het verhaal, net als bij Het verlangen van de prins.
Houd jij van avonturenverhalen die zich afspelen in een andere tijd, op een andere plaats? Houd je van lezen over dieren, zoals olifanten en paarden? Dan raad ik je dit boek van harte aan. Terwijl ik het las kwamen er beelden van andere boeken die ik eerder las boven. Maar betekent dat dat het geen origineel verhaal is? Integendeel: het is een heel spannend boek dat je niet weg kunt leggen!
In De olifantendief leren we Boy kennen: een gewiekste zakkenroller die woont in een achterbuurt in Edinburgh, Schotland. Het verhaal speelt in 1872. Het is een harde tijd. Boy heeft geen vrienden of familie, hij heeft enkel vijanden die hem klusjes laten opknappen. Totdat Boy op een veiling van dierentuindieren terecht komt. Daar ontmoet hij de reusachtige Maharadja, een Afrikaanse olifant waar hij direct een diepe connectie mee voelt.
Boy wordt door de nieuwe eigenaar van de olifant, meneer Jameson, ontdekt en krijgt een bijzondere positie: hij wordt ‘gekroond’ tot Indiase prins (wat hij natuurlijk niet is!) die op de olifant een reis gaat afleggen naar het circus in Manchester. Meneer Jameson is er alles aan gelegen om veel aandacht te trekken met de olifant en de trip: op allerlei manieren laat hij de pers en de inwoners van de dorpen en steden weten dat ze naar het circus moeten komen.
Voor Boy, die nu Danny of prins Danjat genoemd wordt, wordt het steeds ongemakkelijker: hij moet het spelletje meespelen en meedoen met de leugens, terwijl hij ondertussen steeds bang is dat zijn oude vijanden hem achtervolgen. Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat Danny niet kan (of wil?) praten. Hij begint zijn reisgenoten te wantrouwen, of is dat ten onrechte…?
Het verhaal deed me terugdenken aan een van mijn favoriete boeken van afgelopen jaren: Het mysterieuze horloge van Walker & Dawn van Davide Morosinotto. De karakters, de sfeerbeschrijvingen en het ‘harde leven’ worden prachtig verwoord. Beide boeken lezen heerlijk, omdat er lekker veel actie is.
De dreiging die in het hele boek voelbaar is, herinnerde me aan het boek De juwelendief van M.G. Leonard en Sam Sedgman. Dit boek is een detective voor kinderen en ook in De olifantendief wordt je gaandeweg in een ingewikkelde ‘puzzel’ getrokken. Wie is de saboteur? Wie kun je vertrouwen en wie niet?
Tot slot moest ik ook denken aan de film Enola Holmes (te zien op Netflix), dat zich ook afspeelt in het Engeland van meer dan 100 jaar geleden: met paarden en wagens, onhandige stijve kleding, straatschoffies en duidelijke klassenverschillen. Hoewel het een tijd is waarin we niet meer zouden willen leven, gaat er ook iets romantisch van uit.
Een lekker dik boek om in te verdwijnen, het houdt voortdurend je aandacht vast en het bevat steeds weer een verrassende wending. Het ideale boek om nu lekker te bestellen bij je boekhandel dichtbij, een cadeau voor jezelf of voor een jonge lezer. Geschikt voor 11 jaar en ouder om zelf te lezen. Voorlezen kan al vanaf 10 jaar.
Mijn eerste ministerie van oplossingen-boek! Natuurlijk had ik er al veel over gehoord en gelezen, maar nu – het is het vierde deel in de serie – kan ik er toch echt niet omheen.
Wat was het spannend! Ik wilde echt doorlezen om te weten hoe het af zou lopen. Rooseboom houdt de plot complex en laat steeds weer iets in de soep lopen, zodat je echt niet weet waar het verhaal naartoe gaat. Heerlijk voor mij, maar ook voor jonge lezers!
Het ministerie van oplossingen is een geheime organisatie die mensen moet helpen, maar niet ontmaskerd mag worden. Vier kinderen en twee oude dames hielpen in de vorige drie boeken al vele mensen, maar in dit boek is er een grote uitdaging: het helpen van een jongen die echt niet aardig is. En dan blijkt hij ook nog eens de zoon van hun grootste vijand: een Zilverman, die als grootste missie heeft het ministerie te laten verdwijnen.
Toch laten ze het er niet bij zitten: de uitdaging is groot en ze zijn niet bang voor een beetje avontuur. Nina is met haar 11 jaar de oudste van het stel. Ze is nergens bang voor en enorm vindingrijk. Hoe ingewikkeld de zaak ook is, ze bedenken steeds weer gekke oplossingen. Bijvoorbeeld met een ‘schaduwzaak’ in een bejaardenhuis die de aandacht af moet leiden en een zoektocht naar een geschikt appartement voor de tante van de Zilverjongen.
Wat een mooi idee als er echt zo’n geheime organisatie zou ontstaan: die zonder dat je het weet zorgt dat je een voldoende voor je proefwerk haalt, verkering regelt met die leuke jongen of je helpt met klusjes in huis. Je zult nooit weten of ze je hebben geholpen of niet, want het bestaan van het ministerie mag nooit openbaar worden.
Sanne Rooseboom heeft een fijne vertelstijl en schrijft zoals gezegd met veel vaart, maar ook met ‘doodlopende weggetjes’ zodat je geboeid blijft. Je kunt je identificeren met de personages, maar ze zijn wel net even wat stoerder en dapperder dan jij.
Het verhaal roept vragen op die leuk zijn om met kinderen te bespreken: vertel jij alles aan je ouders? Mag je geheimen hebben? Help jij ook een kind dat je niet zo aardig vindt? Welke oplossing kan jij bedenken voor een probleem van een ander?
Wat een mooie serie is dit. Het zet ongetwijfeld veel kinderen vanaf ongeveer 9 jaar aan tot lezen, helemaal omdat het een serie is. En de cover en de illustraties gemaakt door Mark Janssen zijn zo aantrekkelijk! Je ogen worden er naartoe gezogen, het is stoer en mysterieus tegelijk.
Het boek verscheen bij uitgeverij Van Goor en je kunt het hier bestellen. Ik ontving van De leukste kinderboeken een recensie-exemplaar.
Het debuut van (stem)acteur Kevin Hassing is een spannend en sfeervol verhaal: heerlijk om te lezen en te verdwijnen naar een andere wereld, een andere tijd. Mus is de hoofdpersoon: een stoer meisje dat zich ontpopt als de heldin van het verhaal. Ze is ‘alleen op de wereld’, en lijkt ervoor gemaakt te zijn die wereld ook nog eens te redden. En dat doet ze in het geweldige gezelschap van drie noeste mannen en een krom mannetje, die onderling bruut met elkaar omgaan, maar eigenlijk heel lief zijn.
Mus ontsnapte uit haar stad Zeeburgerdam, die bezet werd door de bende van de 5 slangen. Alle inwoners werden op een plein gezet en daar gevangen gehouden. Behalve Mus, want Mus heeft geen huis en geen familie. Zij was de enige die de stad kon redden. Ze werd door een mysterieuze vrouw op pad gestuurd om Kwaadbaard te vinden. Kapitein Kwaadbaard zou een einde kunnen maken aan de bezetting. Maar hoe hij dat moest doen, daarover gaat nu juist dit verhaal en dat moet je zelf maar lezen!
De bonkige karakters, de sfeerbeschrijvingen van het café waar Mus Kwaadbaard voor het eerst ontmoet, mysterieuze kettinkjes met bedeltjes, de ruimtebeschrijvingen van de plekken waar Mus en de mannen slapen, een enorme boomhut, kwaadaardige wolven, een verbrand schip, de ontroerende gesprekken tussen Mus en Kwaadbaard: het maakt het tot een sfeervol geheel waarin je gaat geloven. Mus is zeer verbonden met ‘haar’ stad en doet er alles voor om de mensen te redden, koste wat het kost. Ze is niet bang voor de grote mannen en slaagt erin met slimme trucs om dingen gedaan te krijgen. De vrouwen hebben sowieso een sleutelrol: ze zijn slimmer, handiger en vindingrijker dan de mannen en bepalen ook de uiteindelijke afloop van het verhaal.
Een heerlijk boek voor kinderen die van fantasiewerelden en spannende verhalen houden. Hebben ze genoten van Het raadsel van de zee en Het verlangen van de prins? Dan is dit boek echt iets voor hen. Mooi debuut, en het tweede deel ligt al in de planning. Zoals het een echte soapacteur betaamt, bevat het boek een spannende cliffhanger!