M.G. Leonard schreef de weergaloze Keverjongen-serie en komt nu met een nieuw avontuur: een treinmysterie. Ze schreef het boek samen met Sam Sedgman, voor hem is het zijn debuut. Een spannend boek voor treinliefhebbers en jonge detectives. Ik heb het ademloos gelezen, want het is een razend knap geschreven verhaal.
De ingrediënten voor een perfecte detective zijn aanwezig: veel verschillende personages (die moeilijk uit elkaar te houden zijn aan het begin), een interessante setting (een prachtige oude stoomtrein) en een slim en eigenwijs jongetje, Alex. Zijn oom Ben neemt hem mee op een treinreis met een bijzondere stoomtrein door Engeland en Schotland. Alex is het enige kind dat mee mag. Onderweg komt er hoog bezoek aan boord: de prins en de prinses. En hiermee begint ook het mysterie, want de prinses draagt een ketting met een diamant zo groot als een ei. Van het ene op het andere moment is het sieraad verdwenen. Wie heeft het ontvreemd? Alex gaat samen met een mysterieus meisje, een verstekeling, op onderzoek uit. Zijn logisch denken en tekentalent helpen hem daarbij. Zou hij de puzzel kunnen oplossen?
Zoals gezegd leest het boek… als een trein. Leonard schrijft heerlijk gedetailleerd en houdt tegelijk de spanning erin. Gaandeweg leer je alle passagiers in de trein kennen en raak je niet meer in de war van alle namen. Maar aan het begin moet de lezer hier wel wat moeite voor doen. Je wordt steeds op het verkeerde been gezet: net als je dacht dat het mysterie is opgelost, duikt er ander bewijsmateriaal op. Daardoor blijf je lezen! Het is geschikt voor sterke lezers vanaf 9 jaar.
Als je het boek nu loopt, kun je nog meedoen met een leuke actie: los de vragen op en win een rondleiding en een vossenjacht in het @spoorwegmuseum in Utrecht! Meedoen kan nog tot 31 augustus.
Dit is een van de mooiste young adults die ik ooit las. Steengoed geschreven. Ontroerend. Levensechte personages.
En dan de taal: Gioia verzamelt bijzondere woorden en dan heb je me natuurlijk. Zo’n bijzonder meisje. Ik zou haar graag ontmoeten.
Ik lees dat de schrijver de populairste docent van Italië is. Er wordt ook heel mooi over onderwijs geschreven in dit boek. Vooral de filosofielessen zijn geweldig.
Ik raad dit boek aan iedereen aan, het is prachtig. Dit boek is terecht genomineerd voor besteboekvoorjongeren2020
Een pittig verhaal over vriendschap, liefde, verdriet en verwarrende gevoelens: alles waar een jongere mee worstelt, gecombineerd met het feit dat de hoofdpersoon, Raaf, blind is.
Schrijfster Pamela Sharon weet heel knap de belevingswereld van een jong blind meisje te vangen. En de constante vergelijking met kleuren is prachtig gevonden. Je gaat anders kijken naar blindheid: kleuren hoef je niet te zien om ze te ‘voelen’. Aanrader dit bijzondere boek!
Wat is een vluchteling? We horen er zo vaak over in het nieuws en in de sociale media dat we er regelmatig vanuit gaan dat kinderen ook wel weten wat het inhoudt. Maar vaak hebben kinderen veel vragen. Zoals hoofdpersoon Alexa in dit boek:
1. Uit welk land ben je gevlucht?
2. Welke taal spreek je?
3. Waarom ben je gevlucht?
Ahmet is nieuw in de klas. Alexa en haar vrienden zijn heel nieuwsgierig naar hem. Ze willen hem welkom heten en vrienden met hem worden. Maar Ahmet spreekt nog niet de taal en moet erg wennen. Hij komt uit Syrië en heeft vreselijke dingen meegemaakt in de oorlog. Zijn klasgenootjes ontdekken steeds meer over de achtergrond van Ahmet, en ze besluiten hem te helpen.
Een heerlijk leesboek voor nieuwsgierige jonge lezers vanaf 8 jaar. Simpel en soepel geschreven, soms wel erg ‘uitleggerig’, maar ook ontroerend naïef. De schrijver heeft een duidelijke boodschap met dit boek: meer bekendheid geven aan het begrip ‘vluchteling’ en het onderwerp bespreekbaar maken.
Achterin het boek staat veel achtergrondinformatie. Dit is fijn om erbij te hebben. De aanleiding van het boek is het nieuwsbericht over de aangespoelde peuter. Een nieuwsbericht dat de wereld shockeerde. De vragen achterin het boek zijn goed te gebruiken in de klas! Mooi dat dit boek er is.
Wat een prachtig vormgegeven boek! Van de cover word ik al helemaal blij: die kleuren en vormgeving, geweldig!
Brian Elstak is een bijzondere kunstenaar. Letterlijk ‘gewapend’ met potlood en penseel bestrijdt hij het onrecht in de wereld met behulp van de kinderen Cel, Bones en Zi. De kinderen werden opgevoed door een reuzenschildpad. Vind je dit al gek? Nou, dan staat je nog wat te wachten!
In dit boek is de wereld van de mensen en de dieren helemaal door elkaar gehusseld. Vos is de grootste schurk, een beetje à la Trump. Hij wil de wereld regeren, alle macht veroveren en geld verdienen over de ruggen van anderen. Hij heeft zijn zinnen gezet op het verhalenboek van Jean-Michel, de reuzenschildpad die altijd de mooiste verhalen (Tori) vertelt bij het dorp, waar iedereen naar komt luisteren.
Maar de drie kinderen gaan op weg naar een ‘uitgever’ die een draak blijkt te zijn: op hun weg komen ze heel veel gevaren tegen. Zou het ze lukken het boek bij de uitgever af te leveren?
Wow, wat een boek. Zoiets ben ik nog niet eerder tegen gekomen. In de beschrijving staat ‘een eigentijds boek voor alle kinderen!’ Dat slaat natuurlijk op het feit dat de hoofdpersonen in het boek van kleur zijn. Maar de sfeer is ook Caribisch, of in elk geval ‘werelds’, het speelt zich niet af in ons wisselvallige Nederland. Brian Elstak (1980) schreef de verhalen in Tori oorspronkelijk voor zijn eigen kinderen. Zijn werk was te zien in het Stedelijk Museum, siert albumcovers van menig Nederlands rapper en hij animeerde videoclips van internationaal bekende artiesten.
De mens en de vos – het blijft een ongemakkelijke combinatie. We dichten hem menselijke eigenschappen toe: ze zijn slim, sluw, maar ook roofzuchtig en zelfs leugenachtig. We vinden ze prachtig om te zien in de vrije natuur, maar de boeren en mensen die op het platteland wonen zijn als de dood dat ze hun kippen komen roven. (Een vos rooft ook weleens wat anders – zie krantenbericht!)
Trouw, 29-7-20
Zo ook Bolus, Bits en Biet, de anti-helden van het allereerste boek van Roald Dahl, dat verscheen in 1970: Fantastic Mr Fox. Uitgeverij Fontein bracht het boek in 1972 uit met illustraties van Donald Chaffin en vertaald door Harriet Freezer. In 1996 verscheen de editie zoals we hem nu nog steeds kennen, met illustraties van Quentin Blake. Het boek is nu voor maar 5,99 te koop bij alle boekhandels als Kinderboekenweekeditie.
Waarom zou je De fantastische meneer Vos herlezen of voor het eerst lezen als je dat nog niet gedaan had? Het is een heerlijk, echt Dahl-boek. Alle ingrediënten zitten erin: vieze, onverzorgde hoofdpersonen, een vaart die ervoor zorgt dat je door de bladzijden vliegt, versjes waar je om moet lachen en een plot dat je niet zag aankomen.
Meneer Vos zorgt goed voor zijn gezin. Maar de drie boeren Bolus, Bits en Biet zijn het spuugzat: iedere keer rooft hij hun kippen, eenden en kalkoenen. Ze besluiten hem te grazen te nemen, met grof geschut: ze graven en graven tot ze het hele bos hebben omgeploegd, maar nog steeds krijgen ze Vos en zijn gezin niet te pakken. Die heeft een slim plannetje bedacht, waar alle dieren die in holen wonen van profiteren…
In mijn kast staat nog de oude versie van dit boek. Ik heb er warme herinneringen aan: mijn ouders lazen het vaak voor en het was het lievelingsboek van mijn zusje. We hebben het hele boek eens als verrassing ingesproken op een cassettebandje (ja ja, het was 1989 ongeveer denk ik) en ze luisterde eindeloos naar onze stemmen op haar walkman (ook al zo’n ouderwets woord, maar dat is dus een draagbaar apparaat voor je cassettebandje…). Ik vind de tekeningen van beide illustratoren erg mooi passen bij het verhaal, maar Quentin Blake heeft wel echt een stempel gedrukt op het werk van Dahl. Kijk en oordeel zelf.
Ga dit boek halen voor maar 5,99 en lees het nog eens, geef het weg of lees het voor. Het is heerlijk, tijdloos, genieten.
Een kinderboek dat zich afspeelt in de 17e eeuw, ten tijde van de pest – dat ook nog eens verschijnt terwijl Corona ons leven domineert – dat is bijzonder. Leeuw met strepen is een gedurfd en origineel verhaal, heerlijk meeslepend geschreven, spannend, zielig en leerzaam.
Annie Makkink ontwikkelde in 1990 een leesmethode voor jonge kinderen, ‘De leesbus’.
Dit boek Kijk mijn letter hoort bij de methode, die verscheen bij uitgeverij Jacob Dijkstra (nu Noordhoff uitgevers). Lemniscaat bracht deze zomer het boek opnieuw uit, en dat is goed nieuws!
Kijk mijn letter is een prachtig boek om met het alfabetisch principe aan de slag te gaan. Het boek kun je zelfstandig lezen, maar is ook bruikbaar als lesmateriaal. De prachtige tekeningen maken het tot een feest om het boek te gebruiken. Leuk is ook dat de Schuberts elementen uit hun andere boeken hebben gebruikt in de tekeningen. Het jongetje dat zijn knuffel Monkie kwijt raakte, de krokodil uit Er ligt een krokodil onder mijn bed en het meisje uit Kijk mij nou (maar dat is een boek uit 1982, dus wel echt voor boomers 😉).
Er staan allerlei dieren en soms voorwerpen onderaan de bladzijden die de vorm aannemen van de betreffende letter en je kunt op elke bladzijde Ukkie de mus vinden. Ook nog een zoekboek dus. En de dieren en voorwerpen beginnen vaak ook met de betreffende letter/combinatie, daarin lijkt het op het geweldige boek van Charlotte Dematons (Alfabet). Er is veel te ontdekken op de bladzijden!
Elke bladzijde bevat een tekening en een bijpassend rijmpje met klankzuivere woorden. Niet de flauwe rijmpjes die je vaak in AVI-boekjes ziet, maar echt leuke zinnen. Ze verwijzen ook vaak door, als in een echt verhaal. Verschillende kinderen komen terug in verschillende rijmpjes. Kim, Niek, Hasan, Daan, Jip, Cor, Constance, Alex, Quint en Jente: er is ruimte voor verschillende kleuren en dus ook namen.
De volgorde van de klanken is willekeurig, maar de i, k, m, s zijn de eerste letters waar een rijmpje bij is gemaakt. Alle rijmpjes zijn geschreven in kleine letters. Een klein puntje: bij de L staat ‘lantarenpaal’ in plaats van ‘lantaarnpaal’. Ik begrijp dat je het zo makkelijker uit kunt spreken, maar het is niet de correcte spelling! De dubbelklanken en lettercombinaties komen er ook in voor. O ja, de platen van alle letters zijn te downloaden via Pinterest om in de klas te hangen.
Dankjewel Lemniscaat voor het opsturen van een recensie-exemplaar! Deze ga ik zeker gebruiken op de pabo als we het over aanvankelijk lezen (en woordenschatonderwijs) hebben.
Wát een boek! Dagenlang was ik in een moeras: met muggen, slangen, schimmel, vies eten en verlaten huizen. Axel en Tommy, twee broers van 16 en 13, zijn op de vlucht voor de politie. Hun ouders zijn opgepakt in de nacht dat de nieuwe president aantrad: – Foxen – de president die met nog hardere hand het nieuwe regime wil uitvoeren – het regime van het quotum.
Het verhaal speelt zich af in de toekomst. En daarin is de aarde te vol geworden. Er zijn maatregelen nodig.
‘Kijk, als je mensen laat slinken, dan is er wel genoeg ruimte,’ had de schoolmeester van Axel uitgelegd.
‘De mensen die slinkers worden, mogen bijvoorbeeld geen gas en stroom gebruiken, niet naar school, niet autorijden, niet met de trein. Ze moeten hun geld inleveren en mogen geen spullen meer kopen. Zo halveert hun voetafdruk…’ ‘Ze gebruiken dan nog maar zo weinig van de aarde dat we ze maar als halve inwoner hoeven te tellen.’
De Wereldraad bedacht deze slimme, maar gruwelijke ‘oplossing’ voor onze overvolle planeet.
Tot hun stomme verbazing werden Axel, Tommy en zijn ouders slinkers. Van de ene op de andere dag mochten ze bijna niks meer. Ze mochten afval opruimen op straat en werden met de nek aangekeken. Mensen die slinkers hielpen, werden gestraft. En op de nacht van de verkiezing was er een razzia waarbij veel slinkers naar een Slinkkamp werden gestuurd. Axel en Tommy weten in die nacht te ontkomen aan de politie. Hun ouders worden wel meegenomen. Maar hun moeder roept nog wat cryptische zinnen voordat ze het huis verlaat. Deze cryptische woorden blijken de sleutel tot een waanzinnige avontuur waarbij Axel en Tommy de twijfelachtige titel ‘helden’ krijgen.
De wereld is gedoemd te vergaan: er is geen andere oplossing dan de bevolking te reduceren. Of is er toch een andere weg? In een klein bijzinnetje schetst Morshuis nog een ander scenario: ‘Misschien paste het als iedereen een heel klein beetje slinker werd?’ Hiermee zet Marloes Morshuis aan het eind van het boek de toon: ondanks dat het een zwaar, duister boek is, is er ook hoop: als we allemaal een heel klein beetje beter voor onze planeet gaan zorgen (en dan kun je zelf invullen hoe je dat wilt doen) – je voetafdruk verkleinen – dan hoeft het quotum geen waarheid te worden.
Ongelooflijk hoe Morshuis een wereld neerzet die zomaar werkelijkheid zou kunnen worden. Een vreselijk toekomstbeeld. Maar de jongeren zijn altijd onze hoop, er is altijd een andere weg en er zijn altijd nog meer goede dan slechte mensen.
Lees dit boek, het is prachtig. Het leest als een thriller, een avontuur, een detective en een sprookje tegelijk. Als je eenmaal bent begonnen kun je niet meer stoppen. Je wilt de puzzels oplossen, de losse eindjes aan elkaar knopen en achterhalen wie iemand nou echt is, want niets is wat het lijkt. Laat het over je heen komen en denk er – net als ik – nog lang over na. Want het is wel óns probleem: er is maar één aarde. Gelukkig is er nog wel een deel 2 op komst van Project Z: ik kan niet wachten! (En die vormgeving! Wat heeft Lemniscaat dit boek prachtig uitgegeven met vallende poppetjes op snee – met zoveel zorg en aandacht gedaan, geweldig).
Deze recensie verscheen in de Boekenkrant van juli 2020. Online hier te lezen.
In het debuut van Nicole Panteleakos – In de ruimte is het stil – leren we Nova kennen, een autistisch meisje van 12 jaar. Haar oudere zus Bridget loopt op een dag zomaar weg van het pleeggezin waar ze wonen. Ze heeft Nova beloofd dat ze terugkomt op de dag dat de Challenger op zal stijgen: 28 januari 1986. Omdat Nova niet kan spreken en af en toe raar beweegt, wordt ze afgeschilderd als achterlijk. Het ware verhaal van de verdwijning van haar grote zus wordt haar niet verteld. Tot ze er zelf achterkomt.
Nova en Bridget worden door jeugdzorg uit huis geplaatst als hun moeder doordraait. Nova is dan 5 jaar. Ze komen in veel verschillende pleeggezinnen terecht en hebben het niet gemakkelijk. Nova en Bridget hebben veel aan elkaar. Ze delen hun liefde voor ruimtereizen, de muziek van David Bowie (het nummer Space Oddity) en het boek De kleine prins.
Nova krijgt nieuwe, liefdevolle pleegouders. Ze gaat ook naar een nieuwe school, waar ze vrienden maakt en steeds beter leert te communiceren. Voor het eerst wordt Nova serieus genomen: haar pleegouders geloven dat Nova slim en gevoelig is, ze ontdekken dat ze kan lezen en alles kan begrijpen wat er tegen haar gezegd wordt. Ze kan alleen niet praten. Dat machteloze gevoel spreekt van alle bladzijden: Nova wil zo graag dingen vragen en zeggen, maar ze kan het niet. Dus vertrouwt ze haar gedachten toe aan ‘brieven’ aan haar zus die ze niet echt schrijft maar die ze bedenkt in haar hoofd.
Op de dag van de lancering is ze op school. Samen met haar klasgenoten en de leraren is ze getuige van de noodlottige lancering van de Challenger. De spaceshuttle viel 73 seconden na lancering uit elkaar, waarbij alle zeven bemanningsleden omkwamen. Terwijl Nova hiernaar kijkt, weet ze opeens waar haar zus naartoe gegaan is. Ze rent weg en het laatste puzzelstukje valt op zijn plaats.
Het feit dat het boek in de jaren ’80 speelt en de verwijzingen naar andere boeken, personen, historische gebeurtenissen en muziek die de jeugd van nu waarschijnlijk niet kent, maakt het boek best lastig voor de doelgroep. Ik denk dat het boek geschikt is voor kinderen vanaf ongeveer 12 jaar. Vooral kinderen die iemand kennen met autisme – bijvoorbeeld een klasgenoot, broer of een zus hebben met een verstandelijke beperking – zullen kunnen meeleven met Nova.
In de ruimte is het stil is een spannend en ontroerend jeugdboek. Het zit ingenieus in elkaar, je merkt dat de auteur het verhaal met zorg wilde vertellen. Je moet er – als je het uit hebt – even van bijkomen. De tranen stonden in mijn ogen tijdens het lezen van het einde. Nova is zo’n levensecht meisje: je wilt dat het goed komt.
English translation:
Which I cannot ask
In the debut of Nicole Panteleakos – It is silent in space – we get to know Nova, an autistic girl of 12 years old. One day her older sister Bridget just walks away from the foster home where they live. She has promised Nova that she will return on the day that the Challenger will take off: January 28, 1986. Since Nova cannot speak and occasionally moves weirdly, she is portrayed as retarded. She is not told the true story of her big sister’s disappearance. Until she finds out herself.
By Maaike de Vries
Nova and Bridget are placed out of the house by youth care when their mother goes crazy. Nova is then 5 years old. They end up in many different foster homes and do not have an easy time. Nova and Bridget have a lot going for each other. They share their love for space travel, the music of David Bowie (the song Space Oddity) and the book The Little Prince.
Nova gets new, loving foster parents. She also goes to a new school, where she makes friends and learns to communicate better. For the first time, Nova is taken seriously: her foster parents believe Nova is smart and sensitive, they discover that she can read and understand everything that is said to her. She just can’t speak. That powerless feeling speaks from all pages: Nova is so eager to ask and say things, but she cannot. So she entrusts her thoughts to “letters” to her sister that she doesn’t actually write but that she comes up with in her head.
She is in school on the day of the launch. Together with her classmates and teachers, she witnesses the fateful launch of the Challenger. The space shuttle disintegrated 73 seconds after launch, killing all seven crew members. While Nova is looking at this, she suddenly knows where her sister has gone. She runs away and the last puzzle piece falls into place.
The fact that the book plays in the 1980s and the references to other books, persons, historical events and music that the youth of today probably does not know, makes the book quite difficult for the target group. I think the book is suitable for children from about 12 years old. Children who know someone with autism – for example a classmate, brother or sister with a mental disability – will be able to sympathize with Nova.
Silent in Space is an exciting and moving youth book. It is ingeniously constructed, you notice that the author wanted to tell the story with care. You need to recover from it when you have finished. Tears came to my eyes as I read the end. Nova is such a lifelike girl: you want it to be all right.