Prentenboeken, Voorleesboeken

Bonkie is niet blij – Gitte Spee

Een verdrietige Bonkie kijkt je aan vanaf de voorkant van het boek. Wat is er met Bonkie aan de hand? Waarom is hij niet blij? Een mooie eerste vraag aan kleuters voordat je begint met het voorlezen van dit fijne prentenboek dat kinderen leert hoe je problemen inzichtelijk kunt maken en op kunt lossen.

Bonkie is verdrietig geworden nadat hij een wandelingetje door het bos heeft gemaakt (hebben we dat niet allemaal weleens?) Vos luistert naar hem (wat fijn!). Bonkie heeft gezien dat zijn vrienden ruzie met elkaar maken. Hij begrijpt het niet. Waarom doen ze dat? Samen met Vos gaat hij uitzoeken wat er precies aan de hand is.

Dat blijkt nog best ingewikkeld! Hier worden jonge kinderen uitgedaagd om mee te denken met Bonkie en Vos. Het blijkt een opeenstapeling van gebeurtenissen: Beer en Das maken ruzie: Eekhoorn schrikt daarvan en er breekt een tak af van een grote boom als hij wegvlucht, de tak komt op het muizenhol terecht, Eekhoorn valt bovenop Evert het zwijntje… Nu Bonkie en Vos weten hoe het zit, kunnen ze een oplossing bedenken.

Je kunt een mooie les kritisch luisteren met dit boek geven en de kinderen zelf oplossingen voor problemen laten bedenken, bijvoorbeeld bij een ruzie op het schoolplein. De gebeurtenissen kun je schematisch uitwerken met plaatjes en pijlen. Opkomen voor jezelf, zelf nadenken en goed luisteren naar een ander zijn begrippen die aan de orde kunnen komen.

De mooie tekeningen en heldere tekst maken dit boek tot een feest om te lezen en te bekijken. Bonkie is een schattig personage waar kleuters zich vast mee kunnen identificeren. Gelukkig is hij aan het eind van het boek niet meer verdrietig en kan hij weer koekjes bakken! (En: het recept staat ook nog achterin het boek). De moraal van het verhaal: koekjes helpen! Altijd!

Voorleesboeken, Zelf lezen

Mijn jaar in een tent – Tiny Fisscher

Ik had geen mooier boek kunnen kiezen om dit gekke jaar mee af te sluiten: wat een hartverwarmend verhaal! Over je angsten overwinnen, vriendschap, uitdagingen aangaan en wereldproblemen waar kinderen zich zorgen over maken. Ontzettend goed geschreven en met een belangrijke boodschap! Hieruit ga ik zeker voorlezen in een van mijn colleges volgend jaar. En de pabo-studenten gaan ook in actie komen…

Op de achterflap:

Voor een challenge-week die meester Sinan op school organiseert, besluit de elfjarige Zwaan geld op te halen voor kinderen in vluchtelingenkampen. Als uitdaging kiest ze ervoor om in een tent in de achtertuin te gaan slapen. Dat is niet de minste uitdaging, want ze wonen heel afgelegen, en dat terwijl Zwaan met angsten worstelt – angsten die ze graag wil overwinnen. Nog voordat ze aan haar challenge begint, besluit ze die langer te laten duren dan een week: een jaar, zelfs. Het wordt een eng, moeilijk, spannend, bizar maar ook mooi en leerzaam jaar. En dat in een bijzondere tent, die alles te maken heeft met een dramatische gebeurtenis van twee jaar daarvoor…

Kijk eens op movementontheground.com en becausewecarry.org voor meer info over goede doelen-acties. ❤️

Informatief, Voorleesboeken

Als je naar de aarde komt – Sophie Blackall

Hoe zou jij aan een buitenaards wezen uitleggen wat de aarde is? Wat erop leeft, hoe we met elkaar omgaan en wat we belangrijk vinden?

Sophie Blackall schreef en illustreerde dit prachtige boek nadat ze vele landen had bezocht en vele kinderen had gesproken. Ze wilde een ‘wereldboek’ maken voor alle kinderen, zodat zij zich erin zouden herkennen. Met een belangrijke les: de aarde is van ons allemaal.

Dit is het geworden. Wat een heerlijk boek. Prachtige tekeningen en een ijzersterke tekst (goed vertaald door Hans en Monique Hagen). Een echt kijk- en samenleesboek. Om steeds weer opnieuw te bekijken. Verschenen bij uitgeverij Querido.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Het ministerie van oplossingen en de Zilverjongen – Sanne Rooseboom

Mijn eerste ministerie van oplossingen-boek! Natuurlijk had ik er al veel over gehoord en gelezen, maar nu – het is het vierde deel in de serie – kan ik er toch echt niet omheen.

Wat was het spannend! Ik wilde echt doorlezen om te weten hoe het af zou lopen. Rooseboom houdt de plot complex en laat steeds weer iets in de soep lopen, zodat je echt niet weet waar het verhaal naartoe gaat. Heerlijk voor mij, maar ook voor jonge lezers!

Het ministerie van oplossingen is een geheime organisatie die mensen moet helpen, maar niet ontmaskerd mag worden. Vier kinderen en twee oude dames hielpen in de vorige drie boeken al vele mensen, maar in dit boek is er een grote uitdaging: het helpen van een jongen die echt niet aardig is. En dan blijkt hij ook nog eens de zoon van hun grootste vijand: een Zilverman, die als grootste missie heeft het ministerie te laten verdwijnen.

Toch laten ze het er niet bij zitten: de uitdaging is groot en ze zijn niet bang voor een beetje avontuur. Nina is met haar 11 jaar de oudste van het stel. Ze is nergens bang voor en enorm vindingrijk. Hoe ingewikkeld de zaak ook is, ze bedenken steeds weer gekke oplossingen. Bijvoorbeeld met een ‘schaduwzaak’ in een bejaardenhuis die de aandacht af moet leiden en een zoektocht naar een geschikt appartement voor de tante van de Zilverjongen.

Wat een mooi idee als er echt zo’n geheime organisatie zou ontstaan: die zonder dat je het weet zorgt dat je een voldoende voor je proefwerk haalt, verkering regelt met die leuke jongen of je helpt met klusjes in huis. Je zult nooit weten of ze je hebben geholpen of niet, want het bestaan van het ministerie mag nooit openbaar worden.

Sanne Rooseboom heeft een fijne vertelstijl en schrijft zoals gezegd met veel vaart, maar ook met ‘doodlopende weggetjes’ zodat je geboeid blijft. Je kunt je identificeren met de personages, maar ze zijn wel net even wat stoerder en dapperder dan jij.

Het verhaal roept vragen op die leuk zijn om met kinderen te bespreken: vertel jij alles aan je ouders? Mag je geheimen hebben? Help jij ook een kind dat je niet zo aardig vindt? Welke oplossing kan jij bedenken voor een probleem van een ander?

Wat een mooie serie is dit. Het zet ongetwijfeld veel kinderen vanaf ongeveer 9 jaar aan tot lezen, helemaal omdat het een serie is. En de cover en de illustraties gemaakt door Mark Janssen zijn zo aantrekkelijk! Je ogen worden er naartoe gezogen, het is stoer en mysterieus tegelijk.

Het boek verscheen bij uitgeverij Van Goor en je kunt het hier bestellen. Ik ontving van De leukste kinderboeken een recensie-exemplaar.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Ik ga weg – Dolf Verroen

“Toen Dolf Verroen eens voor een brugklas over zijn boeken vertelde, vroeg een meisje: ‘Kun je niet eens een verhaal over lastige ouders vertellen?’”

In het nawoord bij zijn nieuwste boek – Ik ga weg – vertelt Dolf Verroen (92 jaar!) kort iets over de totstandkoming. Kort, want dat is wat Dolf Verroen het beste kan: helder en krachtig verwoorden wat hij wil zeggen.

Dit boek is dus bedoeld voor tieners die worstelen met alles waar tieners ook 80 jaar geleden al mee worstelden: verliefdheid, onzekerheid, lastige ouders, echtscheiding en nieuwe partners, huiswerk, beroepskeuze en perspectief op de toekomst.

In korte hoofdstukken komt steeds een andere tiener aan het woord. Soms tekende Charlotte Dematons er een portretje van de verteller bij, maar niet altijd. Aan het begin van het boek raakte ik in de war: de perspectiefwissel zag ik niet zo snel aankomen, van een jongen naar een meisje en andersom. Gaandeweg wen je eraan.

Het ene verhaal deed me meer dan het ander. Waarschijnlijk omdat je er dingen in herkent of niet. Het lijken soms zelfs gedichten, door de bladspiegel (elke zin op een nieuwe regel) en de zinnen die je soms een paar keer moet lezen om ze te begrijpen.

De korte verhalen lijken me prachtig om voor te lezen aan kinderen in groep 8 of in de brugklas. Juist doordat ze zo kort en krachtig zijn, is er veel ruimte om te reageren, het eigen te maken. Je zou bijvoorbeeld naar aanleiding van een kort verhaal een schrijfopdracht kunnen geven: schrijf een brief of een appje aan de verteller in dit verhaal. Wat kan hij doen, wat zou jij doen? Elk verhaal bevat wel een kern waar een bepaald probleem aan de orde komt.

Bijvoorbeeld een meisje dat te dik is, omdat haar moeder haar steeds allerlei lekkers toestopt. “(Mijn maag) verleidt me als een sprookjesprins. Hij vraagt om chocola, om zoetigheid, om chips. Hij voelt als een vriend, maar ik haat hem.” Welk advies zou jij dit meisje geven? Hoe komt ze hier vanaf?

Weer een bijzonder boek in het indrukwekkende oeuvre van Dolf Verroen, die van geen ophouden weet. Na het prachtige Niemand ziet het (winnaar Zilveren Griffel 2020) denk je dat hij alles wel verteld heeft. En dan komt hij met een verrassende verhalenbundel voor pubers. Misschien voor de puber die hij zelf ooit was?

Bestel het boek hier: kinderboeken.nl/boek/ik-ga-weg/. Neem ook eens een kijkje op de website van Dolf Verroen (en bekijk zijn collectie brillen!): dolfverroen.nl

Voorleesboeken, Zelf lezen

Nils Holgersson – Selma Lagerlöf

Opnieuw verteld door Bette Westera met illustraties van Martijn van der Linden

Een zwaar, dik boek ploft op de mat. Daar is ‘ie, de nieuwe vertelling van het klassieke verhaal, uitgebracht door uitgeverij Gottmer. Een schitterende tekening op de voorkant: Nils Holgersson, wie kent hem niet? Het liedje van de televisieserie speelt automatisch af in je hoofd: je ziet het kleine mannetje op de rug van een gans zo weer voor je.

Nieuwsgierig begin ik te lezen. Het boek in de eerdere vertaling heb ik nooit gelezen. Ik ken het verhaal dus alleen van het televisieprogramma. In het voorwoord is aandacht voor het ontstaan van het boek: Lagerlöf werd begin 1900 gevraagd om een aardrijkskundig schoolboek te schrijven over Zweden: je moest er iets van leren, maar het moest ook leuk zijn om te lezen. Ruim 100 jaar oud is het boek dus al!

Nils is een uiterst vervelend jongetje. Hij plaagt de dieren op de boerderij waar hij woont en maakt hen het leven zuur. Op een dag blijft Nils alleen thuis als zijn ouders naar de kerk gaan. En dan gebeurt er iets wonderlijks: Nils wordt door een kabouter veranderd in… een kabouter. In paniek stormt hij naar buiten, waar hij erachter komt dat hij de dieren kan verstaan. Ze praten negatief over hem. Toch slaagt hij erin om op de rug van tamme gans Mårten te klimmen en daar begint zijn avontuur: hij gaat op reis met de ganzen naar Lapland.

Eerst moet Nils zich bewijzen. De troep ganzen heeft een hekel aan hem. Nils ontdekt dat hij de dieren kan helpen, bijvoorbeeld een eekhoorn in nood. Langzamerhand wordt hij opgenomen door de ganzen. Hij hoort erbij.

Ze vliegen over Zweden; beginnend in het zuiden, langs alle provinces, waar ze van bovenaf precies kunnen zien waar de rivieren stromen, waar de meren liggen; de landschappen veranderen en elke dag moeten de ganzen en Nils een veilige plek vinden om te eten en te overnachten. En dat blijkt het moeilijkste deel van de reis: er zijn zoveel gevaren dat ze altijd op hun hoede moeten zijn.

Het is een lijvig boek, met veel raamvertellingen: verhalen in het verhaal, verteld door een alwetende verteller. Soms ontsnapt Nils om in de mensenwereld te kijken, soms vertellen dieren die hij tegenkomt hem oude verhalen. Maar steeds komt Nils terug bij de troep ganzen om hun reis te vervolgen.

Het oorspronkelijke boek bestaat uit twee delen. Driekwart van het boek gaat over een kwart van de reis. Het laatste stuk gaat sneller: delen van Zweden worden ‘even snel’ behandeld. Het leent zich denk ik goed om voor te lezen, maar het is wel een erg dik boek, dus daar doe je best lang over.

Het belangrijkste thema van het boek is de zorg voor onze natuur en de dierenwereld. Lagerlöf kiest niet voor niets een vervelend jongetje dat dieren plaagt als hoofdpersoon: Nils staat symbool voor hoe ‘de mens’ met dieren omgaat. Mensen kunnen zich maar moeilijk in dieren verplaatsen: we voelen ons superieur, terwijl dieren van onschatbare waarde zijn en we groot ontzag voor hen zouden moeten hebben. Uiteraard speelt de liefde voor Zweden ook een grote rol: je merkt in hoe Lagerlöf schrijft over haar land hoeveel ze ervan houdt; van de afwisseling, de ruimte en de diversiteit. Wie zegt dat Zweden saai is, heeft ongelijk.

Wat mooi dat deze hervertelling er is. Bette Westera maakte er weer een heerlijk leesbaar boek van. En met de illustraties van Martijn van der Linden is het een prachtig geheel! Bedankt Gottmer voor het recensie-exemplaar.

Prentenboeken, Voorleesboeken

De Gruvvalo – Julia Donaldson – vertaald in ‘t Grunnegs door Marlene Bakker

Een uit de hand gelopen 1 aprilgrap leverde afgelopen najaar 13 vertalingen van het wereldberoemde boek De Gruffalo op – vertalingen in 13 streektalen! Van Amsterdams tot Twents, en van Antwerps tot Gronings.

Ik ontving van Lemniscaat de Groningse versie en omdat ik geboren en getogen Groninger ben, heb ik enorm genoten van deze vertaling. Kleine muis is ‘lutje moes’, eten wordt vertaald als ‘broodeten’ en bang worden is ‘slap in d’hoed’. De website sillius.nl is een ontdekking: daar vind je enorm veel Groningse woorden en uitdrukkingen voor als je toch twijfelt (ik moest ‘slap in d’hoed’ ook opzoeken!)

Ik vind het een geweldig idee dat dit er is: ten eerste omdat De Gruffalo een klassieker (hij verscheen in 1999!) van jewelste is: ijzersterk door de verrassende verhaallijn (de muis verzint een monster dat echt blijkt te bestaan en zorgt er vervolgens voor dat het monster doodsbang voor de muis wordt), de herhalingen en de eindrijm, die ervoor zorgt dat kinderen na een keer lezen al mee kunnen doen en na ‘Nog een keer! Nog een keer!’ het verhaal woordelijk kunnen navertellen. De tekeningen van Axel Scheffler zijn prachtig: nooit vergeet je meer hoe de Gruffalo eruit ziet (met ‘zijn tong zwart als drop en paarse punten van zijn staart tot zijn kop’).

Nu dus verkrijgbaar in 13 streektalen! Wat een prachtig gebaar en erkenning: aandacht voor de eigen streektaal die voor veel kinderen vertrouwd en veilig voelt. Lekker voorlezen met de vertrouwde klanken van de streek waar je vandaan komt: opdat de typische woorden en uitdrukkingen niet zullen verdwijnen, maar doorgegeven worden naar de volgende generatie.

Op lemniscaat.nl/de-gruffalo vind je meer info over het boek, lessuggesties en audiofragmenten van de verschillende streektalen. Leuk om in de klas naar te luisteren en de verschillen te benoemen. Welke woorden versta je? Hoe klinkt de taal? Hard of zacht? Lief of juist krachtig? Hoe dicht is de vertaling bij de ‘oorspronkelijke’ tekst gebleven? Het boek is natuurlijk eerst al vertaald van Engels naar Nederlands. Op de site spelenmetengels.nl staan ook geweldige lessuggesties! En wist je dat er een mooie animatie is gemaakt bij dit boek en bij het vervolg: ‘Het kind van de Gruffalo’?

Wat mij betreft blijft De Gruffalo een onvervalste klassieker. De uitgaven in streektalen zorgt er vast voor dat nog meer kinderen kennis maken met dit geweldige verhaal.

In welke streektaal wil jij de Gruffalo graag lezen?

Voorleesboeken, Zelf lezen

De beste school van de hele wereld – Manon Sikkel

Kinderboekenambassadeur Manon Sikkel schreef weer een heerlijk boek, waarmee ze in een klap laat zien wat leesplezier is en hoe je diversiteit, het onderwerp waar zij zich hard voor maakt, in een kinderboek kan verwerken.

Marie heeft twee vaders en is de enige leerling op de Beste school van de wereld. Hoe dat komt? Nou, doordat je vaders het nogal druk hebben met werken en daardoor een brief missen van de directeur van de basisschool van Marie waarin staat dat de school moet sluiten. Marie gaat dus gewoon wel en komt terecht in een lege school. Ze kan alles doen! Een droom, net als alleen een hele nacht in een warenhuis of pretpark.

Alleen… je gaat je wel vervelen en je leert ook niet zoveel. Gelukkig is daar juf Rachida. Eerst lijkt ze een beetje streng, maar ze heeft hele interessante alternatieve manieren om leerstof over te brengen. Met pizza’s bijvoorbeeld! Maar: een school met één leerling en één juf, dat kan natuurlijk niet. Daar komt dan ook snel verandering in. Maar of iedereen daar ook blij mee is…?

Het is een fijn boek om te lezen, met veel humor, stripachtige tekeningen en spanning: je wil verder lezen, want hoe loopt dit af? Het gaat ook over een belangrijk thema: wat is een school eigenlijk, wat is leren en wat heb je nodig om je te ontwikkelen? Marie is een eigenwijs en zelfstandig meisje, een soort moderne Pippi Langkous, die vooral plezier wil maken.

Terwijl ik het las, had ik al een aantal kinderen voor ogen die hiervan zullen smullen. Het is leuk om voor te lezen, maar ook om zelf te lezen. En je kunt er interessante gesprekken over voeren; wie bepaalt eigenlijk of een school goed is? Wat is een goede leraar? Waarom moeten kinderen naar school?

Ik ontving het boek van uitgeverij Zwijsen en ga het gauw uitlenen aan mijn neefje van 8, want ik denk dat hij het geweldig gaat vinden!

Je kunt het boek hier kopen. Ga hier naar de site van kinderboekenambassadeur Manon Sikkel.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Beste broers – Jowi Schmitz

Deze recensie verscheen in de Boekenkrant van november 2020.

‘“Durf nou eens iets,” zeg ik. Volwassenen doen altijd zo moeilijk over dingen.’ Het nieuwe boek van Jowi Schmitz, Beste broers, gaat over dapper zijn en het anders durven doen. Raf (9) en Robbie (5) verhuizen naar het erf waar ook hun opa en oma wonen. Ze ontdekken dat opa een geheime plek in het bos heeft waar hij met oma naar de sterren wil kijken. Dan krijgt oma een hartaanval, waardoor het plannetje bijna in de soep loopt.

Doorgaan met lezen “Beste broers – Jowi Schmitz”
Prentenboeken, Voorleesboeken, Zelf lezen

Russische sprookjes – Thé Tjong-Khing

Alweer zo’n prachtig boek in de serie De sprookjesverteller: Thé Tjong-Khing is niet te stoppen! In de Grote Vriendelijke Podcast was Khing te gast en hij vertelde dat hij – 87 jaar – nog dagelijks aan zijn tekeningen werkt.

Khing is natuurlijk vooral illustrator en kunstenaar, maar begon in 2007 met het navertellen van bekende en onbekende sprookjes die hij illustreerde. Waarom sprookjes? Vragen Bas en Jaap in de GVP. “Omdat daar zo lekker veel in gebeurt en daar kan ik dan interessante tekeningen bij maken.”

Khing selecteert zelf de verhalen waarvan hij denkt dat hij mooie tekeningen bij kan maken. De sprookjes worden in de typische ‘Khing-stijl’ geschreven: lekker kort en compact. Hij doet dat, zegt hij in de GVP, omdat er een beetje vaart in moet zitten: kinderen mogen zich niet vervelen. Thé Tjong-Khing heeft zijn kleinkind Tobias steeds voor ogen als hij schrijft en er staan dus ook zinnetjes in die een dialoog verklappen: ‘Het zou je maar gebeuren…’ ‘Dat weet ik eerlijk gezegd niet…’ ‘En kun je nog iets leren van dit sprookje? Zeker: je kunt beter niet liegen.’

Wat mij opvalt is inderdaad dat er een lekkere snelheid in zit. En alles komt in drieën: steeds moet er drie keer een prinses gered worden, iemand maakt drie keer een fout of er komen drie kansen voorbij. Het is heerlijk om te lezen, maar eerlijk gezegd kijk ik iedere bladzijde weer reikhalzend uit naar de volgende illustratie: ze zijn geweldig om te bekijken en je ontdekt steeds meer details. Tekst en beeld werken prachtig samen.

Ik vond dit boek Russische sprookjes extra speciaal omdat het bijna allemaal onbekende sprookjes voor me waren: afgezien van de echte sprookjes-motieven zoals de gemene stiefmoeder, de heks, de snelle huwelijken (ze vonden elkaar aardig en de volgende dag besloten ze te trouwen), mysterieuze gebeurtenissen (een jongen wordt elke dag ik de brand gestoken, de koning gooit er wat poeder op en hij komt weer tot leven) en het geweld (hij hakte zijn kop eraf en alles was weer normaal).

Maar er zijn ook typische Russische elementen: zoals de heks Baba Jaga die zich voortbeweegt in een vijzel (!) en natuurlijk de schitterende kleding die Khing tekende (hij laat zich inspireren door YouTube vertelde hij in de GVP).

Ik denk dat deze sprookjes heerlijk zijn om voor te lezen. Door de vaart in de schrijfstijl, de bizarre gebeurtenissen en de fantastische tekeningen zullen kinderen hiervan smullen (de zoon van Bas Maliepaard deed dat in elk geval al!)

Khing zei in het interview dat er nog ‘iets aan zat te komen’. Ik hoop dat hij nog meer van dit soort prachtige boeken mag maken!