Toen ik nog als docent werkte op de pabo organiseerden we elk jaar een themadag rond rouw & verdriet. Een erg belangrijk onderwerp voor aanstaande leerkrachten, want ze gaan sowieso te maken krijgen met klein of groot verdriet in hun baan in het onderwijs. Ziekte, verlies, de dood; het hoort bij het leven. Ook als je er nog niet direct mee te maken hebt gehad, is het goed om er als leerkracht over na te denken, er over te praten. Juíst op ‘gewone’ dagen, zodat kinderen ervaren dat het geen eng onderwerp is waar je het niet over mag hebben.
Loetje woont met zijn ouders dicht bij het strand. Hij gaat bijna elke dag met zijn vriend Kars op zoek naar mooie dingen die aangespoeld zijn. Zijn ‘jutsels’, zoals hij ze noemt, neemt hij mee naar huis. Het huis ligt vol met mooie spullen. Tenminste, dat vindt hij. Zijn vader vindt het vooral veel troep. Zijn ouders maken veel ruzie, ook over de troep. Als ze uit elkaar gaan, voelt Loetje zich schuldig. Ligt het aan hem?
Loetje wil niet meer jutten, en ook geen verhalen meer verzinnen bij alle spullen die hij vindt. Maar dan ontmoet hij Wiets, die ook een ‘verhalenvisser’ is. Van Wiets leert hij dat hij nooit hoeft te stoppen met fantaseren en verhalen bedenken.
Dit ontroerende en fijne verhaal doet denken aan de verhalen van Wouter Klootwijk: de kinderen spelen veel buiten, genieten van de natuur en van avonturen beleven. Maar er zit een diepere laag in het verhaal over echtscheiding die het meer gewicht geeft. Daardoor wordt het een serieuzer verhaal, maar het houdt ook een zekere luchtigheid. Het is een heerlijk boek om voor te lezen, dat kan al vanaf 7 à 8 jaar. Kinderen die dichtbij of wat verder weg te maken krijgen met ouders die gaan scheiden, kunnen steun ervaren als ze het verhaal lezen.
Illustrator Tineke Meirink kennen we van het schitterende boek Wij zijn even naar de verte. Daarin spelen de fantasiefiguren, gemaakt van gevonden dingen zoals stenen, schelpen, stukjes hout en plastic, de hoofdrol. Ook in dit boek maken Loetje en Wiets deze figuren, ze noemen ze strandschilderijen. Ze vertellen een verhaal, en helpen Loetje om te verwerken wat hij allemaal meemaakt.
Conny Palmkvist is een Zweedse jeugdboekenauteur die in 2024 onverwacht hoge ogen gooide met het prachtige boek De trein van vier over twaalf. Het kwam binnen op de lijst van de Grote Vriendelijke 100 in 2024 als hoogste vertaalde nieuwe binnenkomer, op plek 47.
Nu is er een nieuw boek, eveneens met een prachtige cover door Jeska Verstegen: dat mag gezegd, Kluitman besteedt veel aandacht aan zijn literaire werken. Sowieso hebben ze goede schrijvers binnengehaald, Mariska Overman (De zomer die alles was) zit ook bij deze uitgever.
55 meter onder water bouwt voort op de structuur en opbouw die Palmkvist in zijn vorige boek ook gebruikte. Een kwetsbaar, dromerig jongetje, Bengt Gustav, zit vast in zijn thuissituatie: vader is alcoholist, zijn vrouw is bij hem weggegaan en liet haar zoon bij hem achter. Bengt Gustav is enorm loyaal naar zijn vader en vergeeft hem keer op keer als hij weer teveel heeft gedronken. Volwassenen om hem heen maken zich zorgen, maar grijpen niet in.
Dan ontdekt Bengt Gustav een oud vervallen pand waar hij terug kan in de tijd. Hij wil het verleden veranderen zodat zijn vader geen alcoholist zal worden. Zal dat hem lukken?
Het is wederom een bijzonder goed geschreven (en vertaald) verhaal dat je met een brok in de keel achterlaat. Toch stoorde het me dat de schrijver weer hetzelfde trucje uithaalt: de hoofdpersoon wil het verleden veranderen zodat het in het nu anders zal gaan. In De trein van vier over twaalf om te voorkomen dat zijn moeder zal overlijden. Ook al is het mooi gedaan, ik vind het jammer dat hij niet een origineler invalshoek kon kiezen.
Qua thematiek (verslaving, ouderschap) en emoties (loyaliteit, eenzaamheid) een fijn en herkenbaar boek dat ik graag zou aanraden om voor te lezen vanaf groep 7, zelf lezen kan al vanaf 9 jaar.
‘Hoe overleef ik’ gaat maar door! De meeste mensen van mijn leeftijd kennen de boeken van Francine Oomen uit hun eigen kinder-/pubertijd: de Hoe overleef ik-serie was eind jaren ‘90/begin 2000 immens populair en won keer op keer prijzen. Hoofdpersoon Rosa, zelf een puber, werd een ‘vriendin’ van vele kinderen en jongeren. Niet gek dat ze wilden weten hoe het nu met Rosa is, nu ze in de 20 is.
Als je de boeken van Kate DiCamillo kent, weet je dat haar stijl onmiskenbaar is. Ze schrijft over gewone kinderen die buitengewone dingen meemaken, maar ook over poppen die tot leven komen. Dat doet ze met een enorme portie humor en veel beeldende taal, doorspekt met veel uitdagende woorden. Haar liefde voor taal en de binnenwereld van het kind is overduidelijk. Wat mij betreft is Ferris, het laatste boek dat nu in het Nederlands is verschenen bij Querido, een staalkaart van haar kunnen.
Soms lees je een boek waar je, eenmaal begonnen met lezen, niet mee kunt stoppen. Voor jou alles, pas het tweede boek van Paulien Weikamp, is zo’n verhaal dat je bij de strot grijpt en niet los laat. In haar nawoord schrijft ze dat ze het moeilijk heeft gevonden om te schrijven over dit onderwerp – grensoverschrijdend gedrag – maar wat is ze er ongelooflijk goed in geslaagd om een verhaal te vertellen dat raakt en je bijblijft.
Wat een wonderbaarlijk verhaal! Aelin, het verhaal over een meisje dat zich een Alien voelt (kijk maar naar haar naam) en die op zoek gaat naar waar ze vandaan komt. Een verhaal over liefde voor taal, identiteit, familie en vriendschap.
Een debuut bij Querido! Een bijzonder prentenboek van de hand van muzikant en creatief maker Gerson Main: hij stond in 2015 in de finale van het tv-programma De beste singer-songwriter van Nederland en treedt nu op als liedjesschrijver, theatermaker en dichter. Hij trad op in verschillende verpleeghuizen om voor ouderen muziek te maken. Wellicht heeft hij daar de inspiratie opgedaan voor zijn eerste prentenboek: Alle dingen die mijn opa stiekem is, over een jongen die een bijzondere band heeft met zijn opa.
“Ik ben een jongen. Oké, dat klinkt misschien niet zo gek. Maar het zit zo. Ik ben een jongen, alleen ben ik geboren met een meisjeslichaam. Yep. Het klinkt misschien vreemd om een meisjeslichaam te hebben en toch een jongen te zijn, maar toch is het zo, en ik ben lang niet de enige.”
Mats is de ontwapenende hoofdpersoon van het nieuwste boek van Janny Jägerfeld. In Mijn broer is een baas maken we kennis met Mats en zijn moeder, die tijdelijk ergens anders gaan wonen vanwege werk. Mats vindt het eerst saai omdat hij daar niemand kent, maar als hij op een dag Kilian ontmoet, een stoere nietsontziende jongen, dan gaat hij het toch interessant vinden. Kilian daagt hem uit om over zijn grenzen te gaan, stelt veel vragen én hij besluit al snel dat ze ‘bloedbroeders’ moeten worden. Mats vindt het heel fijn. Hij had nooit gedacht dat hij ooit iemands ‘broer’ zou zijn. Mats is namelijk geboren als meisje.
De reden dat Mats en zijn moeder tijdelijk ergens anders wonen is uitgebreider dan het werk van zijn moeder. Mats’ vader heeft het namelijk heel moeilijk met het feit dat Mats zijn coming out heeft gehad: hij is ontroostbaar en huilt dikke tranen omdat hij ‘zijn dochter kwijt’ is. Mats’ moeder probeert hem te overtuigen om het te accepteren. Zij staat vierkant achter haar zoon.
Voor Mats is het extra zwaar dat zijn ouders ruzie maken over hem, over iets waar hij niks aan kan doen. Het is gewoon zo. Het is niet handig en hij praat er liever niet over, maar het kán niet anders.
Mats vertelt niks aan Kilian over zijn oude ik. Waarom zou hij? Kilian vindt Mats leuk zoals hij is. Totdat er toch iets gebeurt waardoor de kaarten op tafel komen liggen.
Jägerfeld is psycholoog en komt uit Zweden. Eerder verscheen in het Nederlands een young adult van haar hand: Comedy queen, over zelfdoding door een ouder. Haar boeken hebben meestal pittige thema’s maar bevatten ook veel luchtigheid en humor. Mijn broer is een baas is voor een jongere doelgroep en leest erg gemakkelijk. Maar let op: ook in dit boek komt verwijzing naar zelfdoding terug. Wees daar dus bewust van als je het boek aanraadt aan kinderen vanaf 10 jaar. Het is heel fijn dat dit soort boeken er zijn. Of je nou zelf worstelt met je gender, in je omgeving ermee te maken krijgt of er nog nooit iets van hebt gehoord: het verhaal biedt je nieuwe inzichten en biedt je een nieuw venster op de wereld.
Verschenen bij Ploegsma. Vanaf 10 jaar, let wel op of het aansluit bij de emotionele ontwikkeling van een kind.
We hebben er lang op moeten wachten. Acht jaar nadat Lampje van Annet Schaap uitkwam is het er dan! Een nieuw boek in de wereld van Lampje, maar het is geen vervolgverhaal, het staat volledig op zichzelf. Krekel heet het. Net zo’n lekkere korte en frisse titel, maar ook geheimzinnig. Waarom heet het boek zo? Wie of wat is die Krekel?