Giel had een broer, Ben. Nu ligt hij in de tuin, want hij is dood. Zijn ouders wilden niet naar een begraafplaats rijden, ze wilden Ben dichtbij zich houden. De buren, de familie Azijn en Oorwurm, willen dat het graf verdwijnt uit de tuin.
Pieter Koolwijk schreef een ontroerend verhaal over rouw, verdriet en omgaan met elkaar. Koolwijk schrijft zó goed en raak, met humor en tegelijkertijd krijg je er tranen van in de je ogen.
…”Giel was altijd gek geweest op zijn grote broer. Het probleem met Ben was dat hij dood was.”
“Nu wist hij (Giel) het zeker. Zijn vader was gek geworden. Het goede soort gek.”
“…(Giel) keek naar het grote gat dat ze achterlieten in de straat. Het gat dat misschien wel weer opgevuld zou worden. Al wist Giel één ding zeker. Het werd nooit meer hetzelfde.”
Pieter Koolwijk schopt recalcitrant tegen de ‘normale’ normen en waarden aan. Het is niet normaal om je zoon te begraven in de achtertuin. Maar het is ook niet normaal om je zoon en grote broer te verliezen. Het is het allerergste wat je als ouders en broer of zus kan overkomen. Verdriet doet gekke dingen met mensen.
Wat een krachtig boek: stof tot nadenken. Ga ik zeker aanbevelen aan onze aanstaande leerkrachten op de pabo! Dit boek moet gelezen worden!
En de illustraties van Linde Faas: ze passen zo goed bij het verhaal! Prachtig, de kleuren en de bewegingen in de tekeningen.
Het verlies van een broer of zus. Het slaat een gat in een gezin, het laat een leegte achter, ik kan het me (gelukkig) niet voorstellen. Jinke werd letterlijk stil nadat haar zus Jutta overleed. Haar moeder kon er niet tegen, dat Jinke niet meer praatte, en stuurde haar naar haar oma.
Jutta is de hele tijd bij Jinke, ze waren immers ook altijd twee handen op één buik – ook al snapten ze niks van die uitdrukking. Welke handen op welke buik dan? Nu is alleen Jinke nog over. En het lijkt alsof ze in een ‘tussenwereld’ leeft waarin Jutta nog met haar praat, commentaar geeft, haar gerust stelt. Gelukkig is er de buurjongen Raaf, met wie Jinke goed contact heeft. Het verdriet slijt, maar de leegte blijft.
Een verdrietig, maar prachtig boek. Indringend verteld, verwarrend ook omdat je eerst niet in de gaten hebt dat Jutta er niet meer is. Dat Jinke niet meer praat is ingewikkeld voor haar omgeving, maar ook voor Jinke zelf. De mensen om haar heen kunnen haar niet bereiken. Verteld in mooie zinnen, filosofisch en tegelijk naïef, echte ‘kinderzinnen’.
Dit boek voeg ik graag toe aan mijn lijstje ‘rouwverwerking’. Wat is het toch fijn dat er boeken, verhalen en gedichten zijn die verdriet woorden geven, steun geven en misschien zelfs hoop. Mooi om dit boek in stukjes voor te lezen als er iets gebeurd is in je klas, of juist ‘gewoon’, zonder aanleiding, maar om samen te praten over wat verdriet met je kan doen. Heb jij weleens een hele tijd gezwegen? Hoe kun je iemand helpen die dit meemaakt?
Deze recensie verscheen in de Boekenkrant van juli 2020. Online hier te lezen.
In het debuut van Nicole Panteleakos – In de ruimte is het stil – leren we Nova kennen, een autistisch meisje van 12 jaar. Haar oudere zus Bridget loopt op een dag zomaar weg van het pleeggezin waar ze wonen. Ze heeft Nova beloofd dat ze terugkomt op de dag dat de Challenger op zal stijgen: 28 januari 1986. Omdat Nova niet kan spreken en af en toe raar beweegt, wordt ze afgeschilderd als achterlijk. Het ware verhaal van de verdwijning van haar grote zus wordt haar niet verteld. Tot ze er zelf achterkomt.
Nova en Bridget worden door jeugdzorg uit huis geplaatst als hun moeder doordraait. Nova is dan 5 jaar. Ze komen in veel verschillende pleeggezinnen terecht en hebben het niet gemakkelijk. Nova en Bridget hebben veel aan elkaar. Ze delen hun liefde voor ruimtereizen, de muziek van David Bowie (het nummer Space Oddity) en het boek De kleine prins.
Nova krijgt nieuwe, liefdevolle pleegouders. Ze gaat ook naar een nieuwe school, waar ze vrienden maakt en steeds beter leert te communiceren. Voor het eerst wordt Nova serieus genomen: haar pleegouders geloven dat Nova slim en gevoelig is, ze ontdekken dat ze kan lezen en alles kan begrijpen wat er tegen haar gezegd wordt. Ze kan alleen niet praten. Dat machteloze gevoel spreekt van alle bladzijden: Nova wil zo graag dingen vragen en zeggen, maar ze kan het niet. Dus vertrouwt ze haar gedachten toe aan ‘brieven’ aan haar zus die ze niet echt schrijft maar die ze bedenkt in haar hoofd.
Op de dag van de lancering is ze op school. Samen met haar klasgenoten en de leraren is ze getuige van de noodlottige lancering van de Challenger. De spaceshuttle viel 73 seconden na lancering uit elkaar, waarbij alle zeven bemanningsleden omkwamen. Terwijl Nova hiernaar kijkt, weet ze opeens waar haar zus naartoe gegaan is. Ze rent weg en het laatste puzzelstukje valt op zijn plaats.
Het feit dat het boek in de jaren ’80 speelt en de verwijzingen naar andere boeken, personen, historische gebeurtenissen en muziek die de jeugd van nu waarschijnlijk niet kent, maakt het boek best lastig voor de doelgroep. Ik denk dat het boek geschikt is voor kinderen vanaf ongeveer 12 jaar. Vooral kinderen die iemand kennen met autisme – bijvoorbeeld een klasgenoot, broer of een zus hebben met een verstandelijke beperking – zullen kunnen meeleven met Nova.
In de ruimte is het stil is een spannend en ontroerend jeugdboek. Het zit ingenieus in elkaar, je merkt dat de auteur het verhaal met zorg wilde vertellen. Je moet er – als je het uit hebt – even van bijkomen. De tranen stonden in mijn ogen tijdens het lezen van het einde. Nova is zo’n levensecht meisje: je wilt dat het goed komt.
English translation:
Which I cannot ask
In the debut of Nicole Panteleakos – It is silent in space – we get to know Nova, an autistic girl of 12 years old. One day her older sister Bridget just walks away from the foster home where they live. She has promised Nova that she will return on the day that the Challenger will take off: January 28, 1986. Since Nova cannot speak and occasionally moves weirdly, she is portrayed as retarded. She is not told the true story of her big sister’s disappearance. Until she finds out herself.
By Maaike de Vries
Nova and Bridget are placed out of the house by youth care when their mother goes crazy. Nova is then 5 years old. They end up in many different foster homes and do not have an easy time. Nova and Bridget have a lot going for each other. They share their love for space travel, the music of David Bowie (the song Space Oddity) and the book The Little Prince.
Nova gets new, loving foster parents. She also goes to a new school, where she makes friends and learns to communicate better. For the first time, Nova is taken seriously: her foster parents believe Nova is smart and sensitive, they discover that she can read and understand everything that is said to her. She just can’t speak. That powerless feeling speaks from all pages: Nova is so eager to ask and say things, but she cannot. So she entrusts her thoughts to “letters” to her sister that she doesn’t actually write but that she comes up with in her head.
She is in school on the day of the launch. Together with her classmates and teachers, she witnesses the fateful launch of the Challenger. The space shuttle disintegrated 73 seconds after launch, killing all seven crew members. While Nova is looking at this, she suddenly knows where her sister has gone. She runs away and the last puzzle piece falls into place.
The fact that the book plays in the 1980s and the references to other books, persons, historical events and music that the youth of today probably does not know, makes the book quite difficult for the target group. I think the book is suitable for children from about 12 years old. Children who know someone with autism – for example a classmate, brother or sister with a mental disability – will be able to sympathize with Nova.
Silent in Space is an exciting and moving youth book. It is ingeniously constructed, you notice that the author wanted to tell the story with care. You need to recover from it when you have finished. Tears came to my eyes as I read the end. Nova is such a lifelike girl: you want it to be all right.
Wat een prachtig boek. Een heel fijn formaat met grote letters en schitterende illustraties.
🌊
En alles wat ik las was zo raak! Het lijkt zo moeiteloos geschreven. Niet alleen de dood komt aan bod, maar ook andere vormen van afscheid zoals echtscheiding, verhuizen, opruimen, verlies van een vriendschap.
🌊
Het boek heeft een logische opbouw in thema’s zoals verandering, troost en rouwen. Er worden filosofische vragen gesteld zoals: Kun je aan iemand zien of hij verdrietig is? Hoe?
Ook staan er brieven van kinderen in waar andere kinderen weer op reageren. Weetjes zoals over het proefsterven in Korea (wist ik ook niet!) en boeken- en filmtips wisselen elkaar af.
🌊
Ik ben echt zwaar onder de indruk van dit boek. Het is makkelijk om voor te lezen aan kinderen vanaf ongeveer 8 jaar denk ik. Er staan best veel lastige begrippen in, maar die worden ook goed uitgelegd. Wat mij betreft nu al een klassieker, net als het prachtige Doodgewoon van Bette Westra & Sylvia Weve.
🌊
Fijn dat dit soort boeken verschijnen en dat we ‘gewoon’ over dit soort moeilijke onderwerp kunnen praten en lezen.
Dit boek was ook een serieuze kandidaat voor de gouden griffel en van mij had het ook mogen winnen: Droomopa van Dolf Verroen. In rake zinnen vertelt dit boek het verhaal over de opa van Thomas die plotseling doodgaat als hij bij opa en oma logeert. “Dood hoort bij oude mensen” zegt oma. “Ik ben bijna tien, kom op zeg.” Voor alle stoere kinderen die best over de dood kunnen lezen. Want de dood hoort bij het leven.