Geen categorie

Technisch lezen in een doorlopende lijn – Marita Eskes

Verplichte kost voor deze taaldocent! Wat een ontzettend goed geschreven boek met een duidelijke boodschap: technisch kunnen lezen is de sleutel tot leesbegrip.

In het kort drie uitspraken uit het boek die ik in mijn hoofd prent en die ik nog meer (dan ik al deed) zal benadrukken in mijn werk op de pabo:

✔️ Er is geen gebrek aan onderzoek over wat werkt, maar eerder een gebrek aan begeleiding van (toekomstige) leerkrachten en scholen als het gaat om hoe zij deze kennis kunnen inzetten. (Munro, 2016)

✔️ Leesproblemen niet aanpakken als er een achterstand is, maar ernaar streven deze te voorkomen: goed voor leesvaardigheid, maar ook zelfvertrouwen en competentiegevoel van de leerling.

✔️ Het is eigenlijk heel simpel: leerlingen die goed kunnen lezen, lezen vaker. Het gaat allemaal om: preventie, monitoring, belang van goede instructie, voldoende tijd op het rooster en veel leeskilometers maken.

Zoals veel volgers van mij weten, maak ik me via Instagram hard voor het delen van leeservaringen en heb veel interactie met mijn studenten (aankomende leerkrachten), schrijvers en andere lezers. Ik wil mijn studenten en hun leessmaak echt leren kennen en hen inspireren. Het begint allemaal met leesplezier en het goede voorbeeld zijn voor je leerlingen.

Dit boek is echt een aanrader voor alle (toekomstige) leerkrachten, schoolleiders én docenten op de pabo’s! Want: “Kinderen goed leren lezen en ernaar streven dat elk kind functioneel geletterd wordt, moet als belangrijkste doel van elke basisschool worden gezien. (Vernooy, 2012)”

Geen categorie

Lequ – maakt je wereld groter

Uitgeverij Thieme Meulenhoff lanceerde onlangs een tijdschrift voor leesbevordering in het basisonderwijs: als aanvulling op de leesmethode en om een brug te slaan tussen de methode en de schoolbibliotheek. Lequ verschijnt 4x per jaar en kan per klas besteld worden. Er is een tijdschrift voor de leerling én een voor de leerkracht (Leeskracht).

Ik ben enthousiast over het initiatief en hoop van harte dat basisscholen willen investeren in het tijdschrift. Leesbevordering en leesmotivatie is een ‘hot item’ en veel scholen worstelen met de vraag hoe ze hun leerlingen meer kunnen laten lezen (en daarvan laten genieten uiteraard!)

Dit tijdschrift biedt actuele titels doordat er elk kwartaal een nieuw deel verschijnt en is bovendien uitdagend en diepgravend. De mensen die meewerkten aan het blad zijn dan ook niet de minste: zoals Hans en Monique Hagen, Merel Vink van Leesvink en kinderboekenjuf. Er staan veel leesfragmenten in uit bijvoorbeeld Bob Popcorn en Het Pungelhuis, met daarbij mooie opdrachten, spelletjes of een puzzel. Het niveau is hoog: in de leerkrachtuitgave staan mooie en goed uitvoerbare lesideeën. Het geheel ziet er ook nog eens heel mooi uit. Met een rustige opmaak, maar wel in full colour en lekker fris.

Een voorbeeld: bij Het Pungelhuis van Annet Huizing staan veel spreekwoorden en gezegden. Laat een aantal kinderen de letterlijke en figuurlijke betekenis van een spreekwoord uitbeelden en laat de klas raden. Bijv ‘lijken uit de kast’ of ‘de hond in de pot vinden’.

Het gevaar met een tijdschrift is dat de leerkracht ze uitdeelt en er niks mee doet in de klas. De meeste kinderen zullen er dan niet uit zichzelf alles uithalen. Ze bladeren er wat in, maken de puzzeltjes: maar de winst zit hem erin om intensief met het tijdschrift aan de slag te gaan. Je kunt ongeveer vier lessen besteden aan de inhoud, misschien nog wel meer. De leerkracht moet er echt tijd voor maken!

Zoals gezegd vind ik het prachtig dat dit er is. Ook voor leerkrachten! Zij geven nogal eens aan dat ze niet precies weten wat nu goede actuele kinderboeken zijn. Met dit tijdschrift blijven zij ook op de hoogte en gaan ze hopelijk zelf ook meer lezen. Belangrijk is ook dat de basisschool investeert in een goede en actuele schoolbibliotheek (door mee te doen met Bibliotheek op school!) om het lenen van nieuwe boeken laagdrempeliger te maken. Juist kinderen met ouders die weinig of geen geld hebben om boeken te kopen of niet naar de openbare bibliotheek (kunnen) gaan, hebben hier enorm behoefte aan.

Wil jij dit tijdschrift ook bij jou in de klas? Gooi eens een balletje op bij de directie en/of de taal-leescoördinator!

Geen categorie

Thé Tjong-Khing

Volgende keer te gast bij de Grote Vriendelijke Podcast: Thé Tjong-Khing! Zóveel lievelingsboeken van vroeger van mij zijn door hem geïllustreerd, zoals Houden beren echt van honing?, Wiele wiele stap en De drie Japies.

Thé Tjong-Khing heeft ongelooflijk veel boeken geïllustreerd en zijn stijl is heel herkenbaar. Ik houd juist vooral van de kleine zwart-wit tekeningetjes, maar ook de grote platen in zijn sprookjesboeken zijn ook schitterend!

Geen categorie

Vriendschap kan vernietigend zijn

Ik las Een mond vol dons van Lydia Rood opnieuw. De laatste keer is ruim 26 jaar geleden, toen ik 14 was. Ik snap waarom het toen zo’n indruk op me maakte, en ook nu heb ik het ademloos gelezen. Het is een tijdloos verhaal. Over vriendschap, over lastige ouders en je los van hen willen maken. Over stoer zijn, erbij willen horen en jezelf leren kennen.

De ouders van Soof houden haar krampachtig vast. Hoe harder ze aan haar trekken, hoe verder Soof van ze weg wil. De moeder van Marjan is losser, de vader van Marjan is al lange tijd bij hen weg en het is goed zo. Marjan en Soof zijn beste vriendinnen. Maar hun vriendschap is afwisselend innig en afstandelijk. Ze testen elkaar uit, stoten elkaar af en trekken elkaar aan. Dat vind ik zo herkenbaar: de ander nodig hebben om jezelf te leren kennen. Iets durven omdat je je wilt bewijzen bij de ander, een stapje verder gaan of juist de veiligheid kiezen.

Soof loopt weg van huis. Haar ouders en oudere zus zijn ontroostbaar. Het kan haar niks schelen. Na een halfjaar vindt Marjan haar vriendin in Amsterdam per toeval. Ze logeert bij de vader van Marjan, die ze ook ‘toevallig’ gevonden heeft. De vriendschap is voorbij. Het zal nooit meer zoals vroeger zijn.

In twee andere boeken die ik onlangs las en prachtig vond, herkende ik dit ook: Zwarte zwaan van Gideon Samson en Die zomer met Jente van Enne Koens. In beide boeken zit één vriendin die té ver gaat, de grenzen opzoekt. In alledrie de boeken is de verteller de vriendin die het minste durft, het ‘slachtoffer’ is. Ik vind het boeiend dat zit soort verhalen mij zo bevallen. Waarom is dat? Wat leert het mij? Vriendschappen zijn gekke dingen. Heel belangrijk voor je ontwikkeling, maar ook zo ingewikkeld. Je moet het samen doen, het is een spel: geven en nemen. Er voor elkaar zijn of de ander als een baksteen laten vallen.

Geen categorie

Minibieb in tijden van Corona

Een minibieb voor mijn huis!
🏠
Een grote wens gaat in vervulling: eindelijk een minibieb in mijn voortuin. Voor alle kinderen in de buurt gratis boeken en een plek om je gelezen boeken heen te brengen.
🏠
Hopelijk wordt er veel gebruik van gemaakt. Ik heb hem al even gevuld met wat (gloednieuwe!) boeken uit de kringloop. Boeken voor volwassenen mogen ook, net als dvd’s, tijdschriften en strips!
🏠

minibieb #lekkerlezen #ikleesthuis #biebdicht #thuisbieb #boeken #lezen

Geen categorie

Queer en diversiteit in (jeugd)literatuur

Ik was bij de studium generale lezing van Pim Lammers en Edward van de Vendel over queer in onze (jeugd)literatuur. Op de site brainwash.nl wordt queer als volgt beschreven:

“Queer zijn betekent dat je je afzet tegen traditionele genderrollen en dat je je afzet tegen seksualiteiten als tegengesteld.”

Ik vind het belangrijk om aan dit onderwerp aandacht te besteden binnen onze pabo’s. Basisscholen moeten de plek zijn waar kinderen zichzelf kunnen zijn en zichzelf kunnen leren kennen. Leraren moeten onbevooroordeeld naar hen kunnen kijken en nieuwsgierig zijn naar hun belevingswereld. En ze moeten weten welke boeken ze kunnen (voor)lezen zodat ieder kind zich hierin zou kunnen herkennen.

Pim Lammers schreef ‘het eerste transgender prentenboek’ Het lammetje dat een varken is. Hij kreeg fantastische reacties van kinderen, maar ook negatieve van collega schrijvers: zo’n boek zouden kinderen niet aankunnen. Onzin natuurlijk, kinderen zijn slimmer dan je denkt. Door lezen ontdekken zij de wereld. Onze literatuur moet zo veelzijdig zijn als onze wereld. Wat mij betreft is dat de belangrijkste boodschap: het moet vanzelfsprekend zijn in kinderboeken dat queer en diversiteit in de breedste zin van het woord gewoon bij het leven horen.

Zoals in Kattensoep en het recent verschenen Bob Popcorn, waarin de ouders homoseksueel zijn, maar waaraan door de hoofdpersonen geen enkele of slechts zijdelings aandacht wordt besteed. En houdt de vader in Dolfje Weerwolfje er niet vreselijk veel van om zich te verkleden als vrouw? Het wordt (in de film) in beeld gebracht, maar niet benadrukt en al helemaal niet gedramatiseerd.

In een workshop van Bas Maliepaard die ik eerder dit jaar volgde had hij het ook over diversiteit: laten we ons realiseren dat echt heel veel kinderen zich niet herkennen in onze ‘kinderboekenhelden’: witte kindertjes met een vader en een moeder, niet ziek, doof, blind of gehandicapt, niet zwart of bruin of anders gekleurd. Je zou als kind bijna denken dat de personages in een boek nooit op hen kúnnen lijken.

Van de Vendel concludeert terecht dat veel queer jongerenboeken in de jaren ‘80/‘90 bijna allemaal heftige thema’s hadden: de hoofdpersoon was homo én depressief én met zelfmoordneiging of hij/zij had aids. Als je net uit de kast komt, wil je dan lezen hoe slecht het met je gaat aflopen? Natuurlijk niet, je wilt ook romantische verhalen lezen met een goede afloop.

Zie mijn Instagram post over Het lammetje dat een varken is

En deze post over Nooit denk ik aan niets