“Ik hou niet van kleine etters zoals jij. Er lopen er te veel rond in dit land. Veel te veel. Daar komt rotzooi van, snap je.”
Dit is geen vrolijk boek. Het is een rauw, hard verhaal dat raakt als een mokerslag. Kinderen mogen niet alleen op straat leven, vrezend voor hun leven, werkend als schoenenpoetsers voor geld om iets te eten te kopen en achterna gezeten wordend door de politie. Toch gebeurt het, in veel landen. Kinderen zonder ouders worden aan hun lot overgelaten. Dit is hun verhaal.
“Je hebt het sowieso. Het gaat niet weg als je stopt met praten. Dus laat je horen. Accepteer dat mensen het misschien raar vinden. Het is niet raar, en daar komen ze vanzelf achter.”
Dit zegt Miss Montreal, een van de bekende Nederlanders die geïnterviewd werden voor Het grote vrolijke stotterboek. Want voor wie het niet wist: Miss Montreal, oftewel Sanne Hans, stottert. Als ze zingt, en dat doet ze heel goed, hoor je daar niks van. Maar als ze gewoon gaat praten merk je het pas. Maar Sanne schaamt zich er niet voor.
“Het is net zoiets als dat de een blond is en de ander bruin haar heeft. Dat heb je gewoon.”
“Ik ben een jongen. Oké, dat klinkt misschien niet zo gek. Maar het zit zo. Ik ben een jongen, alleen ben ik geboren met een meisjeslichaam. Yep. Het klinkt misschien vreemd om een meisjeslichaam te hebben en toch een jongen te zijn, maar toch is het zo, en ik ben lang niet de enige.”
Mats is de ontwapenende hoofdpersoon van het nieuwste boek van Janny Jägerfeld. In Mijn broer is een baas maken we kennis met Mats en zijn moeder, die tijdelijk ergens anders gaan wonen vanwege werk. Mats vindt het eerst saai omdat hij daar niemand kent, maar als hij op een dag Kilian ontmoet, een stoere nietsontziende jongen, dan gaat hij het toch interessant vinden. Kilian daagt hem uit om over zijn grenzen te gaan, stelt veel vragen én hij besluit al snel dat ze ‘bloedbroeders’ moeten worden. Mats vindt het heel fijn. Hij had nooit gedacht dat hij ooit iemands ‘broer’ zou zijn. Mats is namelijk geboren als meisje.
De reden dat Mats en zijn moeder tijdelijk ergens anders wonen is uitgebreider dan het werk van zijn moeder. Mats’ vader heeft het namelijk heel moeilijk met het feit dat Mats zijn coming out heeft gehad: hij is ontroostbaar en huilt dikke tranen omdat hij ‘zijn dochter kwijt’ is. Mats’ moeder probeert hem te overtuigen om het te accepteren. Zij staat vierkant achter haar zoon.
Voor Mats is het extra zwaar dat zijn ouders ruzie maken over hem, over iets waar hij niks aan kan doen. Het is gewoon zo. Het is niet handig en hij praat er liever niet over, maar het kán niet anders.
Mats vertelt niks aan Kilian over zijn oude ik. Waarom zou hij? Kilian vindt Mats leuk zoals hij is. Totdat er toch iets gebeurt waardoor de kaarten op tafel komen liggen.
Jägerfeld is psycholoog en komt uit Zweden. Eerder verscheen in het Nederlands een young adult van haar hand: Comedy queen, over zelfdoding door een ouder. Haar boeken hebben meestal pittige thema’s maar bevatten ook veel luchtigheid en humor. Mijn broer is een baas is voor een jongere doelgroep en leest erg gemakkelijk. Maar let op: ook in dit boek komt verwijzing naar zelfdoding terug. Wees daar dus bewust van als je het boek aanraadt aan kinderen vanaf 10 jaar. Het is heel fijn dat dit soort boeken er zijn. Of je nou zelf worstelt met je gender, in je omgeving ermee te maken krijgt of er nog nooit iets van hebt gehoord: het verhaal biedt je nieuwe inzichten en biedt je een nieuw venster op de wereld.
Verschenen bij Ploegsma. Vanaf 10 jaar, let wel op of het aansluit bij de emotionele ontwikkeling van een kind.
Het mysterie van de mens deel 3 – Yuval Noah Harari
Yuval Noah Harari schreef al in 2015 voor volwassenen het indrukwekkende boek Sapiens, waarin hij de lezer meeneemt op een fascinerende reis door de geschiedenis van de mens. Hij schreef al twee eerdere delen over dit onderwerp speciaal voor kinderen: Hoe wij het machtigste dier op aarde werden en Waarom de wereld niet eerlijk is. Onlangs verscheen bij Leopold en Ploegsma het derde deel: Hoe vijanden vrienden kunnen worden. Het is een rijk en inspirerend boek, dat behoorlijk uitdagend is voor kinderen vanaf ongeveer 11/12 jaar.
April is ook dit jaar weer de Maand van de filosofie. Sinds 2019 geeft Querido een jeugdboek uit dat passend is bij het thema en geschreven is door een gerenommeerd schrijver. Kijk op maandvandefilosofie.nl/kinderboek voor alle titels.
Dit jaar is de eer aan Marco Kunst! Een schrijver die blijft verrassen en al intrigerende boeken schreef zoals Het verlangen van de prins, Het touw en de waarheid en Offline. In zijn boeken zit altijd wel iets wat je aan het denken zet: over onze toekomst, altijd verlangen naar meer of de grote machthebbers. Het schrijven van het boek voor de Maand van de filosofie is hem op het lijf geschreven. Dit jaar is het thema: Mij een zorg.
Op de cover zien we een pakketje dat met ducttape stevig dicht gemaakt is. Het is duidelijk: dit is een bom. De titel geeft ook al richting: er gaan vuile handen gemaakt worden.
Het verhaal wordt verteld vanuit twee ik-perspectieven: die van Achim en zijn zus Leila die ernstig gehandicapt is en in een rolstoel zit. In de proloog lezen we dat het Achim is die met een pakketje op een vliegveld rondrent.
Het verhaal speelt in 2030. De wereld ziet er nog minder fraai uit dan nu. Achim en zijn moeder willen los komen van de gevestigde orde: ze gaan in een soort anarchistische woongroep wonen waar iedereen offline is en eigen groenten worden verbouwd. De mensen daar strijden tegen de regering en bedrijven die te weinig doet tegen de klimaatverandering. Maar idealen zijn niet de enige reden dat zij van huis vertrekken: het is ook zwaar om samen te leven met Leila, die bijna continu zorg nodig heeft.
Achim raakt in de greep van de woongroep. De leiders van de groep overtuigen hem om ‘vuile handen’ te maken, oftewel om tot het uiterste (een strafblad) te gaan voor de goede zaak. Wat volgt is een race tegen de klok waarbij je als lezer op het puntje van je stoel zit…
“Voor het grote goed zijn soms offers nodig. Als niemand luistert, is burgerlijke ongehoorzaamheid in principe toegestaan.”
“Met een spandoek zwaaien helpt niet. Je vastlijmen aan de snelweg of aan een vliegtuig of een cruiseschip helpt ook niet. Er moeten offers gebracht worden. Dat is gewoon de enig mogelijke conclusie.”
In dit korte verhaal (90 bladzijden) gebeurt redelijk veel en word je als lezer bevraagd over je eigen gedrag. Welke keuzes maak jij? Kies je voor jezelf of het grote goed? Kun je het altijd goed doen? Welke invloed hebben beslissingen op anderen? Hoe zorg je goed voor de aarde én voor jezelf? Hoe kijken mensen naar gehandicapten? Hoe ga je om met een beperking en hoe gaat de samenleving ermee om? Je wordt er een beetje ongemakkelijk van en dat is precies de bedoeling! Want daardoor komt de discussie op gang.
Dit boek is perfect om gezamenlijk te lezen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De leerlingen kunnen zelf de filosofische vragen eruit halen en aan elkaar stellen. Er is echter geen goed of fout, het gaat om het stellen van vragen. Juist bij zo’n gevoelig onderwerp: er worden online en offline natuurlijk best harde uitspraken gedaan (“je mag geen vlees meer eten”, “vliegen moet duurder worden”, “de linkse elite”): bij filosoferen zoek je de nuance op en ga je echt met elkaar in gesprek.
Haal het boek nu voor maar €9,99 bij de boekhandel!
We hebben er lang op moeten wachten. Acht jaar nadat Lampje van Annet Schaap uitkwam is het er dan! Een nieuw boek in de wereld van Lampje, maar het is geen vervolgverhaal, het staat volledig op zichzelf. Krekel heet het. Net zo’n lekkere korte en frisse titel, maar ook geheimzinnig. Waarom heet het boek zo? Wie of wat is die Krekel?
Annet Huizing heeft nog niet zoveel boeken op haar naam staan, maar de boeken díe ze schreef hebben allemaal prijzen gewonnen. Het ontroerende Hoe ik per ongeluk een boek schreef kreeg in 2015 een Zilveren griffel en vele buitenlandse prijzen. Ook De zweetvoetenman ontving in 2018 een Zilveren griffel. Het Pungelhuis kreeg de Thea Beckmanprijs 2022 en was in 2023 het boek van Nederland leest junior.
Als je dus wilt weten hoe je goed moet schrijven, moet je bij Annet Huizing zijn. In Twee pistooltjes en een dakmus zal ze ons dit dan ook eens haarfijn uitleggen. In dit boek voor volwassenen over het ambacht van het schrijven.
Ik schrijf weleens dat ik een brok in mijn keel had tijdens het lezen, of echt ontroerd was.
Maar bij dit boek kwamen er tranen. Dikke, warme tranen. Ik snap niet hoe ze het doet, Mariska Overman. Ik lees de zinnen opnieuw en opnieuw. Het zijn echt geen ingewikkelde, literaire zinnen. Maar ze boren recht je hart in. Mijn hart tenminste.
Misschien is het omdat ze schrijft over gewone dingen die jongeren meemaken. Gamen, minecraft, dansen, biologiewerkstukken. Maar dan in combinatie met keiharde rouw omdat Joes, de broer van Mijs, dood is gegaan. En hoe dat voelt, in je lijf. Dus niet: hoe je ermee moet gaan, hoe je het een plek moet geven, hoe je het kunt verwerken (alsof het afval is, zegt Mijs). Echt verdriet doet pijn in je lijf, je voelt dingen waarvan je niet wist dat je ze kon voelen.
Om de pijn te verzachten leek het de ouders van Mijs een goed idee om haar een AI-versie van haar overleden broer te geven: een rouwbot. Een bewegende broer, die gevuld is met een databank van alles wat ze over hem konden vinden. Mijs wil aan de ene kant dolgraag met Joes praten. Maar ze vertrouwt de rouwbot ook niet.
Gelukkig is Bowie er, de beste vriend van Joes. Hij wil niks weten van de rouwbot. Hij neemt Mijs liever mee naar plekken waar hij met Joes kwam. En dan ontdekt ze dat Bowie een geheim met zich meedraagt over Joes. Het is zo intens mooi, en lief, en geweldig. Ik kan het niet anders zeggen, het klinkt vast té cheesy maar dat is dan maar zo.
De dikste tranen kwamen bij de hoofdstukken waarin biologiedocent Klimt met Mijs praat. Ze doet dit zó precies goed, zó niet invullend en belerend. Dat raakte mijn onderwijshart, dat ik me realiseer hoeveel je kunt betekenen als docent of mentor voor je leerlingen.
Lees dit boek, lieve allemaal. En ook haar kinderboekendebuut, De zomer die alles was. Wat een bijzondere nieuwe stem in jeugdliteratuur-land.
Stel je voor dat je eigenlijk een prinses bent, maar dat niemand je dat ooit verteld heeft. En als je dan ook nog ontdekt dat je oma je echte oma niet is, dan val je toch helemaal van je stoel? Het overkomt Pim allemaal, en toch gaat ze niet bij de pakken neer zitten. Gelukkig maar, anders zou dit nieuwe boek van Cees van den Berg heel saai geworden zijn. Nee, Pim is een meisje dat niet op haar kop laat zitten. Ze moet en zal uitvinden wie ze is en hoe ze kan ontsnappen uit de meest troosteloze plek ter wereld: internaat Bergdwaal, waar mevrouw Bottenbley (ook wel Bottebijl genoemd, dan weet je wel wat voor type het is) de scepter zwaait. Pim is daar doodongelukkig, niet in de laatste plaats omdat haar oma dood is en ze er nu helemaal alleen voor staat. Maar zoals gezegd: Pim is een dapper meisje dat nooit opgeeft. Ze wil weten wie haar familie is en komt op wonderlijke wijze in contact met Valetta King, de stoerste privédetective ooit.
Pim en Valetta, wat een duo! Cees van den Berg is een begenadigd schrijver die het tempo er tijdens het schrijven goed in heeft. Er gebeurt veel in het verhaal en er worden vaak tijdsprongen gemaakt. Lekker, die vaart erin!
We maken kennis met de andere spelers op het toneel van deze vertelling: de koning en de koningin, de vreselijke zus van de koning en haar man de minister, maar ook de meisjes in het internaat. En hondje Nike natuurlijk. ‘Toneel’ vind ik wel passend hier, want het verhaal doet wat mij betreft aan als een spannend theaterstuk met wisselende decors en uitvergrote karakters. Een blijspel, want er valt ondanks de tragiek vooral ook veel te lachen. De mooie illustraties van Monique Dozy maken dat beeld compleet: ze zijn sfeervol en ze maakte van de slechteriken ook echte karikaturen.
Van den Berg heeft heerlijke droge humor. Hij verwerkt kleine grapjes in de dialogen die je laten gniffelen. Tegen een man die Wally heet:
‘We hoeven je in ieder geval niet meer te zoeken. Je bent gewoon hier.’
Kortom, weer een fijn boek van Cees van den Berg. Ik vond het wel weer anders dan zijn vorige boeken waarin muziek vaak een grote rol speelde en niet met dezelfde heerlijke overdrijvingen gespeeld werd als in dit boek. Maar in elk boek stopt hij vooral veel humor en sympathieke hoofdpersonages. Ik raad al zijn boeken aan voor lezers van 10 jaar en ouder. En dit boek speciaal voor leerkrachten in groep die nog een leuk verhaal zoeken om uit te spelen in een musical of opvoering. Succes gegarandeerd!
Een knalgeel, liggend prentenboek met daarop een boze peuter/kleuter die stevig vastgehouden wordt door een lachende man: dat is wat we zien als we naar het nieuwste boek van Gideon Samson kijken, dat hij maakte met Milja Praagman. Lamelos heet het, Laat Me Los! schreeuwt het.