Als je de boeken van Kate DiCamillo kent, weet je dat haar stijl onmiskenbaar is. Ze schrijft over gewone kinderen die buitengewone dingen meemaken, maar ook over poppen die tot leven komen. Dat doet ze met een enorme portie humor en veel beeldende taal, doorspekt met veel uitdagende woorden. Haar liefde voor taal en de binnenwereld van het kind is overduidelijk. Wat mij betreft is Ferris, het laatste boek dat nu in het Nederlands is verschenen bij Querido, een staalkaart van haar kunnen.
Hoe is het om als dove jongen naar de middelbare school te gaan? Je denkt misschien: zo ingewikkeld is dat toch niet? Je hebt op de basisschool Gebarentaal geleerd en hebt vast ook wel vrienden gemaakt die begrijpen wat je nodig hebt om te kunnen communiceren. Nou, als je het boek van Robin Frings (acteur en tv-maker) leest, realiseer je je dat het best wel veel ingewikkelder is dan je denkt.
Heb jij zin in eens iets heel anders dan een gewoon leesboek dat je van voor naar achter leest? Heb je toevallig genoten van Tijdfixers van Davide Morosinotto of De juwelendief van M.G. Leonard? Dan is dit jouw boek: Moord op het spoor door Paul Westmoreland.
Stern Nijland heeft iets met dieren. In haar vorige boek schreef ze over hoe dieren omgaan met de dood (Het dierendoodboek), in haar nieuwste boek Mens en dier schrijft en tekent ze over levende dieren. Dieren die zich verhouden tot mensen, op allerlei manieren.
Er verschijnen de afgelopen jaren steeds meer kinder- en jeugdboeken die gaan over het thema slavernij. Soms zijn het ervaringsverhalen, zoals het recent verschenen De opdracht van Tula (Robin Raven), soms ook informatieve boeken zoals het al wat oudere De reis van Syntax Bosselman (Arend van Dam).
Tula werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao. Hij was de aanvoerder van de Curaçaose slavenopstand van 17 augustus 1795. Dit boek, geschreven door Robin Raven, is een eerbetoon aan hem, geschreven voor kinderen.
“Lang geleden dacht iedereen dat de aarde plat was en in het middelpunt van het heelal lag. Maar hoe meer we ontdekten over onze planeet en de ruimte, hoe zekerder het werd dat de aarde bolvormig is. (…) Tegenwoordig zijn er zoveel foto’s vanuit de ruimte genomen dat weinig mensen zich met de vraag bezighouden of de aarde rond of plat is. Toch blijven er nog steeds twijfelaars bestaan. En het lijkt alsof hun aantal weer groeit…”
Jan Paul Schutten, die we kennen van geweldige informatieve boeken over ons lichaam, het sterrenstelsel en nog veel meer, schreef een boek over misschien wel het meest relevante onderwerp van dit moment: complottheorieën en fake news. Sociale media zijn niet meer weg te denken en mensen over de hele wereld hebben meer contact met elkaar dan ooit. We kunnen via allerlei kanalen een heleboel te weten komen, maar weten niet precies wat nu echt waar is en wat niet. Een bomaanslag, een bosbrand, rijke mensen die steeds maar rijker worden: het is logisch dat je soms kwaad of bang wordt van al het onrecht in de wereld.
Afgelopen twee jaar zat ik in de voorselectie jury van de poëzieprijzen voor kinderen en jongeren van het Poëziepaleis. Honderden gedichten lees je dan. Heel veel grappige versjes, onsamenhangende woordensoep, maar soms ook: pareltjes. En wanneer is het dan een parel? Als je opeens iets leest waarvan je kippenvel krijgt. Of wanneer je het gevoel krijgt dat iemand dwars door je heen kijkt. Als je iets van jezelf herkent. Of juist een ander. Het is moeilijk aan te wijzen. Maar toch: als je vaak en veel gedichten leest herken je ze, de taalkunstenaars.
Marco Kunst is onmiskenbaar een taalkunstenaar (what’s in a name). Hij schreef al vele jeugdboeken die altijd ook iets poëtisch hadden. Vooral Het Touw en de waarheid, dat het Gouden Penseel won, was wat mij betreft een opstap naar zijn nieuwste boek – dit keer een dichtbundel – De zee is bijna alles.
Marco Kunst schrijft blijkbaar graag over water. Bijna in al zijn boeken speelt het op de een of andere manier een rol. In De Waterwaack van Natterlande, maar ook in De macht van Algas is het water een vriend, maar vooral een vijand.
In deze dichtbundel, die ook weer prachtig geïllustreerd is door Jeska Verstegen, bezingt Marco Kunst vooral zijn liefde voor het water, voor de zee, het strand, de kust, de dieren en wezens die in het water leven, eb en vloed, rotsen, kiezels en keien. Hij vergelijkt de mens graag met het water of de processen die zich daar afspelen. En dat levert dit soort pareltjes op.
Duinen zijn reservestrand,
bescheiden bergen ziltzacht zand
die lomig liggen langs de rand
van al dat weidse lageland.”
Als ik slaap ben ik een kei,
een in- en intevreden kiezel,
op de bodem van de oceaan.
De landerige golfjes,
ze rollen steeds maar om,
als pasgeboren kalfjes,
maar om en om en om, de hele tijd
over het natte, slappe zand.
Ik kreeg er regelmatig kippenvel van, en zin in vakantie, zwemmen en de zeewind voelen in je haar. Kunst schreef veel gedichten in rijmvorm, vaak in abab. Dit voelde niet als dwang, maar zorgde voor een fijn ritme. Het zorgt er ook voor dat de gedichten fijn voorlezen.
Kunst en Verstegen maakten weer een kunstwerkje met gedichten die uitdagend, rijk en prikkelend zijn. Kinderen vanaf 9 jaar kunnen ze al zelfstandig lezen. Vanaf 8 jaar is voorlezen heel goed te doen, denk ik. Verschenen bij uitgeverij Lemniscaat.
Oké, ik zeg het maar gewoon eerlijk: ik vond dit verhaal doodeng. En dat is allemaal de verdienste van schrijver Tom Rijpert die ook al met zijn vorige boeken bewees je ademloos geboeid te houden. Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb!
“Verbeelding is leuk, maar de werkelijkheid kan soms net zo spannend zijn” zegt Astrid Sy in haar nawoord van haar nieuwste boek: De glazenwasser van het Rijksmuseum. Een boek dat leest als een whodunnit, een avonturenverhaal, een geschiedenisles én een escape room. Geschreven ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Amsterdam en verschenen bij Luitingh-Sijthoff.