Daar is Deef weer! In 2017 schreef Joke van Leeuwen het eerste verhaal over Deef: Toen ik. Een heerlijk droogkomisch verhaal over een jongen die beschrijft wat er op een dag in zijn leven gebeurt, tegen de achtergrond van de scheiding van zijn ouders, wat hij maar ingewikkeld vindt.
Heb jij zin in eens iets heel anders dan een gewoon leesboek dat je van voor naar achter leest? Heb je toevallig genoten van Tijdfixers van Davide Morosinotto of De juwelendief van M.G. Leonard? Dan is dit jouw boek: Moord op het spoor door Paul Westmoreland.
Wat een wonderbaarlijk verhaal! Aelin, het verhaal over een meisje dat zich een Alien voelt (kijk maar naar haar naam) en die op zoek gaat naar waar ze vandaan komt. Een verhaal over liefde voor taal, identiteit, familie en vriendschap.
Er verschijnen de afgelopen jaren steeds meer kinder- en jeugdboeken die gaan over het thema slavernij. Soms zijn het ervaringsverhalen, zoals het recent verschenen De opdracht van Tula (Robin Raven), soms ook informatieve boeken zoals het al wat oudere De reis van Syntax Bosselman (Arend van Dam).
Tula werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao. Hij was de aanvoerder van de Curaçaose slavenopstand van 17 augustus 1795. Dit boek, geschreven door Robin Raven, is een eerbetoon aan hem, geschreven voor kinderen.
Oké, ik zeg het maar gewoon eerlijk: ik vond dit verhaal doodeng. En dat is allemaal de verdienste van schrijver Tom Rijpert die ook al met zijn vorige boeken bewees je ademloos geboeid te houden. Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb!
“Verbeelding is leuk, maar de werkelijkheid kan soms net zo spannend zijn” zegt Astrid Sy in haar nawoord van haar nieuwste boek: De glazenwasser van het Rijksmuseum. Een boek dat leest als een whodunnit, een avonturenverhaal, een geschiedenisles én een escape room. Geschreven ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Amsterdam en verschenen bij Luitingh-Sijthoff.
“Ik hou niet van kleine etters zoals jij. Er lopen er te veel rond in dit land. Veel te veel. Daar komt rotzooi van, snap je.”
Dit is geen vrolijk boek. Het is een rauw, hard verhaal dat raakt als een mokerslag. Kinderen mogen niet alleen op straat leven, vrezend voor hun leven, werkend als schoenenpoetsers voor geld om iets te eten te kopen en achterna gezeten wordend door de politie. Toch gebeurt het, in veel landen. Kinderen zonder ouders worden aan hun lot overgelaten. Dit is hun verhaal.
“Ik ben een jongen. Oké, dat klinkt misschien niet zo gek. Maar het zit zo. Ik ben een jongen, alleen ben ik geboren met een meisjeslichaam. Yep. Het klinkt misschien vreemd om een meisjeslichaam te hebben en toch een jongen te zijn, maar toch is het zo, en ik ben lang niet de enige.”
Mats is de ontwapenende hoofdpersoon van het nieuwste boek van Janny Jägerfeld. In Mijn broer is een baas maken we kennis met Mats en zijn moeder, die tijdelijk ergens anders gaan wonen vanwege werk. Mats vindt het eerst saai omdat hij daar niemand kent, maar als hij op een dag Kilian ontmoet, een stoere nietsontziende jongen, dan gaat hij het toch interessant vinden. Kilian daagt hem uit om over zijn grenzen te gaan, stelt veel vragen én hij besluit al snel dat ze ‘bloedbroeders’ moeten worden. Mats vindt het heel fijn. Hij had nooit gedacht dat hij ooit iemands ‘broer’ zou zijn. Mats is namelijk geboren als meisje.
De reden dat Mats en zijn moeder tijdelijk ergens anders wonen is uitgebreider dan het werk van zijn moeder. Mats’ vader heeft het namelijk heel moeilijk met het feit dat Mats zijn coming out heeft gehad: hij is ontroostbaar en huilt dikke tranen omdat hij ‘zijn dochter kwijt’ is. Mats’ moeder probeert hem te overtuigen om het te accepteren. Zij staat vierkant achter haar zoon.
Voor Mats is het extra zwaar dat zijn ouders ruzie maken over hem, over iets waar hij niks aan kan doen. Het is gewoon zo. Het is niet handig en hij praat er liever niet over, maar het kán niet anders.
Mats vertelt niks aan Kilian over zijn oude ik. Waarom zou hij? Kilian vindt Mats leuk zoals hij is. Totdat er toch iets gebeurt waardoor de kaarten op tafel komen liggen.
Jägerfeld is psycholoog en komt uit Zweden. Eerder verscheen in het Nederlands een young adult van haar hand: Comedy queen, over zelfdoding door een ouder. Haar boeken hebben meestal pittige thema’s maar bevatten ook veel luchtigheid en humor. Mijn broer is een baas is voor een jongere doelgroep en leest erg gemakkelijk. Maar let op: ook in dit boek komt verwijzing naar zelfdoding terug. Wees daar dus bewust van als je het boek aanraadt aan kinderen vanaf 10 jaar. Het is heel fijn dat dit soort boeken er zijn. Of je nou zelf worstelt met je gender, in je omgeving ermee te maken krijgt of er nog nooit iets van hebt gehoord: het verhaal biedt je nieuwe inzichten en biedt je een nieuw venster op de wereld.
Verschenen bij Ploegsma. Vanaf 10 jaar, let wel op of het aansluit bij de emotionele ontwikkeling van een kind.