Wat een wonderbaarlijk verhaal! Aelin, het verhaal over een meisje dat zich een Alien voelt (kijk maar naar haar naam) en die op zoek gaat naar waar ze vandaan komt. Een verhaal over liefde voor taal, identiteit, familie en vriendschap.
Er verschijnen de afgelopen jaren steeds meer kinder- en jeugdboeken die gaan over het thema slavernij. Soms zijn het ervaringsverhalen, zoals het recent verschenen De opdracht van Tula (Robin Raven), soms ook informatieve boeken zoals het al wat oudere De reis van Syntax Bosselman (Arend van Dam).
Tula werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao. Hij was de aanvoerder van de Curaçaose slavenopstand van 17 augustus 1795. Dit boek, geschreven door Robin Raven, is een eerbetoon aan hem, geschreven voor kinderen.
Oké, ik zeg het maar gewoon eerlijk: ik vond dit verhaal doodeng. En dat is allemaal de verdienste van schrijver Tom Rijpert die ook al met zijn vorige boeken bewees je ademloos geboeid te houden. Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb!
“Verbeelding is leuk, maar de werkelijkheid kan soms net zo spannend zijn” zegt Astrid Sy in haar nawoord van haar nieuwste boek: De glazenwasser van het Rijksmuseum. Een boek dat leest als een whodunnit, een avonturenverhaal, een geschiedenisles én een escape room. Geschreven ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Amsterdam en verschenen bij Luitingh-Sijthoff.
“Ik hou niet van kleine etters zoals jij. Er lopen er te veel rond in dit land. Veel te veel. Daar komt rotzooi van, snap je.”
Dit is geen vrolijk boek. Het is een rauw, hard verhaal dat raakt als een mokerslag. Kinderen mogen niet alleen op straat leven, vrezend voor hun leven, werkend als schoenenpoetsers voor geld om iets te eten te kopen en achterna gezeten wordend door de politie. Toch gebeurt het, in veel landen. Kinderen zonder ouders worden aan hun lot overgelaten. Dit is hun verhaal.
“Ik ben een jongen. Oké, dat klinkt misschien niet zo gek. Maar het zit zo. Ik ben een jongen, alleen ben ik geboren met een meisjeslichaam. Yep. Het klinkt misschien vreemd om een meisjeslichaam te hebben en toch een jongen te zijn, maar toch is het zo, en ik ben lang niet de enige.”
Mats is de ontwapenende hoofdpersoon van het nieuwste boek van Janny Jägerfeld. In Mijn broer is een baas maken we kennis met Mats en zijn moeder, die tijdelijk ergens anders gaan wonen vanwege werk. Mats vindt het eerst saai omdat hij daar niemand kent, maar als hij op een dag Kilian ontmoet, een stoere nietsontziende jongen, dan gaat hij het toch interessant vinden. Kilian daagt hem uit om over zijn grenzen te gaan, stelt veel vragen én hij besluit al snel dat ze ‘bloedbroeders’ moeten worden. Mats vindt het heel fijn. Hij had nooit gedacht dat hij ooit iemands ‘broer’ zou zijn. Mats is namelijk geboren als meisje.
De reden dat Mats en zijn moeder tijdelijk ergens anders wonen is uitgebreider dan het werk van zijn moeder. Mats’ vader heeft het namelijk heel moeilijk met het feit dat Mats zijn coming out heeft gehad: hij is ontroostbaar en huilt dikke tranen omdat hij ‘zijn dochter kwijt’ is. Mats’ moeder probeert hem te overtuigen om het te accepteren. Zij staat vierkant achter haar zoon.
Voor Mats is het extra zwaar dat zijn ouders ruzie maken over hem, over iets waar hij niks aan kan doen. Het is gewoon zo. Het is niet handig en hij praat er liever niet over, maar het kán niet anders.
Mats vertelt niks aan Kilian over zijn oude ik. Waarom zou hij? Kilian vindt Mats leuk zoals hij is. Totdat er toch iets gebeurt waardoor de kaarten op tafel komen liggen.
Jägerfeld is psycholoog en komt uit Zweden. Eerder verscheen in het Nederlands een young adult van haar hand: Comedy queen, over zelfdoding door een ouder. Haar boeken hebben meestal pittige thema’s maar bevatten ook veel luchtigheid en humor. Mijn broer is een baas is voor een jongere doelgroep en leest erg gemakkelijk. Maar let op: ook in dit boek komt verwijzing naar zelfdoding terug. Wees daar dus bewust van als je het boek aanraadt aan kinderen vanaf 10 jaar. Het is heel fijn dat dit soort boeken er zijn. Of je nou zelf worstelt met je gender, in je omgeving ermee te maken krijgt of er nog nooit iets van hebt gehoord: het verhaal biedt je nieuwe inzichten en biedt je een nieuw venster op de wereld.
Verschenen bij Ploegsma. Vanaf 10 jaar, let wel op of het aansluit bij de emotionele ontwikkeling van een kind.
April is ook dit jaar weer de Maand van de filosofie. Sinds 2019 geeft Querido een jeugdboek uit dat passend is bij het thema en geschreven is door een gerenommeerd schrijver. Kijk op maandvandefilosofie.nl/kinderboek voor alle titels.
Dit jaar is de eer aan Marco Kunst! Een schrijver die blijft verrassen en al intrigerende boeken schreef zoals Het verlangen van de prins, Het touw en de waarheid en Offline. In zijn boeken zit altijd wel iets wat je aan het denken zet: over onze toekomst, altijd verlangen naar meer of de grote machthebbers. Het schrijven van het boek voor de Maand van de filosofie is hem op het lijf geschreven. Dit jaar is het thema: Mij een zorg.
Op de cover zien we een pakketje dat met ducttape stevig dicht gemaakt is. Het is duidelijk: dit is een bom. De titel geeft ook al richting: er gaan vuile handen gemaakt worden.
Het verhaal wordt verteld vanuit twee ik-perspectieven: die van Achim en zijn zus Leila die ernstig gehandicapt is en in een rolstoel zit. In de proloog lezen we dat het Achim is die met een pakketje op een vliegveld rondrent.
Het verhaal speelt in 2030. De wereld ziet er nog minder fraai uit dan nu. Achim en zijn moeder willen los komen van de gevestigde orde: ze gaan in een soort anarchistische woongroep wonen waar iedereen offline is en eigen groenten worden verbouwd. De mensen daar strijden tegen de regering en bedrijven die te weinig doet tegen de klimaatverandering. Maar idealen zijn niet de enige reden dat zij van huis vertrekken: het is ook zwaar om samen te leven met Leila, die bijna continu zorg nodig heeft.
Achim raakt in de greep van de woongroep. De leiders van de groep overtuigen hem om ‘vuile handen’ te maken, oftewel om tot het uiterste (een strafblad) te gaan voor de goede zaak. Wat volgt is een race tegen de klok waarbij je als lezer op het puntje van je stoel zit…
“Voor het grote goed zijn soms offers nodig. Als niemand luistert, is burgerlijke ongehoorzaamheid in principe toegestaan.”
“Met een spandoek zwaaien helpt niet. Je vastlijmen aan de snelweg of aan een vliegtuig of een cruiseschip helpt ook niet. Er moeten offers gebracht worden. Dat is gewoon de enig mogelijke conclusie.”
In dit korte verhaal (90 bladzijden) gebeurt redelijk veel en word je als lezer bevraagd over je eigen gedrag. Welke keuzes maak jij? Kies je voor jezelf of het grote goed? Kun je het altijd goed doen? Welke invloed hebben beslissingen op anderen? Hoe zorg je goed voor de aarde én voor jezelf? Hoe kijken mensen naar gehandicapten? Hoe ga je om met een beperking en hoe gaat de samenleving ermee om? Je wordt er een beetje ongemakkelijk van en dat is precies de bedoeling! Want daardoor komt de discussie op gang.
Dit boek is perfect om gezamenlijk te lezen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De leerlingen kunnen zelf de filosofische vragen eruit halen en aan elkaar stellen. Er is echter geen goed of fout, het gaat om het stellen van vragen. Juist bij zo’n gevoelig onderwerp: er worden online en offline natuurlijk best harde uitspraken gedaan (“je mag geen vlees meer eten”, “vliegen moet duurder worden”, “de linkse elite”): bij filosoferen zoek je de nuance op en ga je echt met elkaar in gesprek.
Haal het boek nu voor maar €9,99 bij de boekhandel!
We hebben er lang op moeten wachten. Acht jaar nadat Lampje van Annet Schaap uitkwam is het er dan! Een nieuw boek in de wereld van Lampje, maar het is geen vervolgverhaal, het staat volledig op zichzelf. Krekel heet het. Net zo’n lekkere korte en frisse titel, maar ook geheimzinnig. Waarom heet het boek zo? Wie of wat is die Krekel?
Ik schrijf weleens dat ik een brok in mijn keel had tijdens het lezen, of echt ontroerd was.
Maar bij dit boek kwamen er tranen. Dikke, warme tranen. Ik snap niet hoe ze het doet, Mariska Overman. Ik lees de zinnen opnieuw en opnieuw. Het zijn echt geen ingewikkelde, literaire zinnen. Maar ze boren recht je hart in. Mijn hart tenminste.
Misschien is het omdat ze schrijft over gewone dingen die jongeren meemaken. Gamen, minecraft, dansen, biologiewerkstukken. Maar dan in combinatie met keiharde rouw omdat Joes, de broer van Mijs, dood is gegaan. En hoe dat voelt, in je lijf. Dus niet: hoe je ermee moet gaan, hoe je het een plek moet geven, hoe je het kunt verwerken (alsof het afval is, zegt Mijs). Echt verdriet doet pijn in je lijf, je voelt dingen waarvan je niet wist dat je ze kon voelen.
Om de pijn te verzachten leek het de ouders van Mijs een goed idee om haar een AI-versie van haar overleden broer te geven: een rouwbot. Een bewegende broer, die gevuld is met een databank van alles wat ze over hem konden vinden. Mijs wil aan de ene kant dolgraag met Joes praten. Maar ze vertrouwt de rouwbot ook niet.
Gelukkig is Bowie er, de beste vriend van Joes. Hij wil niks weten van de rouwbot. Hij neemt Mijs liever mee naar plekken waar hij met Joes kwam. En dan ontdekt ze dat Bowie een geheim met zich meedraagt over Joes. Het is zo intens mooi, en lief, en geweldig. Ik kan het niet anders zeggen, het klinkt vast té cheesy maar dat is dan maar zo.
De dikste tranen kwamen bij de hoofdstukken waarin biologiedocent Klimt met Mijs praat. Ze doet dit zó precies goed, zó niet invullend en belerend. Dat raakte mijn onderwijshart, dat ik me realiseer hoeveel je kunt betekenen als docent of mentor voor je leerlingen.
Lees dit boek, lieve allemaal. En ook haar kinderboekendebuut, De zomer die alles was. Wat een bijzondere nieuwe stem in jeugdliteratuur-land.