Voorleesboeken, Zelf lezen

Nils Holgersson – Selma Lagerlöf

Opnieuw verteld door Bette Westera met illustraties van Martijn van der Linden

Een zwaar, dik boek ploft op de mat. Daar is ‘ie, de nieuwe vertelling van het klassieke verhaal, uitgebracht door uitgeverij Gottmer. Een schitterende tekening op de voorkant: Nils Holgersson, wie kent hem niet? Het liedje van de televisieserie speelt automatisch af in je hoofd: je ziet het kleine mannetje op de rug van een gans zo weer voor je.

Nieuwsgierig begin ik te lezen. Het boek in de eerdere vertaling heb ik nooit gelezen. Ik ken het verhaal dus alleen van het televisieprogramma. In het voorwoord is aandacht voor het ontstaan van het boek: Lagerlöf werd begin 1900 gevraagd om een aardrijkskundig schoolboek te schrijven over Zweden: je moest er iets van leren, maar het moest ook leuk zijn om te lezen. Ruim 100 jaar oud is het boek dus al!

Nils is een uiterst vervelend jongetje. Hij plaagt de dieren op de boerderij waar hij woont en maakt hen het leven zuur. Op een dag blijft Nils alleen thuis als zijn ouders naar de kerk gaan. En dan gebeurt er iets wonderlijks: Nils wordt door een kabouter veranderd in… een kabouter. In paniek stormt hij naar buiten, waar hij erachter komt dat hij de dieren kan verstaan. Ze praten negatief over hem. Toch slaagt hij erin om op de rug van tamme gans Mårten te klimmen en daar begint zijn avontuur: hij gaat op reis met de ganzen naar Lapland.

Eerst moet Nils zich bewijzen. De troep ganzen heeft een hekel aan hem. Nils ontdekt dat hij de dieren kan helpen, bijvoorbeeld een eekhoorn in nood. Langzamerhand wordt hij opgenomen door de ganzen. Hij hoort erbij.

Ze vliegen over Zweden; beginnend in het zuiden, langs alle provinces, waar ze van bovenaf precies kunnen zien waar de rivieren stromen, waar de meren liggen; de landschappen veranderen en elke dag moeten de ganzen en Nils een veilige plek vinden om te eten en te overnachten. En dat blijkt het moeilijkste deel van de reis: er zijn zoveel gevaren dat ze altijd op hun hoede moeten zijn.

Het is een lijvig boek, met veel raamvertellingen: verhalen in het verhaal, verteld door een alwetende verteller. Soms ontsnapt Nils om in de mensenwereld te kijken, soms vertellen dieren die hij tegenkomt hem oude verhalen. Maar steeds komt Nils terug bij de troep ganzen om hun reis te vervolgen.

Het oorspronkelijke boek bestaat uit twee delen. Driekwart van het boek gaat over een kwart van de reis. Het laatste stuk gaat sneller: delen van Zweden worden ‘even snel’ behandeld. Het leent zich denk ik goed om voor te lezen, maar het is wel een erg dik boek, dus daar doe je best lang over.

Het belangrijkste thema van het boek is de zorg voor onze natuur en de dierenwereld. Lagerlöf kiest niet voor niets een vervelend jongetje dat dieren plaagt als hoofdpersoon: Nils staat symbool voor hoe ‘de mens’ met dieren omgaat. Mensen kunnen zich maar moeilijk in dieren verplaatsen: we voelen ons superieur, terwijl dieren van onschatbare waarde zijn en we groot ontzag voor hen zouden moeten hebben. Uiteraard speelt de liefde voor Zweden ook een grote rol: je merkt in hoe Lagerlöf schrijft over haar land hoeveel ze ervan houdt; van de afwisseling, de ruimte en de diversiteit. Wie zegt dat Zweden saai is, heeft ongelijk.

Wat mooi dat deze hervertelling er is. Bette Westera maakte er weer een heerlijk leesbaar boek van. En met de illustraties van Martijn van der Linden is het een prachtig geheel! Bedankt Gottmer voor het recensie-exemplaar.

Prentenboeken, Voorleesboeken

De Gruvvalo – Julia Donaldson – vertaald in ‘t Grunnegs door Marlene Bakker

Een uit de hand gelopen 1 aprilgrap leverde afgelopen najaar 13 vertalingen van het wereldberoemde boek De Gruffalo op – vertalingen in 13 streektalen! Van Amsterdams tot Twents, en van Antwerps tot Gronings.

Ik ontving van Lemniscaat de Groningse versie en omdat ik geboren en getogen Groninger ben, heb ik enorm genoten van deze vertaling. Kleine muis is ‘lutje moes’, eten wordt vertaald als ‘broodeten’ en bang worden is ‘slap in d’hoed’. De website sillius.nl is een ontdekking: daar vind je enorm veel Groningse woorden en uitdrukkingen voor als je toch twijfelt (ik moest ‘slap in d’hoed’ ook opzoeken!)

Ik vind het een geweldig idee dat dit er is: ten eerste omdat De Gruffalo een klassieker (hij verscheen in 1999!) van jewelste is: ijzersterk door de verrassende verhaallijn (de muis verzint een monster dat echt blijkt te bestaan en zorgt er vervolgens voor dat het monster doodsbang voor de muis wordt), de herhalingen en de eindrijm, die ervoor zorgt dat kinderen na een keer lezen al mee kunnen doen en na ‘Nog een keer! Nog een keer!’ het verhaal woordelijk kunnen navertellen. De tekeningen van Axel Scheffler zijn prachtig: nooit vergeet je meer hoe de Gruffalo eruit ziet (met ‘zijn tong zwart als drop en paarse punten van zijn staart tot zijn kop’).

Nu dus verkrijgbaar in 13 streektalen! Wat een prachtig gebaar en erkenning: aandacht voor de eigen streektaal die voor veel kinderen vertrouwd en veilig voelt. Lekker voorlezen met de vertrouwde klanken van de streek waar je vandaan komt: opdat de typische woorden en uitdrukkingen niet zullen verdwijnen, maar doorgegeven worden naar de volgende generatie.

Op lemniscaat.nl/de-gruffalo vind je meer info over het boek, lessuggesties en audiofragmenten van de verschillende streektalen. Leuk om in de klas naar te luisteren en de verschillen te benoemen. Welke woorden versta je? Hoe klinkt de taal? Hard of zacht? Lief of juist krachtig? Hoe dicht is de vertaling bij de ‘oorspronkelijke’ tekst gebleven? Het boek is natuurlijk eerst al vertaald van Engels naar Nederlands. Op de site spelenmetengels.nl staan ook geweldige lessuggesties! En wist je dat er een mooie animatie is gemaakt bij dit boek en bij het vervolg: ‘Het kind van de Gruffalo’?

Wat mij betreft blijft De Gruffalo een onvervalste klassieker. De uitgaven in streektalen zorgt er vast voor dat nog meer kinderen kennis maken met dit geweldige verhaal.

In welke streektaal wil jij de Gruffalo graag lezen?

Voorleesboeken, Zelf lezen

De beste school van de hele wereld – Manon Sikkel

Kinderboekenambassadeur Manon Sikkel schreef weer een heerlijk boek, waarmee ze in een klap laat zien wat leesplezier is en hoe je diversiteit, het onderwerp waar zij zich hard voor maakt, in een kinderboek kan verwerken.

Marie heeft twee vaders en is de enige leerling op de Beste school van de wereld. Hoe dat komt? Nou, doordat je vaders het nogal druk hebben met werken en daardoor een brief missen van de directeur van de basisschool van Marie waarin staat dat de school moet sluiten. Marie gaat dus gewoon wel en komt terecht in een lege school. Ze kan alles doen! Een droom, net als alleen een hele nacht in een warenhuis of pretpark.

Alleen… je gaat je wel vervelen en je leert ook niet zoveel. Gelukkig is daar juf Rachida. Eerst lijkt ze een beetje streng, maar ze heeft hele interessante alternatieve manieren om leerstof over te brengen. Met pizza’s bijvoorbeeld! Maar: een school met één leerling en één juf, dat kan natuurlijk niet. Daar komt dan ook snel verandering in. Maar of iedereen daar ook blij mee is…?

Het is een fijn boek om te lezen, met veel humor, stripachtige tekeningen en spanning: je wil verder lezen, want hoe loopt dit af? Het gaat ook over een belangrijk thema: wat is een school eigenlijk, wat is leren en wat heb je nodig om je te ontwikkelen? Marie is een eigenwijs en zelfstandig meisje, een soort moderne Pippi Langkous, die vooral plezier wil maken.

Terwijl ik het las, had ik al een aantal kinderen voor ogen die hiervan zullen smullen. Het is leuk om voor te lezen, maar ook om zelf te lezen. En je kunt er interessante gesprekken over voeren; wie bepaalt eigenlijk of een school goed is? Wat is een goede leraar? Waarom moeten kinderen naar school?

Ik ontving het boek van uitgeverij Zwijsen en ga het gauw uitlenen aan mijn neefje van 8, want ik denk dat hij het geweldig gaat vinden!

Je kunt het boek hier kopen. Ga hier naar de site van kinderboekenambassadeur Manon Sikkel.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Beste broers – Jowi Schmitz

Deze recensie verscheen in de Boekenkrant van november 2020.

‘“Durf nou eens iets,” zeg ik. Volwassenen doen altijd zo moeilijk over dingen.’ Het nieuwe boek van Jowi Schmitz, Beste broers, gaat over dapper zijn en het anders durven doen. Raf (9) en Robbie (5) verhuizen naar het erf waar ook hun opa en oma wonen. Ze ontdekken dat opa een geheime plek in het bos heeft waar hij met oma naar de sterren wil kijken. Dan krijgt oma een hartaanval, waardoor het plannetje bijna in de soep loopt.

Doorgaan met lezen “Beste broers – Jowi Schmitz”
Prentenboeken, Voorleesboeken, Zelf lezen

Russische sprookjes – Thé Tjong-Khing

Alweer zo’n prachtig boek in de serie De sprookjesverteller: Thé Tjong-Khing is niet te stoppen! In de Grote Vriendelijke Podcast was Khing te gast en hij vertelde dat hij – 87 jaar – nog dagelijks aan zijn tekeningen werkt.

Khing is natuurlijk vooral illustrator en kunstenaar, maar begon in 2007 met het navertellen van bekende en onbekende sprookjes die hij illustreerde. Waarom sprookjes? Vragen Bas en Jaap in de GVP. “Omdat daar zo lekker veel in gebeurt en daar kan ik dan interessante tekeningen bij maken.”

Khing selecteert zelf de verhalen waarvan hij denkt dat hij mooie tekeningen bij kan maken. De sprookjes worden in de typische ‘Khing-stijl’ geschreven: lekker kort en compact. Hij doet dat, zegt hij in de GVP, omdat er een beetje vaart in moet zitten: kinderen mogen zich niet vervelen. Thé Tjong-Khing heeft zijn kleinkind Tobias steeds voor ogen als hij schrijft en er staan dus ook zinnetjes in die een dialoog verklappen: ‘Het zou je maar gebeuren…’ ‘Dat weet ik eerlijk gezegd niet…’ ‘En kun je nog iets leren van dit sprookje? Zeker: je kunt beter niet liegen.’

Wat mij opvalt is inderdaad dat er een lekkere snelheid in zit. En alles komt in drieën: steeds moet er drie keer een prinses gered worden, iemand maakt drie keer een fout of er komen drie kansen voorbij. Het is heerlijk om te lezen, maar eerlijk gezegd kijk ik iedere bladzijde weer reikhalzend uit naar de volgende illustratie: ze zijn geweldig om te bekijken en je ontdekt steeds meer details. Tekst en beeld werken prachtig samen.

Ik vond dit boek Russische sprookjes extra speciaal omdat het bijna allemaal onbekende sprookjes voor me waren: afgezien van de echte sprookjes-motieven zoals de gemene stiefmoeder, de heks, de snelle huwelijken (ze vonden elkaar aardig en de volgende dag besloten ze te trouwen), mysterieuze gebeurtenissen (een jongen wordt elke dag ik de brand gestoken, de koning gooit er wat poeder op en hij komt weer tot leven) en het geweld (hij hakte zijn kop eraf en alles was weer normaal).

Maar er zijn ook typische Russische elementen: zoals de heks Baba Jaga die zich voortbeweegt in een vijzel (!) en natuurlijk de schitterende kleding die Khing tekende (hij laat zich inspireren door YouTube vertelde hij in de GVP).

Ik denk dat deze sprookjes heerlijk zijn om voor te lezen. Door de vaart in de schrijfstijl, de bizarre gebeurtenissen en de fantastische tekeningen zullen kinderen hiervan smullen (de zoon van Bas Maliepaard deed dat in elk geval al!)

Khing zei in het interview dat er nog ‘iets aan zat te komen’. Ik hoop dat hij nog meer van dit soort prachtige boeken mag maken!

Voorleesboeken, Zelf lezen

Vandaag is anders – Ilonka M. Jansen & Laura Macfarlane

Een fijn boek voor als opa of oma dood gaat en gecremeerd wordt. Een crematie is voor kinderen vaak nóg enger dan een begrafenis. Achterin het boek staan moeilijke woorden uitgelegd met plaatjes. In het verhaal wordt ook uitgelegd dat het mooi is om as uit te strooien op een plek die belangrijk was voor de overledene.

Een mooi, klein boekje met duidelijke taal over een moeilijk onderwerp. Wonderschoon geïllustreerd door Laura Macfarlane . En achterin ruimte om je eigen verhaal op te schrijven. Om voor altijd te bewaren.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Mus & kapitein Kwaadbaard en de 5 slangen – Kevin Hassing

Het debuut van (stem)acteur Kevin Hassing is een spannend en sfeervol verhaal: heerlijk om te lezen en te verdwijnen naar een andere wereld, een andere tijd. Mus is de hoofdpersoon: een stoer meisje dat zich ontpopt als de heldin van het verhaal. Ze is ‘alleen op de wereld’, en lijkt ervoor gemaakt te zijn die wereld ook nog eens te redden. En dat doet ze in het geweldige gezelschap van drie noeste mannen en een krom mannetje, die onderling bruut met elkaar omgaan, maar eigenlijk heel lief zijn.

Mus ontsnapte uit haar stad Zeeburgerdam, die bezet werd door de bende van de 5 slangen. Alle inwoners werden op een plein gezet en daar gevangen gehouden. Behalve Mus, want Mus heeft geen huis en geen familie. Zij was de enige die de stad kon redden. Ze werd door een mysterieuze vrouw op pad gestuurd om Kwaadbaard te vinden. Kapitein Kwaadbaard zou een einde kunnen maken aan de bezetting. Maar hoe hij dat moest doen, daarover gaat nu juist dit verhaal en dat moet je zelf maar lezen!

De bonkige karakters, de sfeerbeschrijvingen van het café waar Mus Kwaadbaard voor het eerst ontmoet, mysterieuze kettinkjes met bedeltjes, de ruimtebeschrijvingen van de plekken waar Mus en de mannen slapen, een enorme boomhut, kwaadaardige wolven, een verbrand schip, de ontroerende gesprekken tussen Mus en Kwaadbaard: het maakt het tot een sfeervol geheel waarin je gaat geloven. Mus is zeer verbonden met ‘haar’ stad en doet er alles voor om de mensen te redden, koste wat het kost. Ze is niet bang voor de grote mannen en slaagt erin met slimme trucs om dingen gedaan te krijgen. De vrouwen hebben sowieso een sleutelrol: ze zijn slimmer, handiger en vindingrijker dan de mannen en bepalen ook de uiteindelijke afloop van het verhaal.

Een heerlijk boek voor kinderen die van fantasiewerelden en spannende verhalen houden. Hebben ze genoten van Het raadsel van de zee en Het verlangen van de prins? Dan is dit boek echt iets voor hen. Mooi debuut, en het tweede deel ligt al in de planning. Zoals het een echte soapacteur betaamt, bevat het boek een spannende cliffhanger!

Voorleesboeken, Zelf lezen

Mijn dagen met niets – Mireille Geus

Het eerste kinderboek dat ik las dat over de Corona-crisis gaat! Fel realistisch dus en eigenlijk ook niet iets waar ik nu zin in heb, zo vlak na de persconferentie van 13 oktober waarin wordt aangekondigd dat Nederland weer in gedeeltelijke lockdown gaat.

Toch pakte het boek me snel in, en dat komt vooral door de sympathieke hoofdpersonen: de Surinaamse Elshontely en haar moeder, die al drie weken noodgedwongen thuis zitten vanwege de Corona-maatregelen. Elshontely verveelt zich enorm, want die paar uurtjes school op de laptop per dag zijn nooit genoeg en alle dingen die ze nog moesten doen – kamer opruimen, schoonmaken enz. – zijn al gedaan. Haar moeder naait de hele dag onafgebroken mondkapjes van Elshontely’s oude kleding en bedenkt op een dag iets om de verveling te verdrijven: een hengel.

Met de hengel vangen ze Niets, want zo noemen ze het ‘diertje’ dat ze vangen. Alleen: ze zien het eigenlijk helemaal niet! Is Niets er wel? Vanaf dat moment krijgt het verhaal een vreemde wending: speelt haar moeder het spelletje mee? Elshontely verzorgt Niets met zeer veel liefde. Het eet ook erg veel. En Niets groeit! Het wordt zo groot dat het niet meer in hun kleine huis past!

Het boek leest heerlijk en is geschikt vanaf 8 jaar denk ik. Het is ook leuk om voor te lezen (in de klas) en met kinderen te bespreken wat ze van het verhaal vinden. Het leent zich voor mooie filosofische vragen zoals: als je iets niet ziet, bestaat het dan niet? Kun je gehecht raken aan een onzichtbare vriend?

Het thema van het boek is verbeelding en fantasie. De Corona-crisis is een belangrijk motief: doordat we allemaal thuis komen te zitten wordt onze wereld kleiner. We gaan meer ‘in ons eigen hoofd zitten’. We gaan naar het ‘nieuwe normaal’: maar wat is dat eigenlijk? Bestaat ‘gewoon normaal’ wel?

Kortom: een intrigerend boek. Bijzonder actueel ook, we weten nog niet waar Corona zal eindigen en wat er nog staat te gebeuren. Zeker is dat de kinderen van deze generatie niet om Corona heen kunnen. Er zullen vast meer boeken verschijnen waarin onze nieuwe leefomstandigheden – de 1,5 meter, de hygiëneregels, mondkapjes en regels over groepsgrootte – een rol spelen. Ik moet er een beetje aan wennen, maar ik vind het ook mooi. En de manier waarop Mireille Geus het heeft gedaan is erg bijzonder. Ze heeft een heerlijke schrijfstijl: direct en zonder poespas. De karakters komen echt tot leven.

Ik zou willen zeggen: lees het boek ook, ik ben benieuwd wat je ervan vindt!

Ik ontving het boek als recensie-exemplaar van Lemniscaat.

Voorleesboeken, Zelf lezen

Gevonden – Cees van den Berg

Wat een geweldig boek! Frida (Frietje) vindt op een dag een verwarde oude man die midden op straat staat met zijn pantoffels aan. Frietje is een meisje dat alles wat ze vindt, meeneemt. Dus deze meneer, die ze meneer Fritz noemt, gaat mee naar haar huis. Haar ouders hebben een restaurant dat Kip, friet en kaviaar heet. Ze vinden het eerst een beetje gek dat ze er plots een huisgenoot bij hebben, maar ze raken langzamerhand op hem gesteld.

Frietje en Fritz worden dikke maatjes. Maar dat hij zich niks meer herinnert van vóór hij gevonden werd door Frietje is wel heel verontrustend. De hulpverlening gaat zich ermee bemoeien, en gelukkig mag hij voorlopig bij Frietje blijven wonen. Ze gaan wel samen op onderzoek uit: ze hangen posters op en gaan op zoek naar plekken die meneer Fritz zich misschien herinnert.

Ik verklap uiteraard niet hoe het afloopt, maar kan wel zeggen dat het hartverwarmend is, het hele boek is dat trouwens. Een ogenschijnlijk simpel gegeven, een verwarde man, en een heerlijke schrijfstijl met veel vaart en humor, zorgen ervoor dat het leest als een trein. Als het uit is, wil je opnieuw beginnen om in de sfeer van het verhaal te blijven.

Wat een fijn boek. Anders dan anders. Het doet denken aan de boeken van Hendrik Groen, over het ‘gewone’ leven van een bejaarde meneer in een bejaardentehuis. Met humor en relativeringsvermogen kijken ze naar de wereld, die zo druk en hectisch is. Jonge mensen vinden oudere mensen vaak saai en oninteressant, terwijl ze juist veel van elkaar kunnen leren. Dit boek breekt ook weer een lans voor het doorbreken van leeftijdsgrenzen: laten we als jongeren weer wat meer omkijken naar onze ouderen.

Ik ontving van uitgeverij Lemniscaat een recensie-exemplaar. Ik raad het boek aan voor lezers vanaf 9 jaar ongeveer. Het is heerlijk als voorleesboek (in de klas of thuis) of om zelf te lezen. Gevonden is het tweede boek van Cees van den Berg, die ook muzikant is. Warm aanbevolen!

Voorleesboeken, Zelf lezen

Briefjes voor Pelle – Marlies Slegers

Een jaar geleden overleed de vader van Pelle. Hij en zijn moeder blijven alleen over. Het lijkt of alles stil is blijven staan: ‘het leven is een zoutloze soep geworden’. Pelle (12 jaar) is echter ook gewoon een tiener en bovendien hoogbegaafd: hij ging op zoek naar manieren om met zijn verdriet om te gaan. Zijn oplossing: als hij tranen voelt opkomen denkt hij aan gedetailleerde feiten, zoals het aantal cellen in je lichaam, de draagkracht van een mier of een zo lang mogelijke reeks priemgetallen. Dat sleept hem erdoorheen.

Doorgaan met lezen “Briefjes voor Pelle – Marlies Slegers”