Zelf lezen

Onze lange reis met het hoofd in de koffer – Marlene Rebel & Lucinda Vos

Precies een jaar geleden las ik op dezelfde plek – een vakantiehuisje in Noord-Holland – het eerste boek van het duo Marlene Rebel en Lucinda Vos: Leeuw met strepen. Van dat boek was ik onder de indruk, en ook het nieuwste boek – Onze lange reis met het hoofd in de koffer – is weer een enorme aanrader voor iedereen die van spannende sfeervolle avonturen houdt!

Drie kinderen en een aapje maken een lange reis met een hoofd in een koffer – een écht hoofd in een koffer? Ja echt! Het is het nagemaakte wassen hoofd van de moeder van een van de kinderen, dat altijd gebruikt werd voor een circusact met een zwevend hoofd. Vind je dit al gek? Nou, dan staat je nog veel meer mafs te wachten in dit boek! Het speelt zich af in een andere tijd, een tijd waarin circuskinderen nog niet naar school hoefden en waarin er nog met guldens werd betaald.

De zusjes Matje en Kee zijn wezen en ze werden jaren geleden opgevangen door de nukkige en gewelddadige Bonker: hij bood hen een slaapplek in zijn schip aan in ruil voor hun optredens in de poppenkast. Puf is de zoon van Bonker en hij kan niet praten, maar laat goed merken dat hij geen goede band met zijn vader heeft. De drie kinderen zijn het gewend om circuskinderen te zijn, maar ze dromen van een reis naar Amerika, het land waar de ouders van Matje en Kee (die door een ongeluk om het leven zijn gekomen) altijd naartoe hebben gewild.

Op een dag is er brand in een van de circustenten en Matje krijgt de schuld in haar schoenen geschoven. Matje, Kee, Puf en aapje Toets besluiten te vluchten. Ze nemen de geheimzinnige koffer mee met daarin het hoofd; later blijkt dat er nog veel meer nuttigs in zit! De kinderen ondernemen een spannende reis langs een trekschuit, een stoomtrein en verschillende herbergen om uiteindelijk in Amsterdam aan te komen. Wat daar gebeurt verklap ik echt nog niet!

Het leest als een heerlijk avontuur met dappere maar soms ook onhandige personages. Kinderen kunnen zich makkelijk met hen identificeren, ook al speelt het niet in onze tijd. De beschrijving van verschillende details en spannende gebeurtenissen maken het tot een heerlijke leeservaring.

Wil je meer roadtrip-achtige verhalen lezen? Lees dan na dit boek eens Het mysterieuze horloge van Walker & Dawn, waarin vier kinderen een spannende reis maken door Amerika.

Ik hoop dat dit boek veel lezers zal trekken, ik raad het in ieder geval van harte aan. Ik ontving van Billy Bones een recensie-exemplaar. Meer info? Kijk op de website van Billy Bones

Zelf lezen

Het meisje dat kon vliegen – Victoria Forester

Wat een verrassend boek! Na het lezen van de achterkant zijn de verwachtingen hooggespannen: dit boek won al drie belangrijke kinderboekenprijzen waaronder de Bank Street Best Children’s Book of the Year (deze prijs richt zich met name op diversiteit in kinderboeken) en was bovendien genomineerd voor drie andere prijzen.

En ik kan zeggen: alle verwachtingen worden waargemaakt! De cover verraadt nog niks over de inhoud, ondanks dat het een prachtige illustratie is, maar aan de binnenkant ontvouwt zich een sprankelend en magisch verhaal voor de liefhebbers van Nevermoor, De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine en het deed me zelfs denken aan het bijzondere Iep van Joke van Leeuwen.

Piper wordt geboren in een ‘gezin’ dat niet meer had verwacht een kindje te krijgen. Ondanks dat is ze meer dan gewenst. Maar er is iets vreemds met Piper aan de hand, ze kan namelijk vliegen. Dit ‘talent’ willen haar ouders verborgen houden voor de buitenwereld, uit angst voor pesterijen en ongemakkelijke situaties.

Als er een uitzondering wordt gemaakt gaat het direct mis: bij een sportwedstrijd waar Piper aan mee mag doen, vangt ze een bal terwijl ze in de lucht zweeft. Dan gaat het balletje heel snel rollen: de hele wereld krijgt er lucht van dat er een bijzonder meisje is dat echt kan vliegen. Gelukkig is daar dan dokter Hellion, die haar komt redden en haar naar een hele bijzondere plek brengt waar ze gelijkgestemden ontmoet.

De achterflap verklapt veel meer (wat ik zonde vind, want het duurt tot de helft van het boek totdat je hier achter bent), daarom ga ik nog even door: deze bijzondere plek blijkt een hel: de ‘dokter’ probeert hier alles wat vreemd en anders is te genezen, van eencelligen, planten, insecten, dieren tot aan mensen. Kan Piper ontkomen aan dokter Hellion?

“We zijn net ratten in een doolhof en de enige manier om eruit te komen is normaal te worden.”

Het is een magische wereld die geweldig filmisch wordt omschreven. Zo geloofwaardig dat je de karakters echt leert kennen. En tegelijk zo lekker griezelig dat je blij bent dat je een aantal van de wezens niet in het echt kunt tegenkomen.

Een aanrader van kinderen die houden van de mix van fantasy en de ‘echte wereld’. Het boek bevat een belangrijke boodschap: iedereen mag er zijn, hoe ‘bijzonder’ je ook bent. Prachtig boek!

Dit boek is overigens het debuut van Victoria Forester. Het verscheen al in 2008 in het Engels. The Boy Who Knew Everything (2015) en The Girl Who Fell Out of the Sky (2020) zijn nog niet vertaald in het Nederlands, maar zijn het vervolg op dit eerste boek. Kom maar op met die vertalingen, Leopold!

Zelf lezen

Roljoch – Maarten Kuipers

Roljoch is het kinderboekendebuut van Maarten Kuipers, auteur, reclamemaker, liedjesschrijver (o.a. voor Sesamstraat) en muzikant. Hij schreef een spannend boek, geschikt voor lezers vanaf 7/8 jaar die wel houden van een beetje vaart en onverwachte gebeurtenissen.

Mats heeft dikke pech. Zijn vader zit in de gevangenis (en hij komt niet te weten waarom) en nu woont hij bij de nieuwe vriend van zijn moeder: Windolf. Hij is een rijke patser die erg onaardig tegen Mats doet. Op de dag dat Mats zijn vader in de gevangenis zou bezoeken, gaat zijn moeder op zakenreis. Mats wil echt naar zijn vader toe en vertrouwt er niet op dat Windolf hem wel zal brengen: hij besluit zelf de spiksplinternieuwe sportwagen van Windolf te pakken. Autorijden heeft hij geleerd via YouTube en met zijn rolschaatsen aan kan hij nét bij de pedalen.

Omdat het nog midden in de nacht is, valt het eerst nog niemand op dat een klein jongetje achter het stuur zit. Maar uiteraard blijft het niet onopgemerkt. Het ene maffe voorval volgt op het andere. Mats ontdekt uiteindelijk dat zijn vader ten onrechte in de gevangenis zit. En zijn moeder komt erachter dat ze weg moet wezen bij die nare Windolf.

Een heerlijk avontuur dus! Het deed me denken aan een krantenartikel over een 8-jarig jongetje dat zijn zusje naar de McDonalds reed (zie foto’s): dit spreekt natuurlijk enorm tot de verbeelding!

Zelf lezen

De nacht van Ronke – Jef Aerts

Als je het niet bent, is het onmogelijk om je voor te stellen hoe het is om blind te zijn. Je ogen dichtdoen is niet genoeg. Blinde mensen hebben veel gevoeligere andere zintuigen en ‘zien’ soms zelfs kleuren als ze dichtbij iets of iemand zijn.

Ronke heeft dat ook. Haar buddy Nouri, aangewezen tijdens een sterrenwachtkamp waar ze aan mee doet, is bijvoorbeeld knalgroen. En ‘Stardust’, de virtuele vriend van Nouri met wie hij chat in de game, is blauw. Ronke houdt wel van sterrenkunde, maar eigenlijk vooral van hardlopen, héél hard lopen. Maar ja, blind zijn en rennen is een lastige combinatie. Daarom rent Ronke ‘ter plaatse’: ze rent op een plek heel hard en beeldt zich in dat ze op het strand is, hoort zelfs de meeuwen boven zich en de wind door het helmgras wuiven. Zo levendig is haar fantasie.

En haar fantasie zorgt er ook voor dat ze samen met Nouri wegloopt van het kamp om stiekem ergens te gaan rennen ‘in het echt’, eerst aan de arm van Nouri, maar later los en vrij omdat ze op een startbaan van een militair vliegveld is.

Het verhaal bouwt enorm op in spanning. Het rustige begin is verraderlijk: opeens zitten we middenin een spannende scène waarin Ronke in haar eentje op de heide haar weg probeert te vinden op zoek naar… de opa van Nouri??? Hoe dat zo is gekomen moet je echt zelf gaan lezen.

“Ik racete zo hard ik kon. Het leek wel een wedstrijd tegen mezelf. Of liever: tegen mijn vroegere zelf.”

Dit is weer zo’n prachtig en meeslepend boek zoals we die van Jef Aerts (onder andere De blauwe vleugels) kennen. Zintuiglijke taal, prachtige zinnen en een enorme spanning gecombineerd met de moderne snufjes van nu: een sprekende telefoon, social media, games en chatten met mensen die zich anders voordoen. De schrijfstijl deed me ook wat denken aan de boeken van Anna Woltz.

“Als je rent, verzin je een verhaal. Iedere stap is een woord, ieder baantje een nieuwe zin. Ren een klein stukje de andere kant op en je hele verhaal verandert mee.”

Een aanrader voor kinderen die houden van spannende verhalen en tegelijkertijd iets willen leren over menselijke gevoelens en blind zijn.

Zelf lezen

Offline – Marco Kunst

Marco Kunst blijft verrassen! Dit jaar las ik drie boeken van hem, die stuk voor stuk zó van elkaar verschillen: De Waterwaack van Natterlande, Vlieg! en Het verlangen van de prins.

En nu is er dus Offline, een toekomstverhaal waarin de strijd tussen mens en computer uitgevochten wordt. Weer een héél ander soort boek dan de voorgaande. Kunst heeft een heerlijke vertelstijl die vooral bij Het verlangen van de prins bejubeld is: hij werd zelfs vergeleken met Paul Biegel. Hij heeft een enorm creatief brein, dat kan niet anders, want zulke verschillende kinderboeken schrijven en er telkens in slagen je het verhaal te laten geloven, dat kan niet iedereen.

Offline gaat over Mike. Hij leeft in het jaar 2046. Niet eens zo heel ver voor ons, maar de wereld is niet te vergelijken met nu: mensen zijn altijd online en lopen continu met een VR-bril rond waardoor alles er mooier, aantrekkelijker en magischer uitziet. Mike houdt van deze wereld. Zijn vriendin Demer echter, leeft in Aardelaar: een gebied op aarde waar alles ‘bij het oude’ bleef: geen elektriciteit, geen drones of computers. Mike gaat met zijn ouders verhuizen naar het wonderlijke Nieuw Babylon: een hypermoderne zwevende stad met de nieuwste snufjes.

En het zal nog mooier worden: er staat de wereld namelijk een enorme update te wachten, een update die ervoor zorgt dat alles nóg soepeler loopt. Op een dag komt Mike meneer Groman tegen, een mysterieuze oude man die in Mike ‘de uitverkorene’ ziet, want die enorme update is volgens meneer Groman levensgevaarlijk: de computers zullen intelligenter worden dan de mensen en hen ‘uitschakelen’. Wat dat in de praktijk betekent, daar moet je natuurlijk niet aan denken.

Mike vertrouwt meneer Groman eerst niet, maar luistert toch naar zijn aanwijzingen: een verborgen lift, een code, een oranje knikker… Gaat hij de missie aan of durft hij niet? Gelukkig is daar de lieve pratende hond Dex, geprogrammeerd door mensen, die hem overal vergezelt. Mike staat een turbulente tijd te wachten. Is dit ook onze toekomst???

Offline leest als een trein en is zelfs voor jongere lezers (vanaf 8 jaar ongeveer) denk ik wel te volgen. Voor de liefhebbers van de Robotoorlog van Rian Visser zéker een aanrader. Maar ook om met je kind(eren) in gesprek te gaan over toekomst, kunstmatige intelligentie en de macht van computers.

De tekeningen van Yannick Pelegrin vind ik heel goed bij het verhaal passen: futuristisch, ietwat bevreemdend en overwegend in twee kleuren paars-rood en blauw.

“Veel volwassenen zijn vooral bezig met geld verdienen. Ze werken en proberen carrière te maken. Dingen maken, vervoeren, verkopen… Maar dát zijn precies de dingen die computers ondertussen veel beter kunnen dan mensen! En als ze niets willen maken, dan willen volwassenen de baas zijn, zo veel mogelijk macht hebben. Dat soort dingen. Als ik een computer was dan zou ik al die mensen ook behoorlijk overbodig vinden…”

Zelf lezen

De goede dieven – Katherine Rundell

“‘We zijn een troep,’ zei Arkady. ‘We hebben samen gevochten, we hebben samen gegeten. We zijn een team.’”

Het team, dat zijn Arkady, Samuel, Silk en Vita: een onwaarschijnlijk bij elkaar geraapt zooitje: twee circusartiesten, een zakkenroller en een meisje dat koste wat het kost de eer van haar opa wil redden.

Het nieuwe boek van Katherine Rundell, bekend van onder andere De ontdekkingsreiziger, gaat over echte vriendschap en talent. Met karakters en gebeurtenissen die knotsgek zijn, maar tegelijkertijd zó ontroerend dat je alles gelooft wat Rundell schrijft. Een verhaal dat ik verzonnen zou willen hebben. Een boek waarvan je ongeduldig de bladzijden omslaat omdat je móet weten hoe het verder gaat. Met vier vrienden die een band opbouwen voor het leven en elkaar nooit zullen laten vallen. Gesitueerd in het Manhattan van zo’n 100 jaar geleden, in een oud kasteel en in een circustent: zulke gave plekken dat je wilde dat je er zelf bij was.

Vita heeft zichzelf een onmogelijk doel gesteld. In het enorme oude kasteel van haar opa ligt een kostbare smaragd. Opa is opgelicht door een nare zakenman en nu is hij zijn huis kwijt; zijn kasteel waar hij met oma woonde die net is overleden. Opa kwijnt nu weg in een klein appartementje in New York. Als zijn kleindochter Vita met haar moeder vanuit Ierland naar Amerika komt is hij dolblij. Maar Vita ziet dat hij verdriet heeft: alles is hem afgenomen. Vita is vastbesloten om de smaragd, die ergens in het kasteel ligt, terug te halen, te verkopen en het huis terug te kopen.

Vita is een inspirerend meisje met een bijzonder talent. Al in het eerste hoofdstuk licht Rundell een tipje van de sluier op en word je razend nieuwsgierig:

“Vita’s rokzakken zaten vol kiezels van thuis uit de tuin, ze pakte er de grootste stenen uit en begon die naar de deur van de klerenkast te gooien. Het hielp haar nadenken. Als iemand had toegekeken, had die misschien gezien dat elke steen exact het wiskundige midden van de deur raakte, maar er was niemand die keek en Vita zelf had er nauwelijks erg in.”

Vita krijgt hulp uit onverwachte hoek. Ze maakt vrienden die allemaal een ander talent hebben. Samuel is de acrobaat die lijkt te kunnen vliegen, Samuel kan communiceren met elk dier en Silk kan vliegensvlug en onmerkbaar je zakken rollen. En Vita kan dus met enorme precisie elk willekeurig voorwerp naar een bepaald punt werpen.

Rundell schept er waarschijnlijk genoegen in om talenten te bedenken die gaan over fysieke behendigheid, maar ook over lichamelijke onmogelijkheden: Vita kampt met de gevolgen van polio en heeft één been dat niet goed volgroeid is. Ze bijt zich dagelijks door de pijn heen en laat zich niet tegenhouden. Het is een boodschap die kinderen vast ook uit de tekst kunnen halen: ga op zoek naar jouw talent, gebruik je lichaam én je verstand wijs en vertrouw op jezelf.

In Sophie op de daken (2013) gaat het over luchtdansen op de daken, een ‘sport’ die Rundell zelf ook beoefent. En in dit boek hebben de personages allemaal een handigheid die ervoor zorgt dat ze zich uit de moeilijkste situaties kunnen redden.

…Tenminste…Is dat ook zo? Hopelijk heb ik je nieuwsgierig genoeg gemaakt naar de afloop van het verhaal. Ik ga hier natuurlijk niet verklappen of het Vita lukt om haar opa weer gelukkig te maken. Maar dit boek zal je vanaf de eerste bladzijde grijpen en als je het uit hebt, zal je het niet meer vergeten.

Oh, en die schildpadden op de schutbladen? Die kom je zeker tegen in het verhaal op een onverwachte plek, wacht maar af!

Meer info? Kijk op https://www.lsamsterdam.nl/boek/de-goede-dieven/

Voorleesboeken, Zelf lezen

Het ministerie van oplossingen en de Zilverjongen – Sanne Rooseboom

Mijn eerste ministerie van oplossingen-boek! Natuurlijk had ik er al veel over gehoord en gelezen, maar nu – het is het vierde deel in de serie – kan ik er toch echt niet omheen.

Wat was het spannend! Ik wilde echt doorlezen om te weten hoe het af zou lopen. Rooseboom houdt de plot complex en laat steeds weer iets in de soep lopen, zodat je echt niet weet waar het verhaal naartoe gaat. Heerlijk voor mij, maar ook voor jonge lezers!

Het ministerie van oplossingen is een geheime organisatie die mensen moet helpen, maar niet ontmaskerd mag worden. Vier kinderen en twee oude dames hielpen in de vorige drie boeken al vele mensen, maar in dit boek is er een grote uitdaging: het helpen van een jongen die echt niet aardig is. En dan blijkt hij ook nog eens de zoon van hun grootste vijand: een Zilverman, die als grootste missie heeft het ministerie te laten verdwijnen.

Toch laten ze het er niet bij zitten: de uitdaging is groot en ze zijn niet bang voor een beetje avontuur. Nina is met haar 11 jaar de oudste van het stel. Ze is nergens bang voor en enorm vindingrijk. Hoe ingewikkeld de zaak ook is, ze bedenken steeds weer gekke oplossingen. Bijvoorbeeld met een ‘schaduwzaak’ in een bejaardenhuis die de aandacht af moet leiden en een zoektocht naar een geschikt appartement voor de tante van de Zilverjongen.

Wat een mooi idee als er echt zo’n geheime organisatie zou ontstaan: die zonder dat je het weet zorgt dat je een voldoende voor je proefwerk haalt, verkering regelt met die leuke jongen of je helpt met klusjes in huis. Je zult nooit weten of ze je hebben geholpen of niet, want het bestaan van het ministerie mag nooit openbaar worden.

Sanne Rooseboom heeft een fijne vertelstijl en schrijft zoals gezegd met veel vaart, maar ook met ‘doodlopende weggetjes’ zodat je geboeid blijft. Je kunt je identificeren met de personages, maar ze zijn wel net even wat stoerder en dapperder dan jij.

Het verhaal roept vragen op die leuk zijn om met kinderen te bespreken: vertel jij alles aan je ouders? Mag je geheimen hebben? Help jij ook een kind dat je niet zo aardig vindt? Welke oplossing kan jij bedenken voor een probleem van een ander?

Wat een mooie serie is dit. Het zet ongetwijfeld veel kinderen vanaf ongeveer 9 jaar aan tot lezen, helemaal omdat het een serie is. En de cover en de illustraties gemaakt door Mark Janssen zijn zo aantrekkelijk! Je ogen worden er naartoe gezogen, het is stoer en mysterieus tegelijk.

Het boek verscheen bij uitgeverij Van Goor en je kunt het hier bestellen. Ik ontving van De leukste kinderboeken een recensie-exemplaar.

Zelf lezen

Het vuurhuisje – Keir Graff

Stel je een minihuisje op wielen voor waar de vlammen uit het dak slaan, volgepropt met 2 broers en een zus die ruzie maken, een kok, een bewaker, een stiefmoeder, een vervelend broertje en een heleboel dieren; terwijl het, omringd door een kudde op hol geslagen koeien met een noodgang een brandend bos uit wordt gereden door een pick-up truck. Zie je het voor je??

Dit is het slotstuk van het hilarische en enorm spannende nieuwe boek van Keir Graff (bekend van De spooktoren en Het luciferkasteel), dat zich afspeelt in de bossen van Californië, waar helaas ook in het echt soms enorme bosbranden ontstaan.

Hoe komen al die mensen in dat kleine huisje, vraag je je af. Tja, het is een maffe samenloop van omstandigheden die begint op de dag dat de vader van hoofdpersoon Dagmar te horen krijgt dat de kopers van zijn eigenhandig gebouwde Tiny House de aankoop terugtrekken. Ze besluiten er met hun samengestelde gezin (met stiefmoeder en halfbroertje) zelf in te gaan wonen (oké, ze zijn ook failliet dus een andere keuze is er niet).

Daar is Dagmar niet blij mee! Ze moet afscheid nemen van haar oude leventje en van haar vrienden; ze zetten hun Tiny House op een verlaten stuk bos waar niets te beleven is.

…denkt Dagmar. Totdat ze op onderzoek uit gaat en een vreemd huis ontdekt en een nog vreemdere jongen, Blake. Bij gebrek aan andere afleiding zoekt ze contact met hem en ontdekt de familiegeheimen van zijn steenrijke ouders, oom en tante. Geld maakt niet gelukkig: dat kunnen we wel leren van dit verhaal – sterker nog: je kunt er knallende ruzie over krijgen.

Ik ben fan van deze schrijver na het lezen van dit boek en ben dan ook benieuwd naar zijn andere boeken. Het leest als een trein en zit vol woordgrappen (hulde aan vertaler Annemarie de Vries). Ik denk dat lezers vanaf een jaar of 10 hiervan zullen smullen. Lezers die ook houden van bijvoorbeeld Keverjongen (M.G. Leonard), de serie Costa Banana (Jozua Douglas) en de boeken van David Walliams. Ook heerlijk om voor te lezen in de klas!

Ik ontving het boek van De leukste kinderboeken: het verscheen bij Van Holkema & Warendorf. Bestel het boek hier.