Tula werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao. Hij was de aanvoerder van de Curaçaose slavenopstand van 17 augustus 1795. Dit boek, geschreven door Robin Raven, is een eerbetoon aan hem, geschreven voor kinderen.
“Lang geleden dacht iedereen dat de aarde plat was en in het middelpunt van het heelal lag. Maar hoe meer we ontdekten over onze planeet en de ruimte, hoe zekerder het werd dat de aarde bolvormig is. (…) Tegenwoordig zijn er zoveel foto’s vanuit de ruimte genomen dat weinig mensen zich met de vraag bezighouden of de aarde rond of plat is. Toch blijven er nog steeds twijfelaars bestaan. En het lijkt alsof hun aantal weer groeit…”
Jan Paul Schutten, die we kennen van geweldige informatieve boeken over ons lichaam, het sterrenstelsel en nog veel meer, schreef een boek over misschien wel het meest relevante onderwerp van dit moment: complottheorieën en fake news. Sociale media zijn niet meer weg te denken en mensen over de hele wereld hebben meer contact met elkaar dan ooit. We kunnen via allerlei kanalen een heleboel te weten komen, maar weten niet precies wat nu echt waar is en wat niet. Een bomaanslag, een bosbrand, rijke mensen die steeds maar rijker worden: het is logisch dat je soms kwaad of bang wordt van al het onrecht in de wereld.
Afgelopen twee jaar zat ik in de voorselectie jury van de poëzieprijzen voor kinderen en jongeren van het Poëziepaleis. Honderden gedichten lees je dan. Heel veel grappige versjes, onsamenhangende woordensoep, maar soms ook: pareltjes. En wanneer is het dan een parel? Als je opeens iets leest waarvan je kippenvel krijgt. Of wanneer je het gevoel krijgt dat iemand dwars door je heen kijkt. Als je iets van jezelf herkent. Of juist een ander. Het is moeilijk aan te wijzen. Maar toch: als je vaak en veel gedichten leest herken je ze, de taalkunstenaars.
Marco Kunst is onmiskenbaar een taalkunstenaar (what’s in a name). Hij schreef al vele jeugdboeken die altijd ook iets poëtisch hadden. Vooral Het Touw en de waarheid, dat het Gouden Penseel won, was wat mij betreft een opstap naar zijn nieuwste boek – dit keer een dichtbundel – De zee is bijna alles.
Marco Kunst schrijft blijkbaar graag over water. Bijna in al zijn boeken speelt het op de een of andere manier een rol. In De Waterwaack van Natterlande, maar ook in De macht van Algas is het water een vriend, maar vooral een vijand.
In deze dichtbundel, die ook weer prachtig geïllustreerd is door Jeska Verstegen, bezingt Marco Kunst vooral zijn liefde voor het water, voor de zee, het strand, de kust, de dieren en wezens die in het water leven, eb en vloed, rotsen, kiezels en keien. Hij vergelijkt de mens graag met het water of de processen die zich daar afspelen. En dat levert dit soort pareltjes op.
Duinen zijn reservestrand,
bescheiden bergen ziltzacht zand
die lomig liggen langs de rand
van al dat weidse lageland.”
Als ik slaap ben ik een kei,
een in- en intevreden kiezel,
op de bodem van de oceaan.
De landerige golfjes,
ze rollen steeds maar om,
als pasgeboren kalfjes,
maar om en om en om, de hele tijd
over het natte, slappe zand.
Ik kreeg er regelmatig kippenvel van, en zin in vakantie, zwemmen en de zeewind voelen in je haar. Kunst schreef veel gedichten in rijmvorm, vaak in abab. Dit voelde niet als dwang, maar zorgde voor een fijn ritme. Het zorgt er ook voor dat de gedichten fijn voorlezen.
Kunst en Verstegen maakten weer een kunstwerkje met gedichten die uitdagend, rijk en prikkelend zijn. Kinderen vanaf 9 jaar kunnen ze al zelfstandig lezen. Vanaf 8 jaar is voorlezen heel goed te doen, denk ik. Verschenen bij uitgeverij Lemniscaat.
Oké, ik zeg het maar gewoon eerlijk: ik vond dit verhaal doodeng. En dat is allemaal de verdienste van schrijver Tom Rijpert die ook al met zijn vorige boeken bewees je ademloos geboeid te houden. Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb!
“Verbeelding is leuk, maar de werkelijkheid kan soms net zo spannend zijn” zegt Astrid Sy in haar nawoord van haar nieuwste boek: De glazenwasser van het Rijksmuseum. Een boek dat leest als een whodunnit, een avonturenverhaal, een geschiedenisles én een escape room. Geschreven ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Amsterdam en verschenen bij Luitingh-Sijthoff.
“Ik hou niet van kleine etters zoals jij. Er lopen er te veel rond in dit land. Veel te veel. Daar komt rotzooi van, snap je.”
Dit is geen vrolijk boek. Het is een rauw, hard verhaal dat raakt als een mokerslag. Kinderen mogen niet alleen op straat leven, vrezend voor hun leven, werkend als schoenenpoetsers voor geld om iets te eten te kopen en achterna gezeten wordend door de politie. Toch gebeurt het, in veel landen. Kinderen zonder ouders worden aan hun lot overgelaten. Dit is hun verhaal.
“Je hebt het sowieso. Het gaat niet weg als je stopt met praten. Dus laat je horen. Accepteer dat mensen het misschien raar vinden. Het is niet raar, en daar komen ze vanzelf achter.”
Dit zegt Miss Montreal, een van de bekende Nederlanders die geïnterviewd werden voor Het grote vrolijke stotterboek. Want voor wie het niet wist: Miss Montreal, oftewel Sanne Hans, stottert. Als ze zingt, en dat doet ze heel goed, hoor je daar niks van. Maar als ze gewoon gaat praten merk je het pas. Maar Sanne schaamt zich er niet voor.
“Het is net zoiets als dat de een blond is en de ander bruin haar heeft. Dat heb je gewoon.”
“Ik ben een jongen. Oké, dat klinkt misschien niet zo gek. Maar het zit zo. Ik ben een jongen, alleen ben ik geboren met een meisjeslichaam. Yep. Het klinkt misschien vreemd om een meisjeslichaam te hebben en toch een jongen te zijn, maar toch is het zo, en ik ben lang niet de enige.”
Mats is de ontwapenende hoofdpersoon van het nieuwste boek van Janny Jägerfeld. In Mijn broer is een baas maken we kennis met Mats en zijn moeder, die tijdelijk ergens anders gaan wonen vanwege werk. Mats vindt het eerst saai omdat hij daar niemand kent, maar als hij op een dag Kilian ontmoet, een stoere nietsontziende jongen, dan gaat hij het toch interessant vinden. Kilian daagt hem uit om over zijn grenzen te gaan, stelt veel vragen én hij besluit al snel dat ze ‘bloedbroeders’ moeten worden. Mats vindt het heel fijn. Hij had nooit gedacht dat hij ooit iemands ‘broer’ zou zijn. Mats is namelijk geboren als meisje.
De reden dat Mats en zijn moeder tijdelijk ergens anders wonen is uitgebreider dan het werk van zijn moeder. Mats’ vader heeft het namelijk heel moeilijk met het feit dat Mats zijn coming out heeft gehad: hij is ontroostbaar en huilt dikke tranen omdat hij ‘zijn dochter kwijt’ is. Mats’ moeder probeert hem te overtuigen om het te accepteren. Zij staat vierkant achter haar zoon.
Voor Mats is het extra zwaar dat zijn ouders ruzie maken over hem, over iets waar hij niks aan kan doen. Het is gewoon zo. Het is niet handig en hij praat er liever niet over, maar het kán niet anders.
Mats vertelt niks aan Kilian over zijn oude ik. Waarom zou hij? Kilian vindt Mats leuk zoals hij is. Totdat er toch iets gebeurt waardoor de kaarten op tafel komen liggen.
Jägerfeld is psycholoog en komt uit Zweden. Eerder verscheen in het Nederlands een young adult van haar hand: Comedy queen, over zelfdoding door een ouder. Haar boeken hebben meestal pittige thema’s maar bevatten ook veel luchtigheid en humor. Mijn broer is een baas is voor een jongere doelgroep en leest erg gemakkelijk. Maar let op: ook in dit boek komt verwijzing naar zelfdoding terug. Wees daar dus bewust van als je het boek aanraadt aan kinderen vanaf 10 jaar. Het is heel fijn dat dit soort boeken er zijn. Of je nou zelf worstelt met je gender, in je omgeving ermee te maken krijgt of er nog nooit iets van hebt gehoord: het verhaal biedt je nieuwe inzichten en biedt je een nieuw venster op de wereld.
Verschenen bij Ploegsma. Vanaf 10 jaar, let wel op of het aansluit bij de emotionele ontwikkeling van een kind.
Het mysterie van de mens deel 3 – Yuval Noah Harari
Yuval Noah Harari schreef al in 2015 voor volwassenen het indrukwekkende boek Sapiens, waarin hij de lezer meeneemt op een fascinerende reis door de geschiedenis van de mens. Hij schreef al twee eerdere delen over dit onderwerp speciaal voor kinderen: Hoe wij het machtigste dier op aarde werden en Waarom de wereld niet eerlijk is. Onlangs verscheen bij Leopold en Ploegsma het derde deel: Hoe vijanden vrienden kunnen worden. Het is een rijk en inspirerend boek, dat behoorlijk uitdagend is voor kinderen vanaf ongeveer 11/12 jaar.
We hebben er lang op moeten wachten. Acht jaar nadat Lampje van Annet Schaap uitkwam is het er dan! Een nieuw boek in de wereld van Lampje, maar het is geen vervolgverhaal, het staat volledig op zichzelf. Krekel heet het. Net zo’n lekkere korte en frisse titel, maar ook geheimzinnig. Waarom heet het boek zo? Wie of wat is die Krekel?