Zelf lezen

Vandaag komen we niet meer thuis – Enne Koens

Wow, Enne Koens heeft zichzelf als schrijver weer overtroffen: haar nieuwe boek Vandaag komen we niet meer thuis heeft voor mij dezelfde magie en tegelijk rauwe realiteit als Ik ben Vincent en ik niet bang (een van mijn meest favoriete boeken ooit: link).

Vandaag komen we niet meer thuis is een ongelooflijk knap geconstrueerd verhaal over een jongen en zijn vader die vluchten uít Nederland (is het wel Nederland?, het wordt nergens genoemd). Dat gegeven is al bevreemdend, helemaal omdat hoofdpersoon Mirza eerst helemaal niet weet waar ze heen gaan en waarom.

“Waar gaan we heen met onze ogen dicht?”

Ze zitten in de auto en Mirza’s vader rijdt hard en zegt weinig tot niks. Hij is nerveus, maakt korte tussenstops en als ze uiteindelijk bij zijn geboortehuis aankomen, dat Mirza wel kent van de eerdere bezoekjes aan opa en oma, snapt hij er nog niks van. Opa en oma zijn inmiddels dood: waarom wil zijn vader hier opeens zijn?

Maar Mirza moet met de nieuwe situatie dealen. Stukje bij beetje wordt hem duidelijk dat ze echt niet in hun vorige land konden blijven. Maar Mirza heeft heimwee: naar zijn vertrouwde omgeving, maar vooral naar Lucas, zijn beste vriend, met wie hij in gedachten praat. Dit vreemde land is hem niet gunstig gezind: hij spreekt de taal niet en de kinderen in de klas lijken hem niet te accepteren.

“Dit is geen land we ze elkaar helpen. In elk geval niet met de dingen waarvan ze denken dat je het kunt. En als je nog nooit ergens vreemd bent geweest, weet je niet hoe moeilijk dingen zijn die je zelf makkelijk kunt.”

“Ik ga me niet aanpassen zodat ze me accepteren, ik ga meedoen tot ze vergeten zijn dat ik nieuw was.”

Je krijgt er kippenvel van, zo akelig gaan de kinderen in dit land om met Mirza. Maar kinderen zijn flexibel en nieuwsgierig en Mirza wil de taal leren. Stukje bij beetje went hij aan zijn nieuwe plek. Maar hoe moet dit verder?

Enne Koens is een uitzonderlijk schrijver: juist door heel veel weg te laten ontstaat er zoveel. Het land waar Mirza en zijn vader naartoe vluchten herken je niet als een bestaand land, net als de taal. Koens bedacht een eigen taal en nam een woordenlijst (het Levaarse woordenboek) op achterin het boek. Taal is van levensbelang als je ergens wilt integreren, en het wordt zo pijnlijk duidelijk bij deze zelfverzonnen taal, die niemand kan herkennen.

Ook laat ze de vader vertellen over de oorlog in zijn land: tussen twee bevolkingsgroepen die andere gewoontes en kenmerken hebben. Ze gedogen elkaar nu, maar ‘je hoort bij hen’ of niet. Ook dit gegeven is herkenbaar, maar tegelijk is het in een vreemde setting opeens zo bizar dat je af gaat vragen waarom mensen dit doen. Ik denk dat dit alles juist de bedoeling van de schrijver geweest: verwarring zaaien. Zodat je je als lezer realiseert hoe vluchtelingen zich voelen. Ontheemd, nergens bij horen, vreemd en verloren.

De meester van Mirza helpt hem dan ook niet bij het integreren in de klas, maar zegt dat hij zich maar moet aanpassen:

“‘Het zal helpen als je je gedraagt zoals zij.’

Ik heb zin om op te staan en alle papieren van zijn bureau te vegen en de stoel om te trappen. Net nu ik gedurfd heb mijn plek op te eisen en gewoon mee te doen. Net nu ik al mijn moed bij elkaar heb geraapt.

‘Je doet niks verkeerd, Mirza,’ probeert hij me gerust te stellen.

‘De kinderen moeten gewoon… wennen. Ik dacht dat het goed was je dat te laten weten.’”

Wie moet zich eigenlijk aanpassen aan wie? Wie bepaalt wat normaal is? Waar ben je thuis, kun je je op meerdere plekken thuis voelen, wat helpt wel en wat helpt niet om ergens bij te horen?

Enne Koens legt in een nawoord uit dat het idee voor dit boek, dat in coronatijd ontstond, in eerste instantie bedoeld was voor een jeugdfilm. Die film komt er, maar vergt meer tijd. Dus kwam er eerst dit boek. Ik ben er heel enthousiast over. Het staat bomvol juweeltjes van zinnen. En de vormgeving is weer zo ontzettend goed gedaan door Maartje Kuiper: de zachte kleuren in oranje tonen, de omslag met reliëf, de kleine illustraties bij elk hoofdstuk, af en toe een donkere bladzijde. Het is beeldschoon.

Dit boek verdient vele lezers. Het is een noodoproep voor het lot van vele ontheemde vluchtelingen die niet weten waar ze thuis zijn, die zich niet welkom voelen. Nederland wordt geen veiliger land door de politieke situatie op dit moment. Ik kan er met mijn verstand niet bij dat je zo hard kunt oordelen over mensen die toevallig ergens anders zijn geboren en een veilig heenkomen zoeken. We zijn allemaal mensen, iedereen heeft recht op een veilig thuis. Wat zou het mooi zijn als politici ook eens een kinderboek lazen. Maar laten we beginnen met de ouders en leerkrachten: geef dit boek aan je kind(eren) en/of lees het voor. Praat over het onderwerp, stel vragen. Vluchtelingen zijn niet eng of vreemd: het zijn mensen, net als jij.

Verschenen bij Luitingh-Sijthoff. 10+